RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer : 03.193986.21 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 april 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001, wonende te [adresgegevens verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. W.J.J. Lunsingh Tonckens, advocaat kantoorhoudende te Maastricht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 april
- De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.190414.21 en medeverdachte [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.190317.
- 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte in de periode van 6 juli 2021 tot en met 21 juli 2021 te Susteren samen met een ander of anderen (ongeveer) 125 kilogram hennep binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend bewezen. Op grond van artikel 1 lid 4 van de Opiumwet is als verlengde invoer elke handeling strafbaar die is gericht op het verder vervoer, de opslag, de aflevering of ontvangst van goederen die binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht. De verdachten waren weliswaar niet betrokken bij het transport vanuit Spanje naar Nederland, maar hebben wel handelingen verricht die moeten worden gekwalificeerd als verlengde invoer. Verdachte en zijn vader de medeverdachte [medeverdachte 2] zijn op heterdaad aangehouden, terwijl zij bezig waren met het omzetten van de dozen met snijbloemen waarin ook hennep zat. Uit de berichten op de telefoon van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en de aanwezigheid van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] volgt het opzet op de invoer van de verdovende middelen. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Er zijn onvoldoende wettige bewijsmiddelen waaruit blijkt dat verdachte wetenschap heeft gehad van de herkomst en de inhoud van de vrachtwagen. Verdachte heeft enkel op verzoek van zijn vader (medeverdachte [medeverdachte 2] ) de vrachtwagen gelost. Uit het dossier is niet van enige verdere betrokkenheid van verdachte gebleken en hij was aldus op het verkeerde tijdstip op de verkeerde plaats. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Op maandag 19 juli 2021 stonden verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] vanaf 03:29 uur te wachten bij een loods in Susteren. Om 08:54 uur reed een vrachtwagen het terrein op en werd een deel van de vracht gelost door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] . Na binnentreden van de politie werden verdachte en de medeverdachte aangehouden. De dozen die zich op de pallets bevonden, bleken, toen de politie die had opengemaakt en onderzocht, hennep te bevatten. Verdachte heeft verklaard dat hij op verzoek van zijn vader (medeverdachte [medeverdachte 2] ) de vrachtwagen heeft gelost. Hij wist dat er een vrachtwagen met bloemen aan zou komen, maar hij dacht dat die vrachtwagen uit Nederland kwam. Om opzet in enige vorm aan te kunnen nemen, moet er in elk geval enige mate van wetenschap zijn geweest bij verdachte dat zich in de vrachtwagen hennep bevond. De rechtbank ziet geen bewijs in het dossier dat verdachte wetenschap had van wat zich in de vrachtwagen bevond. De enkele omstandigheid dat verdachte op 19 juli 2021 in de nacht en in de vroege ochtend in de loods aanwezig was en heeft meegeholpen met het lossen van de vrachtwagen vormt geen bewijs van (voorwaardelijk) opzet op het aanwezig hebben van hennep, laat staan op de verlengde invoer daarvan. Meer in het bijzonder blijkt uit niets dat verdachte heeft deelgenomen aan of geweten van de gesprekken en de handelingen tussen de medeverdachten voorafgaand aan dit transport. De rechtbank zal verdachte dan ook integraal vrijspreken. Nu verdachte van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken, zal de rechtbank het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis opheffen. 4De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde; Voorlopige hechtenis - heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Dit vonnis is gewezen door mr. N.P.J. van de Pasch, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. L.E.M. Hendriks, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.G. Taranto, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 april
- Buiten staat Mr. N.P.J. van de Pasch en mr. L.E.M. Hendriks zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij in of omstreeks de periode van 6 juli 2021 tot en met 21 juli 2021 te Susteren, in de gemeente Echt-Susteren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen/buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 dan wel artikel 1 lid 5 Opiumwet), in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (ongeveer) 125 kilogram hennep, althans een (grote) hoeveelheid, als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet juncto artikel 1 lid 2 van het Opiumwetbesluit, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.