RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer : 03.045053.23 tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 juni 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999, gedetineerd in [P.I.] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. E. Gorsselink, advocaat kantoorhoudende te Venlo. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 mei 2023. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] met het parketnummer 03.03.045047.23. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: samen met een ander of anderen zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereiding van mensensmokkel door opzettelijk voorwerpen bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden te hebben, waarbij levensgevaar was te duchten en waarvan zij een beroep dan wel een gewoonte hebben gemaakt. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend bewezen. De verdachte heeft op 13 februari 2023 samen met medeverdachte [medeverdachte] mensensmokkel voorbereid door (onder meer) een rubberen boot, meerdere zwemvesten, een buitenboord motor, gevulde jerrycans en twee handpompen richting Frankrijk te vervoeren. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte wist dat de spullen die hij vervoerde bestemd waren om mensen te smokkelen naar Groot-Brittannië. Dit volgt uit het onderzoek aan de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] waarin hij twee locaties in Frankrijk met de verdachte deelt, de appberichten en het feit dat de verdachte geen aannemelijke verklaring voor de belastende omstandigheden heeft gegeven. Het is een feit van algemene bekendheid dat migranten op bootjes via Het Kanaal naar Groot-Brittannië worden vervoerd vanuit Frankrijk. Dat daardoor levensgevaar voor die personen te duchten is blijkt uit de processen-verbaal van bevindingen die zich in het dossier bevinden. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het dossier niet is gebleken dat de verdachte heeft gehandeld uit winstbejag. Ook biedt het dossier onvoldoende aanknopingspunten om tot een bewezenverklaring te komen van het maken van een beroep of gewoonte van de mensensmokkel. Daarvan dient hij dan ook te worden vrijgesproken. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. Uit de feiten en omstandigheden volgt namelijk niet dat de verdachte weet had van de bestemming van de goederen die hij vervoerde. Hij vervoerde de goederen immers in een auto die niets verhulde, er zijn facturen meegegeven aan hem waar uit zou volgen dat het legale goederen waren, hij verklaart onmiddellijk bij de politie dat hij in de veronderstelling was dat hij niets illegaals vervoerde en uit de onderzochte berichten op zijn telefoon blijkt niet dat hij wist dat de goederen gebruikt zouden worden voor mensensmokkel. Ook is er geen sprake van het vereiste levensgevaar omdat daarvoor onvoldoende bewijsmiddelen voorhanden zijn, nu het concrete levensgevaar niet voldoende is onderzocht. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen [naam 1] en [naam 2] relateren – zakelijk weergegeven – het volgende: Op maandag 13 februari 2023 bevonden wij ons op de autosnelweg A67 in de gemeente Venlo. Wij zagen een zwarte personenauto, van het merk Volkswagen, type Passat, voorzien van de Duitse kentekenplaten [kenteken] , vanuit Duitsland rijden over de Rijksweg A67 in de gemeente Venlo. Ik, [naam 1] , heb aan de bestuurder van deze personenauto een teken tot volgen gegeven. Ik zag dat de bestuurder mijn aanwijzing begreep en mij volgde tot de locatie van staande houding, gelegen aan de A67 te Venlo. De bestuurder, [medeverdachte] , en de bijrijder, [verdachte] , van voornoemd voertuig zijn staande gehouden. Ik, [naam 1] , zag op de achterbank en in de kofferbak een rubberboot verpakt in een kartonnen doos, luchtpompen en reddingsvesten. [naam 3] relateert – zakelijk weergegeven – het volgende: Ik werd verzocht om forensisch onderzoek te doen. Het ging om een personenwagen, Volkswagen Passat, met kenteken [kenteken] (de rechtbank begrijpt dat dit een typefout is en verstaat [kenteken] ). Ik zag dat de volgende goederen in het voertuig aanwezig waren: - 1 x opblaasbare boot.