RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/331943 / HA ZA 24-284 Vonnis bij vervroeging van 18 december 2024 in de zaak van de rechtspersoon naar Azerbeidzjaans recht BALKHOORMA LLC, gevestigd en kantoorhoudend te Baku City (Azerbeidzjan), eiseres in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten, advocaat mr. R. van den Berg Jeths tegen 1 [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 1] , wonend te [woonplaats 1] , gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident, advocaat mr. B. van Duijn,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 2] , gevestigd te [vestigingsplaats 1] , kantoorhoudend te [plaats] , gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. B. van Duijn,
- [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 3], wonend te [woonplaats 2] , gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident, advocaat mr. F.W. Amendt,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 4] , gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats 2] , gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. F.W. Amendt. Partijen worden hierna Balkhoorma, [gedaagden sub 1 en 2] en [gedaagden sub 3 en 4] genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het incidenteel vonnis van 16 oktober 2024, - het B4-formulier van 12 november 2024 waarbij Balkhoorma heeft verzocht om uitstel voor zowel het stellen van zekerheid als het nemen van de akte omtrent de gestelde zekerheid wegens klemmende redenen, - het B11-formulier van 12 november 2024 waarbij [gedaagden sub 1 en 2] hebben gereageerd op het uitstelverzoek, - het B16-formulier van 13 november 2024 waarbij [gedaagden sub 3 en 4] hebben gereageerd op het uitstelverzoek, - het e-mailbericht van de griffier van 19 november 2024 aan alle partijen, waarin is bepaald dat het verzoek om uitstel wordt afgewezen en de rechter geen reden ziet om terug te komen op de beslissing in het vonnis in incident van 16 oktober 2024, - de aktes uitlating zekerheidsstelling van zowel [gedaagden sub 1 en 2] als [gedaagden sub 3 en 4] genomen op de rol van 27 november 2024, - Balkhoorma heeft verzuimd (tijdig) de akte uitlating zekerheidstelling te nemen, zodat het recht daartoe is vervallen. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Bij vonnis in het incident van 16 oktober 2024 heeft de rechtbank Balkhoorma veroordeeld uiterlijk op 13 november 2024 zekerheid te stellen tot een bedrag van € 30.747,00 zowel ten gunste van [gedaagden sub 1 en 2] als ten gunste van [gedaagden sub 3 en 4] voor een eventuele proceskostenveroordeling in de hoofdzaak. 2.
- Zowel [gedaagden sub 1 en 2] als [gedaagden sub 3 en 4] hebben onweersproken aangevoerd dat Balkhoorma geen zekerheid heeft gesteld. 2.
- Het niet-voldoen aan een veroordeling tot zekerheidsstelling leidt ingevolge artikel 616 lid 3 onder a Rv tot niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak van de partij die zekerheid diende te stellen. Balkhoorma zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering in de hoofdzaak. Proceskosten 2.
- Gelet op de uitkomst van de procedure zal Balkhoorma in de kosten van deze procedure, de kosten van de verzoekschriftprocedure tot het houden van voorlopige getuigenverhoren (zaak 264312 HARK 19-108), en in de nakosten van deze procedure worden veroordeeld. 2.
- De kosten advocaat van [gedaagden sub 1 en 2] en van [gedaagden sub 3 en 4] samen in de fase van de behandeling van de verzoekschriftprocedure waarin zij bijgestaan werden door dezelfde advocaat, bedragen 2,5 punten (verweerschrift, mondelinge behandeling en voorzetting mondelinge behandeling) x € 3.502,00 = € 8.755,
- 2.
- Vanaf het moment dat de getuigen gehoord zijn, hadden [gedaagden sub 1 en 2] en [gedaagden sub 3 en 4] ieder een eigen advocaat. Er zijn vijf zittingen gepland voor het horen van getuigen op verzoek van Balkhoorma. 2.
- [gedaagden sub 1 en 2] hebben alle zittingen bijgewoond. Hun kosten voor het bijwonen van de getuigenverhoren van de andere partij worden begroot op 2,5 punten (5 x ½ punt) x € 3.502,00 = € 8.755,
- Vermeerderd met het in de verzoekschriftprocedure (€ 297,00 : 2 = € 148,50) en in de hoofdzaak betaalde griffierecht (€ 2.626,00 - € 148,50 = € 2.477,50) van in totaal € 2.626,00 en de nakosten van € 178,00 bedragen de overige proceskosten van [gedaagden sub 1 en 2] dus € 11.559,
- 2.
- [gedaagden sub 3 en 4] hebben vier keer de getuigenverhoren bijgewoond (een keer afwezig in verband met ziekte). Hun kosten voor het bijwonen van de getuigenverhoren van de andere partij worden begroot op 2 punten (4 x ½ punt) x € 3.502,00 = € 7.004,
- Vermeerderd met het in de verzoekschriftprocedure (€ 297,00 : 2 = € 148,50) en in hoofdzaak betaalde griffierecht (€ 2.626,00 - € 148,50 = € 2.477,50) van in totaal € 2.626,00 en de nakosten van € 178,00 bedragen de overige proceskosten van [gedaagden sub 3 en 4] dus € 9.808,
- 3De beslissing De rechtbank 3.
- verklaart Balkhoorma niet-ontvankelijk in haar vordering, 3.
- veroordeelt Balkhoorma in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden sub 1 en 2] en [gedaagden sub 3 en 4] samen van € 8.755,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 3.
- veroordeelt Balkhoorma in de proceskosten aan zijde van [gedaagden sub 1 en 2] van € 11.559,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Balkhoorma niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
- veroordeelt Balkhoorma in de proceskosten aan zijde van [gedaagden sub 3 en 4] van € 9.808,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Balkhoorma niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend. Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken. AH