← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2024:5306

RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11031251 \ CV EXPL 24-1741 Vonnis van 7 augustus 2024 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] m.h.o.d.n. [handelsnaam 1], gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: [gemachtigde] , tegen [gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam 2], wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van [gedaagde] . 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
  3. [eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 13.445,84, vermeerderd met rente en kosten. 2.
  4. [eiseres] legt daaraan – samengevat - het volgende ten grondslag. Partijen zijn een overeenkomst van opdracht aangegaan. [gedaagde] blijft in gebreke met betaling van een bedrag van € 10.938,
  5. Voorts maakt [eiseres] aanspraak op de wettelijke handelsrente. [eiseres] berekent deze rente tot 2 april 2024 (= datum van dagvaarding) op € 1.623,
  6. Voorts stelt [eiseres] dat [gedaagde] een vergoeding van € 884,38 voor buitengerechtelijke kosten verschuldigd is.
  7. De beoordeling 3.
  8. [gedaagde] heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van [eiseres] ten aanzien van de hoofdsom en de wettelijke handelsrente staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen. 3.
  9. [eiseres] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt vast dat [eiseres] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten groot € 884,38 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. 3.
  10. Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom - vervallen wettelijke handelsrente tot 2 april 2024 € € 10.938,40 1.623,06 - buitengerechtelijke incassokosten € 884,38 + totaal € 13.445,84 3.
  11. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 116,39 - griffierecht € 1.409,00 - salaris gemachtigde € 406,00 (1,00 punten × € 406,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.066,39 4De beslissing De kantonrechter 4.
  12. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 13.445,84, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 10.938,40, met ingang van 2 april 2024, tot de dag van volledige betaling, 4.
  13. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.066,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
  14. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus
  15. type: JEC

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.