vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/332897 / HA ZA 24-325 Vonnis in incident van 20 november 2024 in de zaak van 1 [eiser sub 1] ,
- [eiseres sub 2] , beiden wonend te [woonplaats 1] ,
- [eiser sub 3],
- [eiseres sub 4], beiden wonend te [woonplaats 2] , eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak, verweerders in het incident, advocaat mr. H.C. Lejeune, tegen
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PANTELIS GROUP B.V., gevestigd te Maastricht, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. M. Delnoy-Garske,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOTEL MERICI SITTARD B.V., gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, gedaagde in conventie, eiseres in het incident, advocaat mr. M.M.M. Rooijen. Partijen zullen hierna [eisers] , Pantelis en Merici genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis in het incident van 30 oktober 2024 de akte uitlating voorgenomen verwijzing van [eisers] de akte uitlating ambtshalve verwijzing van Pantelis. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De beoordeling in het incident 2.
- In het tussenvonnis van 30 oktober 2024 heeft de rechtbank overwogen dat de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring toewijsbaar is en dat de zaak in vrijwaring naar haar voorlopig oordeel een vordering betreft die ongeacht het beloop of de waarde daarvan op grond van art. 93 onder c Rv door de kantonrechter moet worden behandeld. Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de rechtbank om de hoofdzaak en de vrijwaringszaak te verwijzen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. De rechtbank blijft bij haar oordeel dat de hoofdzaak en de zaak in vrijwaring moeten worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. Beide zaken zullen met overeenkomstige toepassing van art. 71 Rv naar die kamer worden verwezen. 2.
- Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3De beslissing De rechtbank in het incident 3.
- staat toe dat Pantelis Group B.V. door Merici wordt gedagvaard tegen de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Maastricht, op woensdag 18 december 2024 om 10.00 uur, 3.
- compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, in de hoofdzaak in conventie en in reconventie 3.
- verwijst de hoofdzaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Maastricht, op woensdag 4 december 2024 om 10.00 uur voor conclusie van antwoord in reconventie, 3.
- wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen, 3.
- wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge art. 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort. Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken. type: AH