RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer : 03.291114.21 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 december 2024 in de strafzaak tegen [Naam verdachte] , geboren te [Geboorteplaats] op [Gebooortedatum] 1982, gedetineerd in de [naam PI] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. N.C.M. L . Bloebaum, advocaat kantoorhoudende te Maastricht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 8, 9, 11 en 15 juli 2024 en van 1 en 10 oktober
(1)” (opmerking verbalisant: In deze PDF staat dat [Bedrijf 4] een vordering van € 1.495.000,00 op [Naam slachtoffer] heeft.) 19 november 2019 [Medeverdachte 1] Doelwit bevestigd op locatie 20 november 2019 [Medeverdachte 1] We hebben besloten welke stappen we gaan nemen. Vergeet de kerel in de auto maar, als hij er morgen is, wordt hij in coma geslagen. We zetten het plan door om 0700 morgenochtend. Zorg ervoor dat je tussen 7 en 8 beschikbaar bent voor bevestiging. 21 november 2019 [Medeverdachte 3] Is er een achterdeur of andere ingang tot het huis terwijl hij weg is. [Medeverdachte 1] Als we gewoon deze avond aankloppen en hij reageert niet, dat zou op geen enkele manier de uitvoering van ons oorspronkelijke plan (dat van vanmorgen) belemmeren [Overige betrokkenen] en ik kunnen in de carport (…) [Medeverdachte 1] Plan 2 gaat in om 7. Wees kort daarna beschikbaar. [Medeverdachte 3] Ik zal beschikbaar zijn (…) [Medeverdachte 1] Mijn idee, en ik ben er vrijwel zeker van dat dat niet zal inslaan, is als volgt: we weten dat deze vent nergens naartoe gaat. Hij zal er altijd zijn om mee te pakken. We moeten een tracker op hem plaatsen en dan terugtrekken. Bij elkaar komen in Zurich en alvast beginnen aan de volgende klus zodat we niet in tijdnood komen. Na de vakantie hebben [Overige betrokkenen] , [Naam verdachte] , [Overige betrokkenen] ... allemaal kerels tussen wie we kunnen kiezen wie er overkomt en blijft, en zo lang als nodig kunnen blijven. Dan kunnen we beginnen met het laten overkomen van die verschillende gasten, de een na de ander. En de grotere zaak uitvoeren. We kunnen klaarstaan en de benodigde materialen bij elkaar krijgen, voor alle onzekerheden. Het is een idee. [Medeverdachte 3] Ik ben later terug met orders voor de dag [Medeverdachte 1] [Overige betrokkenen] en ik kunnen in de carport klaarstaan en die optie nog eens proberen. Ietwat gewaagd, maar 50/50, zou kunnen werken. Hangt af van in hoeverre het bezoek vanavond ECHT impact op hem had. [Medeverdachte 3] Het bezoek had geen impact op hem. Hij heeft altijd een aanval van slechts één poging gehanteerd, of het nu [Overige betrokkenen] was of de eerdere mishandelingen. Het deed pijn maar het was nooit een hele ongewone ervaring. Zijn les/conclusie is. Wees arrogant, schreeuw en klaag en je wint. De advocaten doen de rest. De [Overige betrokkenen] -ervaring, en als hij jou als [Overige betrokkenen] ziet, is slechts zijn volgende schaal omdat hij het zelfs kan opnemen tegen de ruige mannen van Amerika. Jij bent niveau 2 (echelon 2), [Overige betrokkenen] kondigde aan dat de volgende kerels sterker en niet zo aardig zijn. Hij zal wel lekker triomfantelijk slapen. Doe morgenvroeg een nieuwe poging, neem geen risico als het druk is op straat maar pak hem mee als hij zich vroeg verplaatst. [Medeverdachte 1] Dat is het plan!! We willen overwinning. Sta klaar voor mijn telefoontje rond 7. 22 november 2019 [Medeverdachte 1] Al een hoop activiteit. Het licht brandt al sinds 06.20. Het is DRUK in zijn buurt! We wegen de opties af op dit moment. En het busje dat ons afgelopen nacht heeft [gezien], vertrok net voor het werk, zag ons en keerde om en stoof terug naar zijn huis. (…) [Medeverdachte 1] We weten zeker dat het industriële complex de daglocatie is. (…) Hij neemt iedere dag dezelfde route. (…) Ik plaats vanavond laat een tracker op zijn auto. (…) Dat is wat mijn stappen zijn totdat ik andere instructies krijg. (…) [Medeverdachte 3] Ik kom morgen naar Hannover. Land om 14.50. Belangrijkste info. Ik verlies het bedrijf komende donderdag en heb daarna geen recht om het van [Naam slachtoffer] te eisen. Ik probeer donderdag met een week te verzetten en zou morgen rond lunchtijd meer moeten weten. We zijn hier 5 weken mee bezig en kijken nu naar een plan op lange termijn voor een witteboordencrimineel zonder beveiliging, ik denk dat je snapt dat ik moeite heb deze mogelijkheid te blijven volgen. Deze mogelijkheid kwijtraken betekent nog 2 klussen in Macedonië kwijtraken. Ik wil dat je een plan uitwerkt dat zondag/maandag uitgevoerd kan worden, als je er de Koerden voor nodig hebt, laat het me weten zodat ik of wij het kunnen bespreken met [Overige betrokkenen] . Van de Samsung J7 werden onderzocht alle WhatsApp-berichten tussen [Medeverdachte 1] en [Overige betrokkenen] . Het proces-verbaal vermeldt hierover – zakelijk weergegeven – het volgende: De geselecteerde berichten zijn hieronder in chronologische volgorde weergegeven. 31 oktober 2019 [Overige betrokkenen] Even ter bevestiging we hebben 100% groen licht correct? [Medeverdachte 1] [Overige betrokkenen] , op dit moment wel, we hebben groen licht voor de volle 100%. Indien het doelwit gearresteerd of vermoord wordt trekken we ons terug. Zolang we hem kunnen pakken, gaan we hem pakken. Ik wilde de info op een bepaalde manier rangschikken, maar fuck it. Ik heb de tijd niet. Ga het in bulk versturen. [Medeverdachte 1] [document getiteld “ [documentnaam 2]” met daarin onder meer genoemd “Surveillancelog 20 oktober 2019, Surveillancelog 21 oktober 2019, en Surveillancelog 22 oktober 2019] Brits surveillancerapport [Medeverdachte 1] [afbeelding getiteld “ [naam afbeelding] ”] Doelwit (…) [Overige betrokkenen] Klinkt alsof wij de escalerende kracht zijn omdat hij niet wilde instemmen met de aardige benadering. 10 november 2019 [Medeverdachte 1] hopelijk heeft T onze spullen voordat we uitchecken. Extra dingen: Ducttape/ tie-wraps Superlijm Stungun? Nog iets anders? (…) [Overige betrokkenen] We hebben een blinddoek nodig. Heb je daar iets voor. Misschien een papieren zak? [Medeverdachte 1] Zwarte tas, oke. Nodig. (…) [Overige betrokkenen] Het is makkelijk om te navigeren en zo kunnen we snel naar binnen en weer weg en snel aankomen en weer weg zijn. Doelwit het enige waar ik me nu zorgen over maak, maar ik denk dat het makkelijk wordt zodra we er zijn [Medeverdachte 1] Suggestie: we halen onze voorraad in het stedelijk gebied die voor het gebied van het doelwit. Beperkt de reistijd met betrokken apparaten. Tape, zwarte tas, stungun, enz... [Overige betrokkenen] Klinkt perfect 11 november 2019 [Medeverdachte 1] Zojuist met [Medeverdachte 3] gesproken, zoals het nu is, ZOUDEN we succes moeten boeken (have a vic) binnen 2 tot 4 uur. Dan gaan we van start. Het loopt nu echt helemaal op rolletjes. Je hoeft ook niet meer Russisch te zijn. Dus gedraag je zoals jij denk dat goed is. 16 november 2019 [Medeverdachte 1] Ik heb de goedkeuring om spullen achter te laten in de hotelopslag. (…) [Medeverdachte 1] We hebben nog steeds tape enz. nodig 18 november 2019 [Medeverdachte 1] Baas arriveert over ongeveer een uur. Van de Samsung J7 werden onderzocht de Signal-berichten tussen: [Medeverdachte 1] ( [chatgroep] ; [Naam verdachte] ( [chatgroep] . Het proces-verbaal vermeldt hierover – zakelijk weergegeven – het volgende: De geselecteerde berichten zijn hieronder in chronologische volgorde weergegeven. 13 november 2019 [Naam verdachte] [Overige betrokkenen] zei dat ik je een berichtje moest sturen. Ik ben nog een week bezig met iets anders af te ronden, maar ik ben terug in de VS op de 21e. (…) 21 november 2019 [Naam verdachte] Hey, wilde even contact met je opnemen omdat ik net weer terug in de VS ben. [Medeverdachte 1] Hi [Naam verdachte] . Bedankt. Deze man te pakken krijgen, blijkt erg moeilijk. Hij heeft het goed voor elkaar. Lijkt makkelijk, is het niet. (…) 22 november 2019 [Medeverdachte 1] Wanneer is het niet meer haalbaar of realistisch voor jou om op de luchthaven te geraken? [Naam verdachte] [Medeverdachte 2] heeft tijd nodig om van Louisiana naar het zuiden van Mississippi te rijden en ik moet iemand regelen die me bij de luchthaven afzet. (…) [Naam verdachte] [Medeverdachte 2] en ik kunnen goed op elkaar inspelen, dus wat er ook gebeurt, we gaan gewoon mee met de flow en [Overige betrokkenen] zegt dat jij de man bent om bij een gevecht te hebben, dus we zorgen dat het lukt als het erop aankomt. (…) 23 november 2019 [Medeverdachte 1] Ook naar een stungun aan het kijken. [Naam verdachte] Ha, nou jij hebt die kerel gezien, dus jij weet wel in hoeverre het nodig is. [Medeverdachte 1] Even wachten. Huurauto’s hebben trackers. Vind jij dat een probleem? Onze dekmantel is, indien nodig, dat we alle WOII luchtmacht-locaties daar bezoeken. [Naam verdachte] Het zou een probleem zijn afhankelijk van hoe moeilijk het was om toestemming te krijgen (to get compliance). Hoe moeilijker het was, hoe meer reden er is om zulke dingen te onderzoeken. (…) [Naam verdachte] Heb een groep voor ons drie aangemaakt. 26 november 2019 [Naam verdachte] * Buurvrouw (Neighbor girl) 20 min [gemiste oproep] [Naam verdachte] * 25 min. Tijd om te vertrekken (Time to shit and get) [Medeverdachte 1] Geef me een visuele referentie (Give me a visual ref) [Naam verdachte] * Zelfde plek (same spot) [Medeverdachte 1] Van jouw kant. Ik ben aan de overkant (From ur side. I’m across te street) *Deze berichten zijn door [Medeverdachte 2] gestuurd vanaf de telefoon van [Naam verdachte] die bij [Medeverdachte 2] in de auto was achtergebleven. Zie hiervoor de verderop in de bewijsmiddelen opgenomen verklaring van [Medeverdachte 2] ter terechtzitting. Van de Samsung S9 werden alle berichten onderzocht in de Signalgroep CJW tussen: [Medeverdachte 1] [Medeverdachte 2] (gebruiker van het nummer [chatgroep] ) [Naam verdachte] (gebruiker van het nummer [chatgroep] ) Het proces-verbaal vermeldt hierover – zakelijk weergegeven – het volgende: De berichten die mogelijk in relatie staan tot het onderzoek Loup zijn in chronologische volgorde hieronder weergegeven. 