RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/164820-21 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 april 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985, hierna: (
- de)verdachte, wonende te [adres 1] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. H.M.W. Daamen, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 11 april 2023. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen [medeverdachte] met het parketnummer 03/242604-21. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 23 juni 2021 in Sittard gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd samen met een ander goederen toebehorend aan [slachtoffer] heeft weggenomen, terwijl deze diefstal gepaard is gegaan met (bedreiging met) geweld tegen deze [slachtoffer] . 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte en [medeverdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe verwezen naar de verklaring van aangeefster [slachtoffer] en naar de getuigenverklaringen van [naam 1] en [naam 2] . Ondanks het feit dat deze verklaringen op onderdelen van elkaar afwijken, is een vrij eenduidig beeld ontstaan over hetgeen er die nacht is gebeurd. De verdachte had een geschil met [slachtoffer] over een aan haar in bewaring gegeven verzameling messen. De verdachte is in de nacht samen met [medeverdachte] naar de woning van [slachtoffer] gegaan om verhaal te halen. [medeverdachte] had zichtbaar een mes in handen en heeft in de woning hiermee in de richting van [slachtoffer] gedreigd. De verdachte heeft [slachtoffer] daarna een kopstoot gegeven en heeft zich hierdoor met het door [medeverdachte] reeds geuite geweld verenigd. Daarna zijn verschillende goederen van [slachtoffer] uit haar woning tegen haar wil meegenomen. Het door [medeverdachte] gebruikte mes is in de later gevonden tas met gestolen goederen aangetroffen. 3.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van de eerste twee gedachtestreepjes in de tenlastelegging, die betrekking hebben op bedreiging met een mes. De verdachte was er niet van op de hoogte dat [medeverdachte] een mes bij zich had en heeft, zodra hij dit zag, [medeverdachte] gevraagd het mes weg te doen. De verdachte heeft derhalve geen opzet gehad op de ten laste gelegde gedragingen met een mes; hij heeft zich er zelfs expliciet van gedistantieerd. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van het volgende. Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat zij zich op 23 juni 2021 omstreeks 02.30 uur in haar woning gelegen aan de [adres 2] in Sittard bevond samen met [naam 2] ( [naam 2] ) en [naam 1] . [naam 2] is naar beneden gegaan, omdat iemand op straat schreeuwde en zijn ex-vriendin voor de flat bleek te staan. Toen aangeefster ook naar beneden wilde lopen, kwam in het trappenhuis de haar bekende [verdachte] naar boven gelopen. Aangeefster had een conflict met [verdachte] over een aan [verdachte] toebehorende messenset die aangeefster volgens hem nog zou hebben. Aangeefster zag een haar onbekende man in de hal staan, die de centrale toegangsdeur openhield en in één van zijn handen een mes vasthield. Aangeefster is toen direct haar woning ingegaan. Zij had geen tijd meer om de voordeur te sluiten, waardoor [verdachte] en de haar onbekende man de woning binnenkwamen. De onbekende man kwam voor aangeefster staan en hield een mes vlak voor haar gezicht. Vervolgens gaf [verdachte] aangeefster een kopstoot, ten gevolge waarvan zij een hevige pijn aan haar bovenlip voelde en een dikke lip kreeg. Zij zag dat de haar onbekende man een televisie, playstation en tablet pakte en met die spullen de woning uitliep. Aangeefster heeft aanvullend verklaard dat zij [verdachte] hoorde zeggen dat zij zich rustig moest houden, anders zou hij het mes pakken. Op dat moment kwam de andere man met het mes in zijn rechter hand naar aangeefster toegelopen en maakte een zwaaiende beweging met het mes langs haar gezicht. Het scheelde maar een haar of zij was met het mes in haar gezicht gesneden. Aangeefster voelde zich op dat moment erg bedreigd. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat een paar zakmessen uit zijn verzameling uit de woning van [slachtoffer] waren verdwenen en dat hij op 23 juni 2021 omstreeks 02.30 uur naar de [adres 2] in Sittard is gegaan om dit af te handelen. De verdachte gaf [slachtoffer] een kopstoot omdat zij begon te schreeuwen. [medeverdachte] heeft de televisie, de playstation en een tablet van [slachtoffer] meegenomen. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de bij [slachtoffer] weggenomen spullen in een tas in de struiken heeft weggegooid. In die tas zat ook het mes dat [medeverdachte] in de woning van [slachtoffer] had. [medeverdachte] heeft als getuige bij de rechter-commissaris verklaard dat hij samen met de verdachte naar de woning van [slachtoffer] is gegaan om spullen op te halen: een televisie, een playstation en een tablet. Getuige [naam 1] heeft verklaard dat zij op 23 juni 2021 om 02.30 uur in de woning gelegen aan de [adres 2] in Sittard wakker werd van geschreeuw van een vrouw. Vervolgens zag zij dat de haar bekende [verdachte] de entreehal van het appartement binnenliep. Medebewoner [naam 2] ( [naam 2] ) kwam eveneens het appartement binnen, gevolgd door een man met een mes dat ongeveer 20 centimeter groot was en een bruin handvat had. [naam 1] hoorde dat [verdachte] tegen [slachtoffer] zei dat hij spullen moest hebben en dat hij zijn messenset terug wilde. [naam 1] zag vervolgens dat de haar onbekende man vanuit de woonkamer de entreehal in kwam gelopen met een PS4 en een Samsung tablet in zijn linker hand en een televisie onder zijn rechter arm. De man vertrok met deze spullen. [slachtoffer] had een bloedlip. Vervolgens vertrok ook [verdachte] . Getuige [naam 2] heeft verklaard dat hij op 23 juni 2021 in het appartement gelegen aan de [adres 2] in Sittard verbleef. Omdat vanuit buiten zijn naam geroepen werd, is hij naar beneden gelopen om de deur te openen voor een bekende. Beneden zag [naam 2] dat een hem onbekende man kwam aangelopen. Vervolgens kwam de hem bekende [verdachte] aangelopen. [naam 2] zei tegen [verdachte] dat hij [slachtoffer] ging halen, omdat hij wist dat [verdachte] ruzie had met [slachtoffer] . Toen [naam 2] [slachtoffer] wilde halen, werd hij tegengehouden door de hem onbekende man. Vervolgens liepen [verdachte] en de onbekende man met [naam 2] mee naar boven en gingen mee naar binnen in de woning van [slachtoffer] . [naam 2] zag dat de hem onbekende man vervolgens een televisie, een playstation en een tablet pakte en de woning uitliep. Vervolgens liep ook [verdachte] de woning uit. Verweer en bewijsoverweging Uit het voorgaande volgt dat de verdachte en [medeverdachte] in de nachtelijke uren naar de woning van [slachtoffer] zijn gegaan en daar spullen van [slachtoffer] hebben weggenomen. De reden hiervoor was gelegen in een conflict dat de verdachte had met [slachtoffer] . Het handelen van de verdachte en [medeverdachte] duidt op de uitvoering van een vooraf tussen beiden afgesproken plan om, desnoods met bedreiging met geweld of uitoefening daarvan, [slachtoffer] te beroven van bepaalde spullen. [medeverdachte] wist immers dat hij spullen moest meenemen uit de woning en had vanaf het begin zichtbaar een mes bij zich, dat hij kort daarna ook dreigend tegen [slachtoffer] gebruikte. De verdachte, die eerder tegen [slachtoffer] had gezegd dat zij zich rustig moest houden omdat hij anders het mes pakte, gaf daarna [slachtoffer] nog een kopstoot. De rechtbank hecht dan ook geen enkel geloof aan de verklaring van de verdachte dat hij niet wist dat [medeverdachte] een mes bij zich had. Voor zover al niet vooraf was besproken dat [slachtoffer] met het mes zou worden bedreigd, geldt dat als een mes onder de gegeven omstandigheden wordt meegenomen en zichtbaar wordt gedragen, de aanmerkelijke kans bestaat dat dit mes ook wordt gebruikt. Na het gebruik van het mes is door de verdachte nog een kopstoot gegeven aan [slachtoffer] . Door het voortzetten van het delict na het tonen van het mes door [medeverdachte] en door zelf geweld te gebruiken, heeft de verdachte zich ook met het handelen van [medeverdachte] verenigd. De verdachte heeft ter terechtzitting onder verwijzing naar een door getuige [naam 1] gemaakte geluidsopname van het voorval nog betoogd dat hij [medeverdachte] gemaand heeft rustig te doen en dat hij gezegd heeft dat het gebruik van een mes niet nodig was. De rechtbank gaat hier aan voorbij. Dat het hoorbare "Dat is niet nodig" betrekking zou hebben op een mes, volgt alleen uit de verklaring van de verdachte. Andere betrokkenen, zoals [medeverdachte] of [slachtoffer] , hebben zulks niet verklaard. Nu de verdachte ook zelf fysiek geweld heeft gebruikt, valt daarbij niet goed in te zien, waarom hij dreigen met geweld zou afkeuren. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 23 juni 2021 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander, een (LG) televisie, tablet en playstation, toebehorend aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen deze [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander, in die woning opzettelijk dreigend en/of gewelddadig - met een mes in de hand in de richting van [slachtoffer] is gelopen, - met een mes in de richting van het gezicht heeft bewogen en - [slachtoffer] een kopstoot heeft gegeven. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert het volgende strafbare feit op: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De straf 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf van achttien maanden op te leggen. De officier van justitie heeft als uitgangspunt genomen dat zowel de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS als de OM-richtlijnen voor een overval in een woning uitgaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De officier van justitie heeft bij het bepalen van de hoogte van de gevorderde straf onder andere rekening gehouden met de mate van het geweld, de ernst van het letsel en de proceshouding en het strafblad van verdachte. