RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer : 03.291180.21 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 december 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens] op [geboortedag] 1987, wonende te [adres 1] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. Y. Moszkowicz, advocaat kantoorhoudende te Utrecht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 8, 9, 11 en 15 juli 2024 en 1 en 8 oktober
(1)” (opmerking verbalisant: In deze PDF staat dat [naam 14] een vordering van € 1.495.000,00 op [slachtoffer] heeft.) 19 november 2019 [medeverdachte 1] Doelwit bevestigd op locatie 20 november 2019 [medeverdachte 1] We hebben besloten welke stappen we gaan nemen. Vergeet de kerel in de auto maar, als hij er morgen is, wordt hij in coma geslagen. We zetten het plan door om 0700 morgenochtend. Zorg ervoor dat je tussen 7 en 8 beschikbaar bent voor bevestiging. 21 november 2019 [medeverdachte 3] Is er een achterdeur of andere ingang tot het huis terwijl hij weg is. [medeverdachte 1] Als we gewoon deze avond aankloppen en hij reageert niet, dat zou op geen enkele manier de uitvoering van ons oorspronkelijke plan (dat van vanmorgen) belemmeren [betrokkene 5] en ik kunnen in de carport (…) [medeverdachte 1] Plan 2 gaat in om 7. Wees kort daarna beschikbaar. [medeverdachte 3] Ik zal beschikbaar zijn (…) [medeverdachte 1] Mijn idee, en ik ben er vrijwel zeker van dat dat niet zal inslaan, is als volgt: we weten dat deze vent nergens naartoe gaat. Hij zal er altijd zijn om mee te pakken. We moeten een tracker op hem plaatsen en dan terugtrekken. Bij elkaar komen in Zurich en alvast beginnen aan de volgende klus zodat we niet in tijdnood komen. Na de vakantie hebben [betrokkene 6] , [medeverdachte 2] , [betrokkene 5] ... allemaal kerels tussen wie we kunnen kiezen wie er overkomt en blijft, en zo lang als nodig kunnen blijven. Dan kunnen we beginnen met het laten overkomen van die verschillende gasten, de een na de ander. En de grotere zaak uitvoeren. We kunnen klaarstaan en de benodigde materialen bij elkaar krijgen, voor alle onzekerheden. Het is een idee. [medeverdachte 3] Ik ben later terug met orders voor de dag [medeverdachte 1] [betrokkene 5] en ik kunnen in de carport klaarstaan en die optie nog eens proberen. Ietwat gewaagd, maar 50/50, zou kunnen werken. Hangt af van in hoeverre het bezoek vanavond ECHT impact op hem had. [medeverdachte 3] Het bezoek had geen impact op hem. Hij heeft altijd een aanval van slechts één poging gehanteerd, of het nu [betrokkene 1] was of de eerdere mishandelingen. Het deed pijn maar het was nooit een hele ongewone ervaring. Zijn les/conclusie is. Wees arrogant, schreeuw en klaag en je wint. De advocaten doen de rest. De [betrokkene 1] -ervaring, en als hij jou als [betrokkene 1] ziet, is slechts zijn volgende schaal omdat hij het zelfs kan opnemen tegen de ruige mannen van Amerika. Jij bent niveau 2 (echelon 2), [betrokkene 1] kondigde aan dat de volgende kerels sterker en niet zo aardig zijn. Hij zal wel lekker triomfantelijk slapen. Doe morgenvroeg een nieuwe poging, neem geen risico als het druk is op straat maar pak hem mee als hij zich vroeg verplaatst. [medeverdachte 1] Dat is het plan!! We willen overwinning. Sta klaar voor mijn telefoontje rond 7. 22 november 2019 [medeverdachte 1] Al een hoop activiteit. Het licht brandt al sinds 06.20. Het is DRUK in zijn buurt! We wegen de opties af op dit moment. En het busje dat ons afgelopen nacht heeft [gezien], vertrok net voor het werk, zag ons en keerde om en stoof terug naar zijn huis. (…) [medeverdachte 1] We weten zeker dat het industriële complex de daglocatie is. (…) Hij neemt iedere dag dezelfde route. (…) Ik plaats vanavond laat een tracker op zijn auto. (…) Dat is wat mijn stappen zijn totdat ik andere instructies krijg. (…) [medeverdachte 3] Ik kom morgen naar Hannover. Land om 14.50. Belangrijkste info. Ik verlies het bedrijf komende donderdag en heb daarna geen recht om het van [slachtoffer] te eisen. Ik probeer donderdag met een week te verzetten en zou morgen rond lunchtijd meer moeten weten. We zijn hier 5 weken mee bezig en kijken nu naar een plan op lange termijn voor een witteboordencrimineel zonder beveiliging, ik denk dat je snapt dat ik moeite heb deze mogelijkheid te blijven volgen. Deze mogelijkheid kwijtraken betekent nog 2 klussen in Macedonië kwijtraken. Ik wil dat je een plan uitwerkt dat zondag/maandag uitgevoerd kan worden, als je er de Koerden voor nodig hebt, laat het me weten zodat ik of wij het kunnen bespreken met [naam 15] . Van de Samsung J7 werden onderzocht alle WhatsApp-berichten tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 5] [betrokkene 3] ( [naam 18] ). Het proces-verbaal vermeldt hierover – zakelijk weergegeven – het volgende: De geselecteerde berichten zijn hieronder in chronologische volgorde weergegeven. 31 oktober 2019 [betrokkene 3] Even ter bevestiging we hebben 100% groen licht correct? [medeverdachte 1] [betrokkene 5] , op dit moment wel, we hebben groen licht voor de volle 100%. Indien het doelwit gearresteerd of vermoord wordt trekken we ons terug. Zolang we hem kunnen pakken, gaan we hem pakken. Ik wilde de info op een bepaalde manier rangschikken, maar fuck it. Ik heb de tijd niet. Ga het in bulk versturen. [medeverdachte 1] [document getiteld “ [naam 16]” met daarin onder meer genoemd “Surveillancelog 20 oktober 2019, Surveillancelog 21 oktober 2019, en Surveillancelog 22 oktober 2019] Brits surveillancerapport [medeverdachte 1] [afbeelding getiteld “ [bestandsnaam 2] .jpg”] Doelwit (…) [betrokkene 3] Klinkt alsof wij de escalerende kracht zijn omdat hij niet wilde instemmen met de aardige benadering. 10 november 2019 [medeverdachte 1] hopelijk heeft T onze spullen voordat we uitchecken. Extra dingen: Ducttape/ tie-wraps Superlijm Stungun? Nog iets anders? (…) [betrokkene 3] We hebben een blinddoek nodig. Heb je daar iets voor. Misschien een papieren zak? [medeverdachte 1] Zwarte tas, oke. Nodig. (…) [betrokkene 3] Het is makkelijk om te navigeren en zo kunnen we snel naar binnen en weer weg en snel aankomen en weer weg zijn. Doelwit het enige waar ik me nu zorgen over maak, maar ik denk dat het makkelijk wordt zodra we er zijn [medeverdachte 1] Suggestie: we halen onze voorraad in het stedelijk gebied die voor het gebied van het doelwit. Beperkt de reistijd met betrokken apparaten. Tape, zwarte tas, stungun, enz... [betrokkene 3] Klinkt perfect 11 november 2019 [medeverdachte 1] Zojuist met [medeverdachte 3] gesproken, zoals het nu is, ZOUDEN we succes moeten boeken (have a vic) binnen 2 tot 4 uur. Dan gaan we van start. Het loopt nu echt helemaal op rolletjes. Je hoeft ook niet meer Russisch te zijn. Dus gedraag je zoals jij denk dat goed is. 16 november 2019 [medeverdachte 1] Ik heb de goedkeuring om spullen achter te laten in de hotelopslag. (…) [medeverdachte 1] We hebben nog steeds tape enz. nodig 18 november 2019 [medeverdachte 1] Baas arriveert over ongeveer een uur. Van de Samsung J7 werden onderzocht de Signal-berichten tussen: [medeverdachte 1] (telefoon [nummer 1] ); [medeverdachte 2] (telefoon [nummer 3] ). Het proces-verbaal vermeldt hierover – zakelijk weergegeven – het volgende: De geselecteerde berichten zijn hieronder in chronologische volgorde weergegeven. 13 november 2019 [medeverdachte 2] [betrokkene 6] zei dat ik je een berichtje moest sturen. Ik ben nog een week bezig met iets anders af te ronden, maar ik ben terug in de VS op de 21e. (…) 21 november 2019 [medeverdachte 2] Hey, wilde even contact met je opnemen omdat ik net weer terug in de VS ben. [medeverdachte 1] Hi [medeverdachte 2] . Bedankt. Deze man te pakken krijgen, blijkt erg moeilijk. Hij heeft het goed voor elkaar. Lijkt makkelijk, is het niet. (…) 22 november 2019 [medeverdachte 1] Wanneer is het niet meer haalbaar of realistisch voor jou om op de luchthaven te geraken? [medeverdachte 2] [verdachte] heeft tijd nodig om van Louisiana naar het zuiden van Mississippi te rijden en ik moet iemand regelen die me bij de luchthaven afzet. (…) [medeverdachte 2] [verdachte] en ik kunnen goed op elkaar inspelen, dus wat er ook gebeurt, we gaan gewoon mee met de flow en [betrokkene 6] zegt dat jij de man bent om bij een gevecht te hebben, dus we zorgen dat het lukt als het erop aankomt. (…) 23 november 2019 [medeverdachte 1] Ook naar een stungun aan het kijken. [medeverdachte 2] Ha, nou jij hebt die kerel gezien, dus jij weet wel in hoeverre het nodig is. [medeverdachte 1] Even wachten. Huurauto’s hebben trackers. Vind jij dat een probleem? Onze dekmantel is, indien nodig, dat we alle WOII luchtmacht-locaties daar bezoeken. [medeverdachte 2] Het zou een probleem zijn afhankelijk van hoe moeilijk het was om toestemming te krijgen (to get compliance). Hoe moeilijker het was, hoe meer reden er is om zulke dingen te onderzoeken. (…) [medeverdachte 2] Heb een groep voor ons drie aangemaakt. 26 november 2019 [medeverdachte 2] * Buurvrouw (Neighbor girl) 20 min [gemiste oproep] [medeverdachte 2] * 25 min. Tijd om te vertrekken (Time to shit and get) [medeverdachte 1] Geef me een visuele referentie (Give me a visual ref) [medeverdachte 2] * Zelfde plek (same spot) [medeverdachte 1] Van jouw kant. Ik ben aan de overkant (From ur side. I’m across te street) *Deze berichten zijn door [verdachte] gestuurd vanaf de telefoon van [medeverdachte 2] die bij [verdachte] in de auto was achtergebleven. Zie hiervoor de verderop in de bewijsmiddelen opgenomen verklaring van [verdachte] ter terechtzitting. Van de Samsung S9 werden alle berichten onderzocht in de Signalgroep CJW tussen: [medeverdachte 1] [verdachte] (gebruiker van het nummer + [nummer 4] ) [medeverdachte 2] (gebruiker van het nummer + [nummer 3] ) Het proces-verbaal vermeldt hierover – zakelijk weergegeven – het volgende: De berichten die mogelijk in relatie staan tot het onderzoek Loup zijn in chronologische volgorde hieronder weergegeven. 