RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/347847 / KG ZA 25-487 Vonnis in kort geding van 16 december 2025 in de zaak van [eiseres] , te [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. A. Smeekes, tegen [gedaagde] , (voorheen) te [woonplaats 2] , thans te [woonplaats 3] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. P.P.M. Kerckhoffs. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties- de producties 20 en 21 van [eiseres]- de mondelinge behandeling van 16 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van [eiseres]- de pleitnota van [gedaagde] . 1.
- Onmiddellijk na sluiting van de mondelinge behandeling is aangezegd dat het vonnis op 16 december 2025 zal worden uitgesproken en aan partijen zal worden verstrekt in kop-staart vorm; de motivering zal uiterlijk op 30 december 2025 worden gegeven. 2De feiten 2.
- ( volgt later) 3Het geschil 3.
- [eiseres] vordert -samengevat - schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest van 18 november 2025 van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, voor zover [eiseres] daarin is veroordeeld het ertoe te leiden en te gedogen dat de asbus met as (inclusief bijbehorende documentatie) door de bewaarder wordt afgegeven aan [gedaagde] , althans een verbod om het arrest ten aanzien daarvan ten uitvoer te leggen, totdat in die zaak onherroepelijk in de bodemzaak zal zijn beslist, op verbeurte van een dwangsom. 3.
- [gedaagde] voert verweer. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- ( volgt later) 5De beslissing De voorzieningenrechter: 5.
- schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 november 2025 onder zaaknummer 200.341.164/01, voor zover [eiseres] daarin is veroordeeld het ertoe te leiden en te gedogen dat de asbus met as (inclusief bijbehorende documentatie) door de bewaarder wordt afgegeven aan [gedaagde] , 5.
- verbiedt [gedaagde] het arrest als bedoeld onder 5.1 van dit vonnis ten uitvoer te doen leggen waar het de verplichting inzake de asbus van [naam] betreft, 5.
- bepaalt dat de asbus van [naam] in bewaring dient te blijven bij de huidige bewaarder totdat in de zaak onherroepelijk zal zijn beslist, 5.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 50.000,00 ineens en aansluitend € 1.000,- per dag dat [gedaagde] in strijd met dit vonnis in kort geding handelt, 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.375,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Driever en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.