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht de verdachte een geheel of deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen in combinatie met een taakstraf. De verdediging verzoekt de rechtbank rekening te houden met de specifieke omstandigheden van het geval. Het doet geen recht aan de feiten om van een standaard woningoverval uit te gaan. Het handelen van de verdachte kwam voort uit onmacht om zijn messenverzameling terug te krijgen. Hij heeft inmiddels spijt van zijn impulsieve en ondoordachte actie. De verdachte zat toen in een zeer stressvolle situatie, omdat hij samen met zijn gezin dakloos was geraakt. In de opvang bij [naam instelling] verkeerde hij in kringen die zeker geen positieve invloed op hem hebben gehad. De ontvreemde spullen zijn bovendien teruggevonden en teruggegeven aan [slachtoffer] . Tot slot dient rekening te worden gehouden met het gegeven dat de verdachte sinds 2009 - met uitzondering van onderhavige zaak - op het rechte pad is. Hij heeft zich gehouden aan de aan de schorsing van de voorlopige hechtenis verbonden voorwaarden. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woningoverval, waarvan hij de initiator was. Hij is samen met [medeverdachte] verhaal gaan halen in verband met een conflict over een messen-verzameling. Hij en [medeverdachte] hebben aangeefster in de nachtelijke uren niet alleen beroofd van haar spullen, maar ook van haar gevoel van veiligheid. Jegens aangever is in haar eigen woning - bij uitstek de plek waar zij zich veilig zou moeten kunnen voelen - geweld gebruikt: [medeverdachte] heeft met een mes gedreigd en de verdachte heeft een kopstoot gegeven. Woningovervallen zorgen voor gevoelens van angst en onveiligheid. Niet alleen bij de bewoners van het huis, maar in dit geval bij ook derden die ongewild getuigen zijn geweest van het feit en bij de samenleving in het algemeen. De verdachte heeft een ambivalente proceshouding. Enerzijds geeft hij toe dat hij spullen van aangever heeft weggenomen en haar een kopstoot heeft gegeven. Anderzijds houdt hij zich echter verre van het gebruik van het mes. Hij neemt aldus geen volle verantwoordelijkheid voor zijn handelen. De reclassering heeft op 18 november 2021 een advies met betrekking tot verdachte uitgebracht. Hij heeft in maart van dit jaar geweigerd om aanvullende informatie te geven teneinde het adviesrapport te actualiseren. Dientengevolge heeft de reclassering in overweging gegeven de zaak af te doen middels het opleggen van een onvoorwaardelijke straf. De rechtbank is van oordeel dat - gelet op het voorgaande - niet kan worden volstaan met een andere straf dan een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Zij zal, alles afwegende en in overeenstemming met de eis van de officier van justitie, de verdachte een gevangenisstraf van achttien maanden opleggen, met aftrek van de periode die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. 7De wettelijke voorschriften De beslissing berust op artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht. 8De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf - veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde feit tot een gevangenisstraf van 18 maanden; - beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. Bax, voorzitter, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. K.G.J. Noelmans-Verbong, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Eroktay, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 april 2023. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij, op of omstreeks 23 juni 2021 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (LG) televisie, tablet en/of playstation, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen deze [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in die woning opzettelijk dreigend en/of gewelddadig - met een mes in de hand in de richting van die [slachtoffer] is gelopen en/of - met een mes in de richting van het gezicht heeft bewogen/ althans een snijdende beweging heeft gemaakt en daarbij die [slachtoffer] de woorden toegevoegd: 'doe rustig aan' en/of - die [slachtoffer] een kopstoot heeft gegeven; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ) Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL 2300-2021096830, gesloten op 13 september 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 70. Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 23 juni 2021, pagina 8. Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] van 23 juni 2021, pagina 12. Proces-verbaal van verhoor [verdachte] van 23 juni 2021, pagina 54 en 55. Verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 11 april 2023. Proces-verbaal van getuigenverhoor van [medeverdachte] bij de rechter-commissaris van 27 juli 2022. Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 1] van 23 juni 2021, pagina 14. Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 2] van 23 juni 2021, pagina 16.