RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer : 03.269773.21 Tussenbeslissing van de meervoudige kamer d.d. 16 augustus 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens]
(15)Onderzoekwens 15: De verdediging wenst een afschrift van alle datasets die toegeschreven zijn aan de verdachte, alsmede inzage in alle chats van de personen waarmee de betreffende accounts op enig moment beweerdelijk contact hebben gehad. Nu de officier van justitie heeft toegezegd de volledige Encro-, Sky- en Anomdatasets ten aanzien van de verdachte te verstrekken aan de verdediging, is daarmee in zoverre tegemoet gekomen aan de wens van de verdachte. De rechtbank wijst het verzoek om inzage in de overige datasets af, nu de verdediging onvoldoende onderbouwd heeft welk belang deze verdachte in deze zaak daarbij heeft. Onderzoekwensen Anom (16-23) Onderzoekwens 16, 17, 18 en 19: Onder verwijzing naar hetgeen de officier van justitie (pg. 46-47 van de reactie in 1e termijn) naar voren heeft gebracht, in combinatie met de daarin genoemde stukken die zich al in het dossier bevinden, is duidelijk op basis van welke feiten en omstandigheden de verbalisanten komen tot de identificatie van de verdachte als gebruiker van het account “ [accountnaam 1] ”. Ditzelfde geldt ook met betrekking tot de gang van zaken rond het afschermtraject en de diverse andere onderzoeken, te weten Lelie, TOL 96 en 26Eagles. De rechtbank acht onvoldoende onderbouwd hoe dit anders is in het licht van de door de rechtbank te beantwoorden vragen. De rechtbank wijst deze verzoeken dus af. Onderzoekwens 20: De rechtbank acht onvoldoende onderbouwd welk belang deze individuele verdachte in het onderzoek TOL 84 heeft bij verstrekking van álle processtukken van een ander onderzoek, te weten 26Eagles. Dat, naar gemoede mag worden aangenomen, een klein deel van de onderzoeksresultaten uit het onderzoek 26Eagles als startinformatie is gebruikt in het onderzoek TOL 84 maakt dat niet anders. De rechtbank wijst dit verzoek af. Onderzoekwens 21: is bij nadere schriftelijke reactie ingetrokken. Onderzoekwens 22: De verdediging wenst de vermeende criminele burgerinfiltrant alsmede zijn begeleiders als getuige te horen. De rechtbank stelt voorop dat het enkele verkopen/verstrekken van telefoons in beginsel geen uitlokking oplevert van strafbare feiten als die in deze zaak ten laste zijn gelegd, zoals de verdediging suggereert. Daarbij ziet de rechtbank niet in welk belang deze verdachte heeft bij het horen van de genoemde personen in het licht van de door deze rechtbank in dit onderzoek TOL 84 te beantwoorden vragen. De rechtbank wijst het verzoek dus af. Onderzoekwens 23: De verdediging wenst antwoord op vragen over de inschakeling van een derde land, gebruikte bevoegdheden, goedkeuring en – kort gezegd – de integriteit van de data. Voor zover het betreft de eerste drie onderwerpen ziet dit op de rechtmatigheid van het onder verantwoordelijkheid van de Verenigde Staten uitgevoerde onderzoek, welke rechtmatigheid – onder verwijzing naar het vertrouwensbeginsel – in beginsel niet is onderworpen aan het oordeel van deze rechtbank. Voor zover het betreft de betrouwbaarheid van de ontvangen data geldt hetzelfde, tenzij sprake is van concrete aanwijzingen van het tegendeel. Daarvan is echter geen sprake. De rechtbank overweegt dienaangaande nog ten overvloede dat Frankrijk en andere EU landen onderworpen zijn aan het Europese Verdrag inzake de bescherming van de Rechten van de Mens en Fundamentele Vrijheden (EVRM) en het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) en gehouden zijn om hun gedragingen te toetsen aan het EVRM en het IVBPR. Voor de Verenigde Staten geldt dat die zijn gehouden om de bepalingen uit het IVBPR na te leven zodat daarin