← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2024:4791

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer : 03/110980-24 Verstek Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 juli 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens 1] 1978, wonende te [adres] . 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 juli

  1. De verdachte is niet ter terechtzitting verschenen. De officier van justitie heeft zijn standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel van vijf personen. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. De verdachte werd tijdens een vreemdelingencontrole aangehouden als bestuurder van een voertuig met daarin vijf andere personen. De vijf inzittenden verbleven illegaal in Europa, zodat hun toegang tot Nederland wederrechtelijk was. 3.2 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen Verbalisanten [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] relateren, voor zover van belang, als volgt: “Op 31 maart 2024 waren wij belast met het Mobiel Toezicht Vreemdelingen ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. Wij bevonden ons in de gemeente Venlo. Wij zagen een personenauto, voorzien van Zweeds kenteken [kentekennummer] , de Duits-Nederlandse grens passeren. Hierop besloten wij de inzittenden van dit voertuig te onderwerpen aan een controle. Ik zag dat de bestuurder mij een verlopen verblijfsvergunning van Zweden overhandigde dat op naam stond van [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] . Ik zag dat de bijrijder mij een asieldocument Zweden overhandigde dat op naam stond van [naam 4] . Ik zag dat de passagier links mij een asieldocument Zweden overhandigde dat op naam stond van [naam 5] . Ik zag dat de vrouwelijke passagier rechts op de tweede rij, mij een asieldocument Zweden overhandigde dat op naam stond van [naam 6] . Ik zag dat de vrouwelijke passagier rechts op de tweede rij, mij een asieldocument Zweden overhandigde dat op naam stond van [naam 7] . Ik zag dat de passagier rechts op de derde mij een asieldocument Zweden overhandigde dat op naam stond van [naam 8] . Alle overhandigde documenten zijn geen documenten als bedoeld in artikel 4.21 van het Vreemdelingen besluit. Ik, [naam 2] , vroeg de bestuurder naar de onderlinge relatie van het gezelschap, alsmede de bestemming van de reis. Hierop verklaarde de bestuurder in het kort dat; -Hij de passagiers tegen is gekomen op een vliegveld in Duitsland; -Hij hen daar heeft opgehaald; -Hij hen een gunst wilde verlenen door hen naar Frankrijk te brengen. Ondertussen zag ik, [naam 1] , dat er een smartphone aan de middenconsole van het voertuig was bevestigd met een geopende navigatie app. Ik zag dat de route stond ingesteld op Calais, Frankrijk. Ondertussen vroeg ik [naam 3] , de passagier [naam 6] naar de onderlinge relatie en het reisverhaal. [naam 6] verklaarde in het kort dat: - zij een familie van vader, moeder en drie broers zijn; - zij de Iraakse nationaliteit hebben; - zij in het verleden asiel hebben aangevraagd in Zweden welke is afgewezen; - zij niet terug gestuurd willen worden naar Irak en daarom naar Frankrijk willen; - zij de bestuurder niet kennen, maar zij hem hebben ontmoet in Keulen in Duitsland; - hij voor hen een gunst wilde doen en hen wilde helpen met het vervoer naar een station of plaats waar zij verder konden rijden; -zij niet met de bestuurder hebben gesproken over paspoorten of illegaliteit.” Getuige [naam 5] , verklaarde –kort weergegeven– het volgende: “Ik heb de trein gepakt in Lessebo te Zweden. Wij zijn daarna doorgereisd naar Hamburg in Duitsland. Wij zijn in Keulen terechtgekomen, de weg kwijt geraakt en kwamen een Arabische man tegen. Hij kwam naar ons toe en zei: “waar komen jullie vandaan?”. Wij antwoorden: “Wij willen gaan naar Frankrijk.”. Het was een hele vriendelijke Syrische man. Hij kreeg medelijden met ons en heeft ons aangeboden om ons met zijn auto weg te brengen. In Zweden heb ik na 8 jaar en 3 maanden geen verblijf gekregen. ” Getuige [naam 6] , verklaarde –kort weergegeven– het volgende: “Ik was onderweg naar Frankrijk. We zijn met de hele familie vertrokken. We zijn vertrokken met de trein in Lessebo naar Alvesta. Vanuit Alvesta zijn we per trein naar Hamburg in Duitsland gegaan. Toen hebben we de trein in Hamburg naar Keulen genomen. In Keulen zijn we verdwaald. We zijn gaan liften. Toen stopte de auto waarin we gecontroleerd werden. De bestuurder ken ik niet. Hij stopte en maakte in het Arabisch een praatje. We hebben de chauffeur gevraagd of hij ons kon helpen. We zeiden dat we op reis waren en dat we naar Frankrijk wilden gaan. Hij zei stap in en ik ga jullie helpen. De chauffeur heeft niet gevraagd naar onze documenten.” Verbalisant [naam 9] heeft onderzoek gedaan naar de verblijfsstatus van de vijf inzittenden. Hieruit blijkt dat zij allemaal geen verblijfsstatus in Duitsland hebben en aan vier van hen op 3 oktober 2023 een terugkeerbesluit is opgelegd door de Zweedse autoriteiten. Het terugkeerbesluit van [naam 6] dateert van 12 februari