23 november 2019 [verdachte] Ben binnen [medeverdachte 2] Zo hoef ik niet alles door te geven [medeverdachte 1] En nu zijn we met 3. Goed. We hadden dit nodig. Haal de uitrusting, boek de vluchten, na deze afspraak. (…) [medeverdachte 1] We hebben nog 10 min. jongens, dan heeft de baas een andere meeting, ik heb de nadruk gelegd op de vluchten. Het lijkt erop dat hij een paar extra dagen heeft kunnen regelen voor ons. We kunnen ze gebruiken of niet. W-het lijkt erop dat je een soort deurklink-lockpick krijgt of een standaard tension wrench voor tumblersloten voor de zekerheid. Blij dat je erbij bent, trouwens. [medeverdachte 2] Extra dagen zijn goed. Geeft een beetje extra speling om hem te pakken als hij naar buiten gaat. (…) [medeverdachte 1] Doelhuis heeft rode deur. De rest is de wijk. [medeverdachte 2] Kijk ik had een trap in gedachten als bij zo’n Brownstone-huis. Vlak zoals dat is makkelijker to bum rush. (…) [medeverdachte 2] Pakketjesdienst waarschijnlijk de beste manier. Zorg voor een visuele blokkade voor [verdachte] om het slot te forceren. [verdachte] Daar zat ik net aan te denken. Hou een pakketje vast en klop. Hij doet open en we gaan naar binnen, te makkelijk. [medeverdachte 2] Kan misschien ook nog steeds als een excuus gebruikt worden om op straat te zijn als hij thuiskomt. [verdachte] Komt hij thuis op dezelfde tijd als anderen of op rare tijden? [medeverdachte 2] In elk geval, als je het kan lockpicken kunnen we alles opstellen tot hij thuiskomt. [medeverdachte 1] Kijk bij de carport links. Ik ga ervan uit dat hij de deur opent, wij de hoek om gaan en hem de deur door duwen. Het is een drukke straat, druk van 0730 tot na het donker wordt. [medeverdachte 2] Open het slot, we vertrekken alsof er niemand thuis is en komen terug met een andere jas aan zonder petjes en gewoon binnengaan zonder er een groot drama van te maken. Mee eens beste keuze is als er een mogelijk[heid] is, hem snel terug naar binnen duwen (shove him back in fast). Anders denk ik dat de wijk ingaan om te lockpicken een goede tweede optie is. [verdachte] Dus we bezorgen vroeg een pakketje...Rond 7...of na het donker. Hij doet open en wij gaan naar binnen om verhaal te halen. [medeverdachte 2] Pakketje zouden we doen als hij niet thuis is. [medeverdachte 1] Hij doet niet op[en]. Hij steekt zijn hoofd uit het bovenste raam en stelt een vraag. [medeverdachte 2] Het is gewoon zodat we een grote doos gebruiken om voor jou te blokkeren als jij het slot doet. [medeverdachte 1] Dat is een noodplan. [medeverdachte 2] Ja alleen als back-up. Ik vind geen andere ingang goed. Te open. Naar binnen duwen werkt simpelweg dankzij snelheid. Maar moeten ook klaar zijn om snel te vertrekken als iemand het toevallig ziet. Rijdt hij naar het werk of gebruikt hij openbaar vervoer? Die carport lijkt van het andere huis te zijn. [medeverdachte 1] Hij rijdt, parkeert ervoor, niet de carport. Carports zijn samen, buurvrouw vertrekt nadat hij weggaat. Vrouw in het aangrenzende huis vertrekt ruimschoot voordat hij vertrekt. Een hek scheidt de carports. [medeverdachte 2] Is het een grote vent? We moeten hem pakken voordat de deur dichtgaat. Het is nutteloos als de voordeur achter hem dichtgaat. Tenzij de straat die ochtend verlaten is? Anders is het gehannes met sleutels of als hij schreeuwt. [medeverdachte 1] Hij is dik, niet sterk. Als de deur dichtgaat en de straat leeg is, pakken we de sleutel en doen we open. Een flinke stoot aan de zijkant van de nek (brachial stun) krijgt iemand stil. Drie stappen de hoek om, hij beweegt niet snel. [medeverdachte 2] Oh we kunnen geluid voorkomen ik vroeg het met het idee of hij neergaat van één klap hoe zwaar is hij. [medeverdachte 1] Zwaar. 300+ (…) [medeverdachte 1] Jongens kunnen jullie een pick set meenemen? Bagage ingecheckt. Oké, jongens. Blijf paraat. [medeverdachte 2] Het zal [verdachte] moeten zijn. Ik heb er eentje in de opslag maar geen idee in welke doos. [medeverdachte 1] [verdachte] , stuur een betere foto van je paspoort. En laat me weten of je een set hebt die je kan meenemen. [verdachte] Ik heb er een maar ik wilde inchecken bagage vermijden. Ik kan het meenemen als het moet. [medeverdachte 1] Ja, ajb. En stuur me een beter leesbare foto van je paspoort, als je wil. Dank. Vluchten aan het bevestigen, ziet ernaar uit dat jullie elkaar ontmoeten in NY, vliegen naar Düsseldorf om mij te ontmoeten. (…) 24 november 2019 [medeverdachte 1] De baas heeft net bevestigd dat er voor jullie is geboekt. [medeverdachte 2] Even voor de duidelijkheid, we kunnen daar geen pick set kopen? [medeverdachte 1] Kon er geen vinden. Ik weet zeker dat ze ergens liggen... Dus ja. We hebben er een nodig. (…) Vluchten zijn geboekt. Ik zie de bevestigingen. [verdachte] De mijne zijn bevestigd. Ik ben onderweg. [medeverdachte 1] (…) Onze intelligentie wordt misschien op de proef gesteld als hij geen extra dag voor ons kan regelen. (…) [medeverdachte 2] Hij neemt het risico om ons naar daar te laten vliegen, dus we doen er alles aan om het uit te zoeken. (…) [medeverdachte 1] In een trein naar Frankfurt, dan Düsseldorf. (…) [medeverdachte 2] Grappige is dat de vlucht naar Washington D.C. en Newark ingecheckte bagage hadden. Fucking duur multitool and folding knive. [medeverdachte 1] Update. Morgen om 1100 weten we of we 1 (één) extra dag hebben. Mannen. Ik ben misschien een paar uren later. Ik krijg geld, vroeg hier. Onhandige noodzaak.(…) Als in jouw geld, kerel. [medeverdachte 2] Ha nou dan kunnen we wel wachten. (…) Vergeet geen $ 70 toe te voegen aan dat totaal [knipoog smiley]. [medeverdachte 1] $ 70 m’n reet. We werken voor een miljardair, rond af naar boven... $ 100. (…) Getuigen De getuige [getuige 1] (wonende aan de [adres 4] te Bergen) verklaarde – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt: Op 26 november 2019 (…) hoorde ik het geluid van het dichttrekken van de voordeur bij de buurman. (…) Ik heb niet op de klok gekeken, maar ik ga er van uit, dat het 7.10 uur was, omdat eerdere dagen hij altijd om 7.10 uur de woning verlaat. Meteen nadat ik hoorde dat de deur dicht ging, hoorde ik stemmen van verschillende mensen. (…) Toen hoorde ik opeens een harde knal. (…) Meteen na de knal hoorde ik geschreeuw. (…) Ik heb nog nooit iemand zo hard horen schreeuwen. Ik dacht dat die om hulp riep. Voor mij was het duidelijk dat de schreeuw van de buurman was. (…) Ik ging naar beneden. Ik hoorde geluiden dat iemand van beneden naar boven liep op de trap. Dat ging een paar keer op en neer, heel snel. (…) Ik hoorde ook herrie, geschuif van dingen. Ik denk dat er iets werd verschoven in de woonkamer. (…) Ik liep naar buiten en ik liep naar de woning van nummer [nummer 5] . Ik belde aan de voordeur. Ik hoorde iemand van boven naar beneden rennen. Dat gebeurde een paar keer, op en neer. Opeens was het stil. Ik kreeg de indruk dat iemand binnen voor de voordeur stond en door het gaatje van de deur naar buiten keek, waar ik stond. Ik belde nog een keer aan. De deur werd niet open gedaan. Ik dacht dat ze geen hulp nodig hadden. Ik zag dat het rolluik van de woonkamer omhoog was. Ik zag dat een lamp aan was in de keuken. Ik kon kijken door het raam van de woonkamer. Ik zag iemand in de kamer gebukt staan. Ik keek tegen de achterkant van het lichaam. (…) Ik liep terug naar huis. Toen ik thuis was, heb ik appjes naar mijn man gestuurd. (Opmerking verbalisant: De getuige liet mij de berichten zien die ze had met haar man. De berichten begonnen om 07.31 uur. (…) De berichten heb ik hieronder weergegeven) (…) Ik stond net bij de voordeur van mijn huis. Toen zag ik een auto mij tegemoet rijden vanuit de [adres 6] . Ik zag de koplampen. Het was schemerig. De auto stopte precies voor mijn huis op het midden van de weg. (…) Ik zag een man in de auto zitten. (…) Ik zag dat hij om zich heen keek. Ik keek ook naar buiten. Het was een Volkswagen Polo met een Duitse kentekenplaat. (…) De auto reed zachtjes door. Hij was aan het zoeken. Hij keek om zich heen, alsof hij niet wist waar hij moest zijn. Hij reed door en sloeg meteen linksaf de [adres 5] in. Ik hoorde gerommel in de woning. Er was herrie. Ik hoorde twee personen met elkaar praten. (…) niet de stem van de buurman. Toen ik weer binnen was, keek ik weer naar buiten. (…) De auto reed terug van waar ik hem eerst weg zag rijden. Ik zag de koplampen. Ik zag dat het dezelfde auto was en dezelfde persoon als net zag ik in de auto op de bestuurdersstoel. De auto reed bij de bocht voor hem rechtsaf. Ik zag dat de auto tot stilstand kwam ter hoogte van de woning van de buurman. Ik hoorde de voordeur van de woning van de buurman dicht knallen. (…) Ik zag vanmiddag de politie hier. Ik dacht meteen, de buurman is vermoord. De berichten van getuige [getuige 1] aan haar man houden het volgende in: 07.31 uur: Er was net een harde klap bij de buurman daarna geschreeuw er is iemand van de trap gevallen denk ik. 07.37 uur: Was aan de deur maakt niemand open hoor wel gekreun. 07.38 uur: Zijn wel 2 man binnen. De getuige [getuige 1] verklaarde verder – zakelijk weergegeven – als volgt: (pg. 2110) U vraagt mij hoeveel tijd er zat tussen het moment van de schreeuw en het moment dat ik naar buiten liep. Ik hoorde om 7.17 uur die schreeuw, dat had ik op mijn telefoon gezien. (…) (pg. 2111) Met de buurman erbij waren er drie mensen in de woning. De getuige [getuige 2] verklaarde– zakelijk weergegeven – onder meer dat: hij op dinsdag 26 november 2019 omstreeks 06.45 uur een auto in de [adres 7] te Bergen hoorde rijden; (…) hij zag dat deze auto aan het begin van de [adres 7] werd geparkeerd in een parkeervak; (…) de motor van de auto werd uitgezet en de lichten uit gingen; hij zag dat er drie mannen uitstapten; (…) de uitgestapte mannen waren; de bestuurder, de bijrijder en de man die achter de bijrijder had gezeten; (…) hij zag dat de bestuurder en de bijrijder vanuit de [adres 7] de [adres 6] in liepen en rechtsaf sloegen (opmerking verbalisanten: dit is in de richting van de [adres 5]); hij zag dat de persoon die achter de bijrijder had gezeten, achterlangs om de auto liep en plaatsnam op de bestuurdersplaats; hij dit verdacht vond en dacht dat dit mogelijk met inbraken te maken zou kunnen hebben; dit dan ook de reden was dat hij meerdere keren uit het raam naar die auto had gekeken; hij naar de wc was gegaan en terug gekomen in de slaapkamer weer uit het raam keek; hij zag dat de man in de auto uitstapte en rond slenterde in de nabijheid van de auto; (…) hij op gegeven moment weer uit het raam keek en deze man niet meer bij de auto zag; hij naar buiten was gegaan en de grijze auto van zijn vrouw had gepakt om in de omgeving te gaan kijken; hij langs de geparkeerde auto reed en het kenteken aan de achterzijde van de auto in zich opnam; dit was het kenteken [kenteken] ; hij door de [adres 5] reed; hij niemand in de [adres 5] zag; hij een rondje door de buurt had gereden en weer naar huis reed; hij bij het inrijden van de straat ook het kenteken aan de voorzijde van de auto zag. Dit was volgens hem hetzelfde kenteken; hij toen zag dat niemand in de auto zat; thuis gekomen hij (…) naar de slaapkamer liep en weer uit het raam