vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/311292 / HA ZA 22-501 Vonnis van 31 januari 2024 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , wonende te [woonplaats 1] , 2. [eiseres sub 2], wonende te [woonplaats 1] , eisers, advocaat mr. T.N. Vis, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, advocaat mr. P.J.L. Tacx. Partijen zullen hierna [eiser] (mannelijk meervoud) en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding, met producties 1 tot en met 21, de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 6, de aanvullende producties 7 en 8 zijdens [gedaagde] , de akte tot het overleggen van producties 22 tot en met 31 en wijziging van eis zijdens [eiser] de brief van 23 oktober 2023, waarbij productie 9 zijdens [gedaagde] is overgelegd, het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 26 oktober 2023, met daarbij de reactie van mr. Vis op het proces-verbaal. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De relevante feiten 2.1. Eind 2016 hebben [eiser] gezamenlijk de woning, staande en gelegen te [woonplaats 1] aan de [adres] (hierna: de woning) in eigendom verkregen. [eiser] wilden het volledige dak, inclusief dakconstructie, van de woning laten vernieuwen en hebben zich om die reden in 2021 tot [gedaagde] gewend. 2.2. [gedaagde] exploiteert een dakdekkers- en klusbedrijf , onder de naam ‘ [handelsnaam 1] ’, als eenmanszaak. 2.3. Tussen partijen is op 13 december 2021 een overeenkomst van aanneming van werk tot stand gekomen. De overeenkomst is vervat in de offerte van 13 december 2021, waarin de door [gedaagde] uit te voeren werkzaamheden (hierna: dakconstructie) zijn omschreven. De aanneemsom bedroeg € 32.004,50 (inclusief btw). De werkzaamheden zijn als volgt omschreven: “(…) Het vernieuwen van het pannendak waar van de asbest door de klant zelf wordt verwijderd en afgevoerd. Het plaatsen van nieuwe hoofd balken en oude verwijderen, en osb platen plaatsen waar de isolatie 8 dik op komt met een dampremmende laag. Tengellatten met panlatten en afwerken met een betonpan. Voor 2 dakramen van een bij een + en aan de achterkant een dakkapel afgewerkt in hout met 3 dakramen kunststof . Binnenkant dakkapel afwerking in overleg buiten deze opdracht om. Boeiboord voor en achter en links en rechts inverband met het dak op te hogen door isolatie, en voor en achter een zinken goot plaatsen Steiger plaatsen met pannenlift. Afval is voor de klant, tvdgbouw plaats een container. Hout prijs/prijsstijging onder voorbehoud. Waterschade voor klant zo als besproken. (...)” 2.4. Partijen hebben naast deze schriftelijke overeenkomst ook nog mondeling afspraken gemaakt voor het (onder andere) realiseren van een verhoging onder het te plaatsen bad op de zoldervloer middels een houten badombouw door [gedaagde] (hierna: de badconstructie). 2.5. De werkzaamheden van [gedaagde] vingen medio/eind maart 2022 aan en medio/eind april 2022 zijn de werkzaamheden aan de woning beëindigd. Op 24 april 2022 hebben [eiser] de aanneemsom van de offerte van € 32.004,50 (inclusief btw) aan [gedaagde] betaald. Daarnaast hebben [eiser] ook de aanneemsom van (onder andere) de badconstructie aan [gedaagde] betaald. 2.6. Medio juni 2022 constateerden [eiser] een lekkage in hun woning. Op 24 juni 2022 hebben [eiser] aan [gedaagde] een e-mail gestuurd met de volgende inhoud: “(…) Onlangs heb je o.a. het dak met uitbouw van onze woning opgeleverd. Helaas hebben we (wederom) de volgende gebreken ontdekt: Ter hoogte van de overgang van het dakkapel en het dak is, - net als afgelopen week, een lekkage. Je poging van afgelopen vrijdag, om het probleem op te lossen, heeft onvoldoende resutaat opgeleverd. De lekkage lijkt enkel groter geworden en tevens tonen de fillerplaten rondom de lekkage nu ook sporen van vocht. Dit is onacceptabel en dit willen we spoedig, volledig en kostenloos herstel zien worden. Daarom ook het verzoek