RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer : 03.024082.23 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 maart 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1979, wonende te [adresgegevens verdachte] , gedetineerd in P.I. [naam PI] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.M. van den Dungen, advocaat kantoorhoudende te Venlo. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 maart
(2014)55-63 en van de volgende reeks waarschijnlijkheidstermen met bijbehorende likelihood ratio interval: Ongeveer even waarschijnlijk 1 Iets waarschijnlijker 1-10 Waarschijnlijker 10-100 Veel waarschijnlijker 100-10.000 Zeer veel waarschijnlijker 10.000-1.000.000 Extreem veel waarschijnlijker >1.000.000 Verbalisant [verbalisant 1] relateert - zakelijk weergegeven - als volgt: Op 6 februari 2023 werd [verdachte] aangehouden als verdachte van de diefstal met geweld op 18 januari 2023 op de parkeerplaats van het [naam parkeerplaats] te Blerick en werd zijn mobiele telefoon inbeslaggenomen. Het is mij, verbalisant, ambtshalve bekend dat het slachtoffer [slachtoffer] die bewuste dag op 18-01-2023 reed in een grijze Mercedes voorzien van het kenteken [kenteken 1] . Ik zag op de telefoon van de verdachte [verdachte] een afbeelding van de achterzijde van de Mercedes Benz voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 1] . Ik herkende op de foto’s gemaakt met het toestel van [verdachte] de locatie als zijnde winkelcentrum de [naam winkelcentrum] . Ik herkende de locatie aan de parkeervakken en de geel/groene vlakken. Ik zag dat op de telefoon van de verdachte [verdachte] meerdere foto’s stonden van het bedrijf [naam bv] aan de [adres] te Venlo. 3.3.3 Bewijsmiddelen feit 2 De aangifte van [aangever] vermeldt - zakelijk weergegeven - onder meer: Mijn kentekenplaten zijn gestolen van mijn auto. Skoda Citigo zwart, met kenteken: [kenteken 2] . Gisteren of vannacht, 20-12 / 21-12 (de rechtbank begrijpt: van het jaar 2022). Voertuig stond voor het huis of op de parkeerplaats van het werk [naam bedrijf 2] Venlo. De camerabeelden verstrekt door slagerij [naam slagerij] werden bekeken door verbalisant [verbalisant 1] . [verbalisant 1] relateert - zakelijk weergegeven - onder meer: Naar aanleiding van de aangifte van [slachtoffer] betreffende de diefstal met geweld werden door het onderzoeksteam de beelden van slagerij [naam slagerij] veiliggesteld. Dit betrof een camera welke zicht had op de plaats delict. Tijdens het veiligstellen van de betreffende camerabeelden is gebleken dat de tijdsnotatie van het systeem 13 minuten en 30 seconden voor loopt op de daadwerkelijke tijd. Cam 18/01/2023, 11:29:36 uur (11:16:06 uur): Ik zag dat links in beeld een blauwe personenauto in beeld verscheen. Dit bleek het voertuig van de latere verdachte. Cam 18/01/2023, 11:29:37 uur (11:16:07 uur): Ik zag dat de aangever nog steeds bezig was met het oversteken en dat op dat moment verdachte aan kwam rijden. De voorwielen van de personenauto zijn deels ingestuurd naar links, in de richting van de aangever. Ik zag dat de personenauto voorzien was van een trekhaak. Het kenteken was gelijkend op of is [kenteken 2] . (…) Cam 18/01/2023, 11:29:50 uur (11:16:50 uur): Ik zag dat verdachte de aangever meerdere slagen gaf met het voorwerp en vervolgens weer in de personenauto stapte. De camerabeelden verstrekt door [naam bedrijvenpark] Venlo werden bekeken door verbalisant [verbalisant 2] . [verbalisant 2] relateert - zakelijk weergegeven - onder meer: Op maandag 30 januari 2023 vertelde de aangever [slachtoffer] mij dat hij contact had opgenomen met de beveiliging op het [naam bedrijvenpark] Venlo terrein, omdat hij niet kon uitsluiten dat hij toch gevolgd was voordat de diefstal plaatsvond. De camera’s binnen het gehele camerasysteem wijken af van de daadwerkelijke tijd. De tijd van de camera’s binnen het gehele camerasysteem wijkt af in een tijdsbestek van enkele seconden tot ongeveer één minuut met de daadwerkelijke tijd. Camera Gate 2, 11:03:10 uur: De blauwe Hyundai Getz rijdt via Gate 2 het [naam bedrijvenpark] terrein op. Camera Gate 2, 11:03:16 uur: Het groene ovaal (de rechtbank begrijpt: op de naastgelegen foto) maakt de schade op de motorkap van de betreffende auto Hyundai Getz duidelijk. De rode ovaal geeft aan dat de blauwe Hyundai Getz voorzien was van de kentekenplaat [kenteken 2] . De kentekenplaten werden vermoedelijk middels tie-wraps gemonteerd. Camera 62.3 Brievenbussen, 11:03:45 uur: De blauwe Hyundai Getz draait zich bij [naam bedrijf 1] en rijdt terug naar de afslag op de [straatnaam 2] in de richting van [naam bv] Met een rode cirkel werd zichtbaar