RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11055232 \ CV EXPL 24-1928 Vonnis van 24 juli 2024 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. J.E. Kettler, tegen [gedaagde] , voorheen h.o.d.n. [handelsnaam], wonende [adres] , [woonplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. R.R.J.W Delsing. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van [gedaagde] . 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
- [eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van: een bedrag van € 23.145,16 aan schadevergoeding te vermeerderen met wettelijke rente een bedrag van € 1.217,81 aan buitengerechtelijke kosten de kosten van de procedure, te vermeerderen met wettelijke rente en nakosten. 2.
- Ter onderbouwing van zijn vordering voert [eiser] (samengevat) het volgende aan. Partijen hebben in april 2021 een aannemingsovereenkomst gesloten op grond waarvan [gedaagde] zich verplichte stucwerkzaamheden te verrichten aan de woning van [eiser] . [eiser] heeft in totaal een bedrag van € 25.352,50 inclusief btw betaald aan [gedaagde] 2.
- [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Het door [gedaagde] geleverde werk vertoont verschillende gebreken. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om de door [eiser] geconstateerde gebreken te verhelpen, maar heeft dit niet gedaan. [eiser] stelt inmiddels geen prijs meer op herstel van gebreken door [gedaagde] , maar heeft bij brief van 12 januari 2024 zijn aanspraak op herstel omgezet in een vordering tot het betalen van een vervangende schadevergoeding groot € 22.157,
- Daarnaast maakt [eiser] aanspraak op vergoeding van de door gemaakte kosten van het deskundigenrapport van € 987,
- Voorts stelt [eiser] dat [gedaagde] aan hem een vergoeding van € 1.217,81 voor buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw verschuldigd is. 3De beoordeling 3.
- [gedaagde] heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering ten aanzien de hoofdsom staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen. 3.
- De gevorderde vergoeding van wettelijke rente, waartegen geen verweer is gevoerd, ligt ook voor toewijzing gereed. 3.
- [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is van toepassing. Het verzuim is op of na 1 juli 2012 ingetreden. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. [eiser] heeft vergoeding van btw gevorderd over de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. Omdat [eiser] geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 1.217,81 toegewezen. 3.
- Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom € 23.145,16 - buitengerechtelijke incassokosten € 1.217,81 + totaal € 24.362,97 3.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 140,84 - griffierecht € 706,00 - salaris gemachtigde € 543,00 (1,00 punten × € 543,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.524,84 3.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4De beslissing De kantonrechter 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 24.362,97, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 23.145,18, met ingang van 29 januari 2024, tot de dag van volledige betaling, 4.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.524,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 24 juli
- type: JEC