ook al een waarborg is gelegen voor de rechtmatigheid en integriteit van het handelen van die afzonderlijke Staten. De rechtbank wijst dus ook dit verzoek af. Aanvullende onderzoekwensen / vragen Encrochat (a. t/m f.) De reactie in tweede termijn bevat vooral vragen van de verdediging aan de officier van justitie om uitleg over onder meer de JIT-overeenkomst formuleringen daarin, de gebruikte onderzoekstechnieken en veiliggestelde data. Omdat de vragen aan de officier van justitie gericht zijn, ziet de rechtbank in beginsel geen wensen die een beslissing vergen. Mocht dat toch de bedoeling zijn geweest, dan constateert de rechtbank dat de gestelde vragen kennelijk gericht zijn op onderzoek naar de rechtmatigheid van het binnen het JIT uitgevoerde onderzoek. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor al is overwogen over het vertrouwensbeginsel is een beslissing hierover niet aan de Nederlandse rechter. De rechtbank wijst zulks – als dat al de bedoeling was van de verdediging – dus af. Verzoek om het horen van getuigen De rechtbank zal het verzoek tot het horen van de getuige [naam 1] in het belang van de verdediging toewijzen en daartoe de zaak naar de rechter-commissaris verwijzen. De rechtbank wijst het verzoek tot het horen van de TCI-informant af. Dergelijke anonieme informatie is op grond van art. 344a Sv in beginsel niet bruikbaar als bewijs en de rechtbank is van oordeel dat op dit moment het algemeen belang van een effectieve opsporing, zwaarder weegt dan het individuele belang van verdachte bij het horen van deze getuige. De rechtbank wijst ook het verzoek tot het horen van de overige personen af. Hoewel deels medeverdachten en personen die in het dossier voorkomen, hebben ze geen – de verdachte belastende – verklaring afgelegd en acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd waarom het desondanks in het belang van de verdediging is deze personen als getuige te horen. Completering De rechtbank heeft in de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 2] (03.269702.21) het verzoek tot het voegen van de JIT-overeenkomst aangaande het onderzoek SkyECC toegewezen. De rechtbank zal dat ook in deze zaak bepalen. 6De beslissing De rechtbank: - geeft opdracht aan de officier van justitie om binnen twee maanden na heden aan het dossier toe te voegen: de JIT-overeenkomst aangaande het onderzoek Encrochat, met dien verstande dat (persoons)gegevens in deze overeenkomst die in verband met opsporings- en/of veiligheidsbelangen in het kader van enig (ander) strafrechtelijk onderzoek dan wel enig staatsgeheim niet kunnen worden bekendgemaakt, onleesbaar dienen te worden gemaakt; de JIT-overeenkomst aangaande het onderzoek SkyECC, met dien verstande dat (persoons)gegevens in deze overeenkomst die in verband met opsporings- en/of veiligheidsbelangen in het kader van enig (ander) strafrechtelijk onderzoek dan wel enig staatsgeheim niet kunnen worden bekendgemaakt, onleesbaar dienen te worden gemaakt; stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde als getuige te horen: [naam 1] , geboren op [geboortedatum] 1960 (pg. [paginanummer 1] ), destijds domicilie gekozen aan het politiebureau te Maastricht, kennelijk zakelijk adres te [postcode] Sint Anthonis, [adres 4] (pg. [paginanummer 2] ); - wijst de overige onderzoekwensen, voor zover daaraan vanwege het OM nog niet voldoende aan is tegemoet gekomen, af; - beveelt de oproeping van de verdachte tegen de datum en het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat en verstaat dat de raadslieden afschrift van de oproeping van de verdachte zal ontvangen. Deze tussenbeslissing is op 16 augustus 2023 genomen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. H.E.G. Peters en mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten, griffier, en schriftelijke verstrekt aan de officier van justitie en de verdediging. Buiten staat Mr. H.E.G Peters en mr. L. Feuth zijn niet in de gelegenheid deze tussenbeslissing mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De onderzoekwensen (1e termijn) Encrochat 1. Toevoeging van de JIT-overeenkomst inzake 26Lemont, zoals deze al werd ingezien door de raadsman, als processtuk in dit dossier. 