23 november 2019 [Medeverdachte 2] Ben binnen [Naam verdachte] Zo hoef ik niet alles door te geven [Medeverdachte 1] En nu zijn we met 3. Goed. We hadden dit nodig. Haal de uitrusting, boek de vluchten, na deze afspraak. (…) [Medeverdachte 1] We hebben nog 10 min. jongens, dan heeft de baas een andere meeting, ik heb de nadruk gelegd op de vluchten. Het lijkt erop dat hij een paar extra dagen heeft kunnen regelen voor ons. We kunnen ze gebruiken of niet. W-het lijkt erop dat je een soort deurklink-lockpick krijgt of een standaard tension wrench voor tumblersloten voor de zekerheid. Blij dat je erbij bent, trouwens. [Naam verdachte] Extra dagen zijn goed. Geeft een beetje extra speling om hem te pakken als hij naar buiten gaat. (…) [Medeverdachte 1] Doelhuis heeft rode deur. De rest is de wijk. [Naam verdachte] Kijk ik had een trap in gedachten als bij zo’n Brownstone-huis. Vlak zoals dat is makkelijker to bum rush. (…) [Naam verdachte] Pakketjesdienst waarschijnlijk de beste manier. Zorg voor een visuele blokkade voor [Medeverdachte 2] om het slot te forceren. [Medeverdachte 2] Daar zat ik net aan te denken. Hou een pakketje vast en klop. Hij doet open en we gaan naar binnen, te makkelijk. [Naam verdachte] Kan misschien ook nog steeds als een excuus gebruikt worden om op straat te zijn als hij thuiskomt. [Medeverdachte 2] Komt hij thuis op dezelfde tijd als anderen of op rare tijden? [Naam verdachte] In elk geval, als je het kan lockpicken kunnen we alles opstellen tot hij thuiskomt. [Medeverdachte 1] Kijk bij de carport links. Ik ga ervan uit dat hij de deur opent, wij de hoek om gaan en hem de deur door duwen. Het is een drukke straat, druk van 0730 tot na het donker wordt. [Naam verdachte] Open het slot, we vertrekken alsof er niemand thuis is en komen terug met een andere jas aan zonder petjes en gewoon binnengaan zonder er een groot drama van te maken. Mee eens beste keuze is als er een mogelijk[heid] is, hem snel terug naar binnen duwen (shove him back in fast). Anders denk ik dat de wijk ingaan om te lockpicken een goede tweede optie is. [Medeverdachte 2] Dus we bezorgen vroeg een pakketje...Rond 7...of na het donker. Hij doet open en wij gaan naar binnen om verhaal te halen. [Naam verdachte] Pakketje zouden we doen als hij niet thuis is. [Medeverdachte 1] Hij doet niet op[en]. Hij steekt zijn hoofd uit het bovenste raam en stelt een vraag. [Naam verdachte] Het is gewoon zodat we een grote doos gebruiken om voor jou te blokkeren als jij het slot doet. [Medeverdachte 1] Dat is een noodplan. [Naam verdachte] Ja alleen als back-up. Ik vind geen andere ingang goed. Te open. Naar binnen duwen werkt simpelweg dankzij snelheid. Maar moeten ook klaar zijn om snel te vertrekken als iemand het toevallig ziet. Rijdt hij naar het werk of gebruikt hij openbaar vervoer? Die carport lijkt van het andere huis te zijn. [Medeverdachte 1] Hij rijdt, parkeert ervoor, niet de carport. Carports zijn samen, buurvrouw vertrekt nadat hij weggaat. Vrouw in het aangrenzende huis vertrekt ruimschoot voordat hij vertrekt. Een hek scheidt de carports. [Naam verdachte] Is het een grote vent? We moeten hem pakken voordat de deur dichtgaat. Het is nutteloos als de voordeur achter hem dichtgaat. Tenzij de straat die ochtend verlaten is? Anders is het gehannes met sleutels of als hij schreeuwt. [Medeverdachte 1] Hij is dik, niet sterk. Als de deur dichtgaat en de straat leeg is, pakken we de sleutel en doen we open. Een flinke stoot aan de zijkant van de nek (brachial stun) krijgt iemand stil. Drie stappen de hoek om, hij beweegt niet snel. [Naam verdachte] Oh we kunnen geluid voorkomen ik vroeg het met het idee of hij neergaat van één klap hoe zwaar is hij. [Medeverdachte 1] Zwaar. 300+ (…) [Medeverdachte 1] Jongens kunnen jullie een pick set meenemen? Bagage ingecheckt. Oké, jongens. Blijf paraat. [Naam verdachte] Het zal [Medeverdachte 2] moeten zijn. Ik heb er eentje in de opslag maar geen idee in welke doos. [Medeverdachte 1] [Medeverdachte 2] , stuur een betere foto van je paspoort. En laat me weten of je een set hebt die je kan meenemen. [Medeverdachte 2] Ik heb er een maar ik wilde inchecken bagage vermijden. Ik kan het meenemen als het moet. [Medeverdachte 1] Ja, ajb. En stuur me een beter leesbare foto van je paspoort, als je wil. Dank. Vluchten aan het bevestigen, ziet ernaar uit dat jullie elkaar ontmoeten in NY, vliegen naar Düsseldorf om mij te ontmoeten. (…) 24 november 2019 [Medeverdachte 1] De baas heeft net bevestigd dat er voor jullie is geboekt. [Naam verdachte] Even voor de duidelijkheid, we kunnen daar geen pick set kopen? [Medeverdachte 1] Kon er geen vinden. Ik weet zeker dat ze ergens liggen... Dus ja. We hebben er een nodig. (…) Vluchten zijn geboekt. Ik zie de bevestigingen. [Medeverdachte 2] De mijne zijn bevestigd. Ik ben onderweg. [Medeverdachte 1] (…) Onze intelligentie wordt misschien op de proef gesteld als hij geen extra dag voor ons kan regelen. (…) [Naam verdachte] Hij neemt het risico om ons naar daar te laten vliegen, dus we doen er alles aan om het uit te zoeken. (…) [Medeverdachte 1] In een trein naar Frankfurt, dan Düsseldorf. (…) [Naam verdachte] Grappige is dat de vlucht naar Washington D.C. en Newark ingecheckte bagage hadden. Fucking duur multitool and folding knive. [Medeverdachte 1] Update. Morgen om 1100 weten we of we 1 (één) extra dag hebben. Mannen. Ik ben misschien een paar uren later. Ik krijg geld, vroeg hier. Onhandige noodzaak.(…) Als in jouw geld, kerel. [Naam verdachte] Ha nou dan kunnen we wel wachten. (…) Vergeet geen $ 70 toe te voegen aan dat totaal [knipoog smiley]. [Medeverdachte 1] $ 70 m’n reet. We werken voor een miljardair, rond af naar boven... $ 100. (…) Getuigen De getuige [Getuige 1] (wonende aan de [Adres getuige 1] ) verklaarde – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt: Op 26 november 2019 (…) hoorde ik het geluid van het dichttrekken van de voordeur bij de buurman. (…) Ik heb niet op de klok gekeken, maar ik ga er van uit, dat het 7.10 uur was, omdat eerdere dagen hij altijd om 7.10 uur de woning verlaat. Meteen nadat ik hoorde dat de deur dicht ging, hoorde ik stemmen van verschillende mensen. (…) Toen hoorde ik opeens een harde knal. (…) Meteen na de knal hoorde ik geschreeuw. (…) Ik heb nog nooit iemand zo hard horen schreeuwen. Ik dacht dat die om hulp riep. Voor mij was het duidelijk dat de schreeuw van de buurman was. (…) Ik ging naar beneden. Ik hoorde geluiden dat iemand van beneden naar boven liep op de trap. Dat ging een paar keer op en neer, heel snel. (…) Ik hoorde ook herrie, geschuif van dingen. Ik denk dat er iets werd verschoven in de woonkamer. (…) Ik liep naar buiten en ik liep naar de woning van nummer 6. Ik belde aan de voordeur. Ik hoorde iemand van boven naar beneden rennen. Dat gebeurde een paar keer, op en neer. Opeens was het stil. Ik kreeg de indruk dat iemand binnen voor de voordeur stond en door het gaatje van de deur naar buiten keek, waar ik stond. Ik belde nog een keer aan. De deur werd niet open gedaan. Ik dacht dat ze geen hulp nodig hadden. Ik zag dat het rolluik van de woonkamer omhoog was. Ik zag dat een lamp aan was in de keuken. Ik kon kijken door het raam van de woonkamer. Ik zag iemand in de kamer gebukt staan. Ik keek tegen de achterkant van het lichaam. (…) Ik liep terug naar huis. Toen ik thuis was, heb ik appjes naar mijn man gestuurd. (Opmerking verbalisant: De getuige liet mij de berichten zien die ze had met haar man. De berichten begonnen om 07.31 uur. (…) De berichten heb ik hieronder weergegeven) (…) Ik stond net bij de voordeur van mijn huis. Toen zag ik een auto mij tegemoet rijden vanuit de Keulerstraat. Ik zag de koplampen. Het was schemerig. De auto stopte precies voor mijn huis op het midden van de weg. (…) Ik zag een man in de auto zitten. (…) Ik zag dat hij om zich heen keek. Ik keek ook naar buiten. Het was een Volkswagen Polo met een Duitse kentekenplaat. (…) De auto reed zachtjes door. Hij was aan het zoeken. Hij keek om zich heen, alsof hij niet wist waar hij moest zijn. Hij reed door en sloeg meteen linksaf de [Adres slachtoffer] in. Ik hoorde gerommel in de woning. Er was herrie. Ik hoorde twee personen met elkaar praten. (…) niet de stem van de buurman. Toen ik weer binnen was, keek ik weer naar buiten. (…) De auto reed terug van waar ik hem eerst weg zag rijden. Ik zag de koplampen. Ik zag dat het dezelfde auto was en dezelfde persoon als net zag ik in de auto op de bestuurdersstoel. De auto reed bij de bocht voor hem rechtsaf. Ik zag dat de auto tot stilstand kwam ter hoogte van de woning van de buurman. Ik hoorde de voordeur van de woning van de buurman dicht knallen. (…) Ik zag vanmiddag de politie hier. Ik dacht meteen, de buurman is vermoord. De berichten van getuige [Getuige 1] aan haar man houden het volgende in: 07.31 uur: Er was net een harde klap bij de buurman daarna geschreeuw er is iemand van de trap gevallen denk ik. 07.37 uur: Was aan de deur maakt niemand open hoor wel gekreun. 07.38 uur: Zijn wel 2 man binnen. De getuige [Getuige 1] verklaarde verder – zakelijk weergegeven – als volgt: (pg. 2110) U vraagt mij hoeveel tijd er zat tussen het moment van de schreeuw en het moment dat ik naar buiten liep. Ik hoorde om 7.17 uur die schreeuw, dat had ik op mijn telefoon gezien. (…) (pg. 2111) Met de buurman erbij waren er drie mensen in de woning. De getuige [Getuige 3] verklaarde– zakelijk weergegeven – onder meer dat: hij op dinsdag 26 november 2019 omstreeks 06.45 uur een auto in de Gildenstraat te Bergen hoorde rijden; (…) hij zag dat deze auto aan het begin van de Gildenstraat werd geparkeerd in een parkeervak; (…) de motor van de auto werd uitgezet en de lichten uit gingen; hij zag dat er drie mannen uitstapten; (…) de uitgestapte mannen waren; de bestuurder, de bijrijder en de man die achter de bijrijder had gezeten; (…) hij zag dat de bestuurder en de bijrijder vanuit de Gildenstraat de Keulerstraat in liepen en rechtsaf sloegen (opmerking verbalisanten: dit is in de richting van de [Adres slachtoffer]); hij zag dat de persoon die achter de bijrijder had gezeten, achterlangs om de auto liep en plaatsnam op de bestuurdersplaats; hij dit verdacht vond en dacht dat dit mogelijk met inbraken te maken zou kunnen hebben; dit dan ook de reden was dat hij meerdere keren uit het raam naar die auto had gekeken; hij naar de wc was gegaan en terug gekomen in de slaapkamer weer uit het raam keek; hij zag dat de man in de auto uitstapte en rond slenterde in de nabijheid van de auto; (…) hij op gegeven moment weer uit het raam keek en deze man niet meer bij de auto zag; hij naar buiten was gegaan en de grijze auto van zijn vrouw had gepakt om in de omgeving te gaan kijken; hij langs de geparkeerde auto reed en het kenteken aan de achterzijde van de auto in zich opnam; dit was het kenteken [Kenteken auto] ; hij door de [Adres slachtoffer] reed; hij niemand in de [Adres slachtoffer] zag; hij een rondje door de buurt had gereden en weer naar huis reed; hij bij het inrijden van de straat ook het kenteken aan de voorzijde van de auto zag. Dit was volgens hem hetzelfde kenteken; hij toen zag dat niemand in de auto zat; thuis gekomen hij (…) naar de slaapkamer liep en weer uit het raam keek; hij toen weer de man bij de auto