← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2024:5142

RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 10961416 \ CV EXPL 24-1114 Vonnis van 31 juli 2024 – bij vervroeging in de zaak van [eiseres] , gevestigd in [vestigingsplaats 1] , eisende partij, gemachtigde: mr. M.R. Vink, tegen [gedaagde] H.O.D.N. [bedrijfsnaam], wonend in [vestigingsplaats 2] , gedaagde partij, in persoon procederend. Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het exploot van dagvaarding van 13 februari 2024; - de conclusie van antwoord; - de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald; - de mondelinge behandeling van 11 juli 2024, waarvan de griffier zittingsaantekeningen heeft gemaakt. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [gedaagde] huurde van [B.V.] een bedrijfsruimte voor de exploitatie van zijn cafetaria aan het [adres] in [plaats] . 2.
  4. In de huurovereenkomst tussen [B.V.] en [gedaagde] is overeengekomen dat [gedaagde] 80% van de verbruiksgoederen voor zijn cafetaria bij [B.V.] zou afnemen. [eiseres] , die een aan [B.V.] gelieerde vennootschap is, is een horecagroothandel en heeft die goederen vervolgens aan [gedaagde] geleverd. 2.
  5. [eiseres] heeft voor de leveranties in de periode juli 2022 tot en met mei 2023 diverse facturen aan [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] is niet tot (volledige) betaling van deze facturen overgegaan. In totaal gaat het om één factuur die [gedaagde] slechts deels heeft betaald en acht facturen die volledig onbetaald zijn gebleven. Rekening houdend met twee creditnota’s die op 13 april 2023 en 10 mei 2023 aan [gedaagde] zijn gestuurd, resteerde nog een totaal openstaand bedrag van € 7.302,55 inclusief btw. 2.
  6. De gemachtigde van [eiseres] heeft [gedaagde] meermaals verzocht en gesommeerd om tot betaling van het openstaande bedrag over te gaan. [gedaagde] heeft daarop enkel medegedeeld dat hij was toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject van de gemeente Heerlen. Hij is niet tot betaling overgegaan. 3Het geschil 3.
  7. [eiseres] vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 7.302,55, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de afzonderlijk onbetaald gebleven factuurbedragen vanaf de vervaldata van de verschillende facturen tot aan de dag van algehele voldoening, met tevens de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag na datum van dit vonnis. 3.
  8. [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] in gebreke is gebleven met betaling van de openstaande facturen. [gedaagde] heeft de vordering meermaals erkend. Nu de betaling van de facturen ook na diverse sommaties is uitgebleven, is [gedaagde] ook de wettelijke handelsrente en de incassokosten verschuldigd. 3.
  9. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  10. Gelet op de erkenning van [gedaagde] is niet tussen partijen in geschil dat [gedaagde] € 7.032,55 aan [eiseres] is verschuldigd. [gedaagde] heeft [eiseres] medegedeeld dat hij is toegelaten tot een minnelijk schuldhulpverleningstraject van de gemeente Heerlen. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] hiermee bedoelt te zeggen dat hij de vordering niet kan betalen. Voor betalingsonmacht geldt echter dat dit tot de risicosfeer van [gedaagde] behoort en niet in de weg staat aan toewijzing van de vordering. Het opstarten van een schuldhulpverleningstraject ontslaat [gedaagde] evenmin van zijn betalingsverplichting jegens [eiseres] zodat de kantonrechter de vordering tot betaling van de hoofdsom van € 7.302,55 zal toewijzen. De daarover gevorderde – onweersproken – wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen. 4.
  11. Volledigheidshalve merkt de kantonrechter op dat in deze procedure geen rekening kan worden gehouden met de bedragen die [gedaagde] heeft vermeld in zijn schriftelijke toelichting die de kantonrechter heeft voorgelezen tijdens de mondelinge behandeling, nu deze allemaal betrekking hebben op de huur en de inrichting van het van [B.V.] gehuurde bedrijfspand en dus niet op de rechtsverhouding met [eiseres] , eisende partij in deze procedure. 4.
  12. [eiseres] maakt tevens aanspraak op de vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op of na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt tevens vast dat aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Het gevorderde bedrag van € 740,13 aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen, evenals de wettelijke rente daarover. 4.
  13. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] worden veroordeeld. Deze kosten worden tot aan dit vonnis begroot op: - kosten van de dagvaarding € 112,99 - griffierecht € 524,00 - salaris gemachtigde € 678,00 (2,00 punten × € 339,00) Totaal € 1.314,99 4.
  14. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  15. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] € 7.302,55 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over de afzonderlijk onbetaald gebleven factuurbedragen vanaf de respectievelijke vervaldata van de onderliggende facturen telkens tot de dag van volledige betaling, 5.
  16. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] € 740,13 aan buitengerechtelijke incassokosten te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling, 5.
  17. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] € 1.314,99 aan proceskosten te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 5.
  18. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 31 juli
  19. LC

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.