keek; hij toen weer de man bij de auto zag; (…) hij op gegeven moment een man over de [adres 6] zag lopen die een wenkende armbeweging maakte in de richting van de man in de auto; hij hoorde dat deze man riep: “car” of iets dergelijks; (…) hij zag dat deze man die gewenkt had, over de [adres 6] terugliep in de richting van de [adres 5] ; hij zag en hoorde dat de auto werd gestart en de straat uitreed; deze auto rechts afsloeg de [adres 6] op, in de richting van de [adres 5] ; (…) hij omschreef deze auto als een Volkswagen Polo (…) met witte kentekenplaten met zwarte letters; (…) hij deze auto en mannen voor het eerst zag rond 06.45 uur toen zij op de [adres 7] parkeerden; hij zag dat het toen de auto wegreed rond 07.35 uur was. Verklaringen [verdachte] Het verslag van het FBI-verhoor van [verdachte] vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: Ongeveer 20 minuten nadat [medeverdachte 2] en de onbekende Amerikaan de zakenman confronteerden, liepen ze van de woning weg en keerden ze terug naar [verdachte] en het voertuig. De onbekende Amerikaan zag er "onthutst" uit en had bloed op zijn shirt en broek. (…) [medeverdachte 2] had ook bloed op zijn overhemd en broek. De verdachte [verdachte] verklaarde bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 1033) De persoon die ik bij de FBI de onbekende Amerikaan noemde, was [medeverdachte 1] . Het klopt dat ik in de chatgroep CJW zat. Het nummer dat eindigt op [nummer 4] is mijn nummer. (…) (pg. 1035) Wij zijn die ochtend (de rechtbank begrijpt: 26 november 2019) met de auto gereisd van het hotel naar een parkeerplaats, achter het huis van de zakenman. [medeverdachte 1] reed daarbij, [medeverdachte 2] op de passagiersplaats en ik zelf op de achterbank. (…) (pg. 1036) Mijn herinneringen van het huis gaan terug naar de avond ervoor toen [medeverdachte 1] langs het huis is gereden en zei: “Dat is het, dat is zijn huis.” (…) [medeverdachte 1] parkeerde (de rechtbank begrijpt: op 26 november 2019) en zij liepen weg van de auto. Ik ben in de auto gebleven. Ik ben op de bestuurdersstoel gaan zitten. (…) [medeverdachte 1] kwam korte tijd later terug lopen en zei: “Kom met de auto.” (…) (pg. 1038) Het idee was om die meneer te confronteren, en dat werkten ze uit. (…) Wat ik ervan begreep was het [medeverdachte 1] ’s rol om met die meneer te gaan praten. (…) er zijn mij geen bijzonderheden gegeven, behalve dat die meneer geld voor iemand anders in zijn bezit had gehad. En die meneer wilde het terug. (…) (pg. 1039) [medeverdachte 2] vertelde mij dat ze de zakenman bij de deur geconfronteerd hebben. De verdachte [verdachte] verklaarde ter terechtzitting van 9 en 11 juli 2024 – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 12) Op de vraag of ik nog weet wat de bedoeling was van mijn reis naar Europa, verwijs ik u naar mijn verklaring bij de Nederlandse politie waarbij we het FBI-verslag corrigeerden. (…) De intentie was (…) om te helpen bij het terughalen van een schuld (…) door te intimideren door onze aanwezigheid. Het klopt dat de telefoon van [medeverdachte 2] bij mij in de auto lag toen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] uit de auto waren. Anders dan ik eerder verklaarde, heb ik de berichten “Neighbor girl” en “20 min” wel gestuurd. [medeverdachte 2] verzocht mij dat bericht na 20 minuten te sturen. Ik zag ook een meisje rondlopen. Dat was een teken dat het tijd was om te gaan. (pg. 16-17) U vraagt mij of het klopt wat in die mails [die door de verdachte [verdachte] vanuit (uitleverings)detentie in de Verenigde Staten zijn verzonden aan familie en vrienden] staat. (…) U vraagt mij of ik toen de waarheid heb geschreven, in die zin dat dat was wat ik van [medeverdachte 2] heb gehoord. Dat klopt in de zin zoals ik het begrepen had. (…) Ik geloof dat de mails in het dossier het meest accurate beeld schetsen van hoe ik een en ander begreep destijds. (pg. 18-19) U houdt mij voor dat in de handgeschreven notities van de FBI onder meer staat genoteerd dat “20 min later they exited, looked shook, had blood on clothes.” Als ik mij niet vergis, gaat dat over [medeverdachte 1] toen hij naar de auto kwam. U vraagt mij of ik op enig moment rondom deze gebeurtenissen een mes heb gezien bij [medeverdachte 2] . (…) niet tot na het voorval toen hij in de auto kwam. U vraagt mij of ik dus gezien heb dat [medeverdachte 2] een mes had nadat hij in de auto stapte. Dat klopt. Na het incident in de woning, was ik bekend met het mes. (…) U houdt mij voor dat de hiervoor genoemde FBI-notitie “20 min later they exited, looked shook, had blood on clothes” in het verslag (pg. 1019) is uitgewerkt in die zin dat ik zou hebben gezegd dat [medeverdachte 1] bloed op zijn shirt en broek had en dat [medeverdachte 2] bloed op zijn overhemd en broek had. U vraagt mij of dat klopt. Naar mijn beste herinnering klopt dat. (pg. 30) U leest mij integraal voor wat ik op 9 juli 2024 in mijn eigen zaak als verdachte heb verklaard, zoals weergegeven op de pagina’s 12 tot en met 19 van dit proces-verbaal. U vraagt mij of ik ook als getuige bij die verklaring blijf. Mijn antwoord daarop is ja. De politie relateerde – zakelijk weergegeven – het volgende over e-mailberichten van [verdachte]: Door de contactpersoon van de FBI werd aan het Onderzoeksteam LOUP kennis gegeven dat de verdachte [verdachte] tijdens zijn uitleveringsdetentie in de USA een groot aantal emailberichten had verstuurd en ook had ontvangen. (…) Alle e-mailberichten die de verdachte [verdachte] tijdens zijn uitleveringsdetentie in de USA, in de periode van 27 april 2021 tot aan zijn daadwerkelijke uitlevering aan de Nederlandse autoriteiten, had verstuurd en ontvangen, werden opgevraagd. De e-mailberichten van [verdachte] houden – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in: 6 mei 2021 (pg. 3869): Vandaag in de rechtbank (…) Ik ben blij dat de FBI-agent opgeroepen was om een getuigenverklaring af te leggen. (…) Hij verklaarde dat de andere 2 jongens in de auto stapten. Klopt. Wat hij aanhaalde was dat een van de jongens (…) (dat was [medeverdachte 2] ) (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] ) had gezegd: “Ik denk dat ik die vent net heb gedood.” Wat ook klopt zowel qua verklaringen als feiten. (…) Er zullen in de toekomst wel meer bijzonderheden naar boven komen hoe [medeverdachte 2] er zelf toe over is gegaan die meneer te martelen en vervolgens te doden. 19 mei 2021 (pg. 3870) Dat is klote voor [medeverdachte 3] en zijn zoon. Dit alles is gebeurd omdat [medeverdachte 2] er zelf toe over is gegaan die man te martelen en te doden. 20 mei 2021 (pg. 3870) Uit wat [medeverdachte 2] me heeft verteld, heeft hij zo gehandeld omdat hij dat wilde. 22 mei 201 (pg. 3871) Alles bij elkaar genomen is [medeverdachte 2] er zelf toe over gegaan de man vast te binden, te martelen en te doden. 28 juni 2021 (pg. 3875) Het was niet vooropgezet of gepland, slechts een ondoordachte beslissing in een fractie van een seconde die de levens van veel anderen op zijn kop heeft gezet. Het feit dat hij (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] ) grijnsde toen hij het verhaal deed, is schokkend. Ik hoop dat wat ik te zeggen heb de rechtbank de ruimte geeft om in hun overwegingen veel clementie met [medeverdachte 1] te hebben. Ik ken zijn achtergrond niet. Man, ik kan me niet eens zijn gezicht of stem voor de geest halen, maar ik herinner me wel hoe verbijsterd hij was, hoe hij eruit zag alsof hij een spook had gezien, de manier waarop hij in shock liep. Het had hem echt tot in zijn diepste wezen geschokt. 1 juli 2021, 17.08 uur (pg. 3876) Ik heb in documenten zien staan dat een getuige iemand had gezien, vermoedelijk een man, die uit de auto stapte toen die geparkeerd werd op de parkeerplaats achter de gebouwen, van de achterbank overstapte naar de bestuurdersstoel terwijl 2 anderen wegliepen. Ik was degene die van achteren naar voren ging. (…). Het zal mijn verhaal zijn (…) tegen [medeverdachte 2] . En [medeverdachte 1] heeft gezien dat ik een paar keer uit mijn slof schoot tegen [medeverdachte 2] nadat het incident gebeurd was. 1 juli 2021, 17.42 uur (pg. 3878) Er waren vóór ons al wat jongens geweest die hadden geprobeerd contact te leggen met de bankier. Het verhaal dat mij verteld werd, was dat die bankier/investeerder een groot geldbedrag had weggenomen en daarna was verdwenen. De baas zullen we hem noemen, de man van wie het geld gestolen zou zijn, had die ene jongen, [medeverdachte 1] , ingehuurd als consultant. [medeverdachte 1] had een of andere computerachtergrond of zo vanuit het leger. Hoe dan ook, [medeverdachte 1] en zijn andere groep hadden de investeerder uiteindelijk weten te traceren en hem gesproken, maar zonder succes. (…). Op de een of andere manier kreeg [medeverdachte 1] het te horen en die nam contact op met [medeverdachte 2] , die mij vervolgens belde. De klus was daarheen vliegen, [medeverdachte 1] zou ons ophalen, en we zouden gaan rijden naar waar de investeerder woonde. Om de een of andere reden moest dat volgens [medeverdachte 1] gedaan worden voor het middaguur op de dag nadat we geland waren. Dat had iets te maken met banken en deadlines en weet-ik-wat. Ik weet het niet, [medeverdachte 1] had de info en het had verder met mij niets van doen. Ons werk was om daar te zijn. Veiligheid komt met aantallen, dat idee. (…). 