- 1x buitenboordmotor in doos met daarin een brandstoftank (leeg). - 2 x handpomp. - 1 x Jerrycan 10 liter met inhoud. - 4 x Jerrycan 10 liter met inhoud. - 10 x losse zwemvesten. - 2 x plastic zak met daarin 10x zwemvesten. [naam 4] relateert – zakelijk weergegeven – het volgende: Ik heb onderzoek verricht naar de mobiele telefoon inbeslaggenomen bij [medeverdachte] . De gebruiker van de telefoon is [medeverdachte] . Ik heb het bij ons bekende telefoonnummer van Kazikhel, [nummer 1] , opgezocht in de veiliggestelde contacten, van deze telefoon. Er een conversatie te zien is tussen [nummer 2] @s.whatsapp.net, in gebruik bij de verdachte [medeverdachte] , en het telefoonnummer [nummer 1] @s.whatsapp.net, in gebruik bij Kazikhel. In dit gesprek op 13 februari 2023 stuurt [medeverdachte] 2 locaties van Lille en Mons (in Frankrijk). Verdachte verklaart – zakelijk weergegeven – het volgende: Op 13 februari 2023 werden wij opgebeld. Het telefoontje kwam op de telefoon van mijn neef, [medeverdachte] (de rechtbank begrijpt dat dit een typefout is en verstaat [medeverdachte] ) [medeverdachte] . Het was een nummer zonder naam, wij wisten niet wie we aan de lijn hadden. Zij hebben gezegd dat wij iets moesten gaan transporteren. Er werd gezegd dat wij een auto moesten gaan huren. Wij moesten 50 liter benzine tanken in een container. Daarna moesten wij naar een andere locatie rijden. Bij het tankstation hebben wij een foto gemaakt van de auto die wij gehuurd hadden. Deze hebben wij naar hem toegestuurd zodat hij wist hoe de auto eruit zag. Later kwam een persoon naar het tankstation toe en stapte bij ons in de auto. Ik kende deze persoon niet. Toen reden we door naar de volgende locatie en die persoon heeft daar de spullen ingeladen. Toen hebben wij telefonisch een locatie gekregen waar wij de spullen naartoe moesten brengen, van een ander nummer en een ander persoon dan de persoon die de auto heeft ingeladen. Het waren twee telefoontjes, twee verschillende nummers en personen. Ik wist dat ik een boot en vesten om te zwemmen ging vervoeren. Medeverdachte [medeverdachte] verklaart – zakelijk weergegeven – het volgende: In de auto, waarin ik zat met mijn neef [verdachte] , lagen zwemvesten welke je in een boot aantrekt en een rubberboot. Ik weet niet wie de man is die ons deze spullen gegeven heeft. Bewijsoverweging Bestemming goederen Algemeen bekend is dat de laatste jaren op grote schaal illegale migratie plaatsvindt vanuit Frankrijk naar Groot-Brittannië door met bootjes Het Kanaal, de drukst bevaren zeeroute ter wereld, over te steken. Bekend zijn ook de beelden van tientallen mensen die met zwemvesten aan het water proberen over te steken in een (overvolle) rubberboot met buitenboordmotor. De gebruikte rubberboten zijn veelal niet geschikt om Het Kanaal over te steken. Die rubberboten worden bovendien veelal beladen met meer mensen dan waarvoor zij geschikt zijn. Door deze overbelading worden de vaareigenschappen van de rubberboot negatief beïnvloed. Zo gaat de vaarsnelheid omlaag, kan de boot onvoorspelbaar bewegen en neemt het ontworpen vrijboord (de afstand tussen water en de hoogte van de boot) af waardoor het gevaar om overspoeld te worden door golven toeneemt. Deze rubberboten zijn in feite nauwelijks zeewaardig en begeven zich desalniettemin op volle zee. Op Het Kanaal kunnen de bootjes nauwelijks worden opgemerkt door (ander) vaarverkeer. De oversteek wordt ondernomen door mensen die niet op een legale manier Europa of Groot-Brittannië binnen kunnen komen en dus bereid zijn grote risico’s te nemen en hiervoor fors betalen. Het is algemeen bekend dat daarbij mensen omkomen, omdat het zeer gevaarlijk is om op die manier Het Kanaal over te steken, door de sterke stroming, het drukke scheepvaartverkeer, de watertemperatuur en onvoldoende vaar- en zwemvaardigheden van de opvarenden. Het is derhalve een feit van algemene bekendheid dat door