  2. Verbalisant [naam 10] heeft onderzoek gedaan naar de verblijfsstatus van de verdachte en hieruit blijkt dat hij in afwachting is van een verblijfsvergunning in Zweden en dat hij deze in Zweden of in zijn land van herkomst moet afwachten. Hij mag niet vrij reizen door het Schengengebied. De verdachte verklaarde tijdens het politieverhoor als volgt: V = verbalisant A = de verdachte “V: Hoe is het contact tussen jullie gegaan. Het is mij niet duidelijk hoe die 5 personen bij u terecht gekomen zijn. A: Die mensen stapten in niet meer en niet minder. (…) V: U heeft afgesproken waar hij heen wilde. Waar wilde hij precies heen, waar moest u de mensen afzetten? A: In België, (…). V: Waar precies in België? A: (…) ergens bij Brussel was de afspraak, maar de afspraak was nog niet helemaal duidelijk. (…) Nee hij zei breng me naar Frankrijk. Ik (…) zei (…) prima ik breng je naar Frankrijk. (…) A: Ik heb mensen in mijn auto laten stappen. Ik had moeten controleren of ze wel of niet illegaal in het land verblijven. (…) V: Wat is de reden dat u de afstand wilde weten naar Calais? A: Zij hebben mij gevraagd of ik hen naar Calais kon brengen.” Bewijsoverwegingen De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen vast dat de verdachte met vijf Irakezen in zijn auto de grens tussen Duitsland en Nederland is gepasseerd. Dit betekent dat de verdachte de Irakezen behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en de doorreis van Nederland. Dat de toegang en de doorreis van de Irakezen wederrechtelijk was, leidt de rechtbank af uit de verklaringen van de Irakese inzittenden van het voertuig en het onderzoek naar hun verblijfsstatus. De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die doorreis wederrechtelijk was. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte ernstige redenen had te vermoeden dat de inzittenden van het voertuig illegaal in Europa verbleven. Dit baseert de rechtbank op de verklaringen van de inzittenden. Deze verklaringen komen in grote lijnen overeen. De verklaring van de verdachte bij het politieverhoor daarentegen staat lijnrecht tegenover deze verklaringen en is innerlijk tegenstrijdig. De verdachte verklaarde dat hij de inzittenden in Zweden heeft opgehaald, maar de inzittenden verklaren dat zij door de verdachte in Duitsland zijn opgehaald. Ook verklaarde de verdachte enerzijds dat hij de inzittenden naar het dichtstbijzijnde treinstation wilde brengen, maar anderzijds verklaarde hij dat hij hen naar Brussel wilde brengen. De verklaring van de verdachte dat hij een Facebook-advertentie heeft geplaatst om mensen mee te nemen wordt weersproken door het onderzoek in zijn telefoon. De verklaring van de verdachte over de gehele gang van zaken is gelet op het voorgaande volstrekt ongeloofwaardig. Tot slot overweegt de rechtbank nog dat de inzittenden aan de verdachte kenbaar hebben gemaakt dat zij onderweg waren naar Calais. Voorts was op de navigatie-app op de telefoon van de verdachte als bestemming Calais ingevoerd. Het is een feit van algemene bekendheid dat Calais een plaats is waar illegale vreemdelingen de oversteek willen maken naar het Verenigd Koninkrijk om daar asiel aan te vragen. De verdachte zelf is ook nog eens een vreemdeling die niet in het Schengengebied mag rondreizen. Hij had gelet op al het voorgaande dan ook ernstige redenen om te vermoeden dat ook de doorreis van de inzittenden illegaal was. Alles overwegend acht de rechtbank bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel van vijf personen. 