RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer : 03.254376.24 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 16 december 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens] 1995, thans gedetineerd in de [adres] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. E. Gorsselink, advocaat kantoorhoudende te Venlo. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 december
(2023)wordt duidelijk dat het staken van antipsychotische medicatie leidt tot destabilisatie en psychotische klachten. Voorts was hij op het moment van het tenlastegelegde onder invloed van alcohol. Gezien voornoemde is het waarschijnlijk dat de uiteenlopende psychische problematiek invloed heeft gehad op het gedrag van de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde. De verdachte moet verstandelijk in staat worden geacht om de wederrechtelijkheid van het tenlastegelegde in te kunnen zien. Hij kan, naar alle waarschijnlijkheid, als gevolg van de geconstateerde psychische problematiek niet goed in staat worden geacht om zijn wil overeenkomstig voornoemd inzicht geheel in vrijheid te kunnen bepalen. Geadviseerd wordt om het tenlastegelegde indien bewezen de verdachte in tenminste verminderde mate toe te rekenen, waarbij het niet uitgesloten kan worden dat er mogelijk sprake kan zijn van het hem in het geheel niet kunnen toerekenen. Er is echter onvoldoende informatie verkregen om hierover een goed gefundeerde uitspraak te doen. Het diagnostisch onderzoek heeft de psychiater [naam 2] gebracht tot de volgende bevindingen: Bij de verdachte komen een viertal diagnosen naar voren, die op elkaar ingrijpen en elkaar versterken: een licht verstandelijke ontwikkelingsstoornis, schizofrenie, parafiele stoornis en een stoornis in het gebruik van alcohol en cannabis. Door beperkingen inherent aan zijn verstandelijke ontwikkelingsstoornis, waaronder een verminderde impulscontrole en verminderd vermogen tot uitstel van behoeftebevrediging, was er onvoldoende interne remming op zijn gedrag, was de verdachte niet volledig in staat zijn gedrag te controleren en de gevolgen van zijn gedrag te overzien en was er onvoldoende mogelijkheid tot het bedenken van alternatief gedrag, waarbij alcoholgebruik waarschijnlijk zijn impulscontrole nog verder heeft doen afnemen. Daarom luidt het advies het tenlastegelegde indien bewezen, verminderd toe te rekenen. De rechtbank verenigt zich met de adviezen en de conclusies van de deskundigen over de toerekeningsvatbaarheid, neemt deze over en maakt deze tot de hare. Een gebrekkige impulscontrole en verminderd vermogen tot uitstel van behoeftebevrediging, voortvloeiend uit zijn licht verstandelijke ontwikkelingsstoornis, speelden een rol bij het bewezenverklaarde. Het niet innemen van zijn medicatie en het alcoholgebruik deden zijn impulscontrole nog verder afnemen. De rechtbank leidt hieruit af dat er geen sprake was van een situatie waarbij de verdachte niet kon begrijpen dat de feiten wederrechtelijk waren of dat hij geheel niet in staat was om in overeenstemming te handelen met zijn begrip van de wederrechtelijkheid van dat feit. Met andere woorden: hij wist, zij het beperkt, dat wat hij deed wederrechtelijk was en moet ook in staat zijn geweest om naar dit begrip te handelen. De rechtbank hecht bij deze beoordeling geen waarde aan de verklaring van de getuige Haneveld. De getuige vond het gedrag opvallend en heeft daar een eigen conclusie aan verbonden maar daar baseert de rechtbank haar oordeel niet op. Dat het de verdachte aan ieder inzicht in de draagwijdte van zijn handelen heeft ontbroken is de rechtbank ook niet anderszins aannemelijk geworden, zodat er bij de verdachte geen sprake is van een omstandigheid die zijn strafbaarheid in het geheel uitsluit. De rechtbank is daarom van oordeel dat het bewezenverklaarde in verminderde mate aan de verdachte kan worden toegerekend. Nu er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid geheel uitsluiten acht de rechtbank de verdachte strafbaar. 6De straf en de maatregel 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van het voorarrest en een niet gemaximeerde maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met bevel tot verpleging van overheidswege. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat een gevangenisstraf voor maximaal de duur van de reeds in voorarrest doorgebrachte tijd moet worden opgelegd en heeft geen verweer gevoerd tegen oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft in de vroege avond van 7 augustus 2024 op de parkeerplaats van station Venray, in Oostrum, gepoogd [slachtoffer] te verkrachten en daarbij dwang en geweld toegepast, waarbij die [slachtoffer] dus tevens is mishandeld. Het is aan het felle verzet van [slachtoffer] en het adequaat ingrijpen van anderen te danken dat het misdrijf niet is voltooid. [slachtoffer] moest ten gevolge van dit feit behandeld worden door een fysiotherapeut vanwege aanhoudende fysieke klachten. Het toegebrachte geestelijk letsel is zeer ernstig. [slachtoffer] heeft verklaard dat er sprake is (geweest) van stemmingswisselingen, herbelevingen, verhoogde alertheid en voortdurende spanning, die zich uiten in huilbuien, nachtmerries en gevoelens van woede en machteloosheid. Sinds het voorval is zij bang om alleen over straat te gaan en bang om in haar auto te stappen. Er is een posttraumatische stressstoornis (hierna: PTSS) vastgesteld, waarvoor zij maandenlang intensief is behandeld. Dit alles heeft geleid tot een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid waarbij zij haar werk ongeveer 16 maanden na het voorval nog altijd niet heeft kunnen hervatten. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan. De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte waaruit volgt dat hij reeds eerder, op 2 juli 2019 en 2 november 2021, voor zedendelicten is veroordeeld. Hierbij legt de veroordeling uit 2019 het meeste gewicht in de schaal, omdat dit ontucht met een minderjarige betrof, hetgeen resulteerde in een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaren met bijzondere voorwaarden. Deze proeftijd liep nog ten tijde van onderhavig feit. De verdachte verbleef in het kader van de bijzondere voorwaarden in de FPA Het Knooppunt, onderdeel van Stevig in Oostrum, en beging de feiten tijdens een onttrekking aan de instelling. Ook had hij zijn medicijnen niet ingenomen, terwijl hij wist, zo heeft de verdachte ter zitting verklaard, dat het belangrijk was om dagelijks zijn medicijnen in te nemen. Bij de strafoplegging houdt de rechtbank in strafverminderende zin rekening met de verminderde mate van toerekenbaarheid. In aanvulling op hetgeen hiervoor uit de rapporten van de deskundigen is benoemd, overweegt de rechtbank dat door beide gedragsdeskundigen de kans op recidive als hoog wordt ingeschat. De psycholoog concludeert dat de verdachte zich vanuit zijn psychopathologie niet goed aan voorwaarden kan houden. Een tbs-maatregel is aangewezen, waarbij de voorkeur van de psycholoog uitgaat naar een tbs met bevel tot verpleging, zodat de verdachte kan worden behandeld en de recidivekans wordt geminimaliseerd. De psychiater adviseert klinische zorg met een hoog beveiligings- en zorgniveau, mede omdat het bewezenverklaarde plaatsvond tijdens een onttrekking. De verdachte zal zich immers niet aan voorwaarden (kunnen) houden. Ook de psychiater acht een tbs-maatregel met bevel tot verpleging aangewezen. Straf Gelet op de ernst van het feit kan enkel worden volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur. Alles afwegende, daarbij tevens in ogenschouw genomen dat de rechtbank de verdachte in verminderde mate toerekeningsvatbaar acht zoals hiervoor overwogen, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, met aftrek van de duur van het voorarrest, passend, en zal zij de verdachte daartoe veroordelen. Maatregel van terbeschikkingstelling Naast een gevangenisstraf zal de rechtbank ook de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege aan de verdachte opleggen. Het onder 1 bewezenverklaarde feit is een misdrijf waarvoor de maatregel van terbeschikkingstelling kan worden opgelegd. Zoals reeds overwogen verenigt de rechtbank zich met de conclusie en de adviezen van de deskundigen en komt zij tot het oordeel dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van het feit sprake was van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens, waardoor er een hoog recidiverisico blijft bestaan op soortgelijke delicten in de toekomst, indien behandeling daarvoor zal uitblijven. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen vereist dan ook de oplegging van een maatregel van terbeschikkingstelling. Door de deskundigen is geadviseerd om deze tbs-maatregel vorm te geven binnen een kader met dwangverpleging, gezien de complexe psychische problematiek, het hoge recidiverisico en de thans gebleken onkunde van de verdachte om zich aan voorwaarden te houden, welke onkunde is gelegen in zijn psychopathologie. Langdurige begeleiding en behandeling binnen een hoog beveiligingsniveau zijn noodzakelijk om het recidiverisico te beperken. De rechtbank zal de verdachte daarom ter beschikking stellen en bevelen dat hij van overheidswege wordt verpleegd. Aangezien er sprake is van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, in de zin van artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht, is de termijn van de terbeschikkingstelling niet gemaximeerd. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de behandeling in het kader van de tbs-maatregel aanvangt. 7De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel 7.1 De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 51.999,82 euro, bestaande uit € 41.999,82 aan materiële schade en € 10.000,- aan immateriële schade. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten: reparatiekosten voertuig: € 4.580,18 reinigingskosten voertuig: € 75,- taxatiekosten voertuig: € 95,17 fysiobehandelingen: € 203,02 gerealiseerd eigen risico 2024 en 2025: € 770,- zorg derden: € 593,28 reiskosten: € 506,56 verlies aan verdienvermogen: € 2.191,60 beschadigde accessoires en kleding: € 218,29 toekomstige schade: € 32.766,72 immateriële schade: €10.000,- De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 7.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen onder vermeerdering van de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, met uitzondering van de posten: ‘reparatiekosten voertuig’: de officier van justitie heeft verzocht deze post te schatten op een bedrag tussen de € 3.000,- en € 3.500,-, aangezien hij aan de hand van de offerte en de foto’s van de auto niet kan vaststellen welke schade concreet is ontstaan door het bewezenverklaarde feit; ‘reiskosten’: de officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat deze post kan worden toegewezen met uitzondering van de reiskosten van derden, aangezien dit geen rechtstreekse schade betreft; ‘verlies aan verdienvermogen’: de officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, omdat hij de omvang van de schade niet exact kan vaststellen; ‘toekomstige schade’: de officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering dient te worden verklaard, omdat deze schade in deze fase van het strafproces niet voor vergoeding in aanmerking komt. 7.3 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij ten aanzien van de post ‘toekomstige schade’ niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, aangezien dit deel van de vordering een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert. Hij heeft primair betoogd dat de posten ‘reparatiekosten voertuig’ en ‘taxatiekosten’ dienen te worden afgewezen, omdat deze posten onvoldoende zijn onderbouwd. Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij ten aanzien van deze posten niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij heeft betoogd dat de post ‘zorg derden’ dient te worden afgewezen, aangezien niet duidelijk is of deze schade daadwerkelijk is ontstaan. Met de officier van justitie heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de post ‘reiskosten’ kan worden toegewezen met uitzondering van de reiskosten van derden. Ten aanzien van de overige materiële schadeposten heeft hij geen verweer gevoerd. Ten aanzien van de post ‘immateriële schade’ heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 7.4 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat is komen vast te staan dat als gevolg van het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreekse schade is toegebracht aan de benadeelde partij. De rechtbank overweegt het volgende. Materiële schade Reparatiekosten voertuig De benadeelde partij heeft gesteld dat de auto en de in de auto aanwezige toebehoren, zoals de radio, door het voorval beschadigd zijn geraakt en dat de reparatiekosten € 4.580,18 bedragen. Zij heeft ter onderbouwing gewezen op de als bijlage 7 overgelegde schadecalculatie. Ter zitting heeft de benadeelde toegelicht dat de schade (nog) niet is hersteld. Uitgangspunt is dat de schade wordt uitgedrukt in het bedrag van de naar objectieve maatstaven te berekenen kosten van herstel van de zaak. Wel moet het herstel ‘mogelijk en verantwoord’ zijn. Zo niet, dan is het vaststellen van de dagwaarde of de waardevermindering van de zaak een manier om de schade te begroten. Gelet op de beperkte dagwaarde van het voertuig en gezien de foto’s met (voornamelijk cosmetische) beschadigingen aan het interieur van het voertuig schat de rechtbank de waardevermindering op een bedrag van € 1.000,- en zal de post dientengevolge toewijzen tot dat bedrag. De rechtbank zal de benadeelde partij voor de meer gevorderde schade niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij heeft onvoldoende onderbouwd dat meer schade is geleden en een nadere onderbouwing vragen levert een onevenredige belasting van het strafproces op. Taxatiekosten voertuig De post ‘taxatiekosten voertuig’ van € 95,17 zal de rechtbank toewijzen, gelet op het feit dat deze kosten zijn gemaakt om de omvang van de schade vast te stellen. Zorg derden De benadeelde partij heeft gesteld dat zij € 593,28 aan schade heeft geleden, omdat zij als gevolg van het letsel niet in staat was om zelfstandig afspraken, zoals het doen van aangifte, bij te wonen waardoor haar dochter en haar partner twee dagen vrij van hun werk hebben moeten nemen, dus in totaal 24 uur. Voor wat betreft het uurtarief heeft de benadeelde partij verwezen naar de als bijlage 15 overgelegde Financiële Paragraaf van de Handreiking Zorgschade, te weten € 24,
- De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd waaruit de zorg heeft bestaan en op welke grond deze zorg voor vergoeding in aanmerking zou komen. Voor zover de benadeelde partij doelt op schade wegens verlies aan zelfredzaamheid geldt dat op zekere hoogte onbetaalde hulp van gezinsleden mag worden verwacht. De rechtbank zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet ontvankelijk verklaren zodat voor haar de weg naar de civiele rechter open blijft. Reiskosten Ten aanzien van de post ‘reiskosten’ is de rechtbank, met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de reiskosten van derden niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het is onvoldoende gebleken dat [slachtoffer] deze kosten anders zelf had moeten maken, waardoor geen sprake is van zogeheten verplaatste schade. De rechtbank zal de benadeelde partij voor zover het de ‘reiskosten van derden’ betreft niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van de ‘reiskosten advocatenkantoor’ eveneens niet-ontvankelijk verklaren, aangezien dit geen rechtstreekse schade betreft in de zin van artikel 51 lid 1 Sv. Tegen de overige gestelde reiskosten is geen verweer gevoerd en deze komen de rechtbank evenmin ongegrond of onredelijk voor, zodat de rechtbank een bedrag van € 374,62 zal toewijzen (€ 506,56 minus € 126,13 en minus € 5,81). Verlies verdienvermogen Ten aanzien van de post ‘verlies aan verdienvermogen’ heeft de benadeelde partij gesteld dat zij over de maanden februari tot en met november 2025 een verlies heeft geleden van € 2.191,60 netto. Zij heeft in dit verband gesteld dat er vanaf februari 2025 en september 2025 een korting van respectievelijk 10% en 20% op het loon is toegepast wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Uit de overgelegde salarisspecificaties blijkt het volgende: Inhouding wegens ziekte februari 2025: € 152,44 (10% × 95,33 uur)maart 2025: € 152,44 (10% × 95,33 uur)april 2025: € 152,44 (10% × 95,33 uur)mei 2025: € 152,44 (10% × 95,33 uur)juni 2025: € 152,44 (10% × 95,33 uur)juli 2025: € 160,74 (10% × 100,5 uur)augustus 2025: € 108,73 (10% × 68 uur)september 2025: € 182,29 (20% × 57 uur) Correctie inhouding ziekte aug € 79,95 oktober 2025: € 156,70 (20% × 49 uur)Dit komt neer op een bedrag van € 1.450,61 bruto.Als niet betwist staat vast dat de benadeelde partij ook in de maand november 2025 met 20% is gekort. Nu de hoogte van de inhouding wegens ziekte over deze maand nog niet bekend is, zal de rechtbank uitgaan van € 169,50, zijnde het gemiddelde van de inhouding wegens ziekte over de maanden september en oktober
- De inhouding wegens ziekte bedraagt daarmee in totaal € 1.620,
