← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2025:12316

RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/346974 / KG ZA 25-431 Vonnis in kort geding van 10 december 2025 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht [bedrijfsnaam] AB, te Stockholm (Zweden), eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. L.R. van Hee, tegen HC FULFILMENT B.V., te Weert, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: HC Fulfilment, advocaat: mr. R.A. Stoks. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 t/m 16 - de akte houdende eis in reconventie met producties 1 t/m 6 - de akte overlegging producties 17 t/m 21 zijdens [eiser] - de akte overlegging producties 22 en 23 - de mondelinge behandeling van 26 november 2025 - de pleitnota van [eiser]- de pleitnota van HC Fulfilment. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald op heden. 2De feiten 2.
  3. [eiser] is een Zweeds designmerk voor babyproducten. HC Fulfilment is een logistieke dienstverlener. 2.
  4. Op 1 februari 2024 hebben partijen een Fulfilment Agreement gesloten, waarbij kort gezegd [eiser] goederen die zij in haar webwinkel verkoopt opslaat bij HC Fulfilment. HC Fulfilment zorgt vervolgens voor het selecteren en verpakken van de bestellingen ten behoeve van verzending naar de klanten van [eiser] . De overeenkomst heeft een looptijd van drie jaar, ingaande op 1 februari 2024 en dus lopende tot en met 31 januari
  5. 2.
  6. Als bijlage bij de overeenkomst is onder andere een SLA gevoegd. In de SLA is opgenomen dat [eiser] een prognose geeft op de te verwachten hoeveelheden met een minimum nauwkeurigheid van 85%. Daarnaast zijn voor HC Fulfilment streefpercentages opgenomen van 98% voor B2C en 95% voor B2B voor het binnen de afgesproken termijn verzenden van bestelde goederen. In de SLA is verder opgenomen dat het niet halen van de KPI in drie opeenvolgende maanden wordt gezien als een tekortkoming. Deze overeengekomen percentages zijn niet altijd gehaald. 2.
  7. In ieder geval vanaf oktober 2024 heeft [eiser] diverse klachten geuit richting HC Fulfilment over de samenwerking en de dienstverlening. HC Fulfilment heeft [eiser] uitgenodigd voor een bespreking bij haar op locatie. Voorafgaand aan die bespreking is door [medewerker] van [eiser] (hierna: [medewerker] ) de volgende agenda verstuurd: “Our agenda: - You present current organizational structure. o What company is bankrupt and what are the consequences directly for [eiser] ? o What is the plan with new company establishment? Investment plan? o What are the current risks and worst case scenario? o What are the current opportunities and best case scenarios? - Commercial discussion o Fedex is no longer servicing you due to unpaid debt. This came as a surprise for us. We have key markets impacted where you no longer can help us with distribution. For example Sweden – our home market. What is your feedback and plan about this? As you can understand we have direct impact on our business both in terms of direct cost (since we have to emergency arrange distribution contracts). But also in time since we need to book and manually send labels back and forth for the workers on the floor to attach them. I hope you are not planning to make this extra work that everyone has to do become a VAS charge for us as well. o Shall we expect more carriers that we currently use to stop cooperation with you in the near future? o In January alone – we are paying around EUR 8000 extra for DPD distribution to Sweden instead of PostNord service that we had last year. I know you talk about the positives of securing DPD (which indeed is positive), but that is not a long term solution on all our markets. At this moment – there is NO solution to Sweden B2B since DPD is unable to deliver on B2B terms. Exactly 1 week ago, I was on the phone with Ramon to arrange a test shipment with GLS to Sweden. We agreed to do this. 4 days later we get notified nothing to Sweden for B2B can be shipped out. GLS is not possible. You don’t know when or if that will happen. I want to highlight that I visited HC also in December, when I was also promised a GLS test shipment. Nothing happened. I want you to understand the real business impact to us with the current way you operate. Also I want to point out that the level of trust we have is at the lowest level possible. I think above is enough. There is no point is discussing other pending developments etc. since basics are not in place. See you on Monday.” 2.
  8. Op 10 maart 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van beide partijen op de locatie van HC Fulfilment. [directeur] van HC Fulfilment (hierna: [directeur] ), heeft op 13 maart 2025 een e-mail gestuurd naar vertegenwoordigers van [eiser] met de tekst “And enclosed you will find the presentation of the strategy for the re-start.” In de bijlage van de e-mail is een presentatie opgenomen, waarin op pagina 11 onder het kopje “Lessons learned => preventing mistakes from the past” diverse knelpunten worden besproken. 2.
  9. Op 14 april 2025 stuurt [medewerker] de volgende e-mail aan [directeur] : “Dear [directeur] , Ever since we started to experience the severe dip in service (late summer 2024) we have tried to work with you to rectify the situation. Through calls, multiple physical meetings etc. we have tried our best to work with you to get back to the partnership and service level we once had. Financially we are now suffering a major increase on the logistics spend due to the loss of key carriers for us (Postnord and Fedex as examples), with no apparent solution in sight. All this combined leads us to the conclusion that we can no longer continue our collaboration. In October, we sent attached notice of failed SLA for 3 months in a row – meaning a breach of contact. For these reasons, we respectfully inform you that we are terminating our agreement with immediate effect, and request a discussion with you on a plan for [eiser] to exit.” 2.
  10. HC Fulfilment heeft daarop kort gezegd gereageerd dat in haar visie de tussen partijen gesloten overeenkomst nog van kracht is. 2.
  11. [eiser] heeft een overeenkomst gesloten met Mainfreight, een ander logistieke dienstverlener. Een deel van haar goederen is opgeslagen bij Mainfreight en een deel bij HC Fulfilment. 3Het geschil in conventie 3.
  12. [eiser] vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter HC Fulfilment gelast om alle goederen van [eiser] zoals omschreven in productie 16 bij dagvaarding binnen vijf dagen mee te geven aan [eiser] of een door [eiser] aan te wijzen persoon. [eiser] vraagt om een dwangsom van € 5.000,- per dag of dagdeel verbinden aan de veroordeling, die wordt verbeurd als HC Fulfilment geen uitvoering geeft aan de veroordeling. Tot slot vordert [eiser] dat HC Fulfilment in de proceskosten wordt veroordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.
  13. HC Fulfilment voert verweer. 3.
  14. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.
  15. HC Fulfilment vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter [eiser] veroordeelt tot nakoming van de overeenkomst door haar producten weer volledig onder te brengen bij HC Fulfilment met uitsluiting van andere dienstverleners. HC Fulfilment vraagt om een dwangsom van € 10.000,- per dag of dagdeel te verbinden aan de veroordeling, die wordt verbeurd als [eiser] geen uitvoering geeft aan de veroordeling. Tot slot vordert HC Fulfilment dat [eiser] in de proceskosten wordt veroordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.
  16. [eiser] voert verweer. 3.
  17. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie Spoedeisend belang 4.
  18. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering. 4.
  19. [eiser] vordert afgifte van haar goederen, bij gebreke waarvan zij in financiële nood komt, doordat zij dubbele kosten moet betalen omdat zij zowel aan HC Fulfilment als aan Mainfreight moet betalen. HC Fulfilment betwist dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij de vorderingen, omdat zij niet meteen na de gestelde ontbinding in april 2025 een procedure aanhangig heeft gemaakt. Daarnaast heeft [eiser] het spoedeisend belang in de vorm van dubbele kosten zelf veroorzaakt door een nieuwe overeenkomst met Mainfreight te sluiten. 4.
  20. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de vraag naar het spoedeisend belang moet worden beoordeeld naar de huidige toestand. De enkele omstandigheid dat [eiser] niet terstond een procedure aanhangig heeft gemaakt, brengt niet mee dat zij geen spoedeisend belang meer heeft bij de gevraagde voorziening (HR 29 november 2002, NJ 2003,78). 4.
  21. De eigenaar van een zaak heeft in het algemeen een spoedeisend belang bij het vorderen van afgifte van die zaak door een derde, zodat het spoedeisend belang in deze zaak aanwezig is. Inhoudelijke beoordeling 4.
  22. [eiser] stelt dat zij de overeenkomst tussen partijen heeft ontbonden vanwege de tekortkomingen aan de zijde van HC Fulfilment. [eiser] onderbouwt haar stelling dat sprake is van tekortkoming in de nakoming onder meer door te verwijzen naar het niet halen van de overeengekomen doelen als opgenomen in de SLA, het verliezen van PostNord als vervoerder en de overige klachten die zij aan het adres van HC Fulfilment heeft geuit. Ter onderbouwing van haar stelling wijst [eiser] op de e-mailcorrespondentie tussen partijen en de presentatie van HC Fulfilment die op 13 maart 2025 aan [eiser] is verstuurd. 4.
  23. HC Fulfilment betwist dat de overeenkomt rechtsgeldig is ontbonden. Volgens HC Fulfilment is ontbinding van de overeenkomst uitgesloten, behoudens voor he geval dat in 3 opeenvolgende maanden de doelen van de SLA niet worden gehaald voor zover deze van toepassing is. Volgens HC Fulfilment is de SLA niet van toepassing in de enige periode waarin de doelen 3 maanden op rij niet zijn gehaald, zodat de overeenkomst niet op die grond had mogen worden ontbonden. HC Fulfilment betwist dat sprake is van een tekortkoming aan haar zijde althans dat zij hier verantwoordelijk voor is. Het verlies van PostNord als vervoerder is een gevolg van gewijzigde eisen van PostNord waar HC Fulfilment geen invloed op had. Tot slot stelt HC Fulfilment dat de presentatie waar [eiser] naar verwijst geen betrekking heeft op HC Fulfilment, maar op de nieuwe vennootschap Logiqom, die in januari 2025 is opgericht. [eiser] kan dan ook geen rechten ontlenen aan deze prestatie, aldus HC Fulfilment. 4.
  24. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voorshands voldoende aannemelijk dat [eiser] de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig heeft ontbonden. Daarvoor is het volgende redengevend. 4.
  25. In de overeenkomst is opgenomen dat deze niet kan worden “cancelled in between”. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wordt daarmee bedoeld dat de overeenkomst niet tussentijds kan worden opgezegd. De afspraak tussen partijen dat [eiser] bevoegd is de overeenkomst te ontbinden als de doelen 3 maanden op rij niet worden gehaald, staat, anders dan HC Fulfilment meent, niet aan de weg aan een beroep op de wettelijke ontbindingsbevoegdheid bij een (andere) tekortkoming. 4.
  26. De voorzieningenrechter volgt HC Fulfilment niet in de stelling dat de presentatie, die HC Fulfilment op 13 maart 2025 aan [eiser] heeft verstuurd, geen betrekking op haar, maar uitsluitend op Logiqom zou hebben. In de presentatie wordt een terugblik gegeven naar de coronaperiode, de toen opgebouwde schulden en wordt vervolgens een doorkijk naar de toekomst gemaakt. Logiqom is naar eigen zeggen van HC Fulfilment pas in januari 2025 opgericht, zodat de presentatie reeds om die reden geen betrekking kan hebben op Logiqom, maar betrekking moet hebben op een vennootschap die in de coronaperiode reeds bestond en die Logiqom heeft opgevolgd. Door [eiser] is gemotiveerd aangevoerd dat HC Fulfilment deze presentatie heeft gegeven met het oog op de knelpunten tussen [eiser] en HC Fulfilment, zodat voldoende aannemelijk is geworden dat de presentatie betrekking heeft op de relatie tussen [eiser] en HC Fulfilment. Verder is voorshands voldoende aannemelijk geworden dat HC Fulfilment tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. [eiser] verwijt HC Fulfilment diverse tekortkomingen, waaronder dat zij diverse bezorgopties is verloren, facturen van bezorgers niet op tijd betaalde, waardoor Dachser zelfs een retentierecht heeft uitgeoefend over de producten van [eiser] en diverse vervoerders de overeenkomst met HC Fulfilment hebben beëindigd en de bezorgkosten aanzienlijk zijn gestegen als gevolg van het verplicht moeten wisselen van vervoerders. HC Fulfilment heeft de genoemde problemen in de presentatie en de e-mailcorrespondentie erkend en aangegeven dat zij moeite heeft om de overeengekomen doelen te halen. Daaruit volgt afdoende dat HC Fulfilment is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, zodat voorshands voldoende aannemelijk is dat [eiser] bevoegd was de overeenkomst te ontbinden. Van die ontbindingsmogelijkheid heeft [eiser] gebruik gemaakt, zodat HC Fulfilment gehouden is de goederen van [eiser] af te geven. 4.
  27. Voor zover HC Fulfilment heeft gesteld dat haar belang bij het voortzetten van de overeenkomst moet prevaleren boven dat van [eiser] bij afgifte van de goederen, gaat de voorzieningenrechter daaraan voorbij. HC Fulfilment heeft gesteld dat de consequenties van toewijzing van het door [eiser] gevorderde voor HC Fulfilment zeer groot zijn (operationeel, contractueel en logistiek), terwijl het gestelde belang van [eiser] uitsluitend financieel van aard is en eenvoudig in een bodemprocedure kan worden beoordeeld. De voorzieningenrechter overweegt dat HC Fulfilment in het geheel niet heeft gemotiveerd of en in welke mate haar bedrijfsvoering afhankelijk is van de overeenkomst met [eiser] , zodat de omvang van het belang van HC Fulfilment niet kan worden beoordeeld. Dit terwijl het belang van [eiser] bij afgifte van de haar in eigendom toebehorende goederen evident is. [eiser] kan in dat geval immers haar dienstverlening continueren zonder dubbele kosten te moeten maken dan wel zonder de overeenkomst met Mainfreight te schenden met alle gevolgen van dien. De voorzieningenrechter is derhalve van oordeel dat het belang van [eiser] dient te prevaleren. 4.