deze gebreken binnen twee weken na dagtekening van deze mail te herstellen. (…)” [gedaagde] heeft op 24 juni 2022 als volgt gereageerd: “(…) Zoals al eerder aan u vermeld is uw schade veroorzaakt door de stormschade van 20-5-2022 jongstleden. Dit hebben wij geconstateerd en vermeld nadat wij dit bij u zijn komen controleren. Ook hebben wij getracht dit ter plekke kosteloos voor u te repareren als zijnde een extra service naar U toe. Echter door het gebrek aan materialen ter plekke op dat moment is dit blijkbaar niet volledig dichtend gebleken. Mocht inzake deze lekkage nog assistentie nodig blijken te zijn. Dan zijn wij zeker bereid om nog een tweede keer langs te komen ter reparatie van bovengenoemd fenomeen. Echter zullen hier wel voorrijkosten a €45 euro en eventuele reparatiekosten aan verbonden zijn. (…) Stormschade is niet toe te rekenen aan onze werkzaamheden. De gevolgschade aan de binnenkant van uw huis door deze storm zijn hierdoor ook niet aan ons te wijden. (…)” 2.7. Nadat [eiser] de lekkage hebben ontdekt, is vervolgens eind juni 2022 een tussenpersoon van de verzekeraar (hierna: tussenpersoon) van [eiser] in de woning geweest. De tussenpersoon heeft geen rapport opgemaakt en ook namens de opstalverzekeraar geen uitkering aan [eiser] verstrekt. 2.8. [eiser] hebben vervolgens bouwinspecteur [naam bouwinspecteur] en aannemer [naam aannemer] (hierna: [naam bouwinspecteur] en [naam aannemer] ) en ook ir. [naam ingenieur 1] van [handelsnaam 2] (hierna: [naam ingenieur 1] ) ingeschakeld om het werk van [gedaagde] te beoordelen. 2.9. [naam ingenieur 1] heeft van zijn bevindingen een deskundigenrapport controleberekening dakconstructie opgesteld, waarin onder “rapportage” antwoord wordt gegeven op de door [eiser] gestelde vragen. [naam ingenieur 1] verklaart ten aanzien van de woning van [eiser] het volgende: “(…) Kort samengevat kan ik mededelen dat - mijns inziens – de constructie niet deugdelijk is uitgevoerd” (…) het houten spant voldoet niet aan de normen, de gording waaraan het spantbeen is bevestigd voldoet niet aan de normen (…) De zolderverdieping daarentegen is ongeschikt voor de bestemming waarvoor deze bedoeld is, namelijk een verblijfsgebied (…) Ondeugdelijke spant en gording t.b.v. opvang spantbeen (…) Hieruit blijkt dat de balklaag niet voldoet. Het gewicht uit de extra lokale verzwaring is nog niet verdisconteerd, maar het is evident dat de balklaag ook niet zal voldoen (…) Daarmee is aannemelijk gemaakt dat de uitgevoerde hoofddraagconstructie niet voldoet aan de gestelde eisen in de eurocode normen en Bouwbesluit 2012 (…) Door het niet laten berekenen van de nieuwe dakconstructie (gordingen, spant, balklaag plat dak dakkapel en een controleberekening te laten uitvoeren van de zoldervloer t.g.v. verhoogde belastingen) heeft de uitvoerende partij, zijnde [handelsnaam 1] , een aanzienlijk risico genomen (…) Mijns inziens is het herstellen van de huidige kapconstructie duurder dan de gehele kapconstructie te slopen en opnieuw op te bouwen. De herstelwerkzaamheden aan spant en gording zijn dusdanig ingrijpend dat sloop beter en verantwoorder is.(…) De kapconstructie en zoldervloer vormen -mijns inziens- een direct gevaar op het moment dat deze worden gebruikt zoals bedoeld, namelijk een gebruiksfunctie (…)” 2.10. [eiser] hebben vervolgens AKC Bouw ingeschakeld voor de begroting van de herstelwerkzaamheden aan de woning. AKC Bouw heeft naar aanleiding van de bevindingen van [naam ingenieur 1] de herstelwerkzaamheden begroot op een bedrag van in totaal € 99.506,37 inclusief btw. 2.11. Bij brief van 21 juli 2022 hebben [eiser] [gedaagde] aansprakelijk en in gebreke gesteld voor de door [eiser] gestelde gebreken aan de woning. [eiser] hebben [gedaagde] de mogelijkheid gegeven om een herstelplan aan te leveren. 