RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11187477 \ CV EXPL 24-3288 Vonnis van 7 augustus 2024 in de zaak van de naamloze vennootschap CZ ZORGVERZEKERINGEN N.V., gevestigd te Tilburg, eisende partij, hierna te noemen: CZ, gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V., tegen [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
- CZ vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 498,95, vermeerderd met rente en kosten. 2.
- Ter onderbouwing van haar vordering voert CZ (samengevat) het volgende aan. CZ heeft op grond van een met [gedaagde] gesloten zorgverzekeringsovereenkomst bedragen bij [gedaagde] in rekening gebracht. De totale achterstand bedraagt volgens CZ € 507,
- Daarnaast is [gedaagde] aan haar de wettelijke rente verschuldigd. CZ berekent de wettelijke rente tot 11 juni 2024 (= datum van dagvaarding) op € 15,
- Voorts stelt zij dat [gedaagde] aan haar een vergoeding van € 76,12 voor buitengerechtelijke kosten verschuldigd is. Op de vordering kan nog een bedrag van € 100,00 in mindering strekken. 2.
- [gedaagde] stelt dat de vordering van CZ klopt. 3De beoordeling Inhoudelijke beoordeling 3.
- Uit het antwoord van [gedaagde] is de kantonrechter gebleken dat de vordering van CZ niet althans onvoldoende wordt betwist. 3.
- CZ heeft haar vordering betreffende de hoofdsom voldoende onderbouwd zodat deze voor toewijzing in aanmerking komt. Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten 3.
- [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de thans gevorderde vervallen wettelijke rente van € 15,38, zodat die - als op de wet gegrond - wordt toegewezen. Dit geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente vanaf 11 juni 2024 (= datum van dagvaarding). 3.
- CZ vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gemachtigde van CZ heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 76,12 toegewezen. Conclusie 3.
- Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom - wettelijke rente tot 11 juni 2024 € € 507,45 15,38 - buitengerechtelijke incassokosten € 76,12 + totaal € 598,95 - betalingen € 100,00 -/- Totaal € 498,95 Proceskosten 3.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CZ worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 136,72 - griffierecht € 130,00 - salaris gemachtigde € 82,00 (1,00 punten × € 82,00) - nakosten € 41,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 389,72 4De beslissing De kantonrechter 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan CZ te betalen een bedrag van € 498,95, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 11 juni 2024, tot de dag van volledige betaling, 4.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 389,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus
- type: JEC