RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/329423 / KG ZA 24-101 Vonnis in kort geding van 8 mei 2024 in de zaak van 1 [eiseres sub 1] , te [vestigingsplaats] , en haar firmanten:2. [eiser sub 2] en 3. [eiseres sub 3], te [woonplaats] , eisende partijen, hierna samen, in meervoud, te noemen: ‘ [eisers] ’, advocaat: mr. R.Ph.E.M. Cratsborn, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon PROVINCIE LIMBURG, te Maastricht, gedaagde partij, hierna te noemen: ‘de provincie’, advocaat: mr. E.H.M. Harbers. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure in kort geding blijkt uit: - de dagvaarding van 15 april 2024 met de producties 1 t/m 7, - de brief van de provincie van 26 april 2024 met de producties 1 t/m 4, - de aanvullende producties van [eisers] van 29 april 2024 (zie hierna 1.2), - de mondelinge behandeling van 30 april 2024, - de pleitnotitie van [eisers] , - de pleitnotitie van de provincie met kaart: Pachtuitgifte 2024, kavelnummer [kavelnummer] . 1.2. De aanvullende producties van [eisers] , ingekomen bij de griffie van de rechtbank op 29 april 2024 te 18:48 uur, zijn niet tijdig ingediend (3.18 Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken). Van die aanvullende producties zijn op de mondelinge behandeling alleen toegelaten de producties 26 tot en met 31, nu tegen de niet-tijdige indiening van die producties op de mondelinge behandeling geen bezwaar is gemaakt door de provincie. De overige aanvullende producties van [eisers] , waarop ter zitting geen beroep is gedaan en tegen de inbrenging waarvan wel bezwaar is gemaakt, zijn buiten beschouwing gelaten. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eisers] hebben in mei 2021 een perceel landbouwgrond (grasland) met kavel-nummer [kavelnummer] te [plaats] (hierna te noemen: ‘pachtkavel [kavelnummer] ’) gepacht van de provincie. De door partijen over en weer gesloten pachtovereenkomst is op 31 december 2023 geëindigd (productie 2, dagvaarding). 2.2. Het melkveebedrijf van [eisers] is gevestigd aan de [adres] te [plaats] . Pachtkavel [kavelnummer] is ten opzichte van dit melkveebedrijf gelegen aan de overzijde van de [straatnaam] en werd door [eisers] gebruikt als grasland. Het gemaaide gras werd gevoerd aan de koeien van [eisers] . [eisers] hadden pachtkavel [kavelnummer] al sinds 2008 in gebruik, telkens op grond van de door hen met (onder)verpachters gesloten pachtovereenkomsten. 2.3. De provincie heeft de per 2024 vrijgevallen landbouwgronden van de provincie, waaronder pachtkavel [kavelnummer] , door middel van een openbare verpachting aangeboden. De te verpachten kavels werden aan belangstellende agrarische ondernemers aangeboden conform de “Uitvoeringsnota Pacht 2024” (hierna: ‘de uitvoeringsnota’) (productie 3, dagvaarding). Belangstellenden konden hiervoor inschrijven. Inschrijving vond plaats door het “formulier belangstellingsregistratie pachtuitgifte provincie Limburg” van de provincie in te vullen en in te dienen. Op de pacht-uitgifte 2024 zijn de “Algemene voorwaarden belangstellingsregistratie Uitvoeringsnota Pacht 2024” (hierna: ‘AV’) van toepassing. 2.4. In de uitvoeringsnota is op pagina 11 onder meer het volgende opgenomen: “Op grond van het Didam arrest wijzigt de selectieprocedure en zijn objectieve, toetsbare en redelijke criteria opgesteld voor de toedeling van de aangeboden pachtgronden. De focus komt te liggen op een transparante en integrale benadering van de weging van de bijdrage aan de opgaven. De weging wordt gebaseerd en beoordeeld op basis van de status van de belangstellende ondernemer in de eco regeling van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid. Daarbij is ruimte voor maatwerk, zoals bij huiskavels (…).” 