← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2024:4360

RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11098477 \ CV EXPL 24-2335 Vonnis van 10 juli 2024 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VENT TRADE INTERNATIONAL B.V., gevestigd te Nederweert, eisende partij, hierna te noemen: Vent B.V., gemachtigde: Armaere B.V., tegen [gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam], wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
  3. Vent B.V. vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van Primair:  een bedrag van € 15.981,14, Subsidiair:  een bedrag van € 15.154,21, Primair en subsidiair:  vermeerderd met rente en kosten. 2.
  4. Vent B.V. legt daaraan, kort gezegd, het volgende ten grondslag. Vent B.V. heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] zaken verkocht en geleverd aan [gedaagde] . Ondanks diverse herinneringen blijft [gedaagde] in gebreke met betaling van een bedrag van € 22.048,
  5. Tevens maakt Vent B.V. aanspraak op betaling van de wettelijke handelsrente. Vent B.V. berekent deze rente vanaf verzuim tot 24 april 2024 (= de dag van dagvaarding) op € 3.610,
  6. Voorts stelt Vent B.V. dat [gedaagde] aan haar primair op grond van artikel 17.8 van de toepasselijke algemene voorwaarden een bedrag van € 1.822,41 en subsidiair op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW een bedrag van € 995,48 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. Op de vordering kan nog en bedrag van € 11.500,00 aan deelbetalingen in mindering strekken. 2.
  7. [gedaagde] erkent de vordering. Hij heeft al ruim € 10.000,00 betaald. Er resteert nog een bedrag van € 6.000,
  8. Volgende maand en de maand daarna kan hij 2 maal € 3.000,00 betalen. 3De beoordeling 3.
  9. Uit het antwoord van [gedaagde] is de kantonrechter gebleken dat de vordering ten aanzien van de hoofdsom niet althans onvoldoende wordt betwist, zodat deze voor toewijzing in aanmerking komt. 3.
  10. [gedaagde] heeft geen zelfstandig verweer gevoerd tegen de gevorderde vervallen wettelijke handelsrente, zodat die wordt toegewezen. Ook de wettelijke handelsrente vanaf 24 april 2024 kan worden toegewezen. 3.
  11. Vent B.V. maakt aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.822,41 op grond van artikel 17.8 van de algemene voorwaarden. 3.
  12. Voldoende is gebleken dat er door Vent B.V. buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De kantonrechter acht termen aanwezig om de primair (op grond van artikel 17.8 van de algemene bepalingen) gevorderde buitengerechtelijke incassokosten te matigen op grond van het bepaalde in artikel 242 Rv. Gesteld noch gebleken is dat de werkelijk door Vent B.V. gemaakte kosten hoger zijn dan het toepasselijke tarief van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Op basis van de toewijsbare hoofdsom van € 22.048,23 is volgens het hiervoor genoemde besluit een bedrag van € 995,48 toewijsbaar. 3.
  13. Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom - vervallen wettelijke handelsrente tot 24 april 2024 € € 22.048,23 3.610,50 - buitengerechtelijke incassokosten € 995,48 + totaal € 26.654,221 - betalingen € 11.500,00 -/- Totaal € 15.154,21 3.
  14. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vent B.V. worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 116,39 - griffierecht € 1.409,00 - salaris gemachtigde € 406,00 (1,00 punten × € 406,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.066,39 4De beslissing De kantonrechter 4.
  15. veroordeelt [gedaagde] om aan Vent B.V. te betalen een bedrag van € 15.154,21, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 15.154,21, met ingang van 24 april 2024, tot de dag van volledige betaling, 4.
  16. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.066,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
  17. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.
  18. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 10 juli
  19. type: JEC

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.