- De rechtbank zal dit bedrag vermeerderen met € 129,61, omdat de benadeelde partij onweersproken heeft gesteld dat zij vanwege de inhouding wegens ziekte ook minder vakantiegeld opbouwt (€ 1.620,11 × 8%). De rechtbank becijfert het verlies aan verdienvermogen over de maanden februari tot en met november 2025 aldus op € 1.749,72 bruto. Gelet op de hoogte van het inkomen van de benadeelde partij gaat de rechtbank uit van 35,82% (eerste schijf) aan inkomstenbelasting. Dit komt - bij benadering - neer op een verlies aan verdienvermogen over de maanden februari tot en met november 2025 van € 1123,- netto. Het meer gevorderde is onvoldoende onderbouwd, zodat de rechtbank de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering. Toekomstige schade De post ‘toekomstige schade’ is te complex om in deze strafrechtelijke procedure goed te beoordelen. Bovendien is het verlies aan verdienvermogen in de toekomst sterk afhankelijk van het verloop van het herstel en om die reden onzeker. Vaststelling van de toekomstige schade levert daarom een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk verklaren in dit deel van de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering daarom slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Reinigingskosten voertuig, fysiobehandelingen, gerealiseerd eigen risico en beschadigde accessoires en kleding De overige posten ‘reinigingskosten voertuig’ (€ 75,-), ‘fysiobehandelingen’ (€ 203,02), ‘verlies eigen risico’ (€ 385,- + € 385,-) en ‘beschadigde accessoires en kleding’ (€ 29,99 + € 49,90 + € 138,40) zijn door de verdediging niet weersproken en komen de rechtbank evenmin onredelijk of ongegrond voor. De rechtbank zal daarom deze posten van in totaal € 1.266,31 toewijzen. Immateriële schade De immateriële schade die de benadeelde partij vordert is gebaseerd op artikel 6:106 onder b Burgerlijk wetboek (‘indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast’). Van de bedoelde ‘aantasting in de persoon op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door de door de verdachte gepleegde strafbare feiten geestelijk letsel heeft opgelopen, te weten: PTSS met daaruit voortvloeiend gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en voortdurende angstklachten. De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van het bedrag acht geslagen op De Rotterdamse Schaal. De rechtbank acht een bedrag van € 7.500,- billijk. Voor het meer gevorderde is de rechtbank van oordeel dat feiten en omstandigheden die tot toewijzing van een hoger bedrag zouden kunnen leiden onvoldoende zijn onderbouwd. Verder onderzoek hiernaar levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde voor dat deel niet-ontvankelijk in haar vordering wordt verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Conclusie De rechtbank stelt de totale toewijsbare schade vast op € 11.359,10, bestaande uit € 3.859,10 aan materiële schade en € 7.500,- aan immateriële schade. De rechtbank zal de verdachte tevens veroordelen tot betaling van de wettelijke rente met ingang van 7 augustus 2024 tot aan de dag van algehele voldoening. Schadevergoedingsmaatregel De rechtbank ziet verder aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen. De rechtbank zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van 91 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 36f, 37a, 37b, 38d, 45, 55, 243, 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 9De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt de verdachte vrij van het onder feit 2 primair en subsidiair tenlastegelegde; Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte voor feit 1 primair en feit 2 meer subsidiair tot een gevangenisstraf van 22 maanden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; Maatregel gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld; beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege wordt verpleegd; Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel wijst ter zake van de bewezenverklaarde feit 1 primair en feit 2 meer subsidiair de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 11.359,10 euro, bestaande uit € 3.859,10 materiële schade en € 7.500,- immateriële schade; de vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 augustus 2024 tot aan de dag van algehele voldoening; bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor zover deze ziet op de meer gevorderde 'reparatiekosten voertuig', 'zorg derden', 'reiskosten van derden', ‘reiskosten advocatenkantoor’, de meer gevorderde 'verlies aan verdienvermogen', 'toekomstige schade' en de meer gevorderde ‘immateriële schade’ niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken; legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer], van een bedrag van € 11.359,10, bestaande uit € 3.859,10 materiële schade en € 7.500,- immateriële schade; de vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 augustus 2024 tot aan de dag van algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 91 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op; verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade. Dit vonnis is gewezen door mr. L. Bastiaans, voorzitter, mr. G.H. Hermanides en mr. B. de Groot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.J.M. Goris, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 december
- BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat T.a.v. feit 1: hij op of omstreeks 7 augustus 2024 te Oostrum, in de gemeente Venray, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een persoon, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en deze poging tot opzetverkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging, meermalen, althans eenmaal, (telkens) - die [slachtoffer] (onverhoeds) heeft benaderd en/of - toen die [slachtoffer] in haar auto ging zitten en/of doende was het bestuurdersportier van haar auto te sluiten, (onverhoeds) dat portier heeft vastgepakt en/of open heeft getrokken en/of in de auto van die [slachtoffer] is geklommen en/of gegaan en/of zich de toegang tot de auto van die [slachtoffer] heeft verschaft en/of - ( in de auto) (onverhoeds) die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of (met kracht) naar achteren en/of omlaag en/of op de bijrijdersstoel heeft geduwd en/of gedrukt en/of - met zijn, verdachtes, lichaam op het lichaam van die [slachtoffer] is gaan en/of blijven liggen en/of zitten en/of - met zijn, verdachtes, hand(en) die [slachtoffer] over haar hele lichaam heeft aangeraakt en/of betast en/of - aan die [slachtoffer] heeft toegevoegd (de) woorden (van de strekking): "I wanna fuck you" en/of -zijn, verdachtes, vinger(s) en/of hand tussen de benen en/of op de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of gebracht en/of (vervolgens) zijn, verdachtes, vinger(s) en/of hand (heel hard en/of met kracht en/of heel lang) tussen de benen en/of op/over de vagina van die [slachtoffer] heeft bewogen en/of - aan die [slachtoffer] heeft toegevoegd (de) woorden (van de strekking): "I waited all the time for this" en/of "I wanna fuck you" en/of - de riem en/of de knoop en/of de rits van de broek van die [slachtoffer] heeft losgemaakt en/of geopend en/of aan de broek van die [slachtoffer] heeft getrokken en/of doende is geweest de broek van die [slachtoffer] uit en/of naar beneden te trekken en/of - toen die [slachtoffer] (via het bijrijdersportier) probeerde uit haar auto te kruipen, die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of zijn, verdachtes, arm (met kracht en/of heel strak) om de hals/keel van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gelegd en/of gehouden en/of (vervolgens) de hals/keel van die [slachtoffer] (met kracht en/of langere tijd) (steeds meer) heeft dichtgedrukt (gehouden) en/of - ( daarbij) (meermalen) aan die [slachtoffer] heeft toegevoegd (de) woorden (van de strekking): "Do you want to die?", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 7 augustus 2024 te Oostrum, in de gemeente Venray, in elk geval in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handeling(en) heeft verricht, te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens)- met zijn, verdachtes, hand(en) die [slachtoffer] aanraken en/of betasten over haar hele lichaam en/of- duwen en/of brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) en/of hand tussen de benen en/of op de vagina van die [slachtoffer] en/of- (met kracht en/of heel hard en/of heel lang) bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) en/of hand tussen de benen en/of op/over de vagina van die [slachtoffer] , terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door meermalen, althans