1 juli 2021, 17.59 uur (pg. 3878) Oh, en de redenering die [medeverdachte 2] gaf voor het doen wat hij deed.... het instrueren van [medeverdachte 1] om de investeerder vast te binden, was omdat hij op die stoel heel schichtig was, alsof hij weg wilde rennen. Nou, nogal wiedes! Maar hoe dan ook, [medeverdachte 2] is er zelf toe overgegaan om die man in de schouder en het been te steken omdat, in zijn eigen woorden, [medeverdachte 1] te zachtzinnig was toen hij hem vroeg om wat-dan-ook op de computer te doen. (…) [medeverdachte 2] pakte het mes en sneed verder de keel van deze man door en stootte vervolgens op zijn borst zoals bij een reanimatie om te zorgen dat hij leegbloedde. Toen hij me dat die avond allemaal vertelde, grijnsde of lachte hij er de hele tijd bij. Verklaringen [medeverdachte 1] De verdachte [medeverdachte 1] verklaarde op 1 november 2021 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 328) [medeverdachte 3] (…) nam contact met mij op. Hij zei (…) dat er een man was die hem geld schuldig was en dat dit een criminele genius was, die geld stal van bedrijven en dat hij hem 2 miljoen dollar schuldig was. (…) Ik kon op dat moment niet weg, maar hij had haast dus ik zei: “ [betrokkene 1] [ [betrokkene 1] , rb.] en [betrokkene 2] [ [betrokkene 2] , rb.], want die kende ik, om uit te vinden waar hij was”, want ze wisten niet waar [slachtoffer] was. En ze hebben hem gevonden. Ik was toen nog in de US. (…) Toen wij aan [betrokkene 2] en [betrokkene 1] vroegen of zij [slachtoffer] zouden willen dwingen om terug te betalen zeiden ze dat ze dat niet wilden doen (…). Dus zij kwamen weer terug naar huis. (…) Een andere vriend van lang geleden (…) zei: “Ik weet iemand die jou hierbij kan helpen.” Ik heb die man pas voor het eerst ontmoet hier in Duitsland. (…) Die is gaan uitzoeken en heeft gezien waar [slachtoffer] was. Dit is hoe het zit en dit is wat we [betrokkene 2] en [betrokkene 1] gezegd hebben en dit is wat [medeverdachte 3] mij had verteld en wat ik [betrokkene 5] [ [betrokkene 3] , rb.]heb verteld (…). [slachtoffer] moest geld terugbetalen dat hij schuldig was of bevestigen dat hij dat geld aan [medeverdachte 3] schuldig was. (…) Dus [betrokkene 5] en ik zouden bij [slachtoffer] gaan kijken en proberen te zorgen dat hij het geld terug zou betalen aan [medeverdachte 3] . We gingen bij hem thuis langs en we konden het gewoon niet doen, we zijn weggegaan. [betrokkene 5] was nog in het leger, hij moest terug naar huis. Dus ik was weer alleen en [medeverdachte 3] was aan het aandringen, hij zei: “Ik moet dat geld hebben, het geld moet bewegen, ik heb dat geld voor iets of iemand anders nodig.” (pg. 329) En ik had niemand anders, dus een van mijn vrienden (…) zei: “Ik weet iemand en zijn vriend, dat is [medeverdachte 2] (phonetisch) en [verdachte] . Ik heb ze pas ontmoet in Europa, ik had ze nog nooit eerder ontmoet. Ik vertelde ze wat de bedoeling was. Het plan was dat we daar naar binnen zouden gaan, hij zou het geld overmaken naar [medeverdachte 3] dat hij hem schuldig was. [medeverdachte 3] had mij papieren laten zien als bewijs dat hij hem dat geld schuldig was (…). We reden langs het huis (…) om te zien hoe we daar naar binnen konden komen. [verdachte] zou rijden, [medeverdachte 2] en ik zouden naar binnen gaan. Dit was allemaal bekend. De schuld moest erkend worden, met dat papierwerk, en dat was het. Dus we komen daar aan, in de ochtend, we lopen rondom het huis, [verdachte] zit in de auto. (…) [slachtoffer] kwam zijn huis uit, [medeverdachte 2] rende naar hem toe en duwde hem terug over de drempel van de voordeur. (…) Dus ik ging op mijn knieën zitten en ik vertel [slachtoffer] waarom we daar zijn, wat er aan de hand is. (…) Wij zeggen: “We moeten je bankrekening bekijken. [medeverdachte 3] heeft het over 2 miljoen dollar. We willen zien of dat er op staat zodat jij het naar hem kunt overmaken.” (…) Hij zit op de stoel en ik praat tegen hem, op mijn knieën. [medeverdachte 2] staat naast de stoel (…) en [medeverdachte 2] slaat hem, zomaar uit het niets. Hij doet alles wat we willen, dus dat was helemaal niet nodig. Ik denk dat hij hem raakte achter tegen zijn hoofd (…) Dus hij laat ons de bankrekening zien, zoals ik zei we hadden ook papieren waarmee hij zou bevestigen dat hij een schuld had bij [medeverdachte 3] . (…) Dus hij laat het ons zien ik zeg: “Oké, prima.” Maar vanwege de agressie van [medeverdachte 2] ben ik er niet gerust op. Ik wil daar gewoon weg. Dus ik ga op zoek om iets te vinden waarmee [slachtoffer] vastgebonden kan worden, zodat we tijd hebben om te vertrekken. Dus ik zeg 'm: “We gaan je vastbinden zodat je niet de politie kunt bellen voordat wij uit de buurt zijn.” Want hij is nu aan het bloeden. (pg. 330) Ik wist niet dat [medeverdachte 2] een mes had toen we naar binnen gingen. Hij had een mes dat zo groot was (de verdachte laat met zijn handen zijn hoe groot het mes was). (Opmerking rechtbank: op p. 388 wordt het mes omschreven als een klein mesje, ongeveer 10 cm). Ik weet niet of en hoe vaak hij hem gestoken heeft. Er was bloed dus ik denk dat hij hem wel gestoken moet hebben met een mes (de verdachte wijst hierbij met zijn vingers naar zijn linker bovenbeen en linker bovenarm). (…) Ik zie al dat bloed, ik weet niet wat er gebeurd is. Dit is verontrustend, dit begint uit de hand te lopen. Ik vind niets om hem mee vast te binden. Ik zoek overal in het huis, maar ik kan niets vinden. Als ik weer bij [medeverdachte 2] ben zegt hij: “Ga de auto halen.” (…) Dus ik ga naar [verdachte] en ik zeg tegen [verdachte] : “Keer de auto maar, want we gaan hier weg” of iets van dien aard. Ik ga terug het huis binnen voor de papieren. Overal op de vloer ligt bloed. [slachtoffer] ligt op zijn zij op de grond, [medeverdachte 2] is over hem heen gebogen. [medeverdachte 2] kijkt op naar mij en zegt: “Ik heb ‘m vermoord.” Ik heb de papieren vast en ik raak in shock. Dit is totaal uit de hand gelopen. (…) Ik loop naar buiten, naar de auto, die voor het huis staat. [medeverdachte 2] blijft binnen, in het huis. Ik kom aan bij [verdachte] en ik zeg alleen maar tegen [verdachte] : “ [verdachte] , hij heeft ‘m vermoord.” [verdachte] zegt niets. Ik stap in. [medeverdachte 2] komt naar buiten, gaat (…) zitten, we rijden weg. En [medeverdachte 2] zegt tegen mij (…): “Weet je waarom ik hem vermoord heb? (…) Wat mij betreft is het jouw schuld. Het is jouw schuld dat ik hem vermoord heb omdat we niets konden vinden om hem mee vast te binden.” (…) Ik zei: “Weet je zeker dat hij dood is?” En [medeverdachte 2] zei: “(…) ik weet zeker dat hij dood is.” En [verdachte] zei: “Hoe weet je dat hij dood is?” En hij zegt omdat hij op zijn borstkas heeft gestaan. De verdachte [medeverdachte 1] verklaarde op 2 november 2021 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 335) [medeverdachte 3] was mijn baas. [betrokkene 1] was mijn wapenbroeder en [betrokkene 2] is een vriend uit het leger. [medeverdachte 3] wilde gewoon zijn geld terug. Hij heeft me vaak verteld dat hij geen geweld wil, maar dat hij het geld terugbetaald wilde of dat er een schuldbekentenis zou komen. (pg. 342) Als hij het geld zou hebben en het geld overgemaakt zou worden dan zouden we 50.000 dollar elk krijgen. Als hij het geld niet had en wij zouden een schuldbekentenis krijgen dan zouden we 5.000 dollar elk krijgen. (pg. 344) [betrokkene 5] en ik zijn naar [slachtoffer] gegaan. Ik heb aangeklopt en [slachtoffer] stond boven aan het raam en vroeg wie ik was. Ik zei dat ik de bank was. Ik zei dat ik wilde praten over een geldkwestie. Hij zei: ik ben je niets schuldig. (pg. 349) [medeverdachte 3] benadrukte dat [slachtoffer] nog geen blauwe plek mocht oplopen. Hij wilde dat we met overtuiging, door intimidatie, hem zouden overtuigen om dat geld over te maken. De verdachte [medeverdachte 1] verklaarde op 5 november 2021 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 358) [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben met hem gesproken en dat werkte niet. Ik heb met hem gesproken en dat werkte niet. (pg. 359) [medeverdachte 3] wilde dat ik hem zover bracht dat ik hem zou bewegen om in ieder geval te erkennen dat hij een schuld had bij hem. (…) De volgende stap was dat [medeverdachte 3] wilde dat wij het huis binnen gingen en door een stevige intimidatie. To rough him up. (…) Misschien een stomp in zijn maag geven of een keer tegen zijn arm aan stompen, maar niks op zijn gezicht geen schaafwonden of verwondingen op zijn gezicht (to bruise him up a little). Hetzelfde als van laat geen sporen achter. (…) (p. 369) Ik heb [verdachte] en [medeverdachte 2] op 25 november 2019 in Düsseldorf opgehaald. (pg. 370) We gingen naar (…) de woning van [slachtoffer] (…) om te laten zien waar hij woonde zodat we een plan konden opstellen (…) om het geld te krijgen en te laten overmaken, of om hem die schuldbekentenis te laten afgeven. (…) We hebben besproken dat we in de ochtend zouden gaan voor zonsopgang (…) (pg. 371) Het was heel simpel. [slachtoffer] zou het huis uitkomen. [medeverdachte 2] zou hem terug naar binnen duwen. Ik zou met de papieren aan komen. We zouden of het geld laten overmaken of die papieren tekenen. Dan zouden we hem vastbinden of met tape vastmaken, zodat die niet de politie kon bellen. En zouden we terug naar Zwitserland gaan. (…) Ja, dat [slachtoffer] vastgebonden zou worden (…) is allemaal besproken met [medeverdachte 2] en [verdachte] . (…) Als [slachtoffer] het geld op zijn bankrekening had staan dan zou die het meteen (pg. 372) kunnen overmaken naar [medeverdachte 3] . En anders zou [slachtoffer] die schuldbekentenis die [medeverdachte 3] aan ons heeft meegegeven kunnen tekenen, zodat [medeverdachte 3] daar zelf mee aan de slag kon om zijn geld terug te krijgen. (pg. 372) Ik had geen handschoenen en [medeverdachte 2] had twee paar handschoenen, dus hij heeft mij een paar gegeven. Dan zou je dus geen vingerafdrukken achterlaten. De verdachte [medeverdachte 1] verklaarde op 5 november 2021 bij de politie verder – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 379) Toen wij op 26 november 2019 te 06.02 uur het hotel in Molenhoek verlieten, gingen we naar Bergen. We ging [slachtoffer] confronteren in verband met een geldkwestie. We zijn in de auto, de Polo, naar Bergen gereden. (…) (pg. 380) U vraagt mij wat ik bedoelde met het bericht “Tijd om buit binnen halen!” Omdat ik het plan zou gaan uitvoeren en ik zou 5.000 of 50.000 krijgen, dus ik zou hoe dan ook geld verdienen die dag. (…) (pg. 381) Wij wilden [slachtoffer] benaderen. We zijn voorbij het huis gereden. [medeverdachte 2] en ik zijn uitgestapt. Ik liep voorop, [medeverdachte 2] achter mij (…). We liepen voorbij het huis van [slachtoffer] . We waren net voorbij zijn deur en hij doet zijn deur open. En toen hij zijn deur opendeed, begon [medeverdachte 2] te rennen. (…) Ik ben achter [medeverdachte 2] aangegaan. [medeverdachte 2] duwde hem terug door de deur. (…) (pg. 382) [verdachte] moest bij de auto blijven. Het was de bedoeling dat hij daar op ons zou wachten en dan we dan zouden vertrekken. Dat hij zou rijden. (…) (pg. 383) [medeverdachte 2] rende naar de deur en ik rende achter hem aan. [medeverdachte 2] duwde hem terug in de deur. De voordeur was een rode deur. Er was een piep klein halletje en daar achter was nog een deur. [medeverdachte 2] had hem met flink wat kracht geduwd dus hij viel op de grond. (…) [slachtoffer] ligt op de grond, [medeverdachte 2] zit op zijn knieën en houdt hem vast en ik zit op mijn knieën en praat tegen hem. Ik zeg tegen hem dat hij [medeverdachte 3] geld schuldig is en dat wij er zijn omdat geld te komen halen en dat we een schuldbekentenis willen. Ik vroeg hem of hij dat geld inderdaad schuldig was en hij zei: “Ja.” Ik zei: “Dan gaan we ook niet verder flauwekullen, dan gaan we kijken of dat geld er is zodat het overgemaakt kan worden, of we willen een schulderkenning.” (…) Het naar binnen duwen was inderdaad het plan geweest (…). (pg. 384) Vanuit de hal zijn we met [slachtoffer] naar de woonkamer gegaan. We hebben hem op een stoel gezet. (…) [medeverdachte 2] stond links achter hem. Ik sprak tegen [slachtoffer] en zei: “Laat me je bankrekening zien.” [slachtoffer] had een zwarte tas, die stond op de tafel voor hem en hij zei: “Ja, mijn computer zit in die tas.” En uit het niets, sneller dan ik kon nadenken had [medeverdachte 2] [slachtoffer] geslagen op zijn kaak. [slachtoffer] viel uit/van zijn stoel. Ik hielp hem opstaan, keek naar [medeverdachte 2] en hielp hem terug in de stoel. Oké, in het begin stond ik niet, ik zat op mijn knieën om oog in oog te zijn met [slachtoffer] . [medeverdachte 2] sloeg [slachtoffer] achter in zijn nek. (…) [slachtoffer] pakte zijn computer uit de tas, voerde de informatie in, legde zijn portefeuille op de tafel, pakte 2 mobiele telefoons (…). Ik pakte die 2 telefoons, loop er mee naar de keuken, leg ze in de gootsteen en laat er water overheen lopen. Zodat als hij zich uit de tape bevrijd heeft hij niet meteen kan bellen, maar eerst de telefoon moet gaan zoeken. (pg. 385) Wij zien op de computer dat [slachtoffer] geen geld heeft dat maar in de buurt komt van de 2 miljoen en ook niet in de buurt van 140.000 die [medeverdachte 3] gezegd had die hij minstens nodig had. (…) [medeverdachte 2] was erg agressief. Het was ook helemaal niet nodig om geweld toe te passen, want [slachtoffer] deed precies wat wij wilden. De opdracht van [medeverdachte 3] was om alleen geweld te gebruiken als het nodig was om de zaak een beetje in gang te zetten. (…) Ik probeer [medeverdachte 3] te bellen. Ik kom er niet door. Ik zeg tegen [medeverdachte 2] : “We zijn klaar hier, laten we er vandoor gaan.” Ik had tape in mijn zak, maar die tape werkte niet. Hij scheurde. Het was doorzichtige verpakkingstape. (pg. 386) [medeverdachte 2] had [slachtoffer] op zijn buik gelegd op de grond. Hij had zijn handen op de rug en ik geloof dat [medeverdachte 2] zijn knieën op de billen van [slachtoffer] had. Ik zei tegen [slachtoffer] : “Wij zijn klaar hier, we gaan weg. Houd er wel rekening mee dat [medeverdachte 3] hoe dan ook zijn geld terug wil hebben.” Ik ga naar de keuken, beneden om te kijken naar touw, maar ik vind niks.. (…) Ik heb geprobeerd het over zijn mond te plakken en zijn polsen, maar het werkte niet dus ik heb het er ook weer afgehaald. (…) [medeverdachte 2] zei: “Ga dan een kleerhanger of 2 halen. Ik rende naar boven. Ik ben naar de kamer van [slachtoffer] gegaan. Ik heb 1 of 2 kleerhangers gevonden. Toen ben ik weer naar beneden gegaan. Ik had er 1 en [medeverdachte 2] had er 1. Volgens mij was het de bedoeling dat [medeverdachte 2] de ene en ik de andere hand zouden vastbinden, deze aan elkaar zouden vastbinden en dan wegwezen. Maar het bleef er maar afgaan, het bleef niet zitten. En toen zei [medeverdachte 2] tegen mij: “Ga de auto halen.” Ik rende (de rechtbank begrijpt naar buiten) en ik riep tegen [verdachte] : “Kom met de auto”. Ik ging er van uit dat als ik terug zou zijn, dat [medeverdachte 2] dan meer succes zou hebben met de kleerhangers dan ik, want mij lukte het niet. Dat het klaar zou zijn als ik terug zou zijn. Ik rende terug want ik had de papieren laten liggen en ik zou tegen [medeverdachte 2] zeggen: “De auto is er.” (pg. 387) Dat waren de papieren die [medeverdachte 3] had geprint en waarin [slachtoffer] zou zeggen dat hij geld verschuldigd was, die hij zou moeten ondertekenen. (…) Ik ren door de straat, kom bij de deur, [slachtoffer] ligt op zijn zij. Er was overal bloed op de grond en [medeverdachte 2] hangt boven zijn hoofd en de papieren lagen op de grond en er zit bloed op. [medeverdachte 2] kijkt op en hij is helemaal gek in zijn gezicht en hij zegt: “Ik heb hem vermoord.” (…) Ik ben totaal in shock en ik kijk ook niet naar [slachtoffer] . Ik ga op mijn knieën zitten om de papieren te pakken. [verdachte] is dan hier geparkeerd (de verdachte wijst aan waar [verdachte] de auto geparkeerd had; dit was voor de woning van [slachtoffer] ). Ik loop naar de auto en (…) zeg: “ [verdachte] , hij heeft hem vermoord” of “Hij heeft hem vermoord.” [verdachte] zei helemaal niks hij trok helemaal bleek weg. Toen ging ik in de auto zitten. [medeverdachte 2] was nog steeds niet naar buiten gekomen. Na een tijdje kwam [medeverdachte 2] naar buiten en ging (…) zitten. (…) We rijden weg. (…) [medeverdachte 2] zei: “Weet je waarom ik hem moest vermoorden? Het is jouw fout, want je tape werkte niet en wij konden hem niet vastbinden.” [verdachte] zegt: “Weet je zeker dat hij dood is?” [medeverdachte 2] zei: “Ja” en zei toen dat hij op zijn borst had gestaan. De verdachte [medeverdachte 1] verklaarde op 17 december 2021 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 443) Via de telefoon, in Düsseldorf en onderweg naar Bergen hebben we allerlei mogelijkheden besproken. Het plan was om tactisch binnen te treden (Bum Rush). Hiervoor hadden we niets nodig. Om het gesprek in het huis te faciliteren hadden we waarschijnlijk bindmateriaal nodig, iets om hem vast te binden. Ook hadden we een telefoon nodig om met [medeverdachte 3] te kunnen bellen en zodat we met [verdachte] contact konden hebben (…) Toen we bij het huis waren, is besloten dat [medeverdachte 2] de agressor zou zijn. Ik zou naar binnen gaan en het gesprek voeren want ik had de documenten, het papierwerk en ik wist wat er gedaan moest worden. Ik ging er eigenlijk vanuit dat we met z’n drieën naar binnen zouden gaan, want dat zou veel intimiderender zijn. Ik weet eigenlijk niet wanneer besloten werd dat [verdachte] niet mee naar binnen zou gaan, maar buiten zou blijven. [verdachte] zou er voor de auto zijn, de auto besturen. (pg. 444) Ik stond in contact met [verdachte] via de telefoon. Ik had een telefoon en [verdachte] had de telefoon van [medeverdachte 2] . Ik moest naar binnen gaan. Wij moesten aan [slachtoffer] vertellen wat de reden was waarom wij daar waren. Wij wilden zorgen dat [slachtoffer] op zijn computer of op zijn telefoon of waar dan ook op, zijn bankrekening zou laten zien, zodat wij konden verifiëren dat het geld waarover het ging daarop stond. Als het er niet opstond, dan stond het er niet op. [medeverdachte 3] had mij twee documenten gegeven waarin in feite stond dat hij, [slachtoffer] , het geld had gepakt en dat hij het geld schuldig was. In feite was het iets waarin hij toegaf dat hij het geld onrechtmatig had gepakt en dat hij dat dus aan [medeverdachte 3] schuldig was. Dat was het. Als die twee dingen gedaan waren, dan moesten wij hem vastbinden en terug naar Zwitserland gaan. De verdachte [medeverdachte 1] verklaarde op 5 januari 2022 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 456) [betrokkene 1] en [betrokkene 2] waren er als eerste van mijn groep. Toen ik begon. Eerder waren er Britse mannen geweest. En die hebben geprobeerd om [slachtoffer] te lokaliseren. Niemand wist waar hij woonde. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben geprobeerd [slachtoffer] te lokaliseren en hem onder observatie te nemen. (…) [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zijn weggegaan en toen is [betrokkene 5] [betrokkene 3] gekomen. (pg. 457) Volgens mij is [betrokkene 5] volledig gebriefd. Ik weet bijna honderd procent zeker dat hij op de hoogte was. En dat [betrokkene 5] en ik meneer [slachtoffer] zouden benaderen. Om de overboeking van het geld te faciliteren. (…) Die schuldbekentenis hadden we toen niet. De schuldbekentenis is pas gekomen met [medeverdachte 2] , [verdachte] en mijzelf. Bij [betrokkene 5] was de vraag of [slachtoffer] het geld om over te boeken wel of niet had. (…) Nadat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] de observatie hadden gedaan en [slachtoffer] hadden gelokaliseerd, zei [medeverdachte 3] dat zij de harde aanpak deden. (…) [betrokkene 1] en [betrokkene 2] wilden dat niet. Daar gaat die app van 25 oktober 2019 over (and Dutch prison for
- us)(pg. 458) Die harde aanpak was meer dreigender en het huis binnengaan. (…) (pg. 459) Ik geloof ik dat [slachtoffer] 460.000 moest laten overmaken. Naar bepaalde rekeningen die [medeverdachte 3] gecreëerd had. Het waren rekeningen die niet aan hem gelinkt konden worden. (…) Met [betrokkene 1] en [betrokkene 2] had [medeverdachte 3] wel een soort afdekking zodat [slachtoffer] niet wist dat [medeverdachte 3] erachter zat. Maar op een gegeven moment was dat helemaal weg. Ik heb later bij het aanspreken van [slachtoffer] tegen hem gezegd dat het geld dat hij schuldig was en overgemaakt moest worden, bestemd was voor [medeverdachte 3] . Dat was toen we bij hem naar binnen zijn gegaan. De verdachte [medeverdachte 1] verklaarde op 26 januari 2022 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 488) U toont mij een foto van een man die letsel aan zijn gezicht heeft. Dat is [slachtoffer] . Dat heeft [medeverdachte 3] mij verteld. Er is verteld dat [slachtoffer] bezocht is door iemand uit Macedonië. Ze waren daar naartoe gegaan om te praten over geld dat hij schuldig was. En hij kreeg deze verwonding/letsel. Dat heeft [medeverdachte 3] mij verteld. U houdt mij voor dat uit onderzoek blijkt dat [medeverdachte 3] mij die foto op 17 oktober 2019 te 15.19 uur via WhatsApp heeft gestuurd. (…) (pg. 489) Ik bedoel dan de schuld van [slachtoffer] aan [medeverdachte 3] . (…) U houdt mij voor dat ik aan [medeverdachte 3] heb gechat: “Ik vraag me af of hetgeen eerder gebeurde zijn vruchten heeft afgeworpen? Ging hij ten onder aan de klappen?” waarop [medeverdachte 3] schrijft: “Nee hij huilde, beloofde te betalen en is nooit meer terug gezien.” Volgens mij is hij op dat moment ook verdwenen. (…) Ik vroeg aan [medeverdachte 3] of het gewerkt had dat hij eerder geconfronteerd was. [medeverdachte 3] zei dat het niet gewerkt had. (…) (pg. 501) Toen ik probeerde om de tape los te maken en dat niet lukte, heb ik de handschoenen uitgedaan. Toen heb ik een stukje losgekregen, maar dat vouwde weer terug. Toen kreeg ik dat er niet meer vanaf en toen heb ik de handschoenen weer aangedaan. Volgens mij heeft [medeverdachte 2] ze nooit uitgedaan. (pg. 503) Ja, ik ben twee keer boven geweest. De laatste keer dat ik naar boven ging was ik op zoek naar een shirt (de rechtbank begrijpt: overhemd). Omdat de tape niet werkte, de andere tape niet, de hangers werkten niet. We wilden