RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer / rekestnummer: 11142304 \ AZ VERZ 24-41 Beschikking van 28 juni 2024 DHL EXPRESS (NETHERLANDS) B.V., te Schiphol, verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: DHL, gemachtigde: mr. A. Koekkoek, tegen [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] , te [woonplaats] , verwerende partij, verzoekende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] , gemachtigde: mr. P.H.J. Nass. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift - het verweerschrift, met een tegenverzoek - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 27 juni
- 1.
- Ten slotte is beschikking bepaald op heden. 2De feiten [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] is op grond van een arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juni 2021 bij DHL in dienst getreden als TH-Operator tegen een loon van € 2.522,10 bruto per maand. 3Het geschil 3.
- DHL verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] te ontbinden per 1 augustus 2024 wegens een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van haar in redelijkheid niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. 3.
- [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] heeft verweer gevoerd maar niettemin wel erkend dat sprake is van de door DHL gestelde verstoorde arbeidsverhouding. [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] verzoekt om een ontslagvergoeding, inclusief transitievergoeding, van € 4.000,- bruto. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter is van oordeel dat, zonder dat [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] daarvan een verwijt valt te maken, de arbeidsverhouding tussen partijen zodanig verstoord is dat van DHL in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Verder staat vast dat herplaatsing van [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] in een andere passende functie binnen de organisatie van DHL niet mogelijk is en dat het verzoek geen verband houdt met een opzegverbod. De arbeidsovereenkomst zal daarom, rekening houdend met de opzegtermijn op grond van art. 7:671b lid 1 onder a en 7:669 lid 3 onder g BW ontbonden worden per 1 augustus 2024, onder toekenning van een ontslagvergoeding van € 4.000,- bruto. 4.
- De overige tussen partijen ter zitting van 27 juni 2024 gemaakte afspraken zullen niet in deze beschikking worden opgenomen. 4.
- De proceskosten zullen worden gecompenseerd in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2024, 5.
- veroordeelt DHL tot betaling van € 4.000,- bruto aan [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] ; 5.
- compenseert de kosten van deze procedure in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 28 juni
- BM