zag; (…) hij op gegeven moment een man over de Keulerstraat zag lopen die een wenkende armbeweging maakte in de richting van de man in de auto; hij hoorde dat deze man riep: “car” of iets dergelijks; (…) hij zag dat deze man die gewenkt had, over de Keulerstraat terugliep in de richting van de [Adres slachtoffer] ; hij zag en hoorde dat de auto werd gestart en de straat uitreed; deze auto rechts afsloeg de Keulerstraat op, in de richting van de [Adres slachtoffer] ; (…) hij omschreef deze auto als een Volkswagen Polo (…) met witte kentekenplaten met zwarte letters; (…) hij deze auto en mannen voor het eerst zag rond 06.45 uur toen zij op de Gildenstraat parkeerden; hij zag dat het toen de auto wegreed rond 07.35 uur was. Verklaringen [Medeverdachte 2] Het verslag van het FBI-verhoor van [Medeverdachte 2] vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: Ongeveer 20 minuten nadat [Naam verdachte] en de onbekende Amerikaan de zakenman confronteerden, liepen ze van de woning weg en keerden ze terug naar [Medeverdachte 2] en het voertuig. De onbekende Amerikaan zag er "onthutst" uit en had bloed op zijn shirt en broek. (…) [Naam verdachte] had ook bloed op zijn overhemd en broek. De verdachte [Medeverdachte 2] verklaarde bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 1033) De persoon die ik bij de FBI de onbekende Amerikaan noemde, was [Medeverdachte 1] . Het klopt dat ik in de chatgroep CJW zat. Het nummer dat eindigt op [chatgroep] is mijn nummer. (…) (pg. 1035) Wij zijn die ochtend (de rechtbank begrijpt: 26 november 2019) met de auto gereisd van het hotel naar een parkeerplaats, achter het huis van de zakenman. [Medeverdachte 1] reed daarbij, [Naam verdachte] op de passagiersplaats en ik zelf op de achterbank. (…) (pg. 1036) Mijn herinneringen van het huis gaan terug naar de avond ervoor toen [Medeverdachte 1] langs het huis is gereden en zei: “Dat is het, dat is zijn huis.” (…) [Medeverdachte 1] parkeerde (de rechtbank begrijpt: op 26 november 2019) en zij liepen weg van de auto. Ik ben in de auto gebleven. Ik ben op de bestuurdersstoel gaan zitten. (…) [Medeverdachte 1] kwam korte tijd later terug lopen en zei: “Kom met de auto.” (…) (pg. 1038) Het idee was om die meneer te confronteren, en dat werkten ze uit. (…) Wat ik ervan begreep was het [Medeverdachte 1] ’s rol om met die meneer te gaan praten. (…) er zijn mij geen bijzonderheden gegeven, behalve dat die meneer geld voor iemand anders in zijn bezit had gehad. En die meneer wilde het terug. (…) (pg. 1039) [Naam verdachte] vertelde mij dat ze de zakenman bij de deur geconfronteerd hebben. De verdachte [Medeverdachte 2] verklaarde ter terechtzitting van 9 en 11 juli 2024 – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 12) Op de vraag of ik nog weet wat de bedoeling was van mijn reis naar Europa, verwijs ik u naar mijn verklaring bij de Nederlandse politie waarbij we het FBI-verslag corrigeerden. (…) De intentie was (…) om te helpen bij het terughalen van een schuld (…) door te intimideren door onze aanwezigheid. Het klopt dat de telefoon van [Naam verdachte] bij mij in de auto lag toen [Medeverdachte 1] en [Naam verdachte] uit de auto waren. Anders dan ik eerder verklaarde, heb ik de berichten “Neighbor girl” en “20 min” wel gestuurd. [Naam verdachte] verzocht mij dat bericht na 20 minuten te sturen. Ik zag ook een meisje rondlopen. Dat was een teken dat het tijd was om te gaan. (pg. 16-17) U vraagt mij of het klopt wat in die mails [die door de verdachte [Medeverdachte 2] vanuit (uitleverings)detentie in de Verenigde Staten zijn verzonden aan familie en vrienden] staat. (…) U vraagt mij of ik toen de waarheid heb geschreven, in die zin dat dat was wat ik van [Naam verdachte] heb gehoord. Dat klopt in de zin zoals ik het begrepen had. (…) Ik geloof dat de mails in het dossier het meest accurate beeld schetsen van hoe ik een en ander begreep destijds. (pg. 18-19) U houdt mij voor dat in de handgeschreven notities van de FBI onder meer staat genoteerd dat “20 min later they exited, looked shook, had blood on clothes.” Als ik mij niet vergis, gaat dat over [Medeverdachte 1] toen hij naar de auto kwam. U vraagt mij of ik op enig moment rondom deze gebeurtenissen een mes heb gezien bij [Naam verdachte] . (…) niet tot na het voorval toen hij in de auto kwam. U vraagt mij of ik dus gezien heb dat [Naam verdachte] een mes had nadat hij in de auto stapte. Dat klopt. Na het incident in de woning, was ik bekend met het mes. (…) U houdt mij voor dat de hiervoor genoemde FBI-notitie “20 min later they exited, looked shook, had blood on clothes” in het verslag (pg. 1019) is uitgewerkt in die zin dat ik zou hebben gezegd dat [Medeverdachte 1] bloed op zijn shirt en broek had en dat [Naam verdachte] bloed op zijn overhemd en broek had. U vraagt mij of dat klopt. Naar mijn beste herinnering klopt dat. (pg. 30) U leest mij integraal voor wat ik op 9 juli 2024 in mijn eigen zaak als verdachte heb verklaard, zoals weergegeven op de pagina’s 12 tot en met 19 van dit proces-verbaal. U vraagt mij of ik ook als getuige bij die verklaring blijf. Mijn antwoord daarop is ja. De politie relateerde – zakelijk weergegeven – het volgende over e-mailberichten van [Medeverdachte 2]: Door de contactpersoon van de FBI werd aan het Onderzoeksteam LOUP kennis gegeven dat de verdachte [Medeverdachte 2] tijdens zijn uitleveringsdetentie in de USA een groot aantal emailberichten had verstuurd en ook had ontvangen. (…) Alle e-mailberichten die de verdachte [Medeverdachte 2] tijdens zijn uitleveringsdetentie in de USA, in de periode van 27 april 2021 tot aan zijn daadwerkelijke uitlevering aan de Nederlandse autoriteiten, had verstuurd en ontvangen, werden opgevraagd. De e-mailberichten van [Medeverdachte 2] houden – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in: 6 mei 2021 (pg. 3869): Vandaag in de rechtbank (…) Ik ben blij dat de FBI-agent opgeroepen was om een getuigenverklaring af te leggen. (…) Hij verklaarde dat de andere 2 jongens in de auto stapten. Klopt. Wat hij aanhaalde was dat een van de jongens (…) (dat was [Naam verdachte] ) (de rechtbank begrijpt: [Naam verdachte] ) had gezegd: “Ik denk dat ik die vent net heb gedood.” Wat ook klopt zowel qua verklaringen als feiten. (…) Er zullen in de toekomst wel meer bijzonderheden naar boven komen hoe [Naam verdachte] er zelf toe over is gegaan die meneer te martelen en vervolgens te doden. 19 mei 2021 (pg. 3870) Dat is klote voor [Medeverdachte 3] en zijn zoon. Dit alles is gebeurd omdat [Naam verdachte] er zelf toe over is gegaan die man te martelen en te doden. 20 mei 2021 (pg. 3870) Uit wat [Naam verdachte] me heeft verteld, heeft hij zo gehandeld omdat hij dat wilde. 22 mei 201 (pg. 3871) Alles bij elkaar genomen is [Naam verdachte] er zelf toe over gegaan de man vast te binden, te martelen en te doden. 28 juni 2021 (pg. 3875) Het was niet vooropgezet of gepland, slechts een ondoordachte beslissing in een fractie van een seconde die de levens van veel anderen op zijn kop heeft gezet. Het feit dat hij (de rechtbank begrijpt: [Naam verdachte] ) grijnsde toen hij het verhaal deed, is schokkend. Ik hoop dat wat ik te zeggen heb de rechtbank de ruimte geeft om in hun overwegingen veel clementie met [Medeverdachte 1] te hebben. Ik ken zijn achtergrond niet. Man, ik kan me niet eens zijn gezicht of stem voor de geest halen, maar ik herinner me wel hoe verbijsterd hij was, hoe hij eruit zag alsof hij een spook had gezien, de manier waarop hij in shock liep. Het had hem echt tot in zijn diepste wezen geschokt. 1 juli 2021, 17.08 uur (pg. 3876) Ik heb in documenten zien staan dat een getuige iemand had gezien, vermoedelijk een man, die uit de auto stapte toen die geparkeerd werd op de parkeerplaats achter de gebouwen, van de achterbank overstapte naar de bestuurdersstoel terwijl 2 anderen wegliepen. Ik was degene die van achteren naar voren ging. (…). Het zal mijn verhaal zijn (…) tegen [Naam verdachte] . En [Medeverdachte 1] heeft gezien dat ik een paar keer uit mijn slof schoot tegen [Naam verdachte] nadat het incident gebeurd was. 1 juli 2021, 17.42 uur (pg. 3878) Er waren vóór ons al wat jongens geweest die hadden geprobeerd contact te leggen met de bankier. Het verhaal dat mij verteld werd, was dat die bankier/investeerder een groot geldbedrag had weggenomen en daarna was verdwenen. De baas zullen we hem noemen, de man van wie het geld gestolen zou zijn, had die ene jongen, [Medeverdachte 1] , ingehuurd als consultant. [Medeverdachte 1] had een of andere computerachtergrond of zo vanuit het leger. Hoe dan ook, [Medeverdachte 1] en zijn andere groep hadden de investeerder uiteindelijk weten te traceren en hem gesproken, maar zonder succes. (…). Op de een of andere manier kreeg [Medeverdachte 1] het te horen en die nam contact op met [Naam verdachte] , die mij vervolgens belde. De klus was daarheen vliegen, [Medeverdachte 1] zou ons ophalen, en we zouden gaan rijden naar waar de investeerder woonde. Om de een of andere reden moest dat volgens [Medeverdachte 1] gedaan worden voor het middaguur op de dag nadat we geland waren. Dat had iets te maken met banken en deadlines en weet-ik-wat. Ik weet het niet, [Medeverdachte 1] had de info en het had verder met mij niets van doen. Ons werk was om daar te zijn. Veiligheid komt met aantallen, dat idee. (…). 