← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2024:912

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer : 03.866111.19 (ontnemingsvordering) Tegenspraak Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 27 februari 2024 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1989, wonende te [adres] , hierna te noemen [verdachte] . [verdachte] wordt bijgestaan door mr. A.A.T.X. Vonken, advocaat kantoorhoudende te Maastricht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 29 en 30 januari

  1. [verdachte] en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is vervolgens op 13 februari 2024 gesloten. De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03.866111.
  2. Op 27 februari 2024 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen. 2De vordering van de officier van justitie De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van dat geschatte voordeel. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op € 203.100,
  3. Volgens de officier van justitie zou [verdachte] dit voordeel hebben verkregen door middel van of uit de baten van de feiten waarvoor [verdachte] is veroordeeld. Op de terechtzitting van 29 en 30 januari 2024 heeft de officier van justitie bij voordracht van de zaak de vordering gewijzigd in die zin dat het geschatte bedrag is vastgesteld op een bedrag van € 21.385,
  4. 3De beoordeling 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting van 29 en 30 januari 2024 bij requisitoir op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen. Dit gelet op het feit dat in de strafzaak de verbeurdverklaring is gevorderd van het bedrag dat [verdachte] heeft verworven door witwassen. 3.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen. 3.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de vordering afwijzen gelet op het ter terechtzitting ingenomen standpunt van de officier van justitie. 4De beslissing De rechtbank: - wijst de vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van [verdachte] , af. Deze uitspraak is gewezen door mr. M.J.H. van den Hombergh, voorzitter, mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. G.H. Hermanides, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.K. Klompe en mr. M.L.L. Ruijters, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 februari
  5. Buiten staat Mr. Van de Winkel is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.