vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/302405 / HA ZA 22/99 Vonnis van 30 augustus 2023 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] ,eisende partij,advocaat mr. D.C.W.J. Verstraten, tegen GEMEENTE HEERLEN te Heerlen,gedaagde partij, advocaat mr. L.H.J. Somers. Partijen zullen hierna [eiser] en de Gemeente worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 31 augustus 2022, de conclusie van antwoord met producties 1 en 2, de e-mail van mr. Dexters aan de rechtbank van 2 september 2022, de akte overlegging producties van de Gemeente met producties 3A tot en met 3F, het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 22 maart 2023, de spreekaantekeningen van mr. Verstraten, de spreekaantekeningen van mrs. Somers en Ramakers. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] is eigenaar van het perceel kadastraal bekend gemeente [kadasternummer] (hierna: perceel [kadasternummer] ). Op perceel [kadasternummer] staat de woning van [eiser] met het adres [adres] [woonplaats] . 2.2. De woning op perceel [kadasternummer] maakt deel uit van een rij van zes aan elkaar vast gebouwde woningen aan de [straatnaam] (hierna: bouwblok 1).De tot bouwblok 1 behorende woningen zijn in 1962 op eigen grond gebouwd door projectontwikkelaar Vascomij B.V. (hierna: Vascomij). Vascomij heeft de woningen daarna enkele tientallen jaren lang verhuurd. In de jaren ’90 is Vascomij overgegaan tot verkoop en levering van de afzonderlijke woningen aan (de rechtsvoorgangers van) de huidige eigenaren.De woning op perceel [kadasternummer] is in juli 1993 door Vascomij verkocht en geleverd aan [naam 1] , die de woning in januari 2005 heeft verkocht en geleverd aan [naam 2] . Deze laatste heeft de woning in juli 2007 verkocht en geleverd aan [eiser] . Vascomij was ook eigenaar van de openbare wegen, voetpaden en groenvoorzieningen rondom bouwblok 1, waaronder de [straatnaam] . Deze eigendom is in 1969 overgegaan op de Gemeente. 2.3. Ten behoeve van de afvoer van het rioolwater c.a. van de tot bouwblok 1 behorende woningen, en van de woningen in het naastgelegen bouwblok [straatnaam] (hierna: bouwblok 2), is bij de bouw ervan voorzien in de aanleg van twee lange rioolafvoerbuizen, parallel aan de voorgevels, in de voortuinen van de woningen, de ene rioolafvoerbuis voor de woningen in bouwblok 1 en de andere voor de woningen in bouwblok 2. Op deze beide rioolafvoerbuizen zijn de rioolafvoeren van de afzonderlijke woningen aangesloten. De beide rioolafvoerbuizen monden uit in een blinde verzamelput op perceel [kadasternummer] (dat zich ongeveer in het midden bevindt). Vanuit deze verzamelput loopt een rioolafvoerbuis naar de naastgelegen controleput die deel uitmaakt van het rioolstelsel van de Gemeente in de ondergrond van de [straatnaam] . 2.4. In de in juli 1993 tussen Vascomij als verkoper en [naam 1] als koper opgemaakte en ingeschreven leveringsakte is, onder meer, de volgende erfdienstbaarheid opgenomen en daarmee gevestigd:‘Artikel 10 Vestiging erfdienstbaarhedenVoor zover niet reeds eerder gevestigd worden bij deze gevestigd ten behoeve en ten laste van het verkochte als heersend en dienend erf en ten laste en ten behoeve van de woningen welke met het verkochte één bouwblok uitmaken en thans nog eigendom zijn van de verkoper, als dienende en heersende erven, (…) de erfdienstbaarheid van(…)4. gootrecht (riolering), inhoudende de verplichting van de eigenaar van het dienend erf om via het dienend erf schoon water van daken, goten, leidingen en putten en vuil water (daaronder begrepen faecaliën), door rioolbuizen (…) te laten wegvloeien;’. 2.5. In april 2021 heeft [eiser] geconstateerd dat sprake was van een breuk in het riool in zijn perceel [kadasternummer] . [eiser] heeft zich op het standpunt gesteld dat de Gemeente verantwoordelijk is voor het riool in de voortuinen van de woningen [straatnaam] , en in zijn voortuin in het bijzonder, en heeft de Gemeente verzocht het geconstateerde gebrek op haar kosten te verhelpen.De Gemeente heeft zich, in reactie hierop, op het standpunt gesteld dat zij niet verantwoordelijk is voor het - volgens haar - particuliere riool in de genoemde voortuinen, waaronder het riool in perceel [kadasternummer] van [eiser] . 