1 juli 2021, 17.59 uur (pg. 3878) Oh, en de redenering die [Naam verdachte] gaf voor het doen wat hij deed.... het instrueren van [Medeverdachte 1] om de investeerder vast te binden, was omdat hij op die stoel heel schichtig was, alsof hij weg wilde rennen. Nou, nogal wiedes! Maar hoe dan ook, [Naam verdachte] is er zelf toe overgegaan om die man in de schouder en het been te steken omdat, in zijn eigen woorden, [Medeverdachte 1] te zachtzinnig was toen hij hem vroeg om wat-dan-ook op de computer te doen. (…) [Naam verdachte] pakte het mes en sneed verder de keel van deze man door en stootte vervolgens op zijn borst zoals bij een reanimatie om te zorgen dat hij leegbloedde. Toen hij me dat die avond allemaal vertelde, grijnsde of lachte hij er de hele tijd bij. Verklaringen [Medeverdachte 1] De verdachte [Medeverdachte 1] verklaarde op 1 november 2021 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 328) [Medeverdachte 3] (…) nam contact met mij op. Hij zei (…) dat er een man was die hem geld schuldig was en dat dit een criminele genius was, die geld stal van bedrijven en dat hij hem 2 miljoen dollar schuldig was. (…) Ik kon op dat moment niet weg, maar hij had haast dus ik zei: “ [Overige betrokkenen] [ [Overige betrokkenen] , rb.] en [Overige betrokkenen] [ [Overige betrokkenen] , rb.], want die kende ik, om uit te vinden waar hij was”, want ze wisten niet waar [Naam slachtoffer] was. En ze hebben hem gevonden. Ik was toen nog in de US. (…) Toen wij aan [Overige betrokkenen] en [Overige betrokkenen] vroegen of zij [Naam slachtoffer] zouden willen dwingen om terug te betalen zeiden ze dat ze dat niet wilden doen (…). Dus zij kwamen weer terug naar huis. (…) Een andere vriend van lang geleden (…) zei: “Ik weet iemand die jou hierbij kan helpen.” Ik heb die man pas voor het eerst ontmoet hier in Duitsland. (…) Die is gaan uitzoeken en heeft gezien waar [Naam slachtoffer] was. Dit is hoe het zit en dit is wat we [Overige betrokkenen] en [Overige betrokkenen] gezegd hebben en dit is wat [Medeverdachte 3] mij had verteld en wat ik [Overige betrokkenen] [ [Overige betrokkenen] , rb.] heb verteld (…). [Naam slachtoffer] moest geld terugbetalen dat hij schuldig was of bevestigen dat hij dat geld aan [Medeverdachte 3] schuldig was. (…) Dus [Overige betrokkenen] en ik zouden bij [Naam slachtoffer] gaan kijken en proberen te zorgen dat hij het geld terug zou betalen aan [Medeverdachte 3] . We gingen bij hem thuis langs en we konden het gewoon niet doen, we zijn weggegaan. [Overige betrokkenen] was nog in het leger, hij moest terug naar huis. Dus ik was weer alleen en [Medeverdachte 3] was aan het aandringen, hij zei: “Ik moet dat geld hebben, het geld moet bewegen, ik heb dat geld voor iets of iemand anders nodig.” (pg. 329) En ik had niemand anders, dus een van mijn vrienden (…) zei: “Ik weet iemand en zijn vriend, dat is [Naam verdachte] (phonetisch) en [Medeverdachte 2] . Ik heb ze pas ontmoet in Europa, ik had ze nog nooit eerder ontmoet. Ik vertelde ze wat de bedoeling was. Het plan was dat we daar naar binnen zouden gaan, hij zou het geld overmaken naar [Medeverdachte 3] dat hij hem schuldig was. [Medeverdachte 3] had mij papieren laten zien als bewijs dat hij hem dat geld schuldig was (…). We reden langs het huis (…) om te zien hoe we daar naar binnen konden komen. [Medeverdachte 2] zou rijden, [Naam verdachte] en ik zouden naar binnen gaan. Dit was allemaal bekend. De schuld moest erkend worden, met dat papierwerk, en dat was het. Dus we komen daar aan, in de ochtend, we lopen rondom het huis, [Medeverdachte 2] zit in de auto. (…) [Naam slachtoffer] kwam zijn huis uit, [Naam verdachte] rende naar hem toe en duwde hem terug over de drempel van de voordeur. (…) Dus ik ging op mijn knieën zitten en ik vertel [Naam slachtoffer] waarom we daar zijn, wat er aan de hand is. (…) Wij zeggen: “We moeten je bankrekening bekijken. [Medeverdachte 3] heeft het over 2 miljoen dollar. We willen zien of dat er op staat zodat jij het naar hem kunt overmaken.” (…) Hij zit op de stoel en ik praat tegen hem, op mijn knieën. [Naam verdachte] staat naast de stoel (…) en [Naam verdachte] slaat hem, zomaar uit het niets. Hij doet alles wat we willen, dus dat was helemaal niet nodig. Ik denk dat hij hem raakte achter tegen zijn hoofd (…). Dus hij laat ons de bankrekening zien, zoals ik zei we hadden ook papieren waarmee hij zou bevestigen dat hij een schuld had bij [Medeverdachte 3] . (…) Dus hij laat het ons zien ik zeg: “Oké, prima.” Maar vanwege de agressie van [Naam verdachte] ben ik er niet gerust op. Ik wil daar gewoon weg. Dus ik ga op zoek om iets te vinden waarmee [Naam slachtoffer] vastgebonden kan worden, zodat we tijd hebben om te vertrekken. Dus ik zeg 'm: “We gaan je vastbinden zodat je niet de politie kunt bellen voordat wij uit de buurt zijn.” Want hij is nu aan het bloeden. (pg. 330) Ik wist niet dat [Naam verdachte] een mes had toen we naar binnen gingen. Hij had een mes dat zo groot was (de verdachte laat met zijn handen zijn hoe groot het mes was). (Opmerking rechtbank: op p. 388 wordt het mes omschreven als een klein mesje, ongeveer 10 cm). Ik weet niet of en hoe vaak hij hem gestoken heeft. Er was bloed dus ik denk dat hij hem wel gestoken moet hebben met een mes (de verdachte wijst hierbij met zijn vingers naar zijn linker bovenbeen en linker bovenarm). (…) Ik zie al dat bloed, ik weet niet wat er gebeurd is. Dit is verontrustend, dit begint uit de hand te lopen. Ik vind niets om hem mee vast te binden. Ik zoek overal in het huis, maar ik kan niets vinden. Als ik weer bij [Naam verdachte] ben zegt hij: “Ga de auto halen.” (…) Dus ik ga naar [Medeverdachte 2] en ik zeg tegen [Medeverdachte 2] : “Keer de auto maar, want we gaan hier weg” of iets van dien aard. Ik ga terug het huis binnen voor de papieren. Overal op de vloer ligt bloed. [Naam slachtoffer] ligt op zijn zij op de grond, [Naam verdachte] is over hem heen gebogen. [Naam verdachte] kijkt op naar mij en zegt: “Ik heb ‘m vermoord.” Ik heb de papieren vast en ik raak in shock. Dit is totaal uit de hand gelopen. (…) Ik loop naar buiten, naar de auto, die voor het huis staat. [Naam verdachte] blijft binnen, in het huis. Ik kom aan bij [Medeverdachte 2] en ik zeg alleen maar tegen [Medeverdachte 2] : “ [Medeverdachte 2] , hij heeft ‘m vermoord.” [Medeverdachte 2] zegt niets. Ik stap in. [Naam verdachte] komt naar buiten, gaat (…) zitten, we rijden weg. En [Naam verdachte] zegt tegen mij (…): “Weet je waarom ik hem vermoord heb? (…) Wat mij betreft is het jouw schuld. Het is jouw schuld dat ik hem vermoord heb omdat we niets konden vinden om hem mee vast te binden.” (…) Ik zei: “Weet je zeker dat hij dood is?” En [Naam verdachte] zei: “(…) ik weet zeker dat hij dood is.” En [Medeverdachte 2] zei: “Hoe weet je dat hij dood is?” En hij zegt omdat hij op zijn borstkas heeft gestaan. De verdachte [Medeverdachte 1] verklaarde op 2 november 2021 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 335) [Medeverdachte 3] was mijn baas. [Overige betrokkenen] was mijn wapenbroeder en [Overige betrokkenen] is een vriend uit het leger. [Medeverdachte 3] wilde gewoon zijn geld terug. Hij heeft me vaak verteld dat hij geen geweld wil, maar dat hij het geld terugbetaald wilde of dat er een schuldbekentenis zou komen. (pg. 342) Als hij het geld zou hebben en het geld overgemaakt zou worden dan zouden we 50.000 dollar elk krijgen. Als hij het geld niet had en wij zouden een schuldbekentenis krijgen dan zouden we 5.000 dollar elk krijgen. (pg. 344) [Overige betrokkenen] en ik zijn naar [Naam slachtoffer] gegaan. Ik heb aangeklopt en [Naam slachtoffer] stond boven aan het raam en vroeg wie ik was. Ik zei dat ik de bank was. Ik zei dat ik wilde praten over een geldkwestie. Hij zei: ik ben je niets schuldig. (pg. 349) [Medeverdachte 3] benadrukte dat [Naam slachtoffer] nog geen blauwe plek mocht oplopen. Hij wilde dat we met overtuiging, door intimidatie, hem zouden overtuigen om dat geld over te maken. De verdachte [Medeverdachte 1] verklaarde op 5 november 2021 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 358) [Overige betrokkenen] en [Overige betrokkenen] hebben met hem gesproken en dat werkte niet. Ik heb met hem gesproken en dat werkte niet. (pg. 359) [Medeverdachte 3] wilde dat ik hem zover bracht dat ik hem zou bewegen om in ieder geval te erkennen dat hij een schuld had bij hem. (…) De volgende stap was dat [Medeverdachte 3] wilde dat wij het huis binnen gingen en door een stevige intimidatie. To rough him up. (…) Misschien een stomp in zijn maag geven of een keer tegen zijn arm aan stompen, maar niks op zijn gezicht geen schaafwonden of verwondingen op zijn gezicht (to bruise him up a little). Hetzelfde als van laat geen sporen achter. (…) (p. 369) Ik heb [Medeverdachte 2] en [Naam verdachte] op 25 november 2019 in Düsseldorf opgehaald. (pg. 370) We gingen naar (…) de woning van [Naam slachtoffer] (…) om te laten zien waar hij woonde zodat we een plan konden opstellen (…) om het geld te krijgen en te laten overmaken, of om hem die schuldbekentenis te laten afgeven. (…) We hebben besproken dat we in de ochtend zouden gaan voor zonsopgang (…) (pg. 371) Het was heel simpel. [Naam slachtoffer] zou het huis uitkomen. [Naam verdachte] zou hem terug naar binnen duwen. Ik zou met de papieren aan komen. We zouden of het geld laten overmaken of die papieren tekenen. Dan zouden we hem vastbinden of met tape vastmaken, zodat die niet de politie kon bellen. En zouden we terug naar Zwitserland gaan. (…) Ja, dat [Naam slachtoffer] vastgebonden zou worden (…) is allemaal besproken met [Naam verdachte] en [Medeverdachte 2] . (…) Als [Naam slachtoffer] het geld op zijn bankrekening had staan dan zou die het meteen (pg. 372) kunnen overmaken naar [Medeverdachte 3] . En anders zou [Naam slachtoffer] die schuldbekentenis die [Medeverdachte 3] aan ons heeft meegegeven kunnen tekenen, zodat [Medeverdachte 3] daar zelf mee aan de slag kon om zijn geld terug te krijgen. (pg. 372) Ik had geen handschoenen en [Naam verdachte] had twee paar handschoenen, dus hij heeft mij een paar gegeven. Dan zou je dus geen vingerafdrukken achterlaten. De verdachte [Medeverdachte 1] verklaarde op 5 november 2021 bij de politie verder – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 379) Toen wij op 26 november 2019 te 06.02 uur het hotel in Molenhoek verlieten, gingen we naar Bergen. We ging [Naam slachtoffer] confronteren in verband met een geldkwestie. We zijn in de auto, de Polo, naar Bergen gereden. (…) (pg. 380) U vraagt mij wat ik bedoelde met het bericht “Tijd om buit binnen halen!” Omdat ik het plan zou gaan uitvoeren en ik zou 5.000 of 50.000 krijgen, dus ik zou hoe dan ook geld verdienen die dag. (…) (pg. 381) Wij wilden [Naam slachtoffer] benaderen. We zijn voorbij het huis gereden. [Naam verdachte] en ik zijn uitgestapt. Ik liep voorop, [Naam verdachte] achter mij (…). We liepen voorbij het huis van [Naam slachtoffer] . We waren net voorbij zijn deur en hij doet zijn deur open. En toen hij zijn deur opendeed, begon [Naam verdachte] te rennen. (…) Ik ben achter [Naam verdachte] aangegaan. [Naam verdachte] duwde hem terug door de deur. (…) (pg. 382) [Medeverdachte 2] moest bij de auto blijven. Het was de bedoeling dat hij daar op ons zou wachten en dan we dan zouden vertrekken. Dat hij zou rijden. (…) (pg. 383) [Naam verdachte] rende naar de deur en ik rende achter hem aan. [Naam verdachte] duwde hem terug in de deur. De voordeur was een rode deur. Er was een piep klein halletje en daar achter was nog een deur. [Naam verdachte] had hem met flink wat kracht geduwd dus hij viel op de grond. (…) [Naam slachtoffer] ligt op de grond, [Naam verdachte] zit op zijn knieën en houdt hem vast en ik zit op mijn knieën en praat tegen hem. Ik zeg tegen hem dat hij [Medeverdachte 3] geld schuldig is en dat wij er zijn omdat geld te komen halen en dat we een schuldbekentenis willen. Ik vroeg hem of hij dat geld inderdaad schuldig was en hij zei: “Ja.” Ik zei: “Dan gaan we ook niet