een shirt oprollen zodat het een soort koord werd waarmee we [slachtoffer] konden vastbinden. (…) (pg. 514) U vraagt mij waarom [verdachte] de telefoon van [medeverdachte 2] had. Om met ons binnen te communiceren, we hadden communicatie nodig. (…) Als de politie zou komen, kon hij ons dat laten weten. We hadden iemand aan de buitenkant nodig. We hadden ogen aan de buitenkant nodig. Ergens in de avond (de rechtbank begrijpt: ervoor) is dat plan gekomen. (…) (pg. 552) [medeverdachte 3] heeft mij verteld dat ik mij moest vergewissen of [slachtoffer] het geld al dan niet had. Als hij het geld had, moest ik bellen en zorgen dat de overboeking gedaan werd. En als hij het geld niet had, moest ik zorgen dat hij die twee setjes papieren tekende waarin hij aangaf dat hij die schuld had. Ik moest [medeverdachte 3] bellen (pg. 523) om te overboeking te faciliteren. Hij had de informatie, de routingcode, het bankrekeningnummer, de Swift-code en dat soort dingen. (…) Wat ik ervan begreep was dat [medeverdachte 3] de informatie aan mij zou geven, ik de informatie aan [slachtoffer] zou geven en dat [slachtoffer] het dan zou intikken. (…) (pg. 524-525) U toont mij de volgende documenten die [medeverdachte 3] mij gestuurd heeft: Bijlage 11A (tabel met kennelijk rekeningnummers); Bijlage 11B (gearceerde tekst RHB bank); Bijlage 11C (document [naam 14] holding); Bijlage 11D (documenten m.b.t. 462.000 euro). Volgens mij was bijlage 11C een van de documenten die ik getekend moest krijgen (…) een van de schuldbekentenis. Bijlage 11D is onderdeel van de factuur, ja, dit is diegene die [medeverdachte 3] mij gegeven heeft. Ik dacht dat het maar twee pagina’s waren, misschien moest [slachtoffer] er twee ondertekenen. (…) U vraagt mij hoe de schuldbekentenis weer bij [medeverdachte 3] terecht zou komen. Nadat we klaar waren in Nederland, zouden we terug gaan naar het huis van [medeverdachte 3] . (…) Bijlage 11C betreft een “pro-forma invoice” gedateerd 18 november 2019, afkomstig van [naam 14] te Santo Domingo, gericht aan [slachtoffer] voor een bedrag van € 1.495.000,00 met als omschrijving “refund of legal fees and provisions” en met een begunstigde bank en bedrijf in Maleisië. Bijlage 11D betreft een (ongetekende) “deed of trust” gedateerd 18 november 2019 tussen een bedrijf in Maleisië (de “trustee”) en [slachtoffer] (de “beneficial owner”). De verdachte [medeverdachte 1] verklaarde op 27 januari 2022 bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: (pg. 572) U vraagt mij wat voor plan ik heb ontwikkeld. Heel kort samengevat is dat wij vanuit de carport rondlopen en het huis binnengaan. Naast de zachte aanpak die we hadden gedaan is dat het enige plan. Ik weet dat er heel veel discussie is geweest met allemaal wilde plannen, maar dit was het enige dat haalbaar was en wat ook logisch was. Als voorbereiding heb ik een rol tape gekocht. Verder heb we de verkenning gedaan. Ik heb het besproken met [verdachte] en [medeverdachte 2] om te kijken wat zij ervan vonden. Ze stemden ermee in. We hebben wel het geweld besproken dat niet toegepast mocht worden, maar we hebben niet besproken wat voor geweld er wel toegepast mocht worden. Niemand mocht sterven en niemand mocht in het gezicht geslagen worden. En wat ook besproken is, is dat het minimum aan geweld toegepast mocht worden om de job gedaan te krijgen. (…) (pg. 575) Het bericht over de “hardere aanpak” is helemaal in het allereerste begin in oktober. Na dat bericht hebben we feitelijk twee zachte aanpakken gedaan. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben er een gedaan. En ik ben begonnen met een. Dat (ik naar het huis van [slachtoffer] ) gegaan ben en ik heb gezegd dat ik de bank was. Dat waren de twee zachte aanpakken. (pg. 584) De opdracht was oftewel de overboeking voor elkaar krijgen of de schuldbekentenis tekenen. 3.3.2 Overwegingen van de rechtbank Op grond van die bewijsmiddelen en al hetgeen verder uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, overweegt de rechtbank als volgt. Doodsoorzaak van [slachtoffer] werd op 26 november 2019 omstreeks 15.30 uur dood aangetroffen in zijn woning, liggend in een plas bloed, met tape om zijn hoofd en met ijzerdraden en elektriciteitskabels vastgebonden aan zijn enkels en rechter pols. Uit de autopsie is gebleken dat [slachtoffer] is overleden door meerdere snijletsels aan de hals, waarbij de halsader en halsslagader waren doorgesneden. Daarnaast had hij steekletsels in zijn bovenarm en bovenbeen tot op het bot. Een aantal ribben was gebroken en er was een breuk in de 12e borstwervel. Deze breuken zijn bij leven ontstaan door inwerking van uitwendig mechanisch stomp botsend geweld (vallen, slaan, stoten). De ribbreuken kunnen ook worden verklaard door samendrukkend geweld op de borstkas. Gezien het skeletletsel is het ingewerkte geweld zeer hevig geweest. [medeverdachte 2] en [verdachte] Uit het dossier volgt dat [medeverdachte 3] (via [medeverdachte 1] ) eerst [betrokkene 1] en [betrokkene 2] de opdracht heeft gegeven [slachtoffer] tot betaling te bewegen. De poging van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] had geen succes, waarna hij [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] inschakelde. Nadat ook deze inzet niet tot het gewenste resultaat had geleid, vliegen [medeverdachte 2] en [verdachte] op 24-25 november 2019 in vanuit de VS. Zij landen in de ochtend van 25 november 2019 in Düsseldorf, waar [medeverdachte 1] ze later die dag ophaalt. In de contacten met [medeverdachte 2] in de aanloop naar het boeken van de tickets naar Europa stelt [medeverdachte 1] al dat hij naar een stroomstootwapen (stun gun) aan het kijken is. In de groepsapp waaraan [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] deelnemen wordt gesproken over manieren om de woning van [slachtoffer] binnen te komen en hem te overmeesteren. [medeverdachte 2] oppert om met geweld de woning in te stormen (bum rush), zonder sleutel of schade de deur van de woning te openen (lockpicking) en hem vervolgens thuis op te wachten, of hem op te wachten als hij naar buiten komt en dan hard terug naar binnen te duwen (shove him back in fast). [medeverdachte 1] vult dat aan door te stellen dat een harde klap tegen de zijkant van de hals iemand rustig maakt (brachial stun makes one quiet). Met welk doel kwamen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] naar Bergen? Op basis van de verklaringen van [medeverdachte 1] en [verdachte] , die ondersteund worden door het berichtenverkeer tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , concludeert de rechtbank dat het de bedoeling was om [slachtoffer] onder druk te zetten om geld over te maken, of bij gebreke van geld, documenten te ondertekenen. [medeverdachte 1] verklaarde bovendien dat die druk mocht bestaan uit de uitoefening van licht tot matig geweld. Dit is in lijn met de ‘hard approach/dire consequences’ en ‘brutalize in a van’ berichtenwisseling tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en de hierboven genoemde berichtenwisseling tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (over onder meer een stun gun, brachial stun en shove him back in fast.) Dat strookt verder ook met de verklaringen van [verdachte] dat het doel was om [slachtoffer] door hun intimiderende aanwezigheid te bewegen tot betaling. Kortom, de intentie was de afpersing van [slachtoffer] . Dat de beoogde afpersing gepaard zou kunnen gaan met vrijheidsberoving volgt ten eerste uit de omstandigheid dat het nu eenmaal enige tijd duurt voordat de druk voldoende is opgevoerd en betalingshandelingen zijn verricht dan wel documenten zijn ondertekend. Er zijn ook meerdere berichten tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] waarin gesproken wordt over ontvoeren (snatch). Daarnaast wordt in de berichten tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] al gesproken over het meenemen van tape en volgt uit de verklaring van [medeverdachte 1] dat het doel van het tapen was om het gesprek met [slachtoffer] te ‘faciliteren’ en om de tijd te hebben om te ontkomen voordat [slachtoffer] de politie kon inschakelen. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen wettig en overtuigend bewijs dat het (voorwaardelijk) opzet van [medeverdachte 3] of dat van de andere verdachten, vóór de confrontatie op 26 november 2019 gericht was op de dood van [slachtoffer] , dan wel dat de dood van [slachtoffer] een geaccepteerd of ingecalculeerd mogelijk gevolg van hun handelen zou kunnen zijn. Dat heeft niemand verklaard en dat kan naar het oordeel van de rechtbank ook niet afgeleid worden uit de chats. Het doden van [slachtoffer] zou bovendien contraproductief zijn voor het doel van de hele onderneming, namelijk het incasseren van een geldbedrag, dat enkel succesvol kon zijn bij medewerking van [slachtoffer] . Wat is er gebeurd in de woning van [slachtoffer] ? [slachtoffer] is rond kwart over 7, toen hij zijn huis wilde verlaten om naar het werk te gaan, overvallen door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en terug de woning in geduwd. Kort daarop, rond 7.19 uur, is ingelogd op de app van zijn bank om te kijken hoeveel geld op zijn rekening stond. Daarbij is hij op een stoel gezet, geslagen en gestoken in zijn arm en been. Vervolgens zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] overgegaan tot het vastbinden van [slachtoffer] . Omdat de meegebrachte tape niet voldeed, is [medeverdachte 1] in de woning gaan zoeken naar ander bindmateriaal, zoals ijzerdraad van kleerhangers. De verklaring van [medeverdachte 1] dat hij in die zoektocht een paar keer op en neer de trap is gelopen, vindt bevestiging in de verklaring van getuige [getuige 1] (de buurvrouw) die meermalen iemand op een neer de trap heeft horen lopen/rennen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hadden op dat moment de telefoon van [medeverdachte 1] bij zich; de telefoon van [medeverdachte 2] was achtergebleven bij [verdachte] , die op enig moment signaleerde dat er 20 minuten voorbij waren, dat er een buurvrouw was en dat het tijd was om te gaan. Die aanwezigheid van een buurvrouw past bij de verklaring van getuige [getuige 1] die bij de woning van [slachtoffer] is geweest om te kijken wat er aan de hand was. Op enig moment heeft [medeverdachte 1] de telefoons van [slachtoffer] in de wasbak gelegd en die laten vollopen met water. Volgens [medeverdachte 1] was dat om te voorkomen dat [slachtoffer] zijn telefoons kon gebruiken om de politie te bellen nadat hij zich bevrijd had. [medeverdachte 1] heeft de woning verlaten om [verdachte] te vragen de auto voor te rijden. Dit is bevestigd door [verdachte] en in lijn met de waarneming van getuige [getuige 2] die een man een wenkende armbeweging heeft zien maken in de richting van de man in de auto en ‘car’ riep of iets dergelijks. Op dat moment was [medeverdachte 2] nog bezig met het vastbinden van [slachtoffer] . Bij terugkomst in de woning zag [medeverdachte 1] [slachtoffer] in een grote plas bloed liggen. [medeverdachte 2] stond erbij en zei: “Ik heb hem vermoord.”