2. De verdediging wenst antwoord op de vragen over de gemaakte afspraken ter zake het vergaren en delen van informatie en bewijs, binnen en buiten het JIT, te weten: a. Antwoord op de vraag of er binnen het gemeenschappelijk onderzoeksteam inzake EncroChat "specifieke procedures" zijn overeengekomen voor het vergaren van informatie en bewijsmateriaal, zoals werd afgesproken in de JIT-overeenkomst. b. En, zo ja, dan uiteraard antwoord op de vraag welke "specifieke procedures" dat zijn geweest en op welke wijze Nederland daar (telkens) aan heeft voldaan. c. Een overzicht ( en uitleg) van de door de leiders van het JIT vermeldde processen en procedures met betrekking tot het onderling delen van verkregen informatie/ bewijs. Daarbij wil de verdediging ook graag uitleg over de wijze waarop daar door de Nederlandse deelnemers uitvoering aan is gegeven binnen het JIT. 3. het horen van de rechter-commissaris als getuige over (onder meer) welke informatie hem bekend was toen bij besliste om te machtigen, alsmede op welke wijze die informatie met hem was gedeeld en over de wijze waarop hij tot het formuleren van (met name de eerste twee van
- de)voorwaarden is gekomen en wat daarvan de achterliggende bedoeling was. 4. Informatie over Nederlandse juridische voorbereiding richting [provider] , te weten: a. Het antwoord op de vraag op welke gegevens de Nederlandse delegatie tijdens het overleg op 22 januari 2020 doelde met de opmerking: " [provider] user data requested”? b. Het antwoord op de vraag welke instantie op basis van welke bevoegdheid die data heeft gevorderd c.q. verzocht? 5. Getuigenverhoren inzak de ontwikkeling van de techniek, te weten: a. de medewerker(
- s)van [bedrijf] horen over hun werkzaamheden in het kader van dit onderzoek. Wanneer begonnen zij aan dat technische (voor)onderzoek, wat was de aanleiding daarvoor, wat hebben zijn gedaan, welke bevoegdheden hebben ze daarbij ingezet, met wie hebben ze samengewerkt en met wie hebben zij hun bevindingen (wellicht over en weer) gedeeld. SkyECC 6. Vragen over het Nederlands onderzoek aan de servers waarop de data zijn veiliggesteld, te weten: a. Een opdracht aan het OM tot het (laten) opmaken van een proces-verbaal van bevindingen waaruit blijkt wie de servers in Nederland heeft onderzocht, of daar Franse opsporingsambtenaren aanwezig waren, welke werkzaamheden daarbij zijn uitgevoerd, wat de resultaten daarvan waren en wat er vervolgens met die resultaten is gebeurd. 7. Antwoord op vragen van de gemaakte afspraken terzake het vergaren en delen van informatie en bewijs, binnen en buiten het JIT, te weten: b. Antwoord op de vraag of er binnen het Sky-JIT "specifieke procedures" zijn overeengekomen voor het vergaren van informatie en bewijsmateriaal, zoals werd afgesproken. c. En, zo ja, dan uiteraard antwoord op de vraag welke "specifieke procedures" dat zijn geweest en op welke wijze Nederland daar (telkens) aan heeft voldaan. d. Een overzicht ( en uitleg) van de door de OOT-leiders vermeldde processen en procedures met betrekking tot het onderling delen van verkregen informatie / bewijs, alsmede uitleg op welke wijze daar door de Nederlandse deelnemers uitvoering aan is gegeven. 8. Het horen van THTC-rechercheur [nummer 1] , over de aanleiding voor een gesprek met mensen die bij de hostingprovider [naam 2] werken, het doel ervan, waar dat werd gehouden, hoe hij daarbij betrokken is geraakt en in het kader van welk onderzoek hij daar deelnam. 