verder flauwekullen, dan gaan we kijken of dat geld er is zodat het overgemaakt kan worden, of we willen een schulderkenning.” (…) Het naar binnen duwen was inderdaad het plan geweest (…). (pg. 384) Vanuit de hal zijn we met [Naam slachtoffer] naar de woonkamer gegaan. We hebben hem op een stoel gezet. (…) [Naam verdachte] stond links achter hem. Ik sprak tegen [Naam slachtoffer] en zei: “Laat me je bankrekening zien.” [Naam slachtoffer] had een zwarte tas, die stond op de tafel voor hem en hij zei: “Ja, mijn computer zit in die tas.” En uit het niets, sneller dan ik kon nadenken had [Naam verdachte] [Naam slachtoffer] geslagen op zijn kaak. [Naam slachtoffer] viel uit/van zijn stoel. Ik hielp hem opstaan, keek naar [Naam verdachte] en hielp hem terug in de stoel. Oké, in het begin stond ik niet, ik zat op mijn knieën om oog in oog te zijn met [Naam slachtoffer] . [Naam verdachte] sloeg [Naam slachtoffer] achter in zijn nek. (…) [Naam slachtoffer] pakte zijn computer uit de tas, voerde de informatie in, legde zijn portefeuille op de tafel, pakte 2 mobiele telefoons (…). Ik pakte die 2 telefoons, loop er mee naar de keuken, leg ze in de gootsteen en laat er water overheen lopen. Zodat als hij zich uit de tape bevrijd heeft hij niet meteen kan bellen, maar eerst de telefoon moet gaan zoeken. (pg. 385) Wij zien op de computer dat [Naam slachtoffer] geen geld heeft dat maar in de buurt komt van de 2 miljoen en ook niet in de buurt van 140.000 die [Medeverdachte 3] gezegd had die hij minstens nodig had. (…) [Naam verdachte] was erg agressief. Het was ook helemaal niet nodig om geweld toe te passen, want [Naam slachtoffer] deed precies wat wij wilden. De opdracht van [Medeverdachte 3] was om alleen geweld te gebruiken als het nodig was om de zaak een beetje in gang te zetten. (…) Ik probeer [Medeverdachte 3] te bellen. Ik kom er niet door. Ik zeg tegen [Naam verdachte] : “We zijn klaar hier, laten we er vandoor gaan.” Ik had tape in mijn zak, maar die tape werkte niet. Hij scheurde. Het was doorzichtige verpakkingstape. (pg. 386) [Naam verdachte] had [Naam slachtoffer] op zijn buik gelegd op de grond. Hij had zijn handen op de rug en ik geloof dat [Naam verdachte] zijn knieën op de billen van [Naam slachtoffer] had. Ik zei tegen [Naam slachtoffer] : “Wij zijn klaar hier, we gaan weg. Houd er wel rekening mee dat [Medeverdachte 3] hoe dan ook zijn geld terug wil hebben.” Ik ga naar de keuken, beneden om te kijken naar touw, maar ik vind niks.. (…) Ik heb geprobeerd het over zijn mond te plakken en zijn polsen, maar het werkte niet dus ik heb het er ook weer afgehaald. (…) [Naam verdachte] zei: “Ga dan een kleerhanger of 2 halen. Ik rende naar boven. Ik ben naar de kamer van [Naam slachtoffer] gegaan. Ik heb 1 of 2 kleerhangers gevonden. Toen ben ik weer naar beneden gegaan. Ik had er 1 en [Naam verdachte] had er 1. Volgens mij was het de bedoeling dat [Naam verdachte] de ene en ik de andere hand zouden vastbinden, deze aan elkaar zouden vastbinden en dan wegwezen. Maar het bleef er maar afgaan, het bleef niet zitten. En toen zei [Naam verdachte] tegen mij: “Ga de auto halen.” Ik rende (de rechtbank begrijpt naar buiten) en ik riep tegen [Medeverdachte 2] : “Kom met de auto”. Ik ging er van uit dat als ik terug zou zijn, dat [Naam verdachte] dan meer succes zou hebben met de kleerhangers dan ik, want mij lukte het niet. Dat het klaar zou zijn als ik terug zou zijn. Ik rende terug want ik had de papieren laten liggen en ik zou tegen [Naam verdachte] zeggen: “De auto is er.” (pg. 387) Dat waren de papieren die [Medeverdachte 3] had geprint en waarin [Naam slachtoffer] zou zeggen dat hij geld verschuldigd was, die hij zou moeten ondertekenen. (…) Ik ren door de straat, kom bij de deur, [Naam slachtoffer] ligt op zijn zij. Er was overal bloed op de grond en [Naam verdachte] hangt boven zijn hoofd en de papieren lagen op de grond en er zit bloed op. [Naam verdachte] kijkt op en hij is helemaal gek in zijn gezicht en hij zegt: “Ik heb hem vermoord.” (…) Ik ben totaal in shock en ik kijk ook niet naar [Naam slachtoffer] . Ik ga op mijn knieën zitten om de papieren te pakken. [Medeverdachte 2] is dan hier geparkeerd (de verdachte wijst aan waar [Medeverdachte 2] de auto geparkeerd had; dit was voor de woning van [Naam slachtoffer] ). Ik loop naar de auto en (…) zeg: “ [Medeverdachte 2] , hij heeft hem vermoord” of “Hij heeft hem vermoord.” [Medeverdachte 2] zei helemaal niks hij trok helemaal bleek weg. Toen ging ik in de auto zitten. [Naam verdachte] was nog steeds niet naar buiten gekomen. Na een tijdje kwam [Naam verdachte] naar buiten en ging (…) zitten. (…) We rijden weg. (…) [Naam verdachte] zei: “Weet je waarom ik hem moest vermoorden? Het is jouw fout, want je tape werkte niet en wij konden hem niet vastbinden.” [Medeverdachte 2] zegt: “Weet je zeker dat hij dood is?” [Naam verdachte] zei: “Ja” en zei toen dat hij op zijn borst had gestaan. De verdachte [Medeverdachte 1] verklaarde op 17 december 2021 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 443) Via de telefoon, in Düsseldorf en onderweg naar Bergen hebben we allerlei mogelijkheden besproken. Het plan was om tactisch binnen te treden (Bum Rush). Hiervoor hadden we niets nodig. Om het gesprek in het huis te faciliteren hadden we waarschijnlijk bindmateriaal nodig, iets om hem vast te binden. Ook hadden we een telefoon nodig om met [Medeverdachte 3] te kunnen bellen en zodat we met [Medeverdachte 2] contact konden hebben (…) Toen we bij het huis waren, is besloten dat [Naam verdachte] de agressor zou zijn. Ik zou naar binnen gaan en het gesprek voeren want ik had de documenten, het papierwerk en ik wist wat er gedaan moest worden. Ik ging er eigenlijk vanuit dat we met z’n drieën naar binnen zouden gaan, want dat zou veel intimiderender zijn. Ik weet eigenlijk niet wanneer besloten werd dat [Medeverdachte 2] niet mee naar binnen zou gaan, maar buiten zou blijven. [Medeverdachte 2] zou er voor de auto zijn, de auto besturen. (pg. 444) Ik stond in contact met [Medeverdachte 2] via de telefoon. Ik had een telefoon en [Medeverdachte 2] had de telefoon van [Naam verdachte] . Ik moest naar binnen gaan. Wij moesten aan [Naam slachtoffer] vertellen wat de reden was waarom wij daar waren. Wij wilden zorgen dat [Naam slachtoffer] op zijn computer of op zijn telefoon of waar dan ook op, zijn bankrekening zou laten zien, zodat wij konden verifiëren dat het geld waarover het ging daarop stond. Als het er niet opstond, dan stond het er niet op. [Medeverdachte 3] had mij twee documenten gegeven waarin in feite stond dat hij, [Naam slachtoffer] , het geld had gepakt en dat hij het geld schuldig was. In feite was het iets waarin hij toegaf dat hij het geld onrechtmatig had gepakt en dat hij dat dus aan [Medeverdachte 3] schuldig was. Dat was het. Als die twee dingen gedaan waren, dan moesten wij hem vastbinden en terug naar Zwitserland gaan. De verdachte [Medeverdachte 1] verklaarde op 5 januari 2022 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 456) [Overige betrokkenen] en [Overige betrokkenen] waren er als eerste van mijn groep. Toen ik begon. Eerder waren er Britse mannen geweest. En die hebben geprobeerd om [Naam slachtoffer] te lokaliseren. Niemand wist waar hij woonde. [Overige betrokkenen] en [Overige betrokkenen] hebben geprobeerd [Naam slachtoffer] te lokaliseren en hem onder observatie te nemen. (…) [Overige betrokkenen] en [Overige betrokkenen] zijn weggegaan en toen is [Overige betrokkenen] gekomen. (pg. 457) Volgens mij is [Overige betrokkenen] volledig gebriefd. Ik weet bijna honderd procent zeker dat hij op de hoogte was. En dat [Overige betrokkenen] en ik meneer [Naam slachtoffer] zouden benaderen. Om de overboeking van het geld te faciliteren. (…) Die schuldbekentenis hadden we toen niet. De schuldbekentenis is pas gekomen met [Naam verdachte] , [Medeverdachte 2] en mijzelf. Bij [Overige betrokkenen] was de vraag of [Naam slachtoffer] het geld om over te boeken wel of niet had. (…) Nadat [Overige betrokkenen] en [Overige betrokkenen] de observatie hadden gedaan en [Naam slachtoffer] hadden gelokaliseerd, zei [Medeverdachte 3] dat zij de harde aanpak deden. (…) [Overige betrokkenen] en [Overige betrokkenen] wilden dat niet. Daar gaat die app van 25 oktober 2019 over (and Dutch prison for
- us)(pg. 458) Die harde aanpak was meer dreigender en het huis binnengaan. (…) (pg. 459) Ik geloof ik dat [Naam slachtoffer] 460.000 moest laten overmaken. Naar bepaalde rekeningen die [Medeverdachte 3] gecreëerd had. Het waren rekeningen die niet aan hem gelinkt konden worden. (…) Met [Overige betrokkenen] en [Overige betrokkenen] had [Medeverdachte 3] wel een soort afdekking zodat [Naam slachtoffer] niet wist dat [Medeverdachte 3] erachter zat. Maar op een gegeven moment was dat helemaal weg. Ik heb later bij het aanspreken van [Naam slachtoffer] tegen hem gezegd dat het geld dat hij schuldig was en overgemaakt moest worden, bestemd was voor [Medeverdachte 3] . Dat was toen we bij hem naar binnen zijn gegaan. De verdachte [Medeverdachte 1] verklaarde op 26 januari 2022 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 488) U toont mij een foto van een man die letsel aan zijn gezicht heeft. Dat is [Naam slachtoffer] . Dat heeft [Medeverdachte 3] mij verteld. Er is verteld dat [Naam slachtoffer] bezocht is door iemand uit Macedonië. Ze waren daar naartoe gegaan om te praten over geld dat hij schuldig was. En hij kreeg deze verwonding/letsel. Dat heeft [Medeverdachte 3] mij verteld. U houdt mij voor dat uit onderzoek blijkt dat [Medeverdachte 3] mij die foto op 17 oktober 2019 te 15.19 uur via WhatsApp heeft gestuurd. (…) (pg. 489) Ik bedoel dan de schuld van [Naam slachtoffer] aan [Medeverdachte 3] . (…) U houdt mij voor dat ik aan [Medeverdachte 3] heb gechat: “Ik vraag me af of hetgeen eerder gebeurde zijn vruchten heeft afgeworpen? Ging hij ten onder aan de klappen?” waarop [Medeverdachte 3] schrijft: “Nee hij huilde, beloofde te betalen en is nooit meer terug gezien.” Volgens mij is hij op dat moment ook verdwenen. (…) Ik vroeg aan [Medeverdachte 3] of het gewerkt had dat hij eerder geconfronteerd was. [Medeverdachte 3] zei dat het niet gewerkt had. (…) (pg. 501) Toen ik probeerde om de tape los te maken en dat niet lukte, heb ik de handschoenen uitgedaan. Toen heb ik een stukje losgekregen, maar dat vouwde weer terug. Toen kreeg ik dat er niet meer vanaf en toen heb ik de handschoenen weer aangedaan. Volgens mij heeft [Naam verdachte] ze nooit uitgedaan. (pg. 503) Ja, ik ben twee keer boven geweest. De laatste keer dat ik naar boven ging was ik op zoek naar een shirt (de rechtbank begrijpt: overhemd). Omdat de tape niet werkte, de andere tape niet, de hangers werkten niet. We wilden een shirt oprollen zodat het een soort koord werd waarmee we [Naam slachtoffer] konden vastbinden. (…) (pg. 514) U vraagt mij waarom [Medeverdachte 2] de telefoon van [Naam verdachte] had. Om met ons binnen te communiceren, we hadden communicatie nodig. (…) Als de politie zou komen, kon hij ons dat laten weten. We hadden iemand aan de buitenkant nodig. We hadden ogen aan de buitenkant nodig. Ergens in de avond (de rechtbank begrijpt: ervoor) is dat plan gekomen. (…) (pg. 552) [Medeverdachte 3] heeft mij verteld dat ik mij moest vergewissen of [Naam slachtoffer] het geld al dan niet had. Als hij het geld had, moest ik bellen en zorgen dat de overboeking gedaan werd. En als hij het geld niet had, moest ik zorgen dat hij die twee setjes papieren tekende waarin hij aangaf dat hij die schuld had. Ik moest [Medeverdachte 3] bellen (pg. 523) om te overboeking te faciliteren. Hij had de informatie, de routingcode, het bankrekeningnummer, de Swift-code en dat soort dingen. (…) Wat ik ervan begreep was dat [Medeverdachte 3] de informatie aan mij zou geven, ik de informatie aan [Naam slachtoffer] zou geven en dat [Naam slachtoffer] het dan zou intikken. (…) (pg. 524-525) U toont mij de volgende documenten die [Medeverdachte 3] mij gestuurd heeft: Bijlage 11A (tabel met kennelijk rekeningnummers); Bijlage 11B (gearceerde tekst RHB bank); Bijlage 11C (document [Bedrijf 4] ); Bijlage 11D (documenten m.b. t . 