RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/335293 / HA ZA 24-460 Vonnis van 24 september 2025 in de zaak van [eiseres] , te [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. M.J.A. Verhagen, tegen [gedaagde] , te [woonplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. M.W.M. van Doorn. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de akte overlegging producties van [eiseres] met producties 1 tot en met 28,- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 7,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald, - de akte houdende overlegging producties tevens houdende wijziging van eis van [eiseres] met producties 29 tot en met 31 - B-16 formulier van [gedaagde] met producties 8 en 9,- B-16 formulier van [eiseres] met een aanvulling op productie 30H,- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 mei 2025, - de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling door mrs. Verhagen en Van Doorn voorgedragen spreekaantekeningen,- de brief namens [eiseres] van 21 mei 2025,- de brief van de griffier van 4 juni 2025,- de akte overlegging producties tevens houdende bewijsaanbod van [eiseres] met producties 32 tot en met 34,- de akte uitlating en overlegging producties van [gedaagde] met producties 10 en 11. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. In deze zaak staat de woning, gelegen aan de [adres] te [woonplaats 1] (hierna ‘de woning) centraal. [gedaagde] was eigenaar van deze woning, gelegen op een voormalig vakantiepark. [gedaagde] heeft de woning in juni 2023 te koop gezet. Na twee bezichtigingen heeft [eiseres] een bod gedaan van € 420.000,00 dat door [gedaagde] is geaccepteerd. De schriftelijke koopovereenkomst is getekend op 21 juni 2023. 2.2. In de schriftelijke koopovereenkomst staat onder meer het volgende: artikel 6 Staat van de onroerende zaak / Gebruik 6.1. De onroerende zaak zal aan koper in eigendom worden overgedragen in de staat waarin deze zich bij het tot stand komen van deze overeenkomst bevindt, derhalve met alle (...) zichtbare en onzichtbare gebreken (...). Koper aanvaardt deze staat (...). (...) 6.3. De onroerende zaak zal bij de eigendomsoverdracht de feitelijke eigenschappen bezitten die nodig zijn voor een normaal en permanent gebruik als: woning voor privégebruik. (...) Verkoper staat niet in voor andere eigenschappen dan die voor een normaal gebruik nodig zijn. Gebreken die het normale gebruik belemmeren en die aan koper bekend of kenbaar zijn op het moment van het tot stand komen van deze koopovereenkomst komen voor risico van koper Voor gebreken die het normale gebruik belemmeren en die niet aan koper bekend of kenbaar zijn op het moment van het tot stand komen van deze koopovereenkomst is verkoper uitsluitend aansprakelijk voor de herstelkosten. Bij het vaststellen van de herstelkosten wordt rekening gehouden met de aftrek ‘nieuw voor oud’. Verkoper is niet aansprakelijk voor overige (aanvullende) schade, tenzij verkoper een verwijt treft. (...) (...) Artikel 22 Ouderdomsclausule Het is koper bekend dat de onderhavige woning in oorsprong ongeveer 53 jaar oud is, wat impliceert dat de eisen die aan de bouwkwaliteit gesteld mogen worden, lager liggen dan bij nieuwe woningen. In afwijking van artikel 6.3 van deze koopovereenkomst komen (het normaal gebruik belemmerende) gebreken die louter het gevolg zijn van de ouderdom van de woning, voor risico van koper’ 2.3. De levering van de woning heeft plaatsgevonden op 1 augustus 2023. 2.4. Op 4 augustus 2023 heeft [eiseres] via WhatsApp aan [gedaagde] en de betrokken verkoopmakelaar gemeld dat er – kort gezegd – vochtproblemen in de woning zijn geconstateerd. Op 7 augustus 2023 is daaraan toegevoegd dat er inmiddels diverse experts ‘alle problemen’ hebben vastgesteld. 2.5. Op 15 mei 2024 heeft DEKRA Experts (hierna: Dekra) in opdracht van (de verzekeraar van) [eiseres] een onderzoek uitgevoerd naar – kort gezegd – mogelijke gebreken aan de woning. Van dat onderzoek is een op 24 augustus 2024 gedateerd rapport opgemaakt. 2.6. [eiseres] heeft ten laste van [gedaagde] conservatoir derdenbeslag gelegd onder bankinstellingen. 3Het geschil 3.1. Na wijziging van eis vordert [eiseres] - samengevat – dat de rechtbank: 1. primair: [gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 159.343,25, te vermeerderen met wettelijke rente, subsidiair: de tussen partijen gesloten koopovereenkomst gedeeltelijk ontbindt en veroordeelt om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 159.343,25, te vermeerderen met wettelijke rente, meer subsidiair: voor recht verklaart dat de gevolgen van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst wordt gewijzigd en wel in die zin dat de koopprijs wordt verminderd met een bedrag van € 159.343,25, met veroordeling van [gedaagde] om dit bedrag aan [eiseres] te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente, 2. [gedaagde] veroordeelt tot vergoeding van de kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid en schade en kosten ter voorkoming van verdere schade ter hoogte van € 7.011,60, te vermeerