← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2025:11742

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 24/4345 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. M.B. Ullah), en de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (locatie Heerlen), het Uwv (gemachtigde: A. Hogeveen). Samenvatting

  1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing door het Uwv van de herhaalde aanvraag van eiser voor een Wajong-uitkering. Eiser is het niet eens met deze afwijzing en voert daartoe een aantal argumenten aan. De rechtbank beoordeelt aan de hand van deze argumenten de afwijzing van de aanvraag voor een Wajong-uitkering.
  2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiser gegrond is. Samengevat is de rechtbank van oordeel dat het Uwv de herhaalde aanvraag van eiser voor een Wajong-uitkering te beperkt heeft opgevat en beoordeeld. Bovendien heeft het Uwv niet deugdelijk gemotiveerd dat er geen sprake is van nieuw gebleken feiten. Rekening houdende hiermee zal de rechtbank het bestreden besluit vernietigen, het Uwv opdragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen, het Uwv opdragen om het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden en het Uwv veroordelen in de proceskosten van eiser. Procesverloop
  3. Het Uwv heeft met het besluit van 2 januari 2024 de aanvraag van eiser voor een Wajong-uitkering afgewezen. Die afwijzing is gebaseerd op de conclusie van de arts en arbeidsdeskundige van het Uwv dat er geen overtuigende aanwijzingen voor nieuwe medische feiten of omstandigheden zijn aangereikt.
  4. Het Uwv heeft met het bestreden besluit van 5 september 2024 het bezwaar van eiser tegen het besluit van 2 januari 2024 ongegrond verklaard en dit laatste besluit gehandhaafd.
  5. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
  6. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
  7. De rechtbank heeft het beroep op 22 oktober 2025 op zitting behandeld. Daaraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, ouders van eiser, begeleider van eiser ( [naam] ) en de gemachtigde van het Uwv. Beoordeling door de rechtbank
  8. Voor de beoordeling door de rechtbank is van belang dat eiser is geboren op [geboortedatum]
  9. Het gaat immers om de beperkingen die eiser had op zijn achttiende verjaardag en in de vijf jaar daarna (de zogenoemde Amber-periode).
  10. Voor de beoordeling door de rechtbank is bovendien van belang dat eiser eerder een Wajong-uitkering heeft aangevraagd bij het Uwv. Dit heeft hij gedaan op 27 mei
  11. Het Uwv heeft die aanvraag met het besluit van 7 augustus 2022 afgewezen, omdat eiser volgens het Uwv arbeidsvermogen heeft. Later, op 27 september 2023, heeft eiser opnieuw een Wajong-uitkering aangevraagd bij het Uwv. Het Uwv heeft ook deze aanvraag afgewezen, en wel met het besluit van 2 januari
  12. De reden daarvoor is dat eiser geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd. Tegen dat besluit heeft eiser bezwaar gemaakt. Op 26 maart 2024 heeft het Uwv aan de begeleider van eiser gevraagd wat hij heeft bedoeld met zijn aanvraag van 27 september 2023 (herziening naar het verleden, herziening naar de toekomst en/of een beroep op toegenomen arbeidsongeschiktheid). De begeleider van eiser heeft het Uwv op 12 april 2024 laten weten dat hij herziening naar het verleden wil. Het Uwv heeft vervolgens met het bestreden besluit van 5 september 2024 het bezwaar van eiser tegen het besluit van 2 januari 2024 ongegrond verklaard en dit laatste besluit gehandhaafd, omdat eiser geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd. Wat voert eiser aan?
  13. Eiser stelt dat hij wel nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden heeft aangevoerd en dat het evident onredelijk is om niet terug te komen van het besluit van 7 augustus
  14. In een aantal in de bezwaarfase overgelegde documenten wordt namelijk beschreven hoe eiser zich in de afgelopen maanden heeft ontwikkeld. Uit de overgelegde documenten blijkt ook dat eiser verdergaand beperkt is dan dat het Uwv eerder heeft aangenomen. Zo blijkt daaruit dat hij niet in staat is om eenvoudige, eenduidige en enkele instructies te begrijpen en uit te voeren en dat de vraag is in hoeverre eiser in staat is om zijn aandacht gedurende langere tijd vast te houden. Dat eiser een taak zou kunnen uitvoeren en dat hij zou beschikken over basale werknemersvaardigheden, is vooral gebaseerd op stages die hij heeft gelopen. Hij heeft daar echter nauwelijks gefunctioneerd. Hij heeft een zeer grote behoefte aan begeleiding. Er is eerder sprake van overname van taken dan begeleiding bij taken. Ook lukt het eiser niet om afspraken met zijn werkgever na te komen. De arbeidsdeskundige heeft ook onvoldoende onderzoek gedaan naar de stages. Daarnaast voert eiser aan dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij bepaalde documenten niet eerder heeft overgelegd. In 2022 heeft de verzekeringsarts namelijk geen medische informatie opgevraagd, omdat er volgens hem voldoende medische informatie voorhanden was. Dit terwijl de medische informatie die voorhanden was, beperkt en gedateerd was en hij in 2022 niet werd bijgestaan door een professioneel gemachtigde. Wat is het oordeel van de rechtbank?
