RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11360402 \ CV EXPL 24-5246 Vonnis in kort geding van 25 november 2024 in de zaak van THE HEALTH FACTORY NL DISTRIBUTIE B.V., gevestigd te Heemstede, eisende partij, hierna te noemen: THF, gemachtigde: A.K. Awadzi, tegen MINISTERIE VAN FINANCIËN, zetelend te Den Haag, ONDERDEEL BELASTINGDIENST KANTOOR HEERLEN, zetelend te Heerlen gedaagde partij, hierna te noemen: het ministerie, gemachtigde: mr. E.E. Schipper. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties - de door THF nagezonden producties 11 t/m 14 - de acht door mr. Schipper ingediende producties - de mondelinge behandeling van 11 november 2024, waarbij THF haar vordering heeft verminderd- de pleitnota van THF met productie 15- de pleitnota van mr. Schipper. 1.
- Daarna is vonnis bepaald op vandaag. 2De feiten 2.
- THF exploiteert een onderneming die gezondheidsproducten produceert en verkoopt. 2.
- THF doet maandelijks aangifte voor de loonheffingen. Sinds eind 2022 heeft THF de aangegeven bedragen niet meer betaald. De Inspecteur heeft daarom maandelijks een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd, verhoogd met een verzuimboete. Op dit moment dient THF in verband daarmee in totaal nog (ongeveer) € 600.000,00 te betalen. 2.
- Voor de naheffingsaanslagen heeft de Ontvanger van de Belastingdienst kantoor Hoofddorp dwangbevelen opgelegd en per post betekend. 2.
- THF is tegen de tenuitvoerlegging van een aantal dwangbevelen in verzet gekomen. In die procedure waarbij de Ontvanger van de Belastingdienst, kantoor Hoofddorp, de gedaagde partij was, heeft de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 17 juli 2024 het verzet ongegrond verklaard. 3Het geschil 3.
- THF vordert - na vermindering van haar eis - veroordeling van het ministerie tot betaling van € 8.500,00 aan juridische en voorbereidingskosten. 3.
- Mr. Schipper heeft het woord gevoerd. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- THF heeft haar vordering ingesteld tegen het ministerie van Financiën. Het ministerie van Financiën is geen rechtspersoon. Mr. Schipper heeft daar terecht op gewezen. In reactie op dit verweer van mr. Schipper heeft THF haar vordering niet gewijzigd, in die zin dat de vordering geacht moet worden tegen een partij te zijn gericht die wel rechtspersoonlijkheid bezit, zoals in dit geval de Staat der Nederlanden, waaronder het ministerie valt. THF moet daarom niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering. 4.
- THF is in het ongelijk gesteld en zou daarom de proceskosten moeten betalen van de wederpartij. Aangezien de wederpartij geen rechtspersoon is, kan THF niet worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van het ministerie. De kantonrechter heeft verder niet vast kunnen stellen dat mr. Schipper (ook) namens een andere partij ter zitting is verschenen. De proceskosten worden daarom gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- verklaart THF niet-ontvankelijk in haar vordering. 5.
- compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 25 november
- RW