RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11122009 \ CV EXPL 24-2723 Vonnis van 24 juli 2024 in de zaak van de naamloze vennootschap VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V., gevestigd te Arnhem, eisende partij, hierna te noemen: VGZ, gemachtigde: [gemachtigde] , tegen [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gemeente [gemeente] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
- VGZ vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.500,00, vermeerderd met rente en kosten. 2.
- Ter onderbouwing van haar vordering voert VGZ (samengevat) het volgende aan. VGZ heeft op grond van een met [gedaagde] gesloten zorgverzekeringsovereenkomst bedragen bij [gedaagde] in rekening gebracht. De totale achterstand bedraagt volgens VGZ € 6.333,
- Daarnaast is [gedaagde] aan haar de wettelijke rente verschuldigd. VGZ berekent de wettelijke rente tot 12 april 2024 (= datum van dagvaarding) op € 401,
- Voorts stelt zij dat [gedaagde] aan haar een vergoeding van € 836,90 voor buitengerechtelijke kosten inclusief btw verschuldigd is. 2.
- Om haar moverende redenen beperkt VGZ haar vordering tot € 2.500,00, waarbij zij haar rechten met betrekking tot invordering van het restant reserveert. 2.
- [gedaagde] erkent de vordering. Hij probeert de eindjes aan elkaar te knopen. Hij wil graag betalen, maar heeft momenteel de middelen niet. 3De beoordeling Inhoudelijke beoordeling 3.
- De kantonrechter constateert dat in de gevorderde hoofdsom een bedrag van € 55,50 (37 x € 1,50) aan administratiekosten papieren post zijn verdisconteerd. Aangezien VGZ niet heeft gesteld op grond waarvan zij deze kosten vordert, worden deze kosten afgewezen en zal voor de verdere beoordeling worden uitgegaan van een bedrag van € 6.277,
- 3.
- Uit het antwoord van [gedaagde] is de kantonrechter gebleken dat de vordering van VGZ niet althans onvoldoende wordt betwist. De vordering ten aanzien van de resterende hoofdsom dient daarom te worden toegewezen. Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten 3.
- De gevorderde vervallen wettelijke rente vanaf de verzuimdata tot 12 april 2024 ten bedrage van € 401,01 is niet toewijsbaar aangezien deze over een te hoog bedrag is berekend. 3.
- VGZ maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. De gemachtigde van VGZ heeft op 13 mei 2020 een veertiendagenbrief verzonden betreffende de openstaande premies over de periode 1 februari 2019 tot en met 30 april
- Gelet op het door VGZ overgelegde overzicht van de door [gedaagde] gedane deelbetalingen waren op dat moment alle openstaande premies voldaan. Om die reden komen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten groot € 836,90 niet voor vergoeding in aanmerking. Conclusie 3.
- Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom € 6.277,86 - betalingen € 4.058,38 -/- Totaal € 2.219,48 3.
- Omdat [gedaagde] in ieder geval wel vanaf de dag van dagvaarding in verzuim is met betaling van de resterende hoofdsom, zal de wettelijke rente vanaf die dag (= 12 april 2024) worden toegewezen. Proceskosten 3.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VGZ worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 137,39 - griffierecht € 372,00 - salaris gemachtigde € 204,00 (1,00 punten × € 204,00) - nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 815,39 4De beslissing De kantonrechter 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen een bedrag van € 2.219,48, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 12 april 2024, tot de dag van volledige betaling, 4.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 815,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 24 juli
- type: JEC