. Daarop werden de papieren verzameld en verliet men de woning. Volgens getuige [getuige 2] was dat rond 7.35 uur. Om 7.40 uur geeft de telefoon van [slachtoffer] een temperatuurmelding, waarschijnlijk als gevolg van kortsluiting. Op basis hiervan stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 2] het dodelijk geweld heeft toegepast en [slachtoffer] heeft gedood. De verklaringen van de verdachten Zoals uit de voorgaande overwegingen en de bewijsmiddelen blijkt, heeft de rechtbank de verklaringen van [medeverdachte 1] en [verdachte] (grotendeels) als uitgangspunt genomen ter vaststelling van de gebeurtenissen op 26 november 2019 en de bedoelingen daarbij. Daartoe overweegt zij nog het volgende. De verklaringen van [medeverdachte 1] vinden, anders dan die van [medeverdachte 2] , wel steun en verankering in de overige bevindingen van het dossier. Daartoe wijst de rechtbank op de chats waar [medeverdachte 2] zelf bij betrokken was, op de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] en op de verklaringen en e-mails van [verdachte] . Vrijspraak medeplegen/medeplichtigheid (gekwalificeerde) doodslag Overeenkomstig de standpunten van het OM en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is [verdachte] als medepleger van dan wel medeplichtige bij de (gekwalificeerde) doodslag is aan te merken. Daarom zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Poging tot afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving De rechtbank acht bewezen dat sprake is geweest van een poging tot afpersing en van wederrechtelijke vrijheidsberoving, begaan door in elk geval [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . [verdachte] was op dat moment niet in de woning van [slachtoffer] aanwezig. Gelet daarop ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of [verdachte] al dan niet als medepleger of medeplichtige kan worden aangemerkt. Daartoe overweegt zij als volgt. Ten eerste dient het opzet van de verdachte, zowel voor medeplegen als voor medeplichtigheid, gericht te zijn op de bewezenverklaarde, door de medeverdachte(
- n)uitgevoerde, handelingen waaronder het geweld. De rechtbank heeft hiervoor al geoordeeld dat het de intentie, ook van [verdachte] , was om [slachtoffer] af te persen en dat die afpersing gepaard kon gaan met een wederrechtelijke vrijheidsberoving, waarbij ook het toepassen van enig geweld op voorhand al was geaccepteerd. In de app-groep waaraan [verdachte] ook deelnam, zijn immers verschillende opties besproken om [slachtoffer] te overmeesteren, zoals het hard naar binnen duwen en de brachial stun, een stoot in de nek. Hieruit volgt dat [verdachte] wist dat het dwingen van [slachtoffer] om te betalen met meer geweld gepaard zou gaan dan alleen maar een intimiderende situatie door numeriek overwicht, zoals hij zelf heeft verklaard. Anders dan de verdediging is de rechtbank dan ook van oordeel dat [verdachte] wel degelijk opzet had op de gronddelicten afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank stelt vast dat [verdachte] op voorhand betrokken was bij de plannenmakerij die tot doel had [slachtoffer] tot betaling te bewegen. Daarbij valt echter ook op dat zijn rol in die communicatie beperkt was. Het initiatief daarin lag vooral bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Waar het aanvankelijk nog de bedoeling was dat ook [verdachte] de confrontatie met [slachtoffer] mee zou aangaan, is dat plan op enig moment verlaten. [verdachte] is bij de auto gebleven toen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de woning van [slachtoffer] gingen. De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat het niet bijdragen door [verdachte] aan het numerieke overwicht géén vrijwillige terugtred oplevert. [verdachte] heeft zich immers niet gedistantieerd van zijn medeverdachten, maar hij: heeft op de uitkijk gestaan; is via de telefoon van [medeverdachte 2] die hem daarvoor ter beschikking was gesteld in contact gebleven met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , door berichten naar [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te sturen toen zij in de woning van [slachtoffer] waren (‘neighbor girl’, ‘20 min’ en ‘tijd om te vertrekken’); heeft de (vlucht)auto bestuurd. Dat maakt dus dat sprake is van betrokkenheid bij de planning en behulpzaamheid tijdens en na de uitvoering van de delicten. Naar het oordeel van de rechtbank zijn dat vooral gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband worden gebracht. Onder de geschetste omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet geconcludeerd worden tot een zodanige wezenlijke bijdrage dat gesproken kan worden van medeplegen. Daarom zal de rechtbank [verdachte] ook vrijspreken van het meer subsidiair ten laste gelegde medeplegen. Wel acht zij de meest subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid bewezen aan een poging tot afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving door [slachtoffer] de woning in te duwen, hem op een stoel te zetten, te slaan, zijn bankgegevens in te zien, hem in een arm en been te steken en vast te binden. De toerekening van de dood van [slachtoffer] Anders dan het OM is de rechtbank van oordeel dat de zich in het dossier bevindende berichten over messen niet bijdragen aan het bewijs voor toerekening van de dood. In het dossier bevinden zich chats over messen. Zo berichtte [medeverdachte 1] zijn vriendin dat hij een mes had gekocht dat wel 50 duizend dollar waard zou zijn (zijnde de beloning bij een succesvolle inning van de schuld van [slachtoffer] ). In een chatgroep waar ook [medeverdachte 1] en [verdachte] deelnamen maakte [medeverdachte 2] melding dat zijn multitool en/of folding knive niet in de handbagage meegenomen mocht worden. Hieruit kan naar het oordeel van de rechtbank niet de conclusie worden getrokken dat die messen zijn meegenomen bij de confrontatie met [slachtoffer] . Niet blijkt dat [medeverdachte 1] een mes bij zich had. Als de medeverdachten al op de hoogte waren van de multitool die [medeverdachte 2] mogelijk bij zich had, kan daaruit nog niet de conclusie worden getrokken dat zij hadden moeten begrijpen dat een mes gebruikt zou gaan worden bij de afpersing. In de chatgroep waaraan [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] deelnamen, is daar immers niet over gesproken. De rechtbank heeft vastgesteld dat het doden van [slachtoffer] geen onderdeel van het plan was en dat het [medeverdachte 2] alleen is geweest die [slachtoffer] om het leven heeft gebracht op een moment dat [medeverdachte 1] niet in de woning aanwezig was. Hoewel enig geweld als drukmiddel mocht worden gebruikt om [slachtoffer] te bewegen het geld over te maken, hadden [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] geen rekening hoeven te houden met het door [medeverdachte 2] toegepaste dodelijk geweld. Het was niet bekend dat [medeverdachte 2] een mes bij zich had terwijl de opdracht van [medeverdachte 3] duidelijk was: geen zichtbaar letsel. Uit de uitlatingen van [medeverdachte 2] nadien leidt de rechtbank ook af dat het dodelijk geweld eigenhandig optreden van [medeverdachte 2] was. Zo zei hij dat hij daartoe was overgaan omdat [medeverdachte 1] ‘te soft’ was en zijn werk niet goed deed. De rechtbank concludeert dat [medeverdachte 2] de grenzen van de afspraken zodanig heeft geschonden dat het niet meer redelijk is het gevolg, de dood van [slachtoffer] , aan de verdachte toe te rekenen. De verdachte zal van dit onderdeel worden vrijgesproken. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat: (ten aanzien van het meest subsidiair ten laste gelegde) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 26 november 2019 in de gemeente Bergen, tezamen en in vereniging met elkaar, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [slachtoffer] te dwingen tot het afgeven van een ondertekende schuldbekentenis of tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer] , [slachtoffer] , terwijl [slachtoffer] zijn woning aan het verlaten was, (met kracht) terug zijn woning (gelegen aan de [adres 2] ) hebben in geduwd, ten gevolge waarvan [slachtoffer] ten val is gekomen en [slachtoffer] hebben gedwongen om op een stoel te gaan zitten en [slachtoffer] hebben gedwongen om zijn computer en de telefoon(
- s)te pakken en/of af te geven en [slachtoffer] (met kracht) op zijn kaak hebben geslagen ten gevolge waarvan [slachtoffer] van de stoel is gevallen en nadat [slachtoffer] weer op de stoel zat, [slachtoffer] tegen zijn nek hebben geslagen en [slachtoffer] hebben gedwongen de bank-app (op zijn telefoon) te openen en het saldo van zijn bankrekening te laten zien en [slachtoffer] met een mes in zijn arm en been hebben gestoken en [slachtoffer] zijn handen en voeten hebben vastgebonden, waarbij [slachtoffer] op zijn buik op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; en [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 26 november 2019 in de gemeente Bergen, in een woning gelegen aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid hebben beroofd, immers hebben die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , [slachtoffer] , terwijl [slachtoffer] zijn woning aan het verlaten was, (met kracht) terug zijn woning (aan de [adres 2] ) in geduwd, ten gevolge waarvan [slachtoffer] ten val is gekomen en [slachtoffer] gedwongen om op een stoel te gaan zitten en [slachtoffer] (met kracht) op zijn kaak geslagen ten gevolge waarvan [slachtoffer] van de stoel is gevallen en nadat [slachtoffer] weer op de stoel zat, [slachtoffer] tegen zijn nek geslagen en [slachtoffer] met een mes in zijn arm en been gestoken en [slachtoffer] zijn handen en voeten vastgebonden, zulks waarbij [slachtoffer] op zijn buik op de grond lag, bij het plegen van welke misdrijven hij, verdachte, in de periode van 25 november 2019 tot en met 26 november 2019 in Nederland medeplichtig is geweest door opzettelijk behulpzaam te zijn, welke medeplichtigheid hieruit heeft bestaan dat hij, verdachte met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gezamenlijke afspraken (ter uitvoering van de opdracht van [medeverdachte 3] ) heeft gemaakt en op 25 november 2019 met een personenauto (VW Polo) samen met zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] langs de woning van voornoemde [slachtoffer] , gelegen aan de [adres 2] te Bergen, is gereden teneinde de situatie ter plaatse en de buurt te verkennen en op 26 november 2019 met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de personenauto (VW Polo) is meegereden naar Bergen en (na)bij de plaats delict heeft staan wachten en op de uitkijk heeft gestaan en de buurt in de gaten heeft gehouden en met een telefoon contact heeft onderhouden met voornoemde medeverdachten en een bericht naar de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] met de tekst "neighbor girl 20 minutes" heeft gestuurd, zulks terwijl de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de woning van voornoemde [slachtoffer] (zijnde [adres 2] ) aanwezig waren en naar de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] toe is gereden en hen heeft opgehaald toen hij daartoe een sein kreeg en de vluchtauto (zijnde de VW Polo) heeft bestuurd. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op: medeplichtigheid aan de eendaadse samenloop van poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen en medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De straf 6.1 De vordering van het OM Het OM heeft op grond van hetgeen het bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 9 jaren. Voorts heeft het OM gevorderd de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht, mede gezien de schending van de redelijke termijn, te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van gelijke duur als het voorarrest, eventueel aangevuld met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Ook heeft zij verzocht om opheffing van het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis bij gebrek aan gronden daarvoor. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte is behulpzaam geweest bij een poging om de Duitse zakenman [slachtoffer] af te persen voor een bedrag van minimaal 462.000 euro. Dat liep op 26 november 2019 uit op een overval van [slachtoffer] in zijn eigen woning in Bergen, die gepaard ging met een wederrechtelijke vrijheidsberoving. De verdachte is een veteraan van het Amerikaanse leger. Zijn oud-collega en destijds goede vriend [medeverdachte 2] is via via in contact gebracht met [medeverdachte 1] voor een incassoklus. [medeverdachte 2] heeft vervolgens de verdachte meegevraagd. De opdracht was het voor de Zwitserse zakenman [medeverdachte 3] innen van een vermeende schuld van [slachtoffer] van ruim 462.000 euro. Niet duidelijk is in hoeverre de verdachte gedetailleerd op de hoogte was van de precieze achtergrond van deze operatie, het dubieuze karakter van die vermeende schuld, de wijze waarop dat geld bij [medeverdachte 3] moest komen en de precieze rol van [medeverdachte 3] . Wel blijkt uit de bewijsmiddelen dat hem bij een succesvolle afronding van de missie een beloning van 50.000 dollar in het vooruitzicht was gesteld. Gaandeweg de voorbereidingen is de rol van de verdachte gewijzigd in die van medeplichtige die op de uitkijk heeft gestaan, in contact is gebleven met zijn mededaders tijdens de overval, zijn mededaders heeft gewaarschuwd om te vertrekken en de (vlucht)auto heeft bestuurd. [slachtoffer] is in zijn woning door de mededaders overmeesterd, geslagen, vastgebonden en in zijn arm en been gestoken. Dit alles met als doel hem tot betaling te bewegen. Naar het oordeel van de rechtbank doet geen andere straf dan een gevangenisstraf recht aan de ernst van het handelen van de verdachte en zijn rol in deze zaak. Omdat de rechtbank minder bewezen acht dan het OM, zal de straf lager zijn dan geëist. Dit alleen al omdat de maximum gevangenisstraf voor wat de rechtbank bewezen verklaart 5 jaar en 4 maanden bedraagt. De verdachte heeft tot aan de schorsing van de voorlopige hechtenis in totaal 520 dagen in uitleveringsdetentie en voorarrest doorgebracht. Gelet op de uiteindelijke conclusie van medeplichtigheid bij het feitencomplex, zonder toerekening van de dood van het slachtoffer aan de verdachte, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of de verdachte terug naar de gevangenis moet. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend. Enerzijds gelet op de beperkte rol van de verdachte in het gehele feitencomplex, zowel voorafgaand als ten tijde van het plegen van het delict. En anderzijds gelet op zijn houding. Hij heeft openheid van zaken gegeven, meteen al bij de FBI en ook ter terechtzitting in Nederland. Daarbij heeft hij inzicht getoond in de verwijtbaarheid van zijn handelen en daarvoor verantwoordelijkheid genomen. Redelijke termijn Volgens het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens dient een strafprocedure binnen een redelijke termijn te worden afgerond. Doorgaans wordt hiervoor een termijn van 2 jaren aangehouden, maar omdat de verdachte na zijn aanhouding ruim 17 maanden in uitleveringsdetentie en voorlopige hechtenis heeft verbleven, zou als uitgangspunt 16 maanden hebben te gelden. De rechtbank acht die termijn in deze zaak echter te kort gelet op de complexiteit van de zaak en het internationale karakter daarvan; een opdracht van een Zwitserse verdachte aan drie Amerikaanse staatsburgers om een incasso uit te voeren op een in Nederland woonachtige Duitser. Alle verdachten in deze zaak zijn in het buitenland aangehouden en er zijn uitleveringsprocedures gevolgd. Er is onderzoek verricht in Nederland, Duitsland, Zwitserland en in de VS. Voorts heeft de rechter-commissaris nog getuigen gehoord in Zwitserland en in de VS. De rechtbank bepaalt de redelijke termijn dan ook op 3 jaar. De verdachte is op 21 april 2021 aangehouden in de VS. Thans wordt na 3 jaar en bijna 8 maanden uitspraak gedaan. Hieruit volgt dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn van bijna 8 maanden. Normaliter komt een dergelijke schending voor strafvermindering in aanmerking. Echter, nu de verdachte veroordeeld zal worden tot een straf van gelijke duur als het voorarrest, zal de rechtbank volstaan met de constatering van die schending. Conclusie De rechtbank zal de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van gelijke duur als het voorarrest, te weten 520 dagen. Voorlopige hechtenis Gelet op de lengte van de gevangenisstraf waartoe de verdachte zal worden veroordeeld, is de situatie als bedoeld in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering aan de orde. De rechtbank zal het verzoek om opheffing van de voorlopige hechtenis daarom toewijzen en de voorlopige hechtenis met ingang van heden opheffen. De vordering van het OM tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis zal daarom worden afgewezen. 7De benadeelde partijen De echtgenote, moeder, broer, twee dochters en zoon van [slachtoffer] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Zij vorderen vergoeding van schade die zij hebben geleden als gevolg van het overlijden van [slachtoffer] , zoals affectieschade en immateriële schokschade, maar ook materiële schade in de vorm van kosten voor de verzorging van de uitvaart, afwikkeling van de erfenis, psychische behandeling en reis- en verblijfkosten. Op grond van artikel 361 lid 2 onder b van het Wetboek van Strafvordering is een vordering van een benadeelde partij slechts ontvankelijk indien (onder meer) aan de benadeelde rechtstreekse schade is toegebracht door het bewezen verklaarde feit. Dit is het geval indien voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade en voor zover deze schade op de voet van artikel 6:98 van het Burgerlijk Wetboek aan de verdachte kan worden toegerekend (HR 7 maart 2023, ECLI:HR:2023:322, r.o. 2.4). Alle vorderingen in deze zaak hebben betrekking op schade die het gevolg is van het overlijden van [slachtoffer] . Betrokkenheid bij die dood was ook aan de verdachte ten laste gelegd, maar daarvan is hij vrijgesproken. Hij wordt immers alleen voor de poging tot afpersing en voor de wederrechtelijke vrijheidsberoving veroordeeld. De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte opzet had op de dood en is ook van oordeel dat de dood in redelijkheid niet aan de verdachte kan worden toegerekend. De schade is dan ook niet rechtstreeks toegebracht door de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank moet de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 45, 48, 49, 55, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt de verdachte vrij van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde; Bewezenverklaring verklaart het meest subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 520 dagen; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in uitleveringsdetentie en voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; Voorlopige hechtenis wijst af de vordering van het OM tot opheffing van de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis; heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden; Benadeelde partijen bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil; bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil; bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil; bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil; bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil; bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 6] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. L. Feuth en mr. N.P.J. van de Pasch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 december 2024.BIJLAGE: De tenlastelegging Aan de verdachte is – na nadere omschrijving ex art. 314a Sv – ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 26 november 2019 in de gemeente Bergen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door de mond en/of neus van die [slachtoffer] dicht te tapen, althans af te plakken, in elk geval de ademhaling van die [slachtoffer] te belemmeren door middel van tape en/of meermalen, althans eenmaal, (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] te snijden en/of te steken en/of (vervolgens) op de borstkas, althans op het (boven)lichaam, van voornoemde [slachtoffer] te gaan staan en/of te duwen, althans kracht en/of samendrukkend geweld uit te oefenen op de borstkas, althans op het (boven)lichaam, van die [slachtoffer] , in elk geval (zeer) hevig geweld toe te passen op het lichaam van die [slachtoffer] , ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden, welke voren omschreven doodslag werd vergez