RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11179558 \ CV EXPL 24-3197 Vonnis van 2 oktober 2024 in de zaak van BILL INCASSO B.V., te Bergen op Zoom, eisende partij, hierna te noemen: Bill Incasso, gemachtigde: Trivarso B.V., tegen
- [gedaagde sub 1] , H.O.D.N. [handelsnaam] , VOORMALIG VENNOOT VAN DE OP 14 FEBRUARI 2024 UITGESCHREVEN [naam VOF], te [woonplaats] , niet verschenen, hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,
- [gedaagde sub 2] , VOORMALIG VENNOOT VAN DE OP 14 FEBRUARI 2024 UITGESCHREVEN [naam VOF], te [woonplaats] , procederend in persoon, hierna te noemen: [gedaagde sub 2] , gedaagde partijen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord van [gedaagde sub 2] - de conclusie van repliek - [gedaagde sub 2] heeft geen conclusie van dupliek genomen. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [naam VOF] heeft bij [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ) op verschillende data diverse horecabenodigdheden gehuurd, waarvoor [naam bedrijf] op 16 oktober 2023, 23 oktober 2023 en 30 november 2023 een factuur heeft verzonden. Het totaalbedrag van deze facturen bedraagt € 1.262,
- 2.
- [naam bedrijf] heeft haar vordering op [handelsnaam] in eigendom overgedragen aan Bill Incasso. 2.
- [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn niet overgegaan tot betaling. 2.
- Per 1 januari 2023 is [naam VOF] ontbonden. 3Het geschil 3.
- Bill Incasso vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot betaling van € 1.531,77, vermeerderd met rente en kosten. 3.
- Ter onderbouwing van haar vordering voert Bill Incasso (samengevat) het volgende aan. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben diverse malen bij [naam bedrijf] horecabenodigdheden gehuurd en in huur ontvangen, maar hebben niet de daarover verschuldigde huurprijs van in totaal € 1.262,55 betaald. Bill Incasso maakt aanspraak op de wettelijke handelsrente vanaf 14 dagen na factuurdatum, berekent deze tot de dag van dagvaarding (13 juni 2024) op € 79,84 en vordert de wettelijke handelsrente verder vanaf 3 juni 2024 tot de dag van volledige betaling. Voorts stelt Bill Incasso dat aan haar een vergoeding van € 189,38 verschuldigd is voor gemaakte buitengerechtelijke invorderingskosten. 3.
- [gedaagde sub 2] voert verweer en stelt dat hij niet aansprakelijk is voor de vordering van Bill Incasso. [gedaagde sub 2] betoogt dat [naam VOF] per 1 februari 2023 is opgeheven en dat hij per die datum is uitgetreden. [gedaagde sub 2] heeft producties overgelegd waarin staat dat de [naam VOF] is ontbonden en beëindigd per 1 januari
- De niet betaalde facturen zijn van een latere datum. 3.
- Vervolgens heeft Bill Incasso bij conclusie van repliek verzocht om [gedaagde sub 2] als gedaagde te “schrappen”. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- [gedaagde sub 1] is zonder kennisgeving niet in de procedure verschenen. Nu aan alle daarvoor geldende de formaliteiten is voldaan zal tegen [gedaagde sub 1] verstek worden verleend en de vordering tegen hem zal worden toegewezen nu die de kantonrechter niet onrechtmatig noch ongegrond voorkomt. Ten aanzien van de gevorderde wettelijke handelsrente vanaf 3 juni 2024 zal deze worden toegewezen vanaf 13 juni 2024 aangezien het gevorderde bedrag van € 79,84 aan wettelijke handelsrente reeds is berekend tot 13 juni
- 4.
- Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom € 1.262,55 - wettelijke handelsrente tot 13 juni 2024 € 79,84 - buitengerechtelijke incassokosten € 189,38 + totaal € 1.531,77 4.
- [gedaagde sub 1] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bill Incasso worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 117,56 - griffierecht € 372,00 - salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten × € 204,00) - nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 999,56 4.
- De kantonrechter kwalificeert het verzoek van Bill Incasso om [gedaagde sub 2] als gedaagde te schrappen als een vermindering van eis ex artikel 129 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), waarbij Bill Incasso de vordering op [gedaagde sub 2] vermindert tot nihil. 4.
- Bill Incasso wordt, nu zij om haar moverende redenen de eis jegens [gedaagde sub 2] vermindert tot nihil, in de procedure tegen [gedaagde sub 2] in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde sub 2] betalen. Deze worden tot aan dit vonnis begroot op € 50,00 aan verletkosten. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt [gedaagde sub 1] om aan Bill Incasso te betalen een bedrag van € 1.531,77, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 1.262,55, met ingang van 13 juni 2024, tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt [gedaagde sub 1] in de proceskosten van € 999,56, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
- veroordeelt Bill Incasso in de verletkosten van [gedaagde sub 2] van € 50,00, 5.
- verklaart dit vonnis voor wat betreft de onderdelen 5.1 en 5.2 uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober
- VC