9. Toevoegen van het Franse meldingsformulier conform Richtlijn 2014/41/EU, in het bijzonder: Antwoord op de vraag of Frankrijk het binnendringen op de toestellen op Nederlands grondgebied en het intercepteren van hun communicatie heeft gemeld overeenkomstig Richtlijn 2014/41/EU. Dus niet of het is medegedeeld in besprekingen, maar of Frankrijk formeel het betreffende formulier heeft ingediend. Zo ja, dan ontvangt de verdediging daarvan graag een afschrift ter controle van de rechtmatigheid. Een en ander in het kader van het inhoudelijke verweer dat gevoerd zal gaan worden. 10. Toevoegen BOB-stukken rondom het onderzoek serverdata, in het bijzonder: a. Toevoeging van het bevel 126ug lid 2 Sv zoals door de officier van justitie moet zijn opgemaakt naar aanleiding van de machtiging, alsmede diens aanvraag machtiging aan de rechter-commissaris ( en eventuele schriftelijke toelichting). 11. Toevoegen van alle processen-verbaal die (direct dan wel indirect) zijn opgemaakt naar aanleiding van het onderzoek aan de serverdata. 12. Toevoegen aanvraagstukken en bevel vordering toekomstige gegevens, in het bijzonder: a. Een proces-verbaal met uitleg wat er met de eerste kopie (ex 126ug lid 2 Sv) is gedaan, welke data daarop zijn aangetroffen en wat men daarmee heeft gedaan in het verdere onderzoek; voorts uitleg over welke gegevens er middels de (telkens) vierwekelijks ontvangen kopieën van de server werden verkregen en wat daarmee verder is gedaan. 13. Toevoeging van het proces-verbaal van aanvraag 126u Sv (APN-data) inzake 13Werl, alsmede het daarop afgegeven bevel. 14. Toevoeging van het proces-verbaal c.q. het schrijven waaruit de argumentatie van het Nederlandse verzoek om verlenging van de IP-tap blijkt, dan wel het alsnog laten opmaken van een proces-verbaal met uitleg daarover. Algemeen 15. Verstrekking van de complete datasets van de drie diensten, in het bijzonder: het OM opdraagt om de volledige datasets zoals die ten aanzien van cliënt zijn onderschept met betrekking tot EncroChat ( [e-mailadres 2] ), SkyECC ( [accountnaam 2] en [accountnaam 3] ) en Anom ( [accountnaam 1] ) aan de verdediging te verstrekken, alsmede om de volledige datasets van de personen waarmee de betreffende accounts op enig moment beweerdelijk contact hebben gehad ter inzage beschikbaar te geven. Anom 16. Horen van de verbalisanten die cliënt identificeerden als ‘ [accountnaam 1] ’, te weten: [naam 3] , hoofdagent werkzaam bij de Eenheid Limburg, [naam 4] , [cijfer] hoofdagent werkzaam bij de Eenheid Limburg en [naam 5] , brigadier werkzaam bij de Eenheid Limburg. 17. Voegen van bronstukken van onderzoek Lelie / TOL96, te weten: Toevoeging van het onderliggende kluisproces-verbaal uit onderzoek 26Eagles, nu dat het enige document is op grond waarvan men cliënt is gaan verdenken. Het afschermbelang ter zake bestaat niet meer, nu het onderzoek landelijk bekend is. De verdediging wenst voorts alle stukken omtrent dat betreffende onderzoek TOL96, inclusief het onderzoek in de woning en de aanvraag ervan, verstrekt te krijgen. 18. Horen van de verbalisanten die direct betrokken waren bij het afschermtraject op 31 mei 2021, te weten: de politieambtenaar uit onderzoek 26Eagles die op 31 mei 2021 informatie heeft gedeeld zonder deze in een kluisprocesverbaal vast te leggen; de opsteller van het afschermproces-verbaal over de reden van verstrekking van het proces-verbaal zonder dat het daarvoor noodzakelijke controledocument voorhanden was. 19. Horen van de verbalisant die PV opstelt om data ‘famoushbusch’ te mogen analyseren, te weten verbalisant [nummer 2] van de Landelijke Eenheid, om hem te