RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 10703243 \ CV EXPL 23-3947 Vonnis van 6 maart 2024 in de zaak van de stichting STICHTING ZUYDERLAND MEDISCH CENTRUM, gevestigd te Heerlen, eisende partij, hierna te noemen: Zuyderland, gemachtigde: E.P.H. Latten, tegen [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de beslissing van 22 november 2023, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, de mondelinge behandeling van 19 januari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
- Zuyderland vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.690,66, bestaande uit € 1.391,34 aan onbetaald gelaten facturen, € 46,79 aan vervallen wettelijke rente en € 252,53 aan buitengerechtelijke kosten inclusief btw, vermeerderd met rente en kosten. 2.
- Zuyderland legt aan haar vordering ten grondslag dat zij met [gedaagde] een geneeskundige behandelingsovereenkomst heeft gesloten en op grond daarvan [gedaagde] medisch heeft behandeld. Ondanks herhaalde aanmaningen is [gedaagde] met de nakoming van zijn betalingsverplichtingen in gebreke gebleven. 2.
- [gedaagde] heeft verweer gevoerd. [gedaagde] was via zijn huisarts naar Zuyderland doorverwezen. Hoewel hij het niet eens was, wilde hij de rekening netjes afhandelen. Helaas was het voor hem niet mogelijk om een betalingsregeling te treffen. 2.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 3De beoordeling 3.
- [gedaagde] is niet ter mondelinge behandeling verschenen. In zijn conclusie van antwoord is niet te lezen dat hij het niet eens is met de vordering. De vordering is onvoldoende weersproken en ligt daarom voor toewijzing gereed. 3.
- [gedaagde] heeft geen zelfstandig verweer gevoerd tegen de gevorderde vervallen wettelijke rente, zodat die - als op de wet gegrond - wordt toegewezen. Dit geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente vanaf 4 september
- 3.
- Zuyderland vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gemachtigde van Zuyderland heeft aan [gedaagde] aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 252,53 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. 3.
- Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom € 1.391,34 - vervallen wettelijke rente € 46,79 - buitengerechtelijke incassokosten € 252,53 + totaal € 1.690,66 - betalingen € 0,00 -/- Totaal € 1.690,66 3.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zuyderland worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 130,49 - griffierecht € 365,00 - salaris gemachtigde € 408,00 (2,00 punten × € 204,00) - nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.005,49 4De beslissing De kantonrechter 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan Zuyderland te betalen een bedrag van € 1.690,66, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 1.391,34, met ingang van 4 september 2023, tot de dag van volledige betaling, 4.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.005,49, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 6 maart
- type: JEC