  28. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van [eiser] dan ook toewijzen. [eiser] heeft gevraagd om afgifte van de goederen binnen vijf dagen. HC Fulfilment heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat dit voor haar niet haalbaar is en dat zij in de gegeven omstandigheden minstens 20 werkdagen nodig heeft. [eiser] heeft vervolgens aangegeven in te kunnen stemmen met een verlenging van de termijn. Reden waarom de voorzieningenrechter zal bepalen dat de goederen binnen 20 werkdagen door HC Fulfilment moeten worden afgegeven aan [eiser] . 4.
  29. Verder heeft HC Fulfilment aangegeven dat [eiser] afgifte vordert van de goederen als weergegeven in productie [eiser] -16, maar dat overzicht naar zijn aard onjuist is, nu HC Fulfilment nog elke dag goederen uitlevert aan klanten van [eiser] . De voorzieningenrechter volgt HC Fulfilment in haar stelling dat zij niet méér goederen kan overdragen dan welke zij onder zich heeft. De voorzieningenrechter zal in de beslissing opnemen dat HC Fulfilment uitsluitend gehouden is de goederen af te geven die nog door haar worden gehouden. Dwangsom 4.
  30. [eiser] heeft gevraagd een dwangsom aan de veroordeling te verbinden. HC Fulfilment heeft aangegeven vrijwillig aan een veroordeling te zullen voldoen, zodat een dwangsom niet nodig is. 4.
  31. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om deze veroordeling te versterken met een dwangsom. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat HC Fulfilment al maanden niet meewerkt aan de afgifte van de goederen aan [eiser] , terwijl zij daartoe wel gehouden was. Uit de correspondentie met [eiser] had zij moeten opmaken dat [eiser] niet langer met HC Fulfilment wilde samenwerken, zodat een beëindiging van de samenwerking onvermijdelijk was. Uiteraard laat dit een eventuele schadevergoedingsvordering van HC Fulfilment op [eiser] onverlet. 4.
  32. De voorzieningenrechter ziet wel aanleiding om de gevorderde dwangsom te beperken zoals opgenomen in de beslissing. Proceskosten 4.
  33. HC Fulfilment is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 144,47 - griffierecht € 714,00 - salaris advocaat € 1.107,00 - nakosten € 139,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.104,47 4.
  34. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. in reconventie 4.
  35. In conventie heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat op voorhand voldoende aannemelijk is dat de ontbinding van de overeenkomst tussen [eiser] en HC Fulfilment in de aanhangig te maken bodemprocedure stand zal houden. De voorzieningenrechter wijst in dat kader naar de overwegingen zoals opgenomen in de conventie. HC Fulfilment heeft in reconventie het tegendeel in ieder geval onvoldoende aannemelijk gemaakt. Onder die omstandigheden is er geen aanleiding om in dit kort geding voorlopige voorzieningen te treffen die erop neerkomen dat [eiser] haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst ondanks de ontbinding ervan zou moeten nakomen. De daartoe strekkende vorderingen worden daarom afgewezen. Proceskosten 4.
  36. HC Fulfilment is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - salaris advocaat € 1.107,00 - nakosten € 139,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.246,00 5De beslissing De voorzieningenrechter in conventie 5.
  37. gelast HC Fulfilment alle goederen van [eiser] zoals omschreven in het als [productie 16] bij dagvaarding overgelegde overzicht, die zich onder meer bevinden in de loods aan [adres] en uitsluitend voor zover deze nog door HC Fulfilment worden gehouden, binnen twintig werkdagen na dagtekening van dit vonnis aan [eiser] , althans een door haar aangewezen (rechts)persoon mee te geven, 5.
  38. veroordeelt HC Fulfilment om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 2.500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 250.000,00 is bereikt, 5.
  39. veroordeelt HC Fulfilment in de proceskosten van € 2.104,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 5.
  40. veroordeelt HC Fulfilment tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, in reconventie 5.
  41. wijst de vorderingen af, 5.
  42. veroordeelt HC Fulfilment in de proceskosten van € 1.246,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, in conventie en in reconventie 5.
  43. veroordeelt HC Fulfilment tot betaling van € 92,00 plus de kosten van betekening als HC Fulfilment niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  44. verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.
  45. tot en met 5.
  46. en 5.
  47. tot en met 5.
  48. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  49. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Y.J.C.A. Roeffen en in het openbaar uitgesproken op 10 december
  50. MS

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.