RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 24/3460 uitspraak van de meervoudige kamer van 17 oktober 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. R.M.J. Schoonbrood), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [woonplaats] -Geleen, het college (gemachtigde: mr. S.L.J.H. Stevenhaagen). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering van eiseres op grond van de Participatiewet (Pw). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan, met als meest vergaande grond dat zij gedurende de periode in geding wel haar hoofdverblijf heeft gehad op het uitkeringsadres. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het besluit van 19 december 2023 (het primaire besluit) heeft het college de bijstandsuitkering van eiseres over de periode van 5 juni 2018 tot en met 17 augustus 2023 ingetrokken en € 84.707,89 teruggevorderd, omdat eiseres gedurende die periode niet haar hoofdverblijf zou hebben gehad op het uitkeringsadres. 2.1. Met het besluit van 14 mei 2024 (het bestreden besluit) is het college bij de intrekking en terugvordering gebleven. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.4. De rechtbank heeft het beroep op 2 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van eiseres en het college deelgenomen. Eiseres is niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Feiten en omstandigheden 3. Eiseres ontvangt met ingang van 20 januari 2011 een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande op grond van de Pw. Eiseres staat met ingang van 19 januari 2011 als enige bewoner ingeschreven op het uitkeringsadres. 3.1. Op 16 februari 2023 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor een tijdelijke tegemoetkoming energiekosten. Daarbij heeft eiseres onder andere gegevens van haar gas- en stroomverbruik over de maand januari 2023 ingeleverd. De behandelend ambtenaar heeft naar aanleiding van het lage verbruik navraag gedaan bij de Sociale Recherche (SR) hoe deze cijfers te interpreteren. 3.2. De SR heeft vervolgens een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstandsuitkering van eiseres gestart. De SR heeft dossieronderzoek gedaan en heeft bankafschriften, verbruiksgegevens van water, gas en elektriciteit en informatie over afvalledigingen opgevraagd. Naar aanleiding van deze onderzoeksgegevens is eiseres uitgenodigd voor een gesprek op 18 augustus 2023 en heeft de SR aansluitend een huisbezoek afgelegd. De onderzoeksresultaten staan in een rapport van 12 september 2023. 3.3. Het college heeft aan de intrekking en terugvordering ten grondslag gelegd dat uit onderzoek is gebleken dat eiseres in ieder geval vanaf 5 juni 2018 niet haar hoofdverblijf heeft gehad op het uitkeringsadres. Het college heeft het recht op bijstand ingetrokken over de periode van 5 juni 2018 tot en met 17 augustus 2023 en € 84.707,89 teruggevorderd. Het college heeft geen bestuurlijke boete opgelegd, maar gezien het hoge terugvorderingsbedrag (meer dan € 50.000,-) aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Te beoordelen periode en uitgangspunten 4. De intrekking en terugvordering van de bijstand zien op de periode van 5 juni 2018 tot en met 17 augustus 2023. Dat is de te beoordelen periode. De rechtbank ziet (evenals partijen) gelet op het waterverbruik aanleiding om bij de beoordeling onderscheid te maken tussen twee periodes, namelijk de periode van 5 juni 2018 tot 5 juni 2020 (periode 1) en de periode van 5 juni 2020 tot en met 17 augustus 2023 (periode 2). 4.1. Intrekking en terugvordering van bijstand zijn voor eiseres belastende besluiten. Daarom rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking en terugvordering is voldaan in beginsel op het college. Dit betekent dat het college de nodige kennis over de relevante feiten moet verzamelen. 4.2. Het hoofdverblijf van eiseres is daar waar het zwaartepunt van haar persoonlijke leven is. Dit moet worden bepaald aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. Eiseres is verplicht om juiste en volledige informatie over haar woonadres te verstrekken, aangezien dat van essentieel belang is voor de verlening van bijstand. 