dat er ook een kentekenplaat [kenteken 2] aan de achterzijde was gemonteerd. Verder was ook duidelijk dat de auto was voorzien van een trekhaak. (…) Camera 62.2 Rondweg [straatnaam 3] , 11:05:13 uur: De Hyundai Getz rijdt weg voor de aangever [slachtoffer] . Camera 62.2 Rondweg [straatnaam 3] , 11:06:02 uur: Ongeveer 45 seconden later rijdt de aangever/slachtoffer via dezelfde weg. Camera 61.3 Gate 2, 11:06:03 uur: Deze foto is gebruikt om een herkenning op te vragen van de bestuurder van de Hyundai Getz. Verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 2] relateren zakelijk weergegeven onder meer: Bij de plaatsgevonden diefstal met geweld was betrokkenen een blauwe Hyundai Getz, voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 2] . Uit onderzoek bleek dat genoemde kentekenplaten met voornoemd kenteken thuishoren op een zwarte personenauto van het merk Skoda en dat deze waren ontvreemd op 20 december 2022 of 21 december
- Gezien de historie van [verdachte] werd door ons een onderzoek ingesteld naar de blauwe Hyundai Getz, voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 3] . Wij bekeken de kentekenplaten van de personenauto en zagen dat zowel op de voorzijde als op de achterzijde kentekenplaten waren bevestigd met daarop vermeld het kenteken [kenteken 3] . Wij zagen dat de beide kentekenplaten op meerdere plekken gedeukt en verbogen waren. Vooral bij de kentekenplaat aan de voorzijde van de personenauto zagen wij dat de kentekenplaat niet volledig bevestigd was in de kentekenplaathouder. De verdachte [verdachte] verklaart bij de politie - zakelijk weergegeven - onder meer: V: Op 19 januari 2023 werd de personenauto van je moeder, de blauwe Hyundai Getz voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 3] , aangetroffen in een parkeergarage in de binnenstad van Venlo. Er werden afbeeldingen gemaakt van de auto van je moeder. Gezien werd een witte vlek op de motorkap. (…) V: Herken je die vlek? A: Die strontvlek. Dat is ingevreten duivenstront. Die zit er al twee jaar op. Kun je ook aan mijn moeder vragen. V: Als we de camerabeelden van het [naam bedrijvenpark] vergelijken met de afbeeldingen gemaakt op 19 januari 2023 zien we toch wel een sterke overeenkomst. Namelijk de witte vlek op de motorkap. Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben - zakelijk weergegeven -gerelateerd als volgt: De aandachtvestiging bevatte 2 foto’s: Foto 1: mail herkenningsverzoek De persoon op foto 1 herken ik als: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1979, te [geboorteplaats] in Nederland. Grondslag herkenning Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden als wijkagent. Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken. De gezichtsuitdrukking van de verdachte in combinatie met zijn baard, fronsend voorhoofd en het feit dat wij verdachte recent aanhielden. Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: baard, fronsend voorhoofd, wallen onder ogen, groene jas. Ik herkende hem onmiddellijk toen ik de foto zag. Verbalisant [verbalisant 3] verklaart in een verhoor bij de rechter-commissaris zakelijk weergegeven onder meer: Ik heb [verdachte] met 100% zekerheid herkend. Ik benadruk nog een keer dat ik geen enkele herkenning opmaak als ik daar niet 100% achtersta. 3.3.4 Bewijsoverwegingen De verklaringen van de verdachte en verdediging Door de verdediging zijn bewijsverweren gevoerd en ter terechtzitting gaf de verdachte nog een alternatief scenario over zijn bezigheden op 18 januari
- Overwegingen van de rechtbank Uit de verklaring van de aangever, die bevestiging vindt in de camerabeelden en getuigenverklaringen, volgt dat de aangever op klaarlichte dag is aangereden door een persoon in een blauwe Hyundai Getz, hij vervolgens door de bestuurder is geslagen met een ijzeren staaf en is bestolen van een hoeveelheid geld. Anders dan de verdediging stelt, heeft de rechtbank geen enkele reden om te twijfelen aan de verklaring van de aangever. De verdachte heeft ontkend het tenlastegelegde te hebben gepleegd, maar dat wordt naar het oordeel van de rechtbank weerlegd door het bewijs. De rechtbank stelt vast dat de auto van de moeder van de verdachte betrokken is geweest bij het strafbare feit, omdat het om hetzelfde type auto en dezelfde kleur gaat en op de foto’s is te zien dat er op precies dezelfde plaats een lichte, witte plek op de motorkap zichtbaar is. Volgens de verdachte is dit ingebrande vogelpoep. Op 19 januari 2023 is voorts door verbalisanten schade aan de voorruit geconstateerd, die zou kunnen passen bij hetgeen op 18 januari 2023 heeft plaatsgevonden. De alternatieve verklaringen die de verdachte over