← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2024:10323

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Familie en jeugd Datum uitspraak: 2 september 2024 Zaaknummer: C/03/325255 / FA RK 23-4679 De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven inzake: [verzoekster] , verzoekster, wonend te [woonplaats] , advocaat mr. E.P.J. Appelman, kantoorhoudend te Alkmaar. Als belanghebbende is aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, verder te noemen: de ambtenaar. 1Verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met bijlagen, ingediend op 12 december 2023; de brief van de ambtenaar van 9 januari 2024, ontvangen op 11 januari 2024; het F9-formulier met bijlagen van verzoekster van 24 april 2024; het F9-formulier met bijlage van verzoekster van 25 april 2024; het F9-formulier met bijlage van verzoekster van 30 april 2024; het F9-formulier van verzoekster van 14 mei

  1. 2De feiten 2.
  2. Op [geboortedatum] 1990 is verzoekster in [geboorteplaats] , Iran, geboren. De geboorteakte van verzoekster is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van Teheran in het jaar 1990 onder nummer A/43
  3. 2.
  4. De geboorteakte is niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage . 2.
  5. Bij Koninklijk Besluit van 16 februari 2024 is aan verzoekster het Nederlanderschap verleend. 3Het verzoek Verzoekster heeft verzocht, om zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: de voornamen van verzoekster te wijzigen, in die zin dat de voornaam ‘ [voornaam 1] ’ wordt geschrapt, zodat haar voornaam zal luiden ‘ [voornaam 2] ’; (voorwaardelijk) de geboortegegevens van verzoekster vast te stellen, voor zover de Iraanse geboorteakte van verzoekster niet vatbaar is voor inschrijving in het register van de burgerlijke stand van Den Haag. 4De beoordeling De rechtsmacht en het toepasselijk recht 4.
  6. De onderhavige zaak heeft een internationaal karakter. De rechtbank dient daarom eerst te beoordelen of aan de Nederlandse rechter bevoegdheid toekomt. Aangezien verzoekster in Nederland woonplaats heeft, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rechtsmacht. Op grond van artikel 10:20 eerste volzin van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht. De voornaamswijziging 4.
  7. Artikel 1:4 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (verder te noemen: BW) geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon de wijziging te gelasten van zijn voornamen. Daarvoor dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. Verder moet het verzoek worden getoetst aan artikel 1:4 lid 2 BW en moet worden beoordeeld of de gewenste voornamen niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn. De rechtbank is van oordeel dat verzoekster door haar in het verzoekschrift, met bijlage, gegeven toelichting, op overtuigende wijze naar voren heeft gebracht dat zij een zwaarwichtig belang heeft bij de door haar verzochte wijziging van de voornamen. Niet gebleken is van beletselen als bedoeld in artikel 1:4 lid 2 BW tegen de gewenste voornaam ‘ [voornaam 2] ’. Het verzoek tot wijziging van de voornamen van verzoekster zal daarom worden toegewezen, in die zin dat de voornamen ‘ [voornaam 1] [voornaam 2] ’ worden gewijzigd in de voornaam ‘ [voornaam 2] ’. De inschrijving van de geboorteakte 4.
  8. Ingevolge artikel 1:4 lid 4 BW geschiedt de wijziging van de voornaam doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. Daarbij geldt dat in geval van wijziging van de voornamen van een buiten Nederland geboren persoon de rechtbank die de beschikking geeft, voor zoveel nodig ambtshalve een last tot inschrijving van de akte van geboorte geeft. Vaststaat dat de geboorteakte van de verzoekster niet in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand voorkomt. De ambtenaar heeft, nadat werd kennisgenomen van het door verzoekster overgelegde afschrift van haar Iraanse geboorteakte, bij brief van 9 januari 2024 aangegeven geen bezwaar te hebben tegen een last tot inschrijving van die geboorteakte in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. Verzoekster heeft bij genoemd F9-formulier van 14 mei 2024 aangegeven geen opmerkingen te hebben op voormelde brief van de ambtenaar en zich gerefereerd. De rechtbank begrijpt hieruit dat verzoekster wenst dat de geboorteakte wordt ingeschreven. Mede gelet op het standpunt van de ambtenaar, is de rechtbank van oordeel dat de door verzoekster bij het verzoek overgelegde en gelegaliseerde buitenlandse geboorteakte vatbaar is voor inschrijving in het register van geboorten van de gemeente 's-Gravenhage, zodat de rechtbank op de voet van artikel 1:4 lid 4 BW de inschrijving van die akte zal gelasten. Daarbij dient tevens de latere vermelding betreffende de voornaamswijziging te worden gevoegd. De rechtbank zal bepalen dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan zal doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, zulks onder bijvoeging van voornoemde Iraanse geboorteakte van verzoekster, dit in verband met het inschrijven van die geboorteakte en de toevoeging aan die geboorteakte van de door de rechtbank gelaste voornaamswijziging van verzoekster. 5De beslissing De rechtbank: 5.
  9. gelast de wijziging van de voornamen van [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1990, [geboorteplaats] (Iran) aldus dat haar voornaam zal zijn: “ [voornaam 2] ”. 5.
  10. gelast de inschrijving van de bij het verzoek overgelegde Iraanse geboorteakte van verzoekster in het daartoe bestemde register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage; 5.
  11. wijst af het meer of anders verzochte; 5.
  12. bepaalt dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, zulks onder bijvoeging van voornoemde Iraanse geboorteakte van verzoekster, dit in verband met het inschrijven van die geboorteakte en de toevoeging aan die geboorteakte van de latere vermelding betreffende de voornaamswijziging van verzoekster. Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Salemans-Wijnen, rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. B.C. Groen-Witvliet, griffier op 2 september 2024.BGW Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.