RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/313060 / HA ZA 23-12 Vonnis van 7 februari 2024 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , te [woonplaats] ,
(05)toekennen. Het aandeel aan toegekende herstelkosten van € 10.819,00 in de totale gevorderde kosten van € 35.102,00 is 30,82%, zodat de rechtbank 30,82% van de algemene bouwplaatskosten van € 4.900,00, zijnde € 1.510,18 zal toekennen. De herstelkosten vermeerderd met een aandeel in de algemene bouwplaatskosten telt op tot € 12.329,
- [deskundige] heeft op de herstelkosten aanvullende kosten berekend, bestaande uit algemene kosten, winst & risico, verzekering en btw, (zie pagina 6 van het rapport). Dit betreft een verhoging van € 35.102,00 naar € 45.346,00, hetgeen neerkomt op een opslag van 29,18%. Deze opslag dient ook te worden toegevoegd aan het hiervoor begrote bedrag aan herstel- en bouwplaatskosten van € 12.329,18, zodat dit resulteert in een bedrag van € 15.926,83 inclusief btw en kosten. 4.
- In totaal worden de herstelkosten dan ook begroot op een bedrag van € 19.036,
- 4.
- Door [eisers] is niet onderbouwd dat hij naast de gevorderde schadevergoeding een zelfstandig belang heeft bij de gevorderde verklaring voor recht, zodat die vordering wordt afgewezen. Verkeert [gedaagde] in verzuim voor de herstelwerkzaamheden na oplevering? 4.
- [gedaagde] was aanwezig bij de opname door Perfectkeur en het rapport van Perfectkeur is op 10 februari 2022 door [eisers] met [gedaagde] gedeeld (bijlage 7,31). Daarbij is door [eisers] verzocht om naast de punten als genoemd in het rapport van Perfectkeur ook zorg te dragen voor het opruimen van achtergebleven puin. [gedaagde] heeft hier inhoudelijk op gereageerd middels de e-mail van 12 februari 2022 en daarbij aangegeven dat niet alle gestelde punten gebreken betreffen, maar deels meerwerk (bijlage 2,24). [gedaagde] vraagt hierbij welke concrete punten [eisers] opgelost wenst te zien. 4.
- De rechtbank begrijpt die e-mailcorrespondentie als volgt. [gedaagde] heeft erkend een aantal gebreken te herstellen en betwist bij de overige punten dat hier sprake is van een gebrek. Desondanks is herstel van de erkende gebreken uitgebleven. [gedaagde] heeft geen argumenten aangevoerd op grond waarvan de werkzaamheden die hij in ieder geval diende te verrichten niet reeds konden worden uitgevoerd, voordat duidelijkheid was over het al dan niet verrichten van de punten die volgens [gedaagde] onder het meerwerk vallen. 4.
- Nu (ook) de herstelwerkzaamheden voor de erkende gebreken niet door [gedaagde] zijn uitgevoerd, is [gedaagde] daardoor in verzuim vanaf het moment van ontvangst van de rapportage van Perfectkeur. Hiervoor is reeds komen vast te staan dat [gedaagde] de verplichtingen uit hoofde van de aannemingsovereenkomst ook voor de andere punten uit het rapport van Perfectkeur onvoldoende is nagekomen, doordat het betreffende opgeleverde werk gebrekkig was (en dus geen meerwerk betreft), zodat hij ook voor die punten in verzuim verkeert. 4.
- Ten aanzien van het rapport van [deskundige] overweegt de rechtbank als volgt. 4.
- [eisers] heeft [gedaagde] op 17 juni 2022 (bijlage 1, 14) en 19 oktober 2022 (bijlage 1,18; na het rapport van [deskundige] ) (opnieuw) gesommeerd de gebreken te herstellen. Door [gedaagde] is hierop gereageerd met de stelling dat de woning lange tijd geleden is opgeleverd en dat hij geen aansprakelijkheid erkent (bijlage 1,20). [gedaagde] is daarna niet inhoudelijk ingegaan op de door [eisers] aangevoerde punten, maar heeft dit pas tijdens de aanhangige procedure gedaan. 4.
- De rechtbank is van oordeel dat [eisers] uit de mededelingen van [gedaagde] had mogen begrijpen dat [gedaagde] de in het rapport van [deskundige] opgenomen gebreken niet zou herstellen, omdat hij in zijn standpunt volhardde hier niet toe gehouden te zijn. [gedaagde] heeft die gebreken ook nimmer hersteld. Ten aanzien van die gebreken geldt dat [gedaagde] , voor zover is komen vast te staan dat sprake is van een gebrek, in verzuim is komen te verkeren. 4.
- Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank ook de wettelijke rente over de toegekende bedragen toewijzen. De wettelijke rente voor de door Perfectkeur begrote kosten is gaan lopen op het moment van ontvangst van het rapport van Perfectkeur, zijnde 10 februari
- De wettelijke rente ten aanzien van de door [deskundige] begrote kosten zal de rechtbank toewijzen vanaf het moment van ontvangst van het rapport van [deskundige] door [gedaagde] , zijnde 19 oktober 2022 (bijlage 1,18). Vervangende schadevergoeding i.p.v. nakoming 4.
- Voor zover is komen vast te staan dat [gedaagde] in verzuim is met een deugdelijke uitvoering van het aanneemwerk, zoals hiervoor overwogen, zal [gedaagde] , in het licht van de omzettingsverklaring van [eisers] van 18 november 2022 (bijlage 1,21), op grond van artikel 6:87 BW een vervangende schadevergoeding aan [eisers] moeten voldoen. [gedaagde] heeft immers - om hem moverende redenen - geen gebruik gemaakt van de door [eisers] geboden mogelijkheid tot herstel van gebreken. [gedaagde] heeft niet betwist dat de door [eisers] gestelde schadeposten betrekking hebben op vervangende schadevergoeding in de zin van artikel 6:87 BW. De rechtbank heeft aan de hand van de rapporten van Perfectkeur en [deskundige] de omvang van de schadevergoeding begroot op een bedrag van € 19.036,
- Proceskosten, deskundigenkosten en beslagkosten 4.
- Aan buitengerechtelijke kosten zijn de kosten voor Perfectkeur ad € 529,00 en voor [deskundige] ad € 1.936,00 toewijsbaar, omdat hun onderzoek nodig was om vast te stellen dat het werk van [gedaagde] gebreken vertoont. 4.
- [eisers] vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 880,49 voor kosten deurwaardersexploten, € 314,00 voor griffierecht en € 614,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 614,00), totaal € 1.808,
- 4.
- Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. in reconventie 4.
- [gedaagde] vordert betaling van het openstaande bedrag van € 11.599,
- Door [eisers] is verschuldigdheid van een bedrag van € 6.002,26 erkend, zodat dit door de rechtbank zal worden toegewezen. 4.
- [eisers] betwist verschuldigdheid van het restantbedrag van € 5.597,
- Volgens [eisers] betreft dit de laatste termijn van 5% van de aanneemsom en is deze termijn bij oplevering verschuldigd. Aangezien geen oplevering heeft plaatsgevonden, is die termijn ook niet verschuldigd, aldus nog steeds [eisers] . 4.
- De rechtbank volgt [eisers] niet in dit verweer. Zoals de rechtbank in conventie reeds heeft geoordeeld heeft oplevering plaatsgevonden op 21 januari 2021, toen Perfectkeur in aanwezigheid van partijen het werk heeft opgenomen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [eisers] ook de laatste termijn aan [gedaagde] dient te betalen. De rechtbank zal het door [gedaagde] gevorderde bedrag ad € 11.599,61 dan ook toewijzen. 4.
- [gedaagde] vordert betaling van de hoofdsom vermeerderd met wettelijke handelsrente. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW, zodat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen. 4.
- [eisers] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. Gelet op de nauwe samenhang met de conventie zullen de proceskosten worden gehalveerd (factor 0,5). Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] als volgt vastgesteld: - salaris advocaat € 614,00 (2,00 punten × factor 0,5 × € 614,00) Totaal € 614,00 4.
- De gevorderde veroordeling in de nakosten is toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld. 4.
- De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. 5De beslissing De rechtbank in conventie 5.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eisers] van een schadevergoeding van € 19.036,83, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 3.110,00, met ingang van 10 februari 2022 tot de dag van volledige betaling, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 15.926,83 met ingang van 19 oktober 2022 tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eisers] van € 2.465,00 voor deskundigenkosten, 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 1.808,49, 5.
- compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.
- verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.1 tot en met 5.3 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 5.
- veroordeelt [eisers] hoofdelijk om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 11.599,61, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, telkens tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot dit vonnis vastgesteld op € 614,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van deze uitspraak tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: - € 178,00 aan salaris advocaat, - te vermeerderen met € 92,00 aan salaris advocaat en met de explootkosten als [eisers] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, - en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na betekening van deze uitspraak tot de dag van volledige betaling, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. H.H. Dethmers en in het openbaar uitgesproken op 7 februari
- MS