de schade aan de voorruit heeft afgelegd, acht de rechtbank ongeloofwaardig en onaannemelijk. Ook lijken de kentekenplaten op de auto op de dag van het strafbare feit vast te zijn gemaakt met tie-wraps en wordt een dag later door verbalisanten geverbaliseerd dat de kentekenplaten op de auto van de moeder van verdachte gedeukt en verbogen zijn en dat de kentekenplaat aan de voorzijde van de auto niet goed vastzit. Daarbij komt dat er camerabeelden van de dader in een blauwe Hyundai zijn kort voorafgaand aan het strafbare feit, dat naar aanleiding hiervan een foto is verspreid en dat vervolgens verbalisant [verbalisant 3] de verdachte op de foto heeft herkend. Zij heeft een proces-verbaal op ambtsbelofte opgemaakt en heeft ook bij de rechter-commissaris onder ede verklaard dat zij er 100% zeker van is dat de persoon op de foto, de verdachte is en dat zij geen herkenning zou opmaken wanneer zij hier niet 100% zeker over is. De aangever heeft verklaard dat hij de ijzeren staaf waarmee hij is geslagen heeft zien liggen en heeft gezien dat deze staaf door verbalisanten veilig is gesteld. Verbalisanten hebben voorts ook gerelateerd dat zij op de parkeerplaats in de buurt van de aangever een ijzeren staaf aantroffen. Deze staaf is vervolgens onderzocht. De rechtbank neemt het resultaat van het onderzoek van het TMFI over en stelt op basis van het TMFI-rapport vast dat het extreem veel waarschijnlijker is dat het DNA aangetroffen op de ijzeren staaf van de verdachte, de aangever en een willekeurig ander persoon is dan van een andere samenstelling van personen. Op basis van dit DNA-onderzoek en de overige bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat het DNA van zowel de verdachte als de aangever is aangetroffen op de staaf en dat de verdachte de aangever dus met deze staaf heeft geslagen. De door de verdachte gegeven verklaring voor het aantreffen van zijn DNA op de staaf acht de rechtbank niet geloofwaardig en niet aannemelijk geworden. Op de telefoon van de verdachte zijn foto’s van het bedrijf en de auto van de aangever op de parkeerplaats van de [naam parkeerplaats] aangetroffen. Dit doet vermoeden dat de verdachte de diefstal op een eerder moment heeft voorbereid en draagt bij aan voormeld bewijs en de overtuiging van de rechtbank dat de verdachte de dader is van de diefstal met geweld. Het door de verdachte geschetste alternatieve scenario dat hij deze foto’s heeft gemaakt omdat hij de aangever wilde benaderen om hem in zijn handel in verdovende middelen te betrekken acht de rechtbank, gelet op de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd, niet geloofwaardig. Uit de enkelbandregistratie blijkt dat de verdachte ten tijde van het incident niet thuis was tussen 10:18:12 en 11:58:12 uur op 18 januari
- Aangezien het incident plaats vond rond 11.15 uur sluit deze registratie niet uit dat de verdachte de dader is. De verklaring van de verdachte over de invulling van zijn dag, die overigens ook meerdere malen is veranderd, wordt niet ondersteund door enig ander objectief gegeven. Deze enkelbandregistratie en de verklaring van de verdachte kunnen dus niet als ontlastend bewijs dienen. Datzelfde geldt voor de verklaring van [getuige] . De verdachte heeft aangegeven dat hij bij [getuige] was ten tijde van het incident, maar [getuige] heeft als getuige bij de rechter-commissaris enkel verklaard dat de verdachte wel eens bij hem komt, maar dat hij niet zeker weet of dat ook die dag zo is geweest. Door de verdediging is nog aangevoerd dat er geen geld is gestolen. De rechtbank verwerpt dat verweer nu de rechtbank geen enkele aanleiding heeft te twijfelen aan de verklaring van de aangever en uit de beschrijving van de camerabeelden van slagerij [naam slagerij] volgt dat het de verdachte is die na het slaan van de aangever een tas/zak opraapt en meeneemt. De rechtbank kan desalniettemin – gelet op de inhoud van het dossier – niet met zekerheid vaststellen dat het om een bedrag van € 30.000,- gaat zodat de rechtbank ‘een hoeveelheid geld’ bewezen zal verklaren. De rechtbank verwerpt, gelet op de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, de bewijsverweren van de verdediging en acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank stelt, gelet op de bewijsmiddelen van feit 2 in onderling verband en samenhang bezien en gelet op de bewijsoverweging ten aanzien van feit 1, vast dat het de verdachte is geweest die de auto betrokken bij de diefstal met geweld heeft bestuurd op 18 januari