kunnen bevragen over de reden waarom die gebruikersnaam is gevoegd terwijl daarvoor geen enkel concreet stuk informatie is opgevoerd 20. Verstrekking van alle processtukken uit het onderzoek 26Eagles. Het is duidelijk dat cliënt in het kader van dat onderzoek verdachte is geworden. Dat men dit dan uitzet onder allerhande andere naambordjes (TOL96, Lelie, TOL84) betekent niet dat daardoor alle onderzoek op basis waarvan hij verdachte werd, niet meer relevant zou zijn. Nu de rechtmatigheid van de bewijsverkrijging nadrukkelijk wordt betwist, dient het procesdossier aangevuld te worden met de processtukken uit dat onderzoek 26Eagles. 21. Voegen van bewijsstukken van de toestemming van de RC ter zake het gebruik van data uit onderzoek 26Eagles jegens cliënt in de genoemde onderzoek, in het bijzonder de processen-verbaal (dan wel e-mails) die aan de RC zijn voorgelegd, alsmede de daarop verleende goedkeuring ter zake respectievelijk TOL96, onderzoek Lelie en TOL84. Voor zover een en ander niet reeds op schriftelijk is vastgelegd, verzoek de verdediging om het OM op te dragen deze vraagpunten in een daartoe op te maken proces-verbaal te beantwoorden. 22. Het horen van de criminele burgerinfiltrant als getuige over de wijze waarop hij 'zijn' toestellen aan de man bracht, met wie hij daarover contact had, wat daarbij werd besproken enzovoorts. De toestellen zijn tenslotte ook in Nederland aangetroffen. Hoe ze hier zijn gekomen, weten we niet. We weten echter wel zeker dat het gaat om toestellen die de FBI heeft laten uitgeven. Het kan dus niet anders dan dat er een rol voor de criminele burgerinfiltrant was weggelegd. In dat verband ook het horen van diens begeleider(
- s)om van hen te vernemen wat de FBI heeft ondernomen om te voorkomen dat sprake zou gaan zijn van uitlokking onder de verkopers van de toestellen en in welke landen zijn actief zijn geweest in dat kader en op welke wijze. 23. Antwoord op de vragen: Waarom heeft Amerika een derde land ingeschakeld? Wie heeft de bevoegdheid ingezet? Met goedkeuring van wie? Welke bewerkingen hebben de data ondergaan, welke verplaatsingen van data zijn er geweest en waaruit blijkt dat de integriteit, betrouwbaarheid en volledigheid daarna (telkens) nog intact was? Getuigen 24. De medeverdachten: [medeverdachte 2] (p. 160), [medeverdachte 4] (p. 291), [medeverdachte 3] (p. 229), [naam 6] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 7] (p. 389), [naam 7] , [medeverdachte 6] (p. 359), [naam 8] (p. 452) en, [naam 9] (p. 670), 25. alsmede: de (nog) niet aangehouden verdachten; de getuige [naam 1] (pg. [paginanummer 2] ); de persoon met de naam [naam 10] (pg. [paginanummer 2] ); [naam 11] (pg. 2392); de informant (pg. 2392); [naam 12] . BIJLAGE II: De aanvullende onderzoekwensen (2e termijn; nummering door rechtbank) De verdediging wenst antwoord van het OM op de volgende vragen: a. Wat wordt in de JIT-overeenkomst bedoeld met het overgaan tot technische exploitatie en wat hebben beide landen in dat kader gedaan? Welke speciale onderzoekstechnieken zijn er door het JIT ingezet? Wanneer, door wie en onder wiens gezag c.q. op wiens bevel? Wat moest er nog ontcijferd worden binnen het JIT? En wie heeft dat op welke wijze gedaan? Waarom is in de JIT-overeenkomst als te onderzoeken strafbaar feit artikel 10.1 Telecommunicatiewet opgenomen en waarom is artikel 140 Sr niet als te onderzoeken strafbaar feit opgevoerd in de JIT-overeenkomst? Welke data is er op de toestellen veiliggesteld? In hoeverre was die data nodig om de inhoudelijke berichten te kunnen lezen? Kamerstukken 2001/02, 28351, nr. 3, p. 8. vgl. HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.2.2. vgl. HR 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:913, r.o. 6.19 en 6.23.1-6.23.4.