  15. De rechtbank is om te beginnen van oordeel dat het Uwv de aanvraag van eiser voor een Wajong-uitkering van 27 september 2023 te beperkt heeft opgevat en beoordeeld. De rechtbank heeft geconstateerd dat het Uwv de aanvraag van eiser alleen heeft beoordeeld als verzoek om herziening naar het verleden. Het Uwv heeft de begeleider van eiser, [naam] , die namens eiser optrad in de procedure, op 26 maart 2024 weliswaar gevraagd hoe de aanvraag van eiser is bedoeld (als verzoek om herziening naar het verleden, als verzoek om herziening naar de toekomst en/of als een beroep op toegenomen arbeidsongeschiktheid). De begeleider van eiser heeft het Uwv vervolgens op 12 april 2024 laten weten dat hij herziening naar het verleden wil. De begeleider van eiser is echter niet juridisch geschoold en heeft begrijpelijkerwijs gekozen voor de “verst gaande mogelijkheid” niet wetende dat het beoordelingskader daardoor flink wordt beperkt. Daarbij vindt de rechtbank ook van belang dat eiser op dat moment nog verkeerde (en nu nog verkeert) in de Amber-periode waarin alsnog recht op uitkering kan ontstaan. Deze periode duurt namelijk van [geboortedatum] 2022 tot [geboortedatum]
  16. De rechtbank is daarom van oordeel dat het Uwv de aanvraag van eiser voor een Wajong-uitkering van 27 september 2023 in de meest ruime zin had moeten opvatten en beoordelen.
  17. De rechtbank is verder van oordeel dat het Uwv niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat er geen nieuw gebleken feiten en/of veranderde omstandigheden zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in de medische rapportage van 3 september 2024 geconcludeerd dat eiser een aantal documenten heeft overgelegd bij zijn tweede (huidige) aanvraag voor een Wajong-uitkering en tijdens de bezwaarprocedure tegen de tweede afwijzing van de Wajong-aanvraag die hij eerder had kunnen aanleveren. Eerder in de zin van vóór de afwijzing van de eerste aanvraag van eiser voor een Wajong-uitkering (dus: vóór 7 augustus 2022). Omdat hij deze eerder had kunnen aanleveren, is er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zoverre géén sprake van nieuw gebleken feiten. 12.
  18. In tegenstelling tot het betoog van de gemachtigde van het Uwv op de zitting is de rechtbank van oordeel dat niet uit de medische rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt dat hij toch inhoudelijk naar deze (medische) documenten heeft gekeken. Hij heeft namelijk opgemerkt: “(…) hadden bekend kunnen zijn bij het eerdere besluit (…) en geven derhalve geen aanleiding om Nova te concluderen.” Daaruit leidt de rechtbank af dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet inhoudelijk heeft gekeken naar de genoemde (medische) documenten. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiser dit ten onrechte heeft tegengeworpen. De reden daarvoor is dat eiser bij zijn aanvraag in 2022 wel (medische) documenten heeft meegestuurd. De verzekeringsarts heeft in zijn medische rapportage van 28 juli 2022 toegelicht dat hij geen (medische) informatie heeft opgevraagd bij de behandelaren van eiser, omdat er voldoende informatie aanwezig is. Vervolgens volgt er een afwijzing van de aanvraag voor een Wajong-uitkering op 7 augustus
  19. Eiser heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Tijdens de aanvraagprocedure in 2022 zijn eiser en zijn ouders niet bijgestaan door een professioneel gemachtigde. De rechtbank vindt gelet op de destijds aan de ouders gegeven toelichting van de verzekeringsarts dat er voldoende informatie aanwezig is, begrijpelijk dat eiser en zijn ouders in de veronderstelling verkeerden dat zij verder geen actie hoefden te ondernemen in die zin dat zij nóg meer informatie moesten aanleveren. De gemachtigde van eiser heeft tijdens de zitting bovendien toegelicht dat de (medische) informatie die is aangeleverd bij de tweede (huidige) aanvraag voor een Wajong-uitkering informatie is waar actief achteraan moest worden gegaan. Deze lag niet op de keukentafel. Deze omstandigheden maken dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet had mogen volstaan met de enkele vaststelling dat de genoemde (medische) documenten bekend hadden kunnen zijn bij het eerdere besluit en daarom geen aanleiding geven om tot nova te concluderen. De rechtbank is daarom van oordeel dat het Uwv deze documenten bij de beoordeling had moeten betrekken. Conclusie en gevolgen
  20. De rechtbank zal het beroep van eiser gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen, omdat dit besluit in strijd is met artikel 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.
  21. De rechtbank zal het Uwv opdragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
  22. De rechtbank zal het Uwv ook opdragen om het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden.
  23. De rechtbank zal het Uwv bovendien veroordelen in de proceskosten van eiser. Deze kosten stelt de rechtbank op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op een bedrag van € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt het Uwv op om een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak; - draagt het Uwv op om het door eiser betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser te vergoeden; - veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Schelfhout, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M.J. Caris, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 28 november 2025 griffier de rechter is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 28 november 2025 Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Een uitkering op basis van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.