- Het kan niet anders dan dat de verdachte wist dat er valse kentekenplaten op de auto hebben gezeten. Zeker nu deze met tie-wraps leken te zijn bevestigd en verbalisanten een dag later hebben gezien dat de kentekenplaten van de auto van verdachtes moeder gedeukt en verbogen waren en de kentekenplaat aan de voorzijde bovendien niet goed was bevestigd. De verbalisanten hebben bovendien gezien dat het de verdachte was die op 19 januari 2023 in de richting van het bestuurdersportier van deze auto liep, waardoor hij de auto zowel op 18 januari 2023 als 19 januari 2023 voorhanden heeft gehad. Het alternatieve scenario van de verdediging, dat het om nagemaakte kentekenplaten kon gaan, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden, gelet op de diefstal van de originele platen en omdat nergens in het dossier een suggestie wordt gewekt dat het om vervalste kentekenplaten zou gaan. De rechtbank acht derhalve ook feit 2 wettig en overtuigend bewezen. Conclusie Gelet op alle hiervoor genoemde bewijsmiddelen en overwegingen – in onderling verband bezien – stelt de rechtbank vast dat er voldoende wettig en ook overtuigend bewijs is dat de verdachte de dader is van de diefstal met geweld op 18 januari 2023 en dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan opzetheling van de kentekenplaten. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte: T.a.v. feit 1: op 18 januari 2023, in de gemeente Venlo, een tasje, inhoudende een hoeveelheid geld, dat geheel aan [naam bv] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door met een door hem, verdachte, bestuurde auto tegen die [slachtoffer] te rijden waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en vervolgens terwijl die [slachtoffer] op de grond lag- meermalen met een ijzeren staaf, tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan, welk feit werd gepleegd op de openbare weg, de [straatnaam 1] ; T.a.v. feit 2: omstreeks 18 januari 2023 in de gemeente Venlo twee kentekenplaten (opschrift [kenteken 2] ), voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op: T.a.v. feit 1: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken T.a.v. feit 2: opzetheling Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De psycholoog M.D. Ligaj en psychiater H.J.E.M. de Blok hebben over de geestvermogens van de verdachte op 24 juli 2023 (psycholoog) en 31 juli 2023 (psychiater) een pro justitia rapport uitgebracht. Door zowel de psycholoog als psychiater worden stoornissen vastgesteld. Bij de verdachte is sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en AD(H)D van het onoplettende type. Bovendien is de verdachte zeer verslavingsgevoelig. Zij stellen dat het aannemelijk is dat deze stoornissen aanwezig waren en van invloed kunnen zijn geweest op het gedrag ten tijde van het tenlastegelegde. De psycholoog stelt daar tegenover dat de verdachte op berekende wijze te werk is gegaan waarbij hij zich de wederrechtelijkheid van zijn handelen goed gerealiseerd moet hebben. Beiden kunnen gelet op de ontkennende houding van de verdachte geen advies geven over in welke mate het tenlastegelegde de verdachte toegerekend kan worden. Tot slot geven zij aan dat alleen een langdurige, gedwongen behandeling binnen een forensische verslavingskliniek waarbij ook de persoonlijkheidsproblematiek en AD(H)D verder behandeld zouden kunnen worden, een kans van slagen kan bieden om de pathologie te behandelen. De rechtbank komt op basis van de in het rapport vervatte bevindingen en het daarin vervatte advies niet tot de conclusie dat bij de verdachte sprake is van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel of gedeeltelijk uitsluit. De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De straf 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van het voorarrest. Het openbaar ministerie ziet geen aanleiding voor verminderde toerekenbaarheid van de verdachte wat betreft het tenlastegelegde. Het is een zeer ernstig feit. De aangever was zijn werk aan het doen, is met een grote hoeveelheid geld op pad gegaan en vervolgens is hij op klaarlichte dag belaagd door de verdachte. Dit heeft ook effect op andere mensen die hetzelfde soort werk doen en veroorzaakt ook angst bij de mensen in de omgeving. Het is een kwalijk en strafbaar feit wat iemand pleegt om er zelf aan te verdienen: welbewust en gepland iemand aanvallen om een grote hoeveelheid geld te stelen. Verder is volgens de officier van justitie artikel 63 Sr van toepassing. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft geen strafmaatverweer gevoerd. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweldpleging. Deze diefstal ging gepaard met geweld tegen [slachtoffer] en vond plaats op klaarlichte dag op de openbare weg bij een drukke winkelpassage, voor het oog van veel omstanders. Dit geweld bestond uit het aanrijden van [slachtoffer] en het slaan met een ijzeren staaf van deze [slachtoffer] , teneinde het geldbedrag weg te nemen dat [slachtoffer] wilde gaan storten. De verdachte heeft deze diefstal, zo blijkt uit de bewijsmiddelen, gepland en voorbereid. Het was een bewuste actie, gericht op de aangever en met als doel een grote hoeveelheid geld te bemachtigen. Dit is een ernstig feit. De verdachte heeft enkel gedacht aan zijn eigen financieel gewin. Met zijn handelen heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op het gevoel van veiligheid van in de eerste plaats de aangever, die terwijl hij ‘gewoon’ aan het werk was, wordt geconfronteerd met een dergelijke mate van geweld, maar ook van omstanders die ongewild getuige waren van deze gewelddadige overval. Daarnaast ontstaan door overvallen gevoelens van onrust in de samenleving als geheel. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling van twee kentekenplaten. De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf in acht genomen: het strafblad van de verdachte, het reclasseringsrapport van 9 februari 2024 en de rapporten van de psychiater en psycholoog. Zoals onder 5 beschreven ziet de rechtbank geen aanleiding om de strafbare feiten de verdachte in verminderde mate toe te rekenen. Gelet op het vorenstaande en de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd, acht de rechtbank alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats. De rechtbank zal de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van het voorarrest. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering. 7De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel 7.1 De vordering van de benadeelde partijen De benadeelde partij [naam bv] vordert een schadevergoeding van € 30.997,56 aan materiële schade terzake de diefstal met geweld, te vermeerderen met de wettelijke rente en hierbij op te leggen de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast vordert [naam bv] vergoeding van de proceskosten gesteld op een bedrag van € 1.016,-. De benadeelde partij [slachtoffer] vordert – na wijziging – een schadevergoeding van € 7.707,49, te vermeerderen met de wettelijke rente. De gevorderde schadevergoeding bestaat voor € 1.207,49 uit materiële schade en voor € 6.500,- aan immateriële schade. Daarnaast is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. 7.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de vordering van [naam bv] geheel toewijsbaar en vordert tevens de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van [slachtoffer] acht de officier van justitie tot een bedrag van € 7.407,49toewijsbaar. De officier van justitie heeft betoogd dat de schadeposten die betrekking hebben op de jas en schoenen tot een bedrag van € 310,-moeten worden gematigd. Zij vordert de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 7.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft primair (in verband met de vrijspraakverweren) verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen niet ontvankelijk te verklaren. Subsidiair stelt de verdediging zich voor wat betreft de vordering van [naam bv] op het standpunt dat [naam bv] onvoldoende heeft onderbouwd dat er € 30.000,- is gestolen en ten aanzien van de loonvordering niet heeft voldaan aan haar schadebeperkingsplicht. Subsidiair stelt de verdediging zich voor wat betreft de vordering van [slachtoffer] op het standpunt dat de posten jas, schoenen en eigen risico dienen te worden afgewezen en dat de post immateriële schade op een lager bedrag moet worden vastgesteld. Wat betreft de post eigen risico is het overleggen van een afschrift van het eigen risico onvoldoende, nu uit niets het verband blijkt tussen de schade en het incident. Wat betreft de post immateriële schade is de aangehaalde jurisprudentie niet passend en blijkt uit niets dat de PTSS door het strafbare feit is veroorzaakt. 7.4 Het oordeel van de rechtbank [naam bv] De rechtbank is van oordeel dat ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij [naam bv] als gevolg van het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 30.997,56 ten aanzien van het gestolen geldbedrag en de loonvordering. Uit het dossier is niet objectief gebleken met hoeveel geld [slachtoffer] precies op pad was. Daarom zal de rechtbank gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid om de materiële schade naar redelijkheid vast te stellen. Onder de gegeven omstandigheden en gelet op de overhandigde stukken bij het verzoek tot schadevergoeding zal de rechtbank het schadebedrag schatten en vaststellen op in totaal € 20.997,56 (20.000,- aan gestolen geld en de gevorderde