RECHTBANK LIMBURG Team Toezicht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 10008816 MS VERZ 22-913 Uitspraakdatum: 12-06-2023 Beschikking afwijzing verzoek instelling mentorschap naar aanleiding van het verzoek van: [verzoekster] , wonende te [woonplaats 1] , [adres 1] , hierna: de verzoekster, met betrekking tot: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957, wonende te [woonplaats 2] , [adres 2] , hierna: de betrokkene. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 juli 2022, - de bereidverklaringen van de voorgestelde mentoren en de Verklaring Omtrent het Gedrag inzake [naam 1] , ontvangen op 23 augustus 2022, - de aantekeningen van het gesprek van een medewerker van het team Toezicht met de verzoekster, [naam 1] en de betrokkene, gehouden op 7 november 2022, - de verklaring van de gedragsdeskundige en coördinerend begeleider van de zorginstelling waar de betrokkene verblijft, ontvangen op 23 november
- De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 januari
- Verschenen zijn: de verzoekster, de heer [naam 1] , de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3] namens de zorginstelling waar de betrokkene verblijft. De betrokkene is niet gehoord, omdat uit de stukken voldoende blijkt dat zij niet in staat is om haar mening kenbaar te maken. De kantonrechter heeft op deze zitting de behandeling van het verzoek aangehouden, in afwachting van een nadere onderbouwing van het verzoek. Op 1 mei 2023 heeft de kantonrechter de heer [naam bestuurder] , bestuurder van de zorginstelling waar de betrokkene verblijft, gehoord. De kantonrechter heeft vervolgens kennisgenomen van de brief van [naam bestuurder] voornoemd, ontvangen op 23 mei
- verzoek Het verzoek strekt tot instelling van een mentorschap ten behoeve van de betrokkene. beoordeling Ingevolge artikel 7:465 van het Burgerlijk Wetboek (BW), een van de bepalingen met betrekking tot de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet - als de patiënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake - de hulpverlener de verplichtingen voortvloeiende uit de bepalingen over de geneeskundige behandelingsovereenkomst nakomen jegens de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de patiënt, dan wel als een zodanige persoon ontbreekt, jegens een ouder, kind, broer of zus van de patiënt, tenzij de patiënt dat niet wenst. Dit geldt niet als de meerderjarige een curator of een mentor heeft. Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat haar door de zorginstelling waar de betrokkene verblijft, is opgedragen om mentorschap aan te vragen. Als reden daarvoor is gesteld dat op den duur mogelijk moeilijke (medische) beslissingen met betrekking tot de betrokkene genomen moeten worden, dat de betrokkene die mogelijk zelf niet voldoende kan nemen en dat een mentor daarbij aan de betrokkene ondersteuning kan bieden. Verzoekster heeft verklaard dat zij al vele jaren de (gezondheidsrechtelijke) belangen van de betrokkene behartigt en dat zij bereid is om dit te blijven doen. De zorginstelling waar de betrokkene verblijft heeft, in de brief ontvangen op 23 mei 2023, verklaard dat de wettelijke vertegenwoordiging van de betrokkene op basis van artikel 7:465 BW voldoende geborgd is en dat daarom het verzoek kan worden afgewezen. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het instellen van een mentorschap geen toegevoegde waarde heeft boven de minder ver strekkende maatregel van artikel 7:465 BW. Dit zou alleen anders kunnen zijn als het nakomen van de verplichtingen voortvloeiende uit de bepalingen over de geneeskundige behandelingsovereenkomst niet verenigbaar is met de zorg van een goed hulpverlener. Dat hiervan sprake zou zijn, is echter op geen enkele wijze gebleken. De kantonrechter zal het verzoek daarom afwijzen. beslissing De kantonrechter: - wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. W.F.J. Aalderink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, L.W.H. Rademacher. Tegen deze beschikking kan – door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden vanaf de uitspraakdatum en door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.