2.6. [eiser] heeft daarna opdracht gegeven aan [naam bv] (hierna: [naam bv] ) om het riool in zijn perceel en in de belendende percelen te inspecteren. De inspectie heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2021. [naam bv] heeft daarna als volgt geconcludeerd:‘Op locatie treffen we aan de voorgevel een vrij gegraven en deels onderbroken betonnen riolering aan. Vanuit dit punt hebben we de riolering zowel aankomend alsook afvoerend geïnspecteerd. Tijdens deze inspectie constateren wij een verouderd en vervuild beton riool. Dit riool bevat meerdere verplaatste verbindingen en ter hoogte van iedere woning een verouderde blinde put met de aansluiting vanuit de woning. Dit riool loop parallel aan de voorgevels van de twee woningblokken [nummer 1] t/m [nummer 2] [vermoedelijk wordt bedoeld [nummer 1] t/m [nummer 2] , rechtbank]. In de voortuin van huisnummer [adres] treffen we tijdens de inspectie een blinde put aan waar de twee verzamelrioleringen aansluiten en gezamenlijk middels 1 riool afvoeren richting de controleput in het wegdek. Als laatste hebben we ook de riolering vanuit de controleput in het wegdek tot in de blinde put in de voortuin van huisnummer [adres] geïnspecteerd. Ook hierbij treffen wij een verouderd beton riool met waterstanden en vervuiling’. De aanbeveling van [naam bv] luidt:‘Wij adviseren om het gehele geïnspecteerde riool voor de woningen langs (in de voortuinen) te vervangen inclusief de aansluiting richting gemeente grond.’. 2.7. [eiser] en de Gemeente zijn ook na - en op basis van - de inspectie door [naam bv] niet tot overeenstemming gekomen.[eiser] heeft de breuk in het riool in perceel [kadasternummer] voor eigen kosten laten repareren. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert, naar de rechtbank begrijpt, samengevat en voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:primair: I. te verklaren voor recht dat de Gemeente verantwoordelijk is voor het beheer van het parallelriool op perceel [kadasternummer] ; II. de Gemeente, op straffe van verbeurte van een dwangsom, te veroordelen om het gehele parallelriool, dat parallel loopt aan de woningblokken aan de [straatnaam] met nummers [nummer 1] tot en met [nummer 2] , te vervangen, zulks binnen 30 dagen na betekening van het vonnis; III. de Gemeente, op straffe van verbeurte van een dwangsom, te veroordelen om datzelfde parallelriool te verleggen naar grond van de Gemeente, zulks binnen 30 dagen na betekening van het vonnis;subsidiair: I. te verklaren voor recht dat de Gemeente verantwoordelijk is voor het beheer van het parallelriool op perceel [kadasternummer] ; II. de Gemeente, op straffe van verbeurte van een dwangsom, te veroordelen om het parallelriool op perceel [kadasternummer] te vervangen, zulks binnen 30 dagen na betekening van het vonnis;met veroordeling van de Gemeente in de proceskosten met rente. 3.2. De Gemeente voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. In verband met het procesverloop verdient vermelding dat, na het uitbrengen van de dagvaarding en de inschrijving van de zaak op de rol, mr. Dexter, als voorganger vanmr. Somers, zich tijdig heeft gesteld als advocaat van de Gemeente. Vervolgens heeft de Gemeente ook tijdig geantwoord, maar dat antwoord is niet geregistreerd op de rol en is ook fysiek enige tijd verborgen gebleven. Daarop heeft de rechtbank het tussenvonnis van31 augustus 2022 gewezen, waarbij zij de zaak heeft verwezen naar de rol voor het inplannen van een mondelinge behandeling ter bespreking van de processuele situatie die, naar zij op dat moment veronderstelde, was ontstaan (een zaak op tegenspraak waarin gedaagde niet heeft geantwoord en waarin eiser vervolgens vonnis heeft gevraagd). (Pas) naar aanleiding van dit vonnis is zijdens de Gemeente bericht dat zij in een eerder stadium wel degelijk had geantwoord. Vervolgens is dat antwoord ook ‘teruggevonden’. De Gemeente heeft daarna nog nadere producties in het geding gebracht, waarna op 22 maart 2023 alsnog een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, niet ter bespreking van enige processuele situatie, maar ter inhoudelijke bespreking van de zaak. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat de primaire vorderingen onder II en III niet kunnen worden toegewezen. Zij hebben mede betrekking op (de rioolleidingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.