loonkosten). De rechtbank verwerpt het verweer dat niet is voldaan aan de schadebeperkingsplicht, nu de werkgever op basis van een contractuele verplichting gehouden was het loon door te betalen. De rechtbank zal voormeld bedrag toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed zal de rechtbank ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De rechtbank zal [naam bv] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering verklaren. In het voegingsformulier heeft de benadeelde partij aan proceskosten een bedrag van € 1.016,- gevorderd. De rechtbank stelt voorop dat uitgangspunt is dat de proceskosten van de benadeelde partij worden vastgesteld overeenkomstig het toepasselijke liquidatietarief. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om daarvan af te wijken. Anders dan gevorderd stelt de rechtbank de proceskosten vast overeenkomstig tarief III (het tarief voor zaken met een geldswaarde van € 20.000,- tot € 40.000,-) van het Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven, te weten: € 786,- per punt. Voor zowel het opstellen en indienen van het voegingsformulier als de behandeling ter terechtzitting kent de rechtbank een punt toe, zodat aan proceskosten zal worden toegewezen een bedrag van € 1.572,- (2 x € 786,- =). [slachtoffer] De rechtbank is van oordeel dat ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank is van oordeel dat [slachtoffer] de posten ‘jas’ en ‘schoenen’ onvoldoende heeft onderbouwd en zal hem in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Er is onvoldoende onderbouwd welke schade aan de goederen is ontstaan en welke waarde deze goederen vertegenwoordigden. De rechtbank heeft tevens onvoldoende informatie om een deugdelijke schatting te maken. De overige materiële schade van in totaal € 597,49 is wel voldoende onderbouwd en zal worden toegewezen als gevorderd. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding neemt de rechtbank zonder meer aan dat deze diefstal met geweld traumatisch voor [slachtoffer] is geweest. Er is lichamelijk letsel ontstaan en de aard en de ernst van de normschending brengen met zich dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon en gederfde levensvreugde kunnen worden aangenomen. De rechtbank is aldus van oordeel dat er immateriële schade is geleden die het rechtstreeks gevolg is van het door de verdachte gepleegde strafbare feit. De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 6.500,- volledig toewijzen, omdat haar dat bedrag redelijk voorkomt. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering van [slachtoffer] tot een bedrag van € 7.097,49 toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed zal de rechtbank ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De rechtbank zal [slachtoffer] voor het overige deel niet-ontvankelijk in zijn vordering verklaren. 8Het beslag De officier van justitie heeft gevorderd de verdovende middelen te onttrekken aan het verkeer en de staaf/buis verbeurd te verklaren. De rechtbank beslist als volgt. De in beslag genomen buis (de rechtbank begrijpt: de bij het strafbaar feit gebruikte staaf) is vatbaar voor verbeurdverklaring. De in beslag genomen 3,9 gram verdovende middelen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Hoewel de aanwezigheid van harddrugs geen strafbaar feit is dat aan de verdachte is tenlastegelegd in deze zaak, is het bezit van harddrugs op zichzelf een strafbaar feit en dat maakt dat dit aan het verkeer onttrokken kan worden. 9De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 63, 312, 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 10De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten opleveren zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaren; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen [naam bv] - wijst gedeeltelijk toe de vordering van de benadeelde partij [naam bv] en veroordeelt de verdachte om aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van € 20.997,56, bestaande uit materiële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. bepaalt dat de vordering van [naam bv] voor de overige gevorderde schade niet-ontvankelijk is en zij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 1.572,-, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken; legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam bv], van een bedrag van € 20.997,56, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 18 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, subsidiair 189 dagen gijzeling. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op; de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade; [slachtoffer] wijst gedeeltelijk toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] en veroordeelt de verdachte om aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van € 7.097,49, bestaande uit € 597,49 materiële schade en € 6.500,- immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; bepaalt dat de vordering van [slachtoffer] voor de overige gevorderde schade niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken; legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer], van een bedrag van € 7.097,49, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 18 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, subsidiair 70 dagen gijzeling. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op; de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade. Beslag - verklaart verbeurd het volgende in beslag genomen voorwerp: 1 stk buis, G1574255, zwart. - onttrekt aan het verkeer het volgende in beslag genomen voorwerp: 3,9 gram verdovende middelen, G
- Dit vonnis is gewezen door mr. L. Bastiaans, voorzitter, mr. H.E.G. Peters en mr. B. de Groot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M.N.F. Roelofs, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 maart
- BIJLAGE: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat T.a.v. feit 1: hij op of omstreeks 18 januari 2023, in de gemeente Venlo, een tasje, inhoudende € 30.000,-, in elk geval een hoevelheid geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam bv] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door met een door hem, verdachte, bestuurde auto tegen die [slachtoffer] te rijden waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en (vervolgens) -terwijl die [slachtoffer] op de grond lag- meermalen met een ijzeren staaf/stalen buis, in elk geval hard voorwerp, tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan, welk feit werd gepleegd op de openbare weg, de [straatnaam 1] , in elk geval op de openbare weg; T.a.v. feit 2: hij in of omstreeks de periode van 20 december 2022 tot en met 18 januari 2023 in de gemeente Venlo, in elk geval in Nederland, twee kentekenplaten (opschrift [kenteken 2] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg, proces-verbaalnummer PL2400-2023009482, gesloten d.d. 29 maart 2023, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina
- Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] d.d. 18 januari 2023, pg. 13-
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 januari 2023, pg. 39-
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2023, pg. 74-82 (pg. 77 schade en kenteken, pg. 82 foto n.a.v. de verdachte wordt herkend). Proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 6 februari 2023, pg.
- Bijlage bij proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 6 februari 2023, pg.
- Proces-verbaal van verhoor van [verbalisant 3] bij de rechter-commissaris d.d. 8 november 2023, pg. 2-
- Dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het onder 1 genoemde dossier. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 januari 2023, pg. 45-
- Fotobijlage bij proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 januari 2023, pg. 48-
- Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 8 februari 2023, pg.
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2023, pg. 26-
- Proces-verbaal van vooronderzoek lab d.d. 6 februari 2023, pg. 8-9, proces-verbaalnummer: PL2300-2023009482-
- Dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het onder 1 genoemde dossier. Het deskundigenverslag van Dr. M. Hidding d.d. 8 februari 2023, pg.
- Het deskundigenverslag van Dr. P.J. Herbergs d.d. 9 november 2023, pg. 2-
- Dit rapport maakt geen onderdeel uit van het onder 1 genoemde dossier. Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1] d.d. 14-02-2023, pg. 111, 124-
- Proces-verbaal van aangifte [aangever] d.d. 23 december 2022, pg.
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 januari 2023, pg. 39-
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2023, pg. 74-82 (pg. 77 schade en kenteken, pg. 82 foto n.a.v. de verdachte wordt herkend). Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 januari 2023, pg. 45-
- (foto’s pg. 48-49-50-51-52 pg. 53-54-55-56-57 en pg. 58-59) Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 8 februari 2023, pg.
- Proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 6 februari 2023, pg.
- Bijlage bij proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 6 februari 2023, pg.
- Proces-verbaal van verhoor van [verbalisant 3] bij de rechter-commissaris d.d. 8 november 2023, pg. 2-
- Dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het onder 1 genoemde dossier.