4.3. Voor de bepaling van het hoofdverblijf kan het waterverbruik van betekenis zijn. Een waterverbruik van maximaal 7 m³ per jaar per huishouden – ongeacht het aantal personen van dit huishouden – is extreem laag. Een extreem laag waterverbruik rechtvaardigt de vooronderstelling dat de woning niet wordt bewoond en dat eiseres haar hoofdverblijf dus niet heeft op het uitkeringsadres. Het is dan aan eiseres om die vooronderstelling te weerleggen. Bij een waterverbruik van 7 m³ tot 14 m³ wordt gesproken van een zeer laag waterverbruik. Dat is een aanwijzing dat eiseres niet haar hoofdverblijf heeft op het uitkeringsadres. Maar die omstandigheid maakt dat nog niet aannemelijk. Het college moet dan aanvullend bewijs leveren waaruit blijkt dat eiseres niet haar hoofdverblijf heeft op het uitkeringsadres. 4.4. Het college gaat uit van het volgende – niet in geschil zijnde – waterverbruik, elektraverbruik en gasverbruik: Opnamedatum Opnameresultaat Verbruik (in m³) 06-06-2023 93 6 01-06-2022 87 6 02-06-2021 81 6 05-06-2020 75 10 14-06-2019 65 12 05-06-2018 53 11 Gemiddelde jaarverbruik voor een éénpersoonshuishouden = 68 m ³ Periode van Periode tot en met Verbruik (in kWh) 01-01-2023 30-06-2023* 225 01-01-2022 31-12-2022 497 01-01-2021 31-12-2021 589 01-01-2020 31-12-2020 459 01-01-2019 31-12-2019 355 22-01-2018 31-12-2018 578 Gemiddelde jaarverbruik voor een éénpersoonshuishouden = 1.830 kWh * geen heel jaar Periode van Periode tot en met Verbruik (in m³) 01-01-2023 30-06-2023* 30 01-01-2022 31-12-2022 16 01-01-2021 31-12-2021 15 01-01-2020 31-12-2020 12 01-01-2019 31-12-2019 12 22-01-2018 31-12-2018 19 Gemiddelde jaarverbruik voor een éénpersoonshuishouden in een appartement = 840 m³* geen heel jaar 4.5. Schending van de inlichtingenplicht levert een rechtsgrond op voor intrekking van de bijstand indien als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of en, zo ja, in hoeverre eiseres verkeert in bijstandsbehoevende omstandigheden. Het is dan aan eiseres om aannemelijk te maken dat zij, indien zij destijds wel aan de inlichtingenverplichting zou hebben voldaan, over de betreffende periode recht op volledige dan wel aanvullende bijstand zou hebben gehad.Standpunt van eiseres 5. Eiseres voert in de eerste plaats aan dat er ten onrechte geen tolk is ingeschakeld tijdens het gesprek met de SR. Eiseres is afkomstig uit Azerbeidzjan en spreekt Russisch. Eiseres heeft de vragen niet goed begrepen en haar antwoorden zijn niet juist in het verslag opgenomen. Het college mag dat wat eiseres verklaard heeft niet gebruiken bij de besluitvorming. Eiseres voert verder aan dat haar situatie gelijk is aan de situatie die aan de orde was in diverse uitspraken van de CRvB, waarin geconcludeerd werd dat de onderzoeksbevindingen onvoldoende waren om te kunnen stellen dat de betrokkene zijn hoofdverblijf niet had op het uitkeringsadres. Het college heeft in de periode waarin eiseres een zeer laag waterverbruik had het zwaartepunt van het persoonlijk leven van eiseres niet onderzocht. Daarnaast stelt eiseres zich op het standpunt dat tijdens het huisbezoek een volledig ingerichte woning is aangetroffen inclusief kleding en administratie. Ook hieruit blijkt volgens eiseres dat zij wel haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. Bovendien heeft eiseres per 19 augustus 2023 een nieuwe bijstandsuitkering ontvangen en eiseres ziet niet in waarom haar situatie op 19 augustus 2023 anders zou zijn dan in de periode daaraan voorafgaand. Ten slotte stelt eiseres dat het college op grond van de uitdraai van haar OV-kaart, de recepthistorie en de getuigenverklaring van de onderburen het recht op bijstand had kunnen vaststellen. Mocht het college de verklaring van eiseres gebruiken voor de besluitvorming? 6. Naar het oordeel van de rechtbank mocht het college de door eiseres afgelegde verklaring gebruiken voor de besluitvorming. Die verklaring is “naar waarheid” opgemaakt en ondertekend door de sociaal rechercheurs. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat het college daar niet van mocht uitgaan. Dat eiseres het gesprek niet kon voeren zonder tolk, omdat zij het Nederlands onvoldoende machtig is dan wel de vragen niet goed heeft begrepen omdat er geen tolk aanwezig was, kan daaruit niet worden afgeleid. Daarbij betrekt de rechtbank dat uit het verslag van het gesprek van 18 augustus 2023 niet blijkt dat eiseres tijdens het gesprek heeft aangegeven dat zij er een tolk bij wilde hebben dan wel de gestelde vragen niet goed begreep, en dat zij ook steeds concreet antwoord heeft gegeven. Eiseres heeft op de zitting vervolgens niet concreet kunnen maken waaruit dan zou moeten blijken dat zij de vragen niet goed heeft begrepen en ook niet wat volgens haar dan onjuist in het verslag is opgenomen. Eiseres heeft tijdens het gesprek weliswaar gezegd dat zij last heeft van een taalbarrière, maar mede gelet op de context waarin dat werd gezegd – namelijk in antwoord op de vraag of eiseres lid is van verenigingen – is die enkele opmerking daarvoor niet genoeg. Dit volgt daarnaast ook niet uit de antwoorden die eiseres heeft gegeven. Deze antwoorden sluiten goed aan op de gestelde vragen. De medewerkers van de SR hebben eiseres zelfs gecomplimenteerd voor haar Nederlands. Zij hebben namelijk opgemerkt dat mevrouw goed te verstaan is. Bovendien heeft eiseres de verklaring vervolgens ondertekend en op elke pagina een paraaf gezet. Zij heeft ook aan het eind gezegd dat zij niets heeft toe te voegen, nergens op wil terugkomen en alle vragen heeft begrepen. De rechtbank overweegt verder dat eiseres dit punt pas in beroep naar voren heeft gebracht. Dat is weliswaar niet doorslaggevend, maar als dit voor eiseres een belangrijk punt is dan had het in de rede gelegen daar ook al in bezwaar de aandacht op te vestigen. Het dossier bevat ook verder geen aanknopingspunten dat eiseres tijdens andere / eerdere gesprekken bij het college of tijdens de hoorzitting in bezwaar heeft gevraagd om een tolk of dat zij die gesprekken niet zonder tolk kon voeren en niet heeft begrepen waar die gesprekken over gingen. De gemachtigde van eiseres heeft zich ter zitting nog op het standpunt gesteld dat hij met eiseres heeft gesproken op zijn kantoor en dat hem toen is gebleken dat eiseres de Nederlandse taal niet voldoende machtig is. Deze stelling leidt echter niet tot een ander oordeel, nu die niet nader is onderbouwd. En bovendien doet dat standpunt niet af aan de conclusie die de rechtbank al heeft getrokken over de verklaring van eiseres. 7. Over deze verklaring van eiseres overweegt de rechtbank verder het volgende. Net als het college leest de rechtbank in die verklaring een kentering. In eerste instantie verklaart zij namelijk dat zij de hele dag thuis is, televisie kijkt, iedere dag de wc en douche gebruikt en zich ook af en toe wast aan de wasbak. Daarnaast verklaart eiseres dat ze ongeveer één keer per week wast en dat ze regelmatig kookt. Ze biedt om de twee maanden het afval aan in de daarvoor bestemde containers, maar ze vergeet dat ook wel eens. Ook verklaart eiseres dat haar dochter veel bij haar in huis is, omdat zij op grond van een pgb helpt met de verzorging van eiseres. Vervolgens is eiseres ermee geconfronteerd dat onderzoek is gedaan naar haar woonsituatie en de verbruiksgegevens. Hierna verklaart eiseres dat zij heel zuinig is, er misschien een fout is gemaakt bij het doorgeven van de waterstanden en dat zij overal een budget voor maakt. Daarnaast verklaart zij dat ze alleen de lamp aandoet, zij geen tv kijkt als ze zich niet goed voelt en dat dan alleen de koelkast aan staat. Eiseres gebruikt geen verwarming maar een warme deken en haar dochter neemt het afval mee naar Amsterdam. Eiseres heeft tijdens het gesprek met de sociale recherche dus tegenstrijdige verklaringen gegeven. Op de zitting heeft de rechtbank met partijen gesproken over de manier waarop het college de verklaring van eiseres heeft betrokken in de besluitvorming. De gemachtigde van het college heeft daarop toegelicht dat zowel haar eerste verklaring (dat eiseres dagelijks in haar woning naar de wc gaat, doucht en zij één keer per week wast) maar ook haar tweede verklaring (kort gezegd dat eiseres heel zuinig
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.