462.000 euro). Volgens mij was bijlage 11C een van de documenten die ik getekend moest krijgen (…) een van de schuldbekentenis. Bijlage 11D is onderdeel van de factuur, ja, dit is diegene die [Medeverdachte 3] mij gegeven heeft. Ik dacht dat het maar twee pagina’s waren, misschien moest [Naam slachtoffer] er twee ondertekenen. (…) U vraagt mij hoe de schuldbekentenis weer bij [Medeverdachte 3] terecht zou komen. Nadat we klaar waren in Nederland, zouden we terug gaan naar het huis van [Medeverdachte 3] . (…) Bijlage 11C betreft een “pro-forma invoice” gedateerd 18 november 2019, afkomstig van [Bedrijf 4] te Santo Domingo, gericht aan [Naam slachtoffer] voor een bedrag van € 1.495.000,00 met als omschrijving “refund of legal fees and provisions” en met een begunstigde bank en bedrijf in Maleisië. Bijlage 11D betreft een (ongetekende) “deed of trust” gedateerd 18 november 2019 tussen een bedrijf in Maleisië (de “trustee”) en [Naam slachtoffer] (de “beneficial owner”). De verdachte [Medeverdachte 1] verklaarde op 27 januari 2022 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 572) U vraagt mij wat voor plan ik heb ontwikkeld. Heel kort samengevat is dat wij vanuit de carport rondlopen en het huis binnengaan. Naast de zachte aanpak die we hadden gedaan is dat het enige plan. Ik weet dat er heel veel discussie is geweest met allemaal wilde plannen, maar dit was het enige dat haalbaar was en wat ook logisch was. Als voorbereiding heb ik een rol tape gekocht. Verder heb we de verkenning gedaan. Ik heb het besproken met [Medeverdachte 2] en [Naam verdachte] om te kijken wat zij ervan vonden. Ze stemden ermee in. We hebben wel het geweld besproken dat niet toegepast mocht worden, maar we hebben niet besproken wat voor geweld er wel toegepast mocht worden. Niemand mocht sterven en niemand mocht in het gezicht geslagen worden. En wat ook besproken is, is dat het minimum aan geweld toegepast mocht worden om de job gedaan te krijgen. (…) (pg. 575) Het bericht over de “hardere aanpak” is helemaal in het allereerste begin in oktober. Na dat bericht hebben we feitelijk twee zachte aanpakken gedaan. [Overige betrokkenen] en [Overige betrokkenen] hebben er een gedaan. En ik ben begonnen met een. Dat (ik naar het huis van [Naam slachtoffer] ) gegaan ben en ik heb gezegd dat ik de bank was. Dat waren de twee zachte aanpakken. (pg. 584) De opdracht was oftewel de overboeking voor elkaar krijgen of de schuldbekentenis tekenen. 3.3.2 Overwegingen van de rechtbank Op grond van die bewijsmiddelen en al hetgeen verder uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, overweegt de rechtbank als volgt. Doodsoorzaak van [Naam slachtoffer] werd op 26 november 2019 omstreeks 15.30 uur dood aangetroffen in zijn woning, liggend in een plas bloed, met tape om zijn hoofd en met ijzerdraden en elektriciteitskabels vastgebonden aan zijn enkels en rechter pols. Uit de autopsie is gebleken dat [Naam slachtoffer] is overleden door meerdere snijletsels aan de hals, waarbij de halsader en halsslagader waren doorgesneden. Daarnaast had hij steekletsels in zijn bovenarm en bovenbeen tot op het bot. Een aantal ribben was gebroken en er was een breuk in de 12e borstwervel. Deze breuken zijn bij leven ontstaan door inwerking van uitwendig mechanisch stomp botsend geweld (vallen, slaan, stoten). De ribbreuken kunnen ook worden verklaard door samendrukkend geweld op de borstkas. Gezien het skeletletsel is het ingewerkte geweld zeer hevig geweest. [Naam verdachte] en [Medeverdachte 2] Uit het dossier volgt dat [Medeverdachte 3] (via [Medeverdachte 1] ) eerst [Bedrijf 3] de opdracht heeft gegeven [Naam slachtoffer] tot betaling te bewegen. De poging van [Bedrijf 3] had geen succes, waarna hij [Medeverdachte 1] en [Overige betrokkenen] inschakelde. Nadat ook deze inzet niet tot het gewenste resultaat had geleid, vliegen [Naam verdachte] en [Medeverdachte 2] op 24-25 november 2019 in vanuit de VS. Zij landen in de ochtend van 25 november 2019 in Düsseldorf, waar [Medeverdachte 1] ze later die dag ophaalt. In de contacten met [Naam verdachte] in de aanloop naar het boeken van de tickets naar Europa stelt [Medeverdachte 1] al dat hij naar een stroomstootwapen (stun gun) aan het kijken is. In de groepsapp waaraan [Medeverdachte 1] , [Naam verdachte] en [Medeverdachte 2] deelnemen wordt gesproken over manieren om de woning van [Naam slachtoffer] binnen te komen en hem te overmeesteren. [Naam verdachte] oppert om met geweld de woning in te stormen (bum rush), zonder sleutel of schade de deur van de woning te openen (lockpicking) en hem vervolgens thuis op te wachten, of hem op te wachten als hij naar buiten komt en dan hard terug naar binnen te duwen (shove him back in fast). [Medeverdachte 1] vult dat aan door te stellen dat een harde klap tegen de zijkant van de hals iemand rustig maakt (brachial stun makes one quiet). Met welk doel kwamen [Medeverdachte 1] , [Naam verdachte] en [Medeverdachte 2] naar Bergen? Op basis van de verklaringen van [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] , die ondersteund worden door het berichtenverkeer tussen [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] , concludeert de rechtbank dat het de bedoeling was om [Naam slachtoffer] onder druk te zetten om geld over te maken, of bij gebreke van geld, documenten te ondertekenen. [Medeverdachte 1] verklaarde bovendien dat die druk mocht bestaan uit de uitoefening van licht tot matig geweld. Dit is in lijn met de ‘hard approach/dire consequences’ en ‘brutalize in a van’ berichtenwisseling tussen [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] en de hierboven genoemde berichtenwisseling tussen [Medeverdachte 1] en [Naam verdachte] (over onder meer een stun gun, brachial stun en shove him back in fast). Dat strookt verder ook met de verklaringen van [Medeverdachte 2] dat het doel was om [Naam slachtoffer] door hun intimiderende aanwezigheid te bewegen tot betaling. Kortom, de intentie was de afpersing van [Naam slachtoffer] . Dat de beoogde afpersing gepaard zou kunnen gaan met vrijheidsberoving volgt ten eerste uit de omstandigheid dat het nu eenmaal enige tijd duurt voordat de druk voldoende is opgevoerd en betalingshandelingen zijn verricht dan wel documenten zijn ondertekend. Er zijn ook meerdere berichten tussen [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] waarin gesproken wordt over ontvoeren (snatch). Daarnaast wordt in de berichten tussen [Medeverdachte 1] en [Overige betrokkenen] al gesproken over het meenemen van tape en volgt uit de verklaring van [Medeverdachte 1] dat het doel van het tapen was om het gesprek met [Naam slachtoffer] te ‘faciliteren’ en om de tijd te hebben om te ontkomen voordat [Naam slachtoffer] de politie kon inschakelen. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen wettig en overtuigend bewijs dat het (voorwaardelijk) opzet van [Medeverdachte 3] of dat van de andere verdachten, vóór de confrontatie op 26 november 2019 gericht was op de dood van [Naam slachtoffer] , dan wel dat de dood van [Naam slachtoffer] een geaccepteerd of ingecalculeerd mogelijk gevolg van hun handelen zou kunnen zijn. Dat heeft niemand verklaard en dat kan naar het oordeel van de rechtbank ook niet afgeleid worden uit de chats. Het doden van [Naam slachtoffer] zou bovendien contraproductief zijn voor het doel van de hele onderneming, namelijk het incasseren van een geldbedrag, dat enkel succesvol kon zijn bij medewerking van [Naam slachtoffer] . De verklaring van [Naam verdachte] De verklaring van [Naam verdachte] dat het doel enkel was de observatie (surveillance) van [Naam slachtoffer] en dat andersluidende chatberichten vooral (militaire) grootspraak waren, wordt weerlegd door het bewijs, waaronder de verklaringen van [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] . Voorts spreekt [Naam verdachte] in de chats zelf over het benaderen van [Naam slachtoffer] bij zijn voordeur en hem dan hard naar binnen duwen (bum rush en shove him in fast). Bij een observatie (surveillance) is het – ook in de betekenis die [Naam verdachte] hier desgevraagd ter terechtzitting zelf aan geeft - juist van belang niet opgemerkt te worden en géén contact te maken. [Naam verdachte] ’s communicatie is daarmee in strijd. Dat al die berichten van [Naam verdachte] slechts militaire grootspraak, wilde ideeën of anderszins allesbehalve daadwerkelijke plannen waren, is volstrekt ongeloofwaardig, te meer daar het overmeesteren van [Naam slachtoffer] bij zijn voordeur op 26 november 2019 is gegaan op een wijze zoals in de chats besproken. Wie waren er in de woning van [Naam slachtoffer] ? De rechtbank constateert dat de uitvoering is gegaan conform de planning in de berichtenwisseling tussen [Medeverdachte 1] en [Naam verdachte] in de groepsapp waar ook [Medeverdachte 2] aan deel nam, namelijk door [Naam slachtoffer] in de ochtend bij zijn voordeur op te wachten en hem zo gauw hij zijn voordeur opende met kracht terug naar binnen te duwen. Zij hecht geen geloof aan de verklaring van [Naam verdachte] dat die ochtend enkel een laatste observatie (surveillance) zou plaatsvinden als een ‘professional courtesy’ of aan de verklaring van [Medeverdachte 1] dat de missie eigenlijk al was afgeblazen toen [Naam slachtoffer] de woning uitkwam en [Naam verdachte] hem plots naar binnen duwde. Beide verdachten bevonden zich immers conform de eerder gemaakte plannen in de onmiddellijke nabijheid van de voordeur op het tijdstip waarop [Naam slachtoffer] , zoals zijn eerder al tijdens diverse observaties vastgestelde gewoonte, rond 7.10 uur zijn woning verliet om naar zijn werk te gaan. [Medeverdachte 1] verklaart dat [Naam verdachte] [Naam slachtoffer] terug de woning heeft ingeduwd, waarna hij met [Naam verdachte] mee naar binnen is gegaan. De verklaring van [Medeverdachte 1] dat ook [Naam verdachte] de woning is binnengegaan, vindt bevestiging in de verklaring van getuige [Getuige 1] , de buurvrouw van [Naam slachtoffer] . Zij heeft verklaard dat zij naast de buurman twee andere stemmen heeft gehoord en twee andere personen in de woning heeft gezien. Zij heeft voorts - iets na 7.35 uur - twee personen uit de woning zien komen en in een auto zien stappen. Dat zij dacht een van die personen te herkennen als de vriendin van de buurman - die aantoonbaar niet aanwezig was - doet geen afbreuk aan de betrouwbaarheid van haar verklaring over het aantal personen dat zij gehoord en gezien heeft. Ook de verklaring van [Medeverdachte 1] dat hij op en neer de trap is gerend om bindmateriaal te zoeken, vindt bevestiging in de verklaring van getuige [Getuige 1] dat zij iemand een paar keer snel de trap op en af hoorde lopen. [Medeverdachte 1] verklaart dat hij op de eerste verdieping kleerhangers van ijzerdraad heeft gevonden die zijn gebruikt bij het vastbinden van [Naam slachtoffer] . Ook heeft hij met dat doel overhemden naar de woonkamer genomen. Dit alles vindt bevestiging in het forensisch dossier. Dit onderzoeksresultaat geeft steun aan het scenario dat een ander dan [Medeverdachte 1] [Naam slachtoffer] gedurende die zoektocht naar bindmateriaal onder bedwang heeft gehouden, omdat [Naam slachtoffer] anders in staat geweest zou zijn om te vluchten. [Medeverdachte 1] , [Naam verdachte] en [Medeverdachte 2] verklaren allemaal dat [Naam verdachte] zijn telefoon aan [Medeverdachte 2] had gegeven, toen zij die ochtend samen in Bergen arriveerden. [Medeverdachte 2] heeft met [Naam verdachte] ’s telefoon berichten gestuurd naar [Medeverdachte 1] telefoon, waaruit blijkt dat hij hem op de hoogte hield van de tijd dat [Medeverdachte 1] binnen was en van een buurvrouw die toen buiten was. Ook dit geeft steun aan het scenario dat [Naam verdachte] bij [Medeverdachte 1] binnen was. Voorts bevestigt ook [Medeverdachte 2] de verklaring van [Medeverdachte 1] dat [Medeverdachte 1] op een gegeven moment terug naar buiten komt lopen en zegt: “Come with the car”. Dit is bovendien in lijn met de waarneming van getuige [Getuige 3] die een man een wenkende armbeweging heeft zien maken in de richting van de man in de auto en ‘car’ riep of iets dergelijks. Op basis van voormelde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [Medeverdachte 1] en [Naam verdachte] samen de woning van [Naam slachtoffer] zijn binnengegaan en daar zeker zo’n 15 tot 20 minuten zijn verbleven. [Medeverdachte 1] heeft op enig moment de woning verlaten om [Medeverdachte 2] te vragen de auto voor te rijden. De rechtbank hecht dan ook geen geloof aan de verklaring van [Naam verdachte] dat hij de woning van [Naam slachtoffer] in het geheel niet is binnengegaan. Wat is er gebeurd in de woning van [Naam slachtoffer] ? [Naam slachtoffer] is rond kwart over 7, toen hij zijn huis wilde verlaten om naar het werk te gaan, overvallen en terug de woning in geduwd. Meteen daarop is ingelogd op zijn bankapp om te kijken hoeveel geld op zijn rekening stond (7.19 uur). Hij is op een stoel gezet, geslagen en gestoken. Vervolgens zijn [Medeverdachte 1] en [Naam verdachte] overgegaan tot het vastbinden van [Naam slachtoffer] . Omdat de meegebrachte tape niet voldeed, is [Medeverdachte 1] in de woning gaan zoeken naar ander bindmateriaal, zoals onder meer ijzerdraad van kleerhangers. Ook legde [Medeverdachte 1] de telefoons in het water, naar eigen zeggen om te voorkomen dat [Naam slachtoffer] zijn telefoons kon gebruiken om de politie te bellen nadat hij zich bevrijd had. [Medeverdachte 1] verklaart dat, toen hij de woning verliet om [Medeverdachte 2] te vragen de auto voor te rijden, [Naam verdachte] nog doende was met het vastbinden van [Naam slachtoffer] . Bij terugkomst in de woning zag hij [Naam slachtoffer] in een grote plas bloed liggen. [Naam verdachte] stond er bij en zei: “Ik heb hem vermoord”. Daarop verlieten ze de woning. Dit was rond 7.35 uur. Over het weer instappen in de auto verklaart [Medeverdachte 2] dat zowel [Naam verdachte] als [Medeverdachte 1] bloed op hun kleren hadden en dat [Medeverdachte 1] er hevig ontdaan uit zag (like he had seen a ghost, shook to his core, stunned). [Medeverdachte 2] zag toen pas dat [Naam verdachte] een mes had. Zowel [Medeverdachte 1] als [Medeverdachte 2] verklaren dat [Naam verdachte] vertelde dat hij [Naam slachtoffer] gedood heeft door hem de keel door te snijden en dat hij aangaf dat hij op zijn borst is gaan staan om te zorgen dat het bloed sneller wegstroomde. Dit spoort met het aangetroffen letsel. [Medeverdachte 2] verklaart voorts dat [Naam verdachte] hem de volgende dag verteld heeft wat er in de woning gebeurd is. [Naam verdachte] heeft [Medeverdachte 1] de opdracht gegeven om [Naam slachtoffer] vast te binden. [Naam verdachte] heeft uit eigen beweging [Naam slachtoffer] in zijn schouder en been gestoken omdat [Medeverdachte 1] te soft was in de wijze waarop hij hem vroeg iets met de computer te doen. Op basis van deze bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [Naam verdachte] [Naam slachtoffer] heeft gedood terwijl [Medeverdachte 1] de woning had verlaten om [Medeverdachte 2] met de auto te laten komen. Met betrekking tot de vraag waarom [Naam verdachte] [Naam slachtoffer] heeft gedood overweegt de rechtbank het volgende. Volgens [Medeverdachte 1] heeft [Naam verdachte] verteld dat hij [Naam slachtoffer] heeft moeten doden omdat [Medeverdachte 1] geen fatsoenlijke tape had geregeld. Dit vindt bevestiging in de verklaring van [Medeverdachte 2] waaruit volgt dat [Naam verdachte] vertelde geweld te hebben toegepast in de woning omdat in zijn ogen het optreden van [Medeverdachte 1] te soft was. Omdat [Naam slachtoffer] is gedood toen de poging tot afpersing voltooid was, zijn telefoons onklaar waren gemaakt en [Medeverdachte 1] de woning had verlaten om de auto te laten voorrijden terwijl [Naam verdachte] nog doende was [Naam slachtoffer] vast te binden, moet dit met de bedoeling zijn geweest om de verdachten ter plaatse de tijd te geven om ongezien te kunnen ontkomen. Omdat er verder ook geen andere reden is aangevoerd dan wel gebleken om [Naam slachtoffer] te doden, concludeert de rechtbank dat [Naam slachtoffer] is gedood met het oogmerk om zich straffeloosheid te verzekeren. Omdat [Naam verdachte] hierin alleen is opgetreden, en daarbij ver buiten de grenzen van de gemaakte afspraken is getreden, is alleen hij hier verantwoordelijk voor. Wat dit in juridische zin betekent voor de verdachte, concludeert de rechtbank verderop. De betrouwbaarheidsverweren van de verdediging De verdediging heeft bepleit dat de verklaringen van [Medeverdachte 1] als onbetrouwbaar uitgesloten moeten worden van het bewijs. De rechtbank is hierin niet meegegaan vanwege het volgende. Zoals hiervoor is overwogen vinden de verklaringen van [Medeverdachte 1] , anders dan die van [Naam verdachte] , steun en verankering in de overige bevindingen van het dossier. Daartoe wijst de rechtbank op de chats waar [Naam verdachte] zelf bij betrokken was, op de verklaringen van de getuigen [Getuige 1] en [Getuige 3] en op de verklaringen en e-mails van [Medeverdachte 2] . Hoewel [Medeverdachte 2] als verdachte een belang zou kunnen hebben bij het afleggen van een bepaalde verklaring in zijn eigen voordeel, heeft de rechtbank geen aanwijzingen dat [Medeverdachte 2] er een belang bij zou hebben om over de rol van [Naam verdachte] én uitlatingen van [Naam verdachte] nadien in strijd met de waarheid te verklaren of mailen. Daarbij komt dat [Medeverdachte 2] [Naam verdachte] als zijn mentor en grote voorbeeld zag en verder weinig op had met [Medeverdachte 1] , die hij op 25 november 2019 pas voor het eerst had ontmoet. Aldus verwerpt de rechtbank het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van [Medeverdachte 1] . De verdediging heeft voorts bepleit de e-mails en verklaringen van [Medeverdachte 2] eveneens uit te sluiten van het bewijs, nu de verdediging geen effectieve ondervragingsmogelijkheid van [Medeverdachte 2] heeft gehad, dan wel dat de e-mails en verklaringen van [Medeverdachte 2] onvoldoende bewijs zijn voor een bewezenverklaring. De rechtbank overweegt als volgt. [Medeverdachte 2] is eerst door de FBI verhoord en later door de Nederlandse politie. Tegenover zowel de FBI als de Nederlandse politie heeft [Medeverdachte 2] voor [Naam verdachte] belastende verklaringen afgelegd, net als in de door hem geschreven en onderschepte e-mails vanuit detentie in de Verenigde Staten. Op de terechtzitting van 9 juli 2024 is [Medeverdachte 2] als verdachte in zijn eigen zaak gehoord, waarbij hij wederom een voor [Naam verdachte] belastende verklaring heeft afgelegd. Vervolgens is [Medeverdachte 2] op 11 juli 2024 als getuige gehoord in de zaak tegen [Naam verdachte] . Bij die gelegenheid volhardde hij bij zijn verklaring zoals afgelegd in zijn eigen zaak. Op vragen van de verdediging heeft [Medeverdachte 2] toen geen antwoord willen geven en zich beroepen op zijn verschoningsrecht. Vanwege dat laatste heeft de verdediging inderdaad geen behoorlijke en effectieve gelegenheid gehad om het door artikel 6, lid 3 onder d, EVRM gewaarborgde ondervragingsrecht uit te oefenen. Dit betekent echter niet zonder meer dat de belastende verklaringen en e-mails van [Medeverdachte 2] niet als bewijs mogen worden gebruikt. Dat is slechts het geval indien daardoor het proces niet meer in overeenstemming is met het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. Van belang hierbij zijn (
- i)de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend met betrekking tot een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebruikt, (