op deze wijze migranten te vervoeren levensgevaar voor die personen te duchten is, ongeacht of de zwemvesten al dan niet van goede kwaliteit zijn en ongeacht of het zomer of winter is ten tijde van die oversteek. De migranten wagen de overtocht omdat zij niet op een legale manier Groot-Brittannië in kunnen reizen. Iemand die behulpzaam is bij de oversteek die moet leiden tot de illegale toegang tot Groot-Brittannië en weet dat die reis wederrechtelijk is, maakt zich schuldig aan mensensmokkel. Wanneer vervolgens de reis aantoonbaar levensgevaarlijk is, is er sprake van een delict waarop meer dan 8 jaar gevangenisstraf staat. Dat betekent dat wanneer iemand opzettelijk vervoersmiddelen voorhanden heeft die bestemd zijn voor deze levensgevaarlijke vorm van mensensmokkel, hij voorbereidingshandelingen pleegt die strafbaar zijn gesteld in artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank is van oordeel dat naar uiterlijke verschijningsvormen - gelet op de combinatie van de aangetroffen goederen, te weten de hoeveelheid aan zwemvesten, een rubberboot, een buitenboordmotor, gevulde jerrycans en handpompen -, een duidelijke bestemming van de voorwerpen kan worden afgeleid: mensensmokkel, meer in het bijzonder, gelet ook op de doorgestuurde locaties in Frankrijk (Lille en Mons), mensensmokkel over Het Kanaal. De gezamenlijkheid van voorwerpen is kenmerkend voor de hiervoor beschreven vorm van levensgevaarlijke mensensmokkel. Wetenschap Vervolgens is van belang of de verdachte opzet had op de criminele bestemming van de goederen. Voorwaardelijk opzet is hiertoe voldoende. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. De verdachte heeft deze wetenschap ontkend. De rechtbank stelt in dit verband in de eerste plaats vast dat het voertuig waarin de verdachte werd aangetroffen vol zat met goederen die in samenhang bezien veelvuldig bij mensensmokkel gebruikt worden. Uit de bewijsmiddelen volgt bovendien dat de verdachte er van op de hoogte was dat hij en zijn medeverdachte [medeverdachte] rubberboten en zwemvesten aan het vervoeren waren, dat ze eerst – voorafgaand aan het inladen van de auto – 50 liter benzine moesten tanken in een vijftal jerrycans en dat de opdracht om de auto te huren en deze goederen te vervoeren telefonisch werd gegeven door aan de verdachte onbekende personen. De verdachte en medeverdachte [medeverdachte] moesten vervolgens een foto van het gehuurde voertuig maken en opsturen, waarna een ander persoon de goederen in de auto geladen heeft. De verdachte en medeverdachte [medeverdachte] kregen daarna door (wederom) een ander persoon de locatie waar de spullen naartoe gebracht moesten worden. Aan de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is onbekend gebleven wie deze personen waren. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de door hem vervoerde goederen onder deze feiten en omstandigheden, in samenhang met de door de verdachte doorgestuurde locaties in Mons en Lille, bestemd waren tot het begaan van mensensmokkel in de zin van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht. Conclusie Op grond van het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat de verdachte in samenwerking met medeverdachte [medeverdachte] en andere personen op 13 februari 2023 opzettelijk voorwerpen, stoffen en vervoersmiddelen, waarvan hij wist dat ze bestemd waren voor het faciliteren van een illegale en levensgevaarlijke overtocht naar Groot-Brittannië, heeft ingevoerd, doorgevoerd en voorhanden heeft gehad vanuit Duitsland en Nederland richting Frankrijk. Uit de bewijsmiddelen vloeit onvoldoende voort dat de verdachte hiervan een beroep of gewoonte heeft gemaakt of dat de verdachte heeft gehandeld uit winstbejag. De verdachte zal derhalve worden vrijgesproken van deze onderdelen van de tenlastelegging. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 13 februari 2023 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het misdrijf om een of meer perso(o)n(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.