eenmaal, (telkens)- die [slachtoffer] (onverhoeds) te benaderen en/of- toen die [slachtoffer] in haar auto ging zitten en/of doende was het bestuurdersportier van haar auto te sluiten, (onverhoeds) dat portier vast te pakken en/of open te trekken en/of in de auto van die [slachtoffer] te klimmen en/of te gaan en/of zich de toegang tot de auto van die [slachtoffer] te verschaffen en/of- (in de auto) (onverhoeds) die [slachtoffer] vast te pakken en/of (met kracht) naar achteren en/of omlaag en/of op de bijrijdersstoel te duwen en/of te drukken en/of- met zijn, verdachtes, lichaam op het lichaam van die [slachtoffer] te gaan en/of blijven liggen en/of zitten en/of- met zijn, verdachtes, hand(en) die [slachtoffer] over haar hele lichaam aan te raken en/of te betasten en/of- aan die [slachtoffer] toe te voegen (de) woorden (van de strekking): "I wanna fuck you" en/of- zijn, verdachtes, vinger(s) en/of hand tussen de benen en/of op de vagina van die [slachtoffer] te duwen en/of te brengen en/of (vervolgens) zijn, verdachtes, vinger(s) en/of hand (heel hard en/of met kracht en/of heel lang) tussen de benen en/of op/over de vagina van die [slachtoffer] te bewegen en/of- aan die [slachtoffer] toe te voegen (de) woorden (van de strekking): "I waited all the time for this" en/of "I wanna fuck you" en/of- de riem en/of de knoop en/of de rits van de broek van die [slachtoffer] los te maken en/of te openen en/of aan de broek van die [slachtoffer] te trekken en/of doende te zijn de broek van die [slachtoffer] uit en/of naar beneden te trekken en/of- toen die [slachtoffer] (via het bijrijdersportier) probeerde uit haar auto te kruipen, die [slachtoffer] vast te pakken en/of zijn, verdachtes, arm (met kracht en/of heel strak) om de hals/keel van die [slachtoffer] te slaan en/of te leggen en/of te houden en/of (vervolgens) de hals/keel van die [slachtoffer] (met kracht en/of langere tijd) (steeds meer) dicht te drukken en/of dichtgedrukt te houden en/of- (daarbij) (meermalen) aan die [slachtoffer] toe te voegen (de) woorden (van de strekking): "Do you want to die?". T.a.v. feit 2: hij op of omstreeks 7 augustus 2024 te Oostrum, in de gemeente Venray, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, meermalen, althans eenmaal, (telkens) - zijn, verdachtes, arm (met kracht en/of heel strak) om de hals/keel van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gelegd en/of gehouden en/of (vervolgens) de hals/keel van die [slachtoffer] (met kracht en/of langere tijd) (steeds meer) heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt gehouden en/of - ( daarbij) aan die [slachtoffer] (meermalen) heeft toegevoegd (de) woorden (van de strekking): "Do you want to die?", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 7 augustus 2024 te Oostrum, in de gemeente Venray, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) - zijn, verdachtes, arm (met kracht en/of heel strak) om de hals/keel van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gelegd en/of gehouden en/of (vervolgens) de hals/keel van die [slachtoffer] (met kracht en/of langere tijd) (steeds meer) heeft dichtgedrukt (gehouden) en/of - ( daarbij) aan die [slachtoffer] heeft toegevoegd (de) woorden (van de strekking): "Do you want to die?", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 7 augustus 2024 te Oostrum, in de gemeente Venray, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal, (telkens) - die [slachtoffer] (met kracht) vast te pakken en/of naar achteren en/of omlaag en/of op de bijrijdersstoel van haar auto te drukken en/of te duwen en/of op die [slachtoffer] te gaan liggen en/of zitten en/of die [slachtoffer] omlaag te blijven drukken en/of duwen en/of - zijn, verdachtes, arm (met kracht en/of heel strak) om de hals/keel van die [slachtoffer] te slaan en/of te leggen en/of te houden en/of (vervolgens) de hals/keel van die [slachtoffer] (met kracht en/of langere tijd) (steeds meer) dicht te drukken en/of dichtgedrukt te houden. Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2024127382, gesloten op 12 november 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina
- Proces-verbaal van aangifte van 8 augustus 2024, pg. 17-
- Proces-verbaal van verhoor slachtoffer van 14 augustus 2024, pg. 25-
- Proces-verbaal van bevindingen van 7 augustus 2024, pg. 7-8.