- ii)het gewicht van de verklaring van de getuige, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek, voor de bewezenverklaring van het feit, en (iii) het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid. Deze beoordelingsfactoren moeten daarbij in onderling verband worden beschouwd (vgl. ECLI:NL:HR:2021:576). Kern van de beoordeling is enerzijds het onderzoek naar de betrouwbaarheid van de verklaring en anderzijds de eerlijkheid van de procedure in zijn geheel. De rechtbank heeft [Medeverdachte 2] uitgebreid bevraagd op de zitting van 9 juli 2024. Dat was niet alleen gericht op waarheidsvinding, maar ook op toetsing van de betrouwbaarheid van zijn eigen verklaringen en zijn e-mails. In een eerder stadium zijn bovendien de handgeschreven notities van de FBI aan het dossier toegevoegd ter controle van hetgeen in het verslag van de FBI was opgenomen. Beide maatregelen compenseren enigszins het uitblijven van beantwoording van vragen van de verdediging. Daarbij komt de omstandigheid dat de verklaringen en e-mails van [Medeverdachte 2] niet op zichzelf staan en de overwegingen en conclusies van de rechtbank niet uitsluitend of in een doorslaggevende mate zijn gebaseerd op de verklaringen en e-mails van [Medeverdachte 2] . Daartoe wijst de rechtbank, wederom, op de verklaringen van [Medeverdachte 1] en de getuigen [Getuige 1] en [Getuige 3] , alsmede de omstandigheid dat [Medeverdachte 2] beschikte over de telefoon van [Naam verdachte] , hetgeen onlogisch zou zijn als [Naam verdachte] niet samen met [Medeverdachte 1] in de woning zou zijn. Gelet hierop concludeert de rechtbank dat, ondanks het ontbreken van een effectieve ondervragingsmogelijkheid, het gebruik van de verklaringen en e-mails van [Medeverdachte 2] niet leidt tot schending van het recht op een eerlijk proces. De rechtbank verwerpt dus het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting. Het subsidiaire standpunt in deze dat de e-mails en verklaringen van [Medeverdachte 2] onvoldoende bewijs zijn voor een bewezenverklaring, ging er van uit dat de verklaringen van [Medeverdachte 1] niet als bewijs zouden worden gebruikt. Nu dat verweer is verworpen, behoeft dit standpunt ook geen nadere bespreking, te meer nu uit het voorgaande volgt dat die verklaring en e-mails niet op zichzelf staan. Tot slot heeft de verdediging bepleit dat de verklaring van [Naam verdachte] juist wel steun vindt in onder meer het DNA-activiteitenonderzoek en de getuigen [Getuige 1] , [Getuige 2] en [Getuige 3] . De rechtbank volgt de verdediging hier in niet. Zoals de rechtbank reeds hiervoor heeft overwogen vinden de verklaringen van [Naam verdachte] dat hij niet in de woning van [Naam slachtoffer] is geweest geen, in elk geval onvoldoende, steun in de overige onderzoeksresultaten. De verklaringen van de getuigen [Getuige 1] en [Getuige 3] bieden die steun niet, en de verklaring van de getuige [Getuige 2] evenmin. [Getuige 2] verklaart immers enkel over een persoon die niet voldoet aan het signalement van [Naam verdachte] en ook nog eens zou staan te bellen, terwijl [Naam verdachte] zijn telefoon aan [Medeverdachte 2] had gegeven en naar eigen zeggen bewust enkel met handgebaren zou hebben gesignaleerd op basis van zijn militaire training. Ook de omstandigheid dat er geen DNA van [Naam verdachte] in de woning van [Naam slachtoffer] is gevonden, is niet doorslaggevend voor de vraag of [Naam verdachte] in de woning is geweest. Dat zou bijvoorbeeld kunnen worden verklaard door het dragen van handschoenen, waarover [Medeverdachte 1] heeft verklaard. Als [Naam verdachte] binnen was maar handschoenen droeg, is de kans dat géén DNA is overgedragen volgens het deskundigenrapport in het algemeen immers groter dan de kans dat wel DNA is overgedragen. Belangrijker is dat de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen op basis van welke bewijsmiddelen zij tot de conclusie komt dat [Naam verdachte] wel degelijk in de woning van [Naam slachtoffer] is geweest en dat de verklaring van [Naam verdachte] dienaangaande ongeloofwaardig is. De conclusies van de rechtbank ten aanzien van [Naam verdachte] heeft [Naam slachtoffer] proberen af te persen, wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd en hem vervolgens gedood. [Naam verdachte] heeft die doodslag gepleegd met het oogmerk om zichzelf en andere deelnemers aan die poging tot afpersing en vrijheidsberoving straffeloosheid te verzekeren. Daarmee komt de rechtbank tot bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde gekwalificeerde doodslag. De rechtbank ziet zich daarbij voor de vraag gesteld of [Naam verdachte] dit feit al dan niet samen en in vereniging met [Medeverdachte 3] , [Medeverdachte 1] en/of [Medeverdachte 2] heeft gepleegd. De rechtbank beantwoordt die vraag negatief en overweegt daartoe als volgt. Voor bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. In dit geval kan niet gesproken worden van een gezamenlijke uitvoering van de doodslag. Alleen [Naam verdachte] heeft immers dodelijk geweld toegepast op een moment dat hij alleen met [Naam slachtoffer] in de woning was. De vraag of dan sprake is van een wezenlijke bijdrage – aan de doodslag – van (een van) de overige verdachten beantwoordt de rechtbank ook negatief. Zoals hiervoor al geconcludeerd was de intentie van het plan de afpersing van [Naam slachtoffer] , eventueel met enig geweld doch slechts voor zover dat gericht was op het bewegen van [Naam slachtoffer] tot betaling. Niet is gebleken dat dit plan op enig moment is gewijzigd naar het doden van [Naam slachtoffer] . [Naam verdachte] moet dit dus volledig op eigen initiatief hebben besloten en uitgevoerd, tegen de afspraken en de verwachtingen in. Dat maakt dat de rechtbank van oordeel is dat [Naam verdachte] wat betreft de doodslag alleen is opgetreden, en daarbij ver buiten de grenzen van de gemaakte afspraken is getreden, waardoor de rechtbank hem alleen verantwoordelijk houdt voor de dood van [Naam slachtoffer] . 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte: (ten aanzien van het primair ten laste gelegde) op 26 november 2019 in de gemeente Bergen, [Naam slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door meermalen (met kracht) met een mes in de hals van [Naam slachtoffer] te snijden en (vervolgens) op de borstkas van [Naam slachtoffer] te gaan staan, ten gevolge waarvan [Naam slachtoffer] is overleden, welke voren omschreven doodslag werd voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een poging tot afpersing en een wederrechtelijke vrijheidsberoving, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(
- s)straffeloosheid te verzekeren. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op: doodslag voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid te verzekeren Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De straf 6.1 De vordering van het OM Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 20 jaren. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit en geen standpunt ingenomen over een op te leggen straf bij een bewezenverklaring. Wel heeft zij verzocht om opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft op 26 november 2019 de destijds 58-jarige [Naam slachtoffer] om het leven gebracht om weg te komen met het feit dat hij hem had geprobeerd af te persen en van zijn vrijheid had beroofd. De verdachte is een veteraan van het Amerikaanse leger. Nadat hij via via in contact is gebracht met [Medeverdachte 1] , was hij bereid op korte termijn vanuit de VS af te reizen naar Europa voor een incassoklus. Hij nam uit eigener beweging zijn vriend en collega-veteraan [Medeverdachte 2] mee. De opdracht was het ten behoeve van de Zwitserse zakenman [Medeverdachte 3] innen van een vermeende schuld van [Naam slachtoffer] van ruim 462.000 euro. In hoeverre de verdachte gedetailleerd op de hoogte was van de precieze achtergrond van deze operatie, het dubieuze karakter van die vermeende schuld, de wijze waarop dat geld bij [Medeverdachte 3] moest komen en de precieze rol van [Medeverdachte 3] daarin, is niet duidelijk geworden. Wel blijkt uit de bewijsmiddelen dat hem bij een succesvolle afronding van de missie een beloning van 50.000 dollar in het vooruitzicht was gesteld en dat hij bereid was daarvoor het slachtoffer fors onder druk te zetten. [Naam slachtoffer] is in zijn woning overmeesterd, geslagen, vastgebonden en in zijn arm en been gestoken. Dit alles met als doel hem tot betaling te bewegen. Toen een en ander in een afrondende fase kwam, de verdachte nog bezig was met het vastbinden van [Naam slachtoffer] en [Medeverdachte 1] de woning verliet om [Medeverdachte 2] te vragen de auto voor te rijden, heeft de verdachte op eigen initiatief de hals(slag)aders van [Naam slachtoffer] doorgesneden en diens overlijden bespoedigd door op zijn borstkas te staan. Uit hetgeen door en namens de nabestaanden is aangevoerd, blijkt wat voor enorme impact het overlijden van het slachtoffer op hen had en heeft. Dit geldt in het bijzonder voor de gruwelijkheid van zijn dood en de wetenschap dat hij veel angst en pijn heeft ervaren in zijn laatste minuten. Ondanks al het belastend bewijsmateriaal tegen hem, uitgebreide bevragingen en confrontaties op zitting, blijft de verdachte stellig ontkennen ook maar iets met de dood van het slachtoffer te maken te hebben. De verdachte schroomt daarbij niet om anderen in een kwaad daglicht te stellen en meermalen de rechtbank naar eigen zeggen ’helderheid’ te verschaffen (to clarify) over hetgeen zijn medeverdachten eerder hadden verklaard, in een poging een andere draai aan die verklaringen te geven. Naar het oordeel van de rechtbank doet geen andere straf dan een zeer langdurige gevangenisstraf recht aan de ernst van het handelen van de verdachte. Van persoonlijke omstandigheden die tot een andere conclusie zouden moeten leiden, is niet gebleken. De rechtbank acht het niet ondenkbaar dat het van tevoren niet geplande doden van [Naam slachtoffer] mede is getriggerd door trauma’s opgelopen tijdens zijn actieve militaire dienst in diverse oorlogsgebieden. Uit het dossier blijkt dat de verdachte daar zowel fysiek als psychisch letsel aan overgehouden heeft. Gelet op de stellige ontkenning van de verdachte, kon daar echter geen onderzoek naar worden gedaan. Al met al acht de rechtbank – in beginsel – een gevangenisstraf van 18 jaren gerechtvaardigd. Redelijke termijn Volgens het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens dient een strafprocedure binnen een redelijke termijn te worden afgerond. Doorgaans wordt hiervoor een termijn van 2 jaren aangehouden, maar omdat de verdachte na zijn aanhouding ruim 25 maanden in uitleveringsdetentie en voorlopige hechtenis heeft verbleven, zou als uitgangspunt 16 maanden hebben te gelden. De rechtbank acht die termijn in deze zaak echter te kort gelet op de complexiteit van de zaak en het internationale karakter daarvan; een opdracht van een Zwitserse verdachte aan drie Amerikaanse staatsburgers om een incasso uit te voeren op een in