2.12. [gedaagde] heeft vervolgens ir. [naam ingenieur 2] (hierna: [naam ingenieur 2] ) de opdracht gegeven om een contra-expertise uit te voeren. Bij brief van 22 juli 2022 heeft [naam ingenieur 2] [eiser] hierover geïnformeerd. 2.13. Op 2 augustus 2022 is de contra-expertise door [naam ingenieur 2] uitgevoerd aan de woning van [eiser] Uit de rapportage van [naam ingenieur 2] blijkt onder andere het volgende: “(…) Wijzigen bestaand houten middenspant Op nadrukkelijk verzoek van opdrachtgevers heeft u eveneens het bestaand houten midden dakspant aangepast. Het overblijvende gedeelte van het spantbeen is nu in het werk afgesteund op een houten middengording. Dit is bouwkundig, constructief door u niét goed uitgevoerd. Deze omissie, hoe goed bedoeld dan ook, dient door u op een bouwkundig, constructief juiste wijze te worden gewijzigd. (…) Behoudens de niét correct uitgevoerde opvangconstructie van het bestaand houten middenspant zijn volgens mijn bevindingen de werkzaamheden correct en vakkundig uitgevoerd. De kosten voor het noodzakelijke herstel van de niét correct uitgevoerde opvang van het bestaande houten middenspant schat ik in op een bedrag groot tussen € 2.500 en € 3.000,- inclusief BTW. Minimaal te rekenen op 2 mandagen met 2 man + 1 mandag voor het aanpassen van diverse afwerkingen. Plus een post materiaal voor de aanvullende constructiedelen. 40 manuren a € 45,00 = € 1.800,00 post materiaal € 300,00 post transport € 100,00 post opruimen en geheel bezemschoon opleveren € 175,00 € 2.375,00 21% BTW € 498,75 -------------- Totaal € 2.873,75 Niét door u uitgevoerde werkzaamheden Afwerking bestaande vloerconstructie zolder (…) De aanvullend door opdrachtgevers uitgevoerde werkzaamheden aan de houten zoldervloer zijn volgens mijn bevindingen constructief zeker niét akkoord.(…)” 2.14. Na het verkrijgen van verlof van de voorzieningenrechter op 26 oktober 2022 voor het leggen van conservatoir beslag, hebben [eiser] op 27 oktober 2022 beslag doen leggen op een viertal onroerende zaken van [gedaagde] . 2.15. [naam ingenieur 1] heeft op 11 oktober 2023 een reactie gegeven op de bevindingen van [naam ingenieur 2] , waarin onder andere het volgende wordt gesteld: “(…) 1. De fotorapportage waarnaar verwezen wordt in het rapport ontbreekt; 2. De berekening waarin gesteld wordt dat de gordingen wel voldoen aan de gestelde normen en eisen ontbreekt in het rapport. Daardoor kan niet beoordeeld worden of de aannames van dhr. [naam ingenieur 2] wél correct zijn; 3. Op blad 1/5, onder het derde streepje wordt beschreven dat dhr. [gedaagde] een houten skelet heeft getimmerd in verband met een badombouw. Hieruit blijkt dus dat dhr. [gedaagde] heeft geweten dat er een ligbad geplaatst zou worden. Dhr. [gedaagde] had -mijns inziens- op zijn minst de bewoners kenbaar moeten maken dat de bestaande balklaag van de zoldervloer gecontroleerd had moeten worden met de extra belastingen hieruit volgend. Dit is niet gebeurd; 4. Dhr. [naam ingenieur 2] is het met ondergetekende eens dat het opvangen van het middenspant constructief onverantwoord is. (…) 5. Halverwege blad 4/5 wordt door dhr. [naam ingenieur 2] een voorstel voor wat betreft aanpassen middenspant aangedragen. Dat voorstel is nergens terug te vinden in het rapport. (…) Vooralsnog heb ik het voorstel -zoals hierboven beschreven- nog niet steeds ontvangen. Derhalve kan ik niet bepalen of het voorstel voldoende aannemelijk geacht kan worden. Ik kan wel aangeven dat het (wel of niet tijdelijk) ondersteunen van de betreffende gording middels een kolom niet de juiste oplossing is, omdat deze kolom dan rust op de balklaag van de zoldervloer waarvan geconcludeerd is dat deze sowieso al niet voldoet. Wie nu uiteindelijk verantwoordelijk gehouden wordt voor het aanpassen van de vloerconstructie is voor de constructieve veiligheid van de vloer niet van belang. Wat wél van belang is, is dat de vloerconstructie ter plaatse van het ligbad aangepast dient te worden. (…)” 2.16. [naam ingenieur 2] heeft