2.5. Ten aanzien van de selectiecriteria is op pagina 17 van de uitvoeringsnota bepaald: “Bij de beoordeling tot het toedelen van de kavels worden de selectiecriteria in onderstaande volgordelijkheid gehanteerd en, ingeval van meerdere gelijkwaardige belangstellenden, stap voor stap doorlopen totdat er een enkele belangstellende resteert en er aan de betreffende partij wordt gegund. Knock-out criterium: Indien er sprake is van huiskavels of kavels die niet zelfstandig zijn te exploiteren (ander criterium niet van toepassing) >> knock-out voor alle belangstelllenden, uitgezonderd de aangrenzende gebruiker (indien deze partij zich als belangstellende meldt in de procedure) en mits deze grond in de huidige verkavelingsstructuur ook al tot zijn beschikking heeft gestaan (op grond van gecombineerde opgave betreffende het jaar voorafgaand aan de uitgifte). (…) 6. Selectiecriterium: Selectie op basis van de status volgens de eco regeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid >> toedelen aan de belangstelllende met de hoogste status volgens de eco regeling. (…)” 2.6. In de bij de uitvoeringsnota gevoegde bijlage 2 is het begrip ‘huiskavel’ als volgt gedefinieerd: “Het samenstel van aaneengesloten percelen, erf met stallen en weilanden waarop beweiding plaats kan vinden, dat wordt begrensd door de percelen in gebruik bij derden of door niet overschrijdbare openbare wegen en waterwegen.” 2.7. [eisers] hebben op 5 februari 2024, in verband met de pachtuitgifte van pachtkavel [kavelnummer] , door indiening van het voornoemde formulier (zie r.o. 2.3.) bij de provincie, hun belangstelling voor pachtkavel [kavelnummer] kenbaar gemaakt. 2.8. Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de provincie pachtkavel [kavelnummer] op grond van het zesde selectiecriterium gegund aan een inschrijver die de status goud had met betrekking tot de eco regeling. Ten aanzien van het 1e selectiecriterium (alsmede de selectiecriteria 2-5) is in het proces-verbaal van gunning (productie 3, provincie) vermeld dat deze niet van toepassing zijn. 2.9. De provincie heeft bij e-mail van 13 maart 2024 te 19:03 uur [eisers] bericht dat de inschrijving van [eisers] niet heeft geleid tot toedeling van een kavel (productie 6, dagvaarding). 2.10. In de uitvoeringsnota is onder 4.1.2 (pagina 19) alsmede in bijlage 1 onder B (pagina 37) bepaald: “20 Dagen na het bekendmaken van de uitslag van de selectieprocedure gaat de Provincie Limburg over tot het ondertekenen van pacht- dan wel huurovereenkomst met de winnende belangstellende, tenzij er in deze periode door een afgewezen belangstellende nog een kort geding procedure wordt gestart. Tot de beslissing op het kort geding wordt de pachtovereenkomst voor de kavel in kwestie niet gesloten.” Voorts is in de uitvoeringsnota in bijlage 1 onder B bepaald: “Door deel te nemen aan de belangstellingsregistratie stemt belanghebbende ermee in dat bij gebreke van het tijdig aanhangig maken van een kort geding procedure binnen de genoemde 20 dagen termijn, het recht vervalt om in rechte op te komen tegen de voorgenomen uitgifte, alsmede het recht vervalt op enige vorm van schadevergoeding.” 2.11. De advocaat van [eisers] heeft bij e-mail van 2 april 2024 te 15:22 uur (productie 7, dagvaarding) de provincie - naar aanleiding van de e-mail van 13 maart 2024 - bericht: “Zo dadelijk zend ik naar de rechtbank een verzoek toe voor het verkrijgen van een datum voor het houden van een kort geding naar aanleiding van uw onderstaande bericht aan cliënten (…). Indien er uwerzijds verhinderdata zijn, zo mag ik deze gaarne van u vernemen. (…)”. 2.12. Diezelfde dag heeft de advocaat van [eisers] om 18:37 uur een e-mail aan de provincie gezonden (productie 7, dagvaarding), met als bijlage het bij de rechtbank ingediende formulier kort geding met concept dagvaarding. 2.13. [eisers] hebben de provincie bij e-mail van 3 april 2024 te 12:18 uur bericht dat het in deze zaak te voeren kort geding zal worden gehouden op dinsdag 30 april 2024 om 14:30 uur (eveneens productie 7, dagvaarding). Het exploot houdende de originele dagvaarding met producties is door de gerechtsdeurwaarder op 15 april 2024 aan de provincie betekend. 