beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummer: C/03/342656 / HA RK 25-83 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken op het verzoek van [verzoeker] , wonend te [woonplaats] , verzoeker, dat strekt tot wraking van mr. J. Linders, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter. 1De procedure Op 5 juni 2025 is op de griffie een e-mailbericht ontvangen van verzoeker inhoudende een voorwaardelijk verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer11426859 \ CV EXPL 24-6422 tussen verzoeker en de Stichting Wonen Limburg. Op 10 juni 2025 is op de griffie een e-mailbericht ontvangen van verzoeker waarin hij bevestigt dat hij de rechter wraakt en aangeeft dat hij zo spoedig mogelijk een nadere toelichting op het verzoek tot wraking stuurt. De rechter heeft op 12 juni 2025 de wrakingskamer bericht niet in het verzoek tot wraking te berusten en zij heeft de wrakingskamer op 17 juni 2025 haar schriftelijke reactie doen toekomen. 2De beoordeling Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 37, eerste en derde lid, Rv wordt het verzoek tot wraking gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden en moeten die feiten en omstandigheden tegelijk worden voorgedragen. De wrakingskamer stelt vast dat de aanleiding voor het verzoek tot wraking is gelegen in de zitting van 1 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.