← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2025:10972

RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11861113 \ CV EXPL 25-3450 Vonnis van 5 november 2025 in de zaak van WONINGSTICHTING MAASVALLEI MAASTRICHT, te Maastricht, eisende partij, hierna te noemen: Maasvallei Maastricht, gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Eindhoven, tegen [gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het exploot van dagvaarding met producties 1 tot en met 4;- de schriftelijke weergave van het antwoord van [gedaagde] ; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - het bericht van Maasvallei Maastricht met bijgevoegde productie waaruit de actuele huurachterstand tot en met oktober 2025 blijkt; - de mondelinge behandeling van 16 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. Maasvallei Maastricht verhuurt met ingang van 19 februari 2025 aan [gedaagde] de woning met verdere aanhorigheden aan het adres [adres] in [woonplaats] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt thans € 755,81 per maand en is maandelijks voor doch uiterlijk op de eerste dag van iedere maand bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn de Algemene huurvoorwaarden voor huurovereenkomsten voor zelfstandige woonruimte zoals vastgesteld op 1 januari 2025 (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing. 2.
  4. [gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. 2.
  5. Op 6 mei 2025 heeft Maasvallei Maastricht [gedaagde] aangemeld bij de gemeente of een namens de gemeente opererende schuldhulpinstantie in het kader van vroegsignalering. 2.
  6. Maasvallei Maastricht heeft [gedaagde] op 29 juli 2025 aangemaand om de huurachterstand te voldoen. 3Het geschil 3.
  7. Maasvallei Maastricht vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 3.022,92 aan huurachterstand tot en met augustus 2025 met nevenvorderingen. 3.
  8. Maasvallei Maastricht legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst door de bij vooruitbetaling verschuldigde huurpenningen onbetaald te laten. 3.
  9. [gedaagde] erkent de hoogte van de vordering. Hij wil graag uit de problemen komen en zit daarom in een traject voor onderbewindstelling bij de Kredietbank. 3.
  10. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  11. [gedaagde] heeft het bestaan en de hoogte van de huurachterstand erkend, zodat de gevorderde huurachterstand tot en met augustus 2025 van € 3.022,92 zal worden toegewezen. Ten tijde van de dagvaarding bestond een huurachterstand van meer dan drie maanden. Zwaar weegt hier dat [gedaagde] eerst zeer recent de woning huurt en in die korte tijd toch al deze forse huurachterstand heeft laten ontstaan. Deze slechte betaaldiscipline van [gedaagde] maakt dat de tekortkoming ernstig genoeg is om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde te rechtvaardigen. De door [gedaagde] nog aangevoerde omstandigheden maken dat niet anders, nu die omstandigheden voor zijn risico dienen te komen. Van belang is verder dat Maasvallei Maastricht onbetwist [gedaagde] op 6 mei 2025 bij de gemeente of een namens de gemeente opererende schuldhulpinstantie heeft aangemeld conform het bepaalde in artikel 2 van het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening. 4.
  12. De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wordt om de hiervoor aangehaalde redenen toegewezen. 4.
  13. Ook zal [gedaagde] de huurbetalingsverplichtingen moeten nakomen tot en met de maand waarin hij het gehuurde verlaat, reden waarom ook de vordering tot betaling van (een vergoeding gelijk aan) de huurprijs tot het tijdstip van ontruiming zal worden toegewezen. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Tijdens de mondelinge behandeling kwam naar voren dat de lopende huur van de maanden september en oktober inmiddels door [gedaagde] is betaald. De kantonrechter verstaat dat deze bedragen conform het bepaalde in art. 6:44 BW in mindering worden gebracht op ontstane huurachterstand en kosten. 4.
  14. Maasvallei Maastricht vordert betaling van buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over deze gevorderde onderdelen en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dit alles volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (HvJ EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971). 4.
  15. De kantonrechter stelt vast dat de algemene voorwaarden in artikel 14.2 een beding bevat op grond waarvan Maasvallei Maastricht aanspraak kan maken op vergoeding van wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Het beding wijkt niet ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling die zonder dat beding zou gelden. Het beding is daarom niet oneerlijk en staat niet aan toewijzing van de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente in de weg. 4.
  16. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Maasvallei Maastricht heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald, zodat een bedrag van € 411,48 inclusief btw toegewezen. 4.
  17. Nu [gedaagde] tegen de gevorderde vervallen wettelijke rente tot 18 augustus 2025 van € 34,85 geen zelfstandig verweer heeft gevoerd en hij in verzuim verkeert, zal die worden toegewezen. Dit geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 18 augustus 2025 over € 3.022,
  18. 4.
  19. Inmiddels wordt de lopende huur via de schuldhulpverlening betaald. De huurachterstand is daardoor niet verder opgelopen. Maasvallei Maastricht heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven te persisteren bij haar vorderingen en vonnis te vragen, doch het vonnis niet ten uitvoer te zullen leggen zolang [gedaagde] de lopende huur stipt blijft betalen en een redelijke regeling kan worden getroffen inzake de aflossing van de ontstane huurachterstand en kosten. 4.
  20. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Maasvallei Maastricht worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 476,00 (2 punten × € 238,00) - nakosten € 119,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.255,14 5De beslissing De kantonrechter 5.
  21. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning met verdere aanhorigheden, staande en gelegen te [woonplaats] aan het [adres] , 5.
  22. veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning met verdere aanhorigheden, staande en gelegen te [woonplaats] aan het [adres] , met alle zich daarin bevindende personen en zaken te verlaten en te ontruimen en de sleutels en hetgeen daartoe verder behoort af te geven aan Maasvallei Maastricht, 5.
  23. veroordeelt [gedaagde] om aan Maasvallei Maastricht te betalen € 3.469,25, ten titel van huur, rente en incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 3.022,92 vanaf 18 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling, 5.
  24. veroordeelt [gedaagde] om aan Maasvallei Maastricht te betalen € 755,81 per maand aan lopende huur dan wel gebruikersvergoeding voor iedere ingegane maand na 31 augustus 2025 tot het tijdstip van de ontruiming, 5.
  25. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.255,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  26. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  27. verstaat dat na dagvaarding ontvangen bedragen op de veroordelingen in mindering worden gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 5 november
  28. CH

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.