3.3 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 31 maart 2024 in de gemeente Venlo, anderen, te weten - [naam 11] (geboren op [geboortegegevens 2] ) en - [naam 6] (geboren op [geboortegegevens 3] ) en - [naam 5] (geboren op [geboortegegevens 4] ) en - [naam 8] (geboren op [geboortegegevens 5] ) en - [naam 6] (geboren op [geboortegegevens 6] ) behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, door die [naam 11] en die [naam 6] en die [naam 5] en die [naam 8] en die [naam 6] te vervoeren in een door hem, verdachte, bestuurd voertuig terwijl hij, verdachte, ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op: mensensmokkel, meermalen gepleegd Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De straf 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden. De officier van justitie heeft bij het bepalen van zijn strafeis acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS-oriëntatiepunten). 6.2 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel van vijf personen door hen in een auto vanuit Duitsland naar Nederland te vervoeren. Mensensmokkel maakt een ernstige inbreuk op de internationale rechtsorde en doorkruist het overheidsbeleid aangaande bestrijding van illegaal verblijf en illegale toegang tot Nederland en andere Europese landen. Het houdt een illegaal circuit in stand dat gemakkelijk leidt tot allerlei vormen van uitbuiting en misbruik van kwetsbare personen. De verdachte heeft, door deze vijf inzittenden te vervoeren, terwijl hij ernstige redenen had te vermoeden dat zij illegaal in Europa verbleven, hierin een rol gespeeld en daarmee bijgedragen aan de instandhouding van deze praktijken. De rechtbank vindt dat, gelet op de ernst van het feit en met het oog op een juiste normhandhaving, niet kan worden volstaan met een geringere straf dan een gevangenisstraf. Bovendien dient van de straf een voldoende afschrikwekkende werking uit te gaan om de verdachte alsook anderen ervan te weerhouden dit soort feiten (nogmaals) te plegen. Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (de LOVS-oriëntatiepunten). Uitgangspunt voor mensensmokkel is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden per gesmokkelde. De rechtbank ziet geen redenen om af te wijken van voornoemd oriëntatiepunt. Over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is verder ook niets bekend nu hij niet ter terechtzitting is verschenen. Doordat de verdachte vijf illegalen heeft vervoerd in zijn voertuig, zal de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 15 maanden. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering. 7De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht. 8De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Beije, voorzitter, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. E.B.A. Ferwerda, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.P. Huntjens, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 juli
  3. Buiten staat Mr. Beije en mr. Ferwerda is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 31 maart 2024 in de gemeente Venlo, althans in Nederland, een ander of anderen, te weten - [naam 11] (geboren op [geboortegegevens 2] ) en/of - [naam 6] (geboren op [geboortegegevens 3] ) en/of - [naam 5] (geboren op [geboortegegevens 4] ) en/of - [naam 8] (geboren op [geboortegegevens 5] ) en/of - [naam 6] (geboren op [geboortegegevens 6] ) behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die [naam 11] en/of die [naam 6] en/of die [naam 5] en/of die [naam 8] en/of die [naam 6] te vervoeren in een door hem, verdachte, bestuurd voertuig terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer : 03/110980-24 Proces-verbaal van de openbare zitting van 17 juli 2024 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboortegegevens 1] 1978, wonende te [adres] . Tegenwoordig: mr. , rechter, mr. , officier van justitie, , griffier. De rechter doet de zaak uitroepen. De verdachte is wel/niet in de zittingzaal aanwezig. De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen. Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier. Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee Brabant-Noord/Limburg-Noord/Venlo met dossiernummer PL27YN/24-001507 gesloten op 5 april 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina
  4. Proces-verbaal van 31 maart 2024, pag. 6 tot en met
  5. Proces-verbaal van verhoor van 31 maart 2024, pag. 38 ten
  6. Proces-verbaal van verhoor van 31 maart 2024, pag. 42 en
  7. Proces-verbaal van 31 maart 2024, pag.
  8. Proces-verbaal van 2 april 2024, pag.
  9. Proces-verbaal van verhoor van de verdachte van 1 april 2024, pag. 16 tot en met 29.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.