3Het geschil [eisers] 3.1. vorderen - samengevat, na wijziging van eis op de mondelinge behandeling - dat de provincie de voorlopige gunning van pachtkavel [kavelnummer] , gelegen aan de [straatnaam] te [plaats] , aan een derde belangstellende ongedaan maakt, met veroordeling van de provincie tot betaling aan [eisers] van de proceskosten en nakosten aan de zijde van [eisers] . 3.2. Aan hun vordering [eisers] - samengevat - het volgende ten grondslag. Op grond van het eerste selectie-criterium opgenomen in 4.1.2 van de uitvoeringsnota (het knock-out criterium huiskavel) had de provincie pachtkavel [kavelnummer] (opnieuw) aan [eisers] moeten gunnen. Dit, omdat pachtkavel [kavelnummer] - gelet op de ligging van die kavel ten opzichte van het melkveebedrijf van [eisers] en ten opzichte van de aangrenzende, eveneens bij [eisers] in gebruik zijnde, percelen - heeft te gelden als een huiskavel. [eisers] hadden dit bij de belangstellingsregistratie voor de pachtuitgifte in 2021 ook al aangegeven. Omdat de provincie pachtkavel [kavelnummer] voorlopig heeft gegund aan een derde, zijn [eisers] op 2 april 2024 een kort geding (als bedoeld onder 4.1.2) van de uitvoeringsnota jegens de provincie gestart. Dit kort geding is, mede gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 3 juni 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1087), tijdig aanhangig gemaakt, aldus [eisers] . De provincie 3.3. De provincie voert - samengevat – het volgende verweer: - [eisers] hebben het kort geding niet binnen de in de uitvoeringsnota gestelde termijn van 20 dagen aanhangig gemaakt, zodat zij in hun vordering niet ontvankelijk zijn; - pachtkavel [kavelnummer] is door de provincie terecht niet aangemerkt als een huiskavel, zodat de kavel met toepassing van het juiste selectiecriterium aan een derde is gegund; - [eisers] hadden voorafgaand aan de toekenning van pachtkavel [kavelnummer] aan een derde aan de provincie kenbaar moeten maken dat zij het niet eens waren met het feit dat de kavel door de provincie niet als een huiskavel was aangemerkt; door dit niet te doen hebben zij hun recht om hierover te klagen, verwerkt. 3.4. De provincie concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure. 4De beoordeling Spoedeisend belang 4.1. Tussen partijen staat niet ter discussie dat op grond van hetgeen daaromtrent is bepaald in (bijlage 1 van) de uitvoeringsnota, de verliezende belangstellende binnen 20 dagen na de bekendmaking van de uitslag van de selectieprocedure tegen de voorlopige gunning van een pachtkavel aan de winnende belangstellende een kort geding (ex artikel 254 Rv) jegens de provincie aanhangig moet maken. 4.2. In het licht van die bepalingen, alsmede gelet op het feit dat de provincie uiterlijk op 15 mei 2024 pachtkavel [kavelnummer] definitief aan de winnende belangstellende wil gunnen, hebben [eisers] een voldoende spoedeisend belang bij de in dit kort geding gevorderde voorziening. Tijdigheid aanhangig maken kort geding 4.3. Het meest verstrekkende verweer van de provincie is dat het kort geding te laat aanhangig is gemaakt, nu de dagvaarding niet uiterlijk op 2 april 2024 is uitgebracht, zodat daarmee het recht van [eisers] is vervallen om op te komen tegen de voorgenomen gunning aan een derde. 4.4. [eisers] hebben dit verweer terecht betwist op grond van de navolgende feiten en rechtspraak van de Hoge Raad. - de feiten 4.5. De provincie heeft op 13 maart 2024 om 19:03 uur per e-mail het bericht verzonden dat pachtkavel [kavelnummer] niet aan [eisers] is toegekend. De stelling van [eisers] , dat zij de ontvangst van ambtelijke stukken ’s-avonds om 19:03 uur niet behoefden te verwachten en dat het er om die reden voor moet worden gehouden dat zij die stukken eerst op 14 maart 2014 hebben ontvangen, is door de provincie niet betwist. Dat brengt mee dat bij de vaststelling van de in de (bijlage van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.