RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer: 03/054061-23 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 oktober 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens] 2002, wonende te [adres] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.W. Kok, advocaat kantoorhoudende te Tegelen. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 oktober
- De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. [benadeelde partij] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte 1] (parketnummer 03/043686-23) en medeverdachte [medeverdachte 2] (parketnummer 03/010148-23). 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte al dan niet samen met anderen en met voorbedachten rade [naam 1] en/of [benadeelde partij] heeft mishandeld. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde medeplegen van mishandeling met voorbedachten rade kan worden bewezen. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het tenlastegelegde feit moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verdachte niet heeft deelgenomen aan het plan. De verdachte heeft juist getracht om zijn vriendin, medeverdachte [medeverdachte 2] , te weerhouden van het meewerken aan dit plan. Toen dit niet lukte was hij enkel aanwezig om zijn vriendin te beschermen. Deze handeling vormt geen basis voor medeplegen. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Vrijspraak medeplegen mishandeling met voorbedachten rade De rechtbank stelt voorop dat er voor medeplegen sprake moet zijn van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de betrokken personen, gericht op de totstandkoming van het delict. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De bijdrage aan het delict dient van voldoende intellectueel of materieel gewicht te zijn. Uit het dossier komt naar voren dat medeverdachten [naam 2] en [naam 3] voornemens waren om [benadeelde partij] een pak slaag te geven. De rol van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] was om onder valse voorwendselen met [benadeelde partij] te gaan chillen en vervolgens [verdachte] en [naam 3] de toegang tot de woning te verlenen. De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat op basis van het dossier niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten. De verdachte heeft van meet af aan verklaard dat hij enkel meeging naar de woning van [benadeelde partij] ter bescherming van zijn vriendin en dat hij – anders dan het wegduwen van [naam 1] – geen geweld heeft gebruikt. Naar het oordeel van de rechtbank wordt zijn verklaring ondersteund door zowel de verklaringen van de medeverdachten als de verklaringen van de aangevers. Uit het dossier volgt immers dat de verdachte juist als enige geen rol was toebedeeld in het plan van medeverdachte [naam 2] om [benadeelde partij] te mishandelen. Hij hoefde niet mee te komen van die [verdachte] en heeft naderhand ook geen enkele vergoeding ontvangen. Hij heeft enkel bij de voordeur gewacht en – toen de voordeur door medeverdachte [medeverdachte 1] werd geopend – de woning betreden om zijn vriendin – medeverdachte [medeverdachte 2] – uit die woning weg te halen. Dat past ook binnen de verklaringen dat de verdachte achter de andere twee mannen aan de woning binnen stormde. Daarnaast is niet gebleken dat de verdachte – anders dan het wegduwen van [naam 1] om zijn vriendin uit de kleine woning weg te krijgen – geweldshandelingen heeft gebruikt. De rechtbank is daarom van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte een voldoende intellectuele of materiële bijdrage heeft geleverd aan de mishandeling met voorbedachten rade. Concluderend acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen dan wel het medeplegen van mishandeling met voorbedachten rade van [naam 1] en [benadeelde partij] , zodat zij de verdachte daarvan vrijspreekt. 4De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel 4.1 De vordering van de benadeelde partij De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een schadevergoeding gevorderd van € 2.300,00 bestaande uit € 800,00 aan materiële schade en € 1.500,00 aan immateriële schade. 4.2 Het oordeel van de rechtbank Nu aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. 5De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde feit; Benadeelde partij verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil; Voorlopige hechtenis - heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door L.M.W. Peters, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.F. Stuurman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 oktober
- BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 29 december 2022 te Nederweert, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met voorbedachten rade [naam 1] en/of [benadeelde partij] heeft mishandeld door eenmaal of meermalen tegen het hoofd en/of het gezicht en/of (boven)lichaam van die [naam 1] en/of [benadeelde partij] te slaan en/of stompen en/of trappen;