vervolgens op 22 oktober 2023 (opnieuw) gereageerd op de reactie van [naam ingenieur 1] , waarin [naam ingenieur 2] ook een opzet maakt van een coulance voorstel voor de (herstel)werkzaamheden van de zoldervloerconstructie. [naam ingenieur 2] verklaart onder andere het volgende: “(…) Het is derhalve niet uit te sluiten dat als gevolg van de overtrekkende windhoos ook de dakconstructie van de woning aan de [adres] te [woonplaats 1] constructieve schade heeft opgelopen als gevolg van de optredende zuigkrachten op de dakvlakken. (…) 3. Vloerconstructie zolder (…) Nu alle afwerkingen zijn aangebracht buigen de bestaande houten balken van de vloerconstructie aanzienlijk door. Het noodzakelijk herstel kan eenvoudig en praktisch geschieden vanuit de onderzijde van de bestaande vloerconstructie. Daarvoor dienen dan wel de bestaande plafonds op de verdieping van de woning gehéél verwijderd te worden. (…) De benodigde kosten voor de uitvoer van deze benodigde herstelwerkzaamheden schat ik in op een bedrag groot van maximaal € 4.500,- aan arbeidstijd en de levering van de benodigde materialen, in de uitvoering door Dakdekkersbedrijf TvdG, zonder opslagen zoals algemeen geldend aan algemene kosten, kosten uitvoering, kosten winst en risico en exclusief kosten verschuldigde BTW.(…)” 3Het geschil 3.1. [eiser] vorderen na wijziging van eis, dat de rechtbank, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] , zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van een geldbedrag ter hoogte van € 109.100,38, te vermeerderen met een percentage van 12,5% per maand, wegens prijsstijgingen vanaf de datum van de geïndexeerde schadebegroting (7 oktober 2023) tot aan de dag der vonnis, dan wel subsidiair te vermeerderen met een door de rechtbank te bepalen percentage wegens prijsstijgingen; II. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] , zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van € 4.908,60 uit hoofde van de wettelijke rente over € 109.100,38 vanaf 22 september 2022 tot 26 oktober 2023, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; III. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] , zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, de buitengerechtelijke incassokosten over € 109.100,38, bestaande uit €1.866,00 conform WIK; IV. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] , zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van de kosten voor het leggen van conservatoir beslag, bestaande uit € 693,36; V. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] , zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van € 2.500,00 uit hoofde van de kosten deskundige; VI. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen salaris advocaat en de (na)kosten, te voldoen binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, bij gebreke waarvan deze bedragen vanaf de 2e dag na betekening van het vonnis worden vermeerderd met de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening. 3.2. [eiser] hebben – zakelijk en verkort weergegeven – aan hun vorderingen ten grondslag gelegd dat [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. Ter onderbouwing van hun vorderingen voeren [eiser] aan dat de dak- en badconstructie ondeugdelijk is uitgevoerd, omdat niet aan de geldende veiligheidsnormen is voldaan ten gevolge waarvan de woning (in ieder geval de bovenverdieping en zolder) onveilig en onleefbaar is. Bovendien stellen [eiser] zich op het standpunt dat [gedaagde] zijn waarschuwingsplicht heeft geschonden, omdat hij niet met hen heeft gesproken over de vraag of de zoldervloerconstructie het gewicht van de badkuip kon dragen. Door de ondeugdelijke uitvoering van de werkzaamheden zijn voorts lekkages en scheuren in de gevel ontstaan, aldus [eiser] . Kortom, [eiser] stellen zich op het standpunt dat zij door de tekortkoming(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.