RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 10820280 \ CV EXPL 23-5263 Vonnis van de kantonrechter van 3 januari 2024 in de zaak van: de naamloze vennootschap CZ ZORGVERZEKERINGEN N.V., gevestigd te Tilburg, eisende partij, gemachtigde GGN Mastering Credit B.V., tegen: [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
- Eisende partij vordert, samengevat, de veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 323,48, vermeerderd met rente en kosten. 2.
- Ter onderbouwing van haar vordering voert eisende partij (samengevat) het volgende aan. Eisende partij heeft op grond van een met gedaagde partij gesloten zorgverzekeringsovereenkomst bedragen bij gedaagde partij in rekening gebracht. De totale achterstand bedraagt volgens eisende partij € 276,
- Daarnaast is gedaagde partij aan haar de wettelijke rente verschuldigd. Eisende partij berekent de wettelijke rente tot 16 november 2023 (= datum van dagvaarding) op € 5,
- Voorts stelt zij dat gedaagde partij aan haar een vergoeding van € 41,48 voor buitengerechtelijke kosten verschuldigd is. 2.
- Gedaagde partij weerspreekt de vordering niet. Door verhoging van de energiekosten en de hypotheekrente loopt de schuld bij eisende partij steeds verder op. Hij heeft geprobeerd om contact te krijgen met eisende partij, maar dit is niet gelukt. Hij wil graag hulp hebben. 3De beoordeling 3.
- Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’). 3.
- De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden. 3.
- Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet althans onvoldoende wordt betwist. 3.
- Eisende partij heeft haar vordering betreffende de hoofdsom voldoende onderbouwd zodat deze voor toewijzing in aanmerking komt. 3.
- Gedaagde partij heeft geen verweer meer gevoerd tegen de thans gevorderde vervallen wettelijke rente van € 5,50, zodat die - als op de wet gegrond - wordt toegewezen. Dit geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 november 2023 (= datum van dagvaarding). 3.
- Eisende partij maakt tevens aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 41,
- De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De hoogte van het gevorderde bedrag is in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Ook deze vordering is toewijsbaar aangezien de gemachtigde van eisende partij de veertiendagenbrief aan gedaagde partij verzonden heeft en gedaagde partij de ontvangst daarvan niet heeft betwist. 3.
- De conclusie van het voorgaande is dat een bedrag van € 323,48, bestaande uit: - € 276,50 aan hoofdsom - € 5,50 aan vervallen wettelijke rente - € 41,48 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 276,50 vanaf 16 november 2023 tot de dag van volledige betaling, zal worden toegeweze,. 3.
- Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 129,86 griffierecht € 128,00 salaris gemachtigde € 80,00 (1 x tarief € 80,00) totaal € 337,86 4De beslissing De kantonrechter 4.
- veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 323,48, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 276,50 vanaf 16 november 2023 tot de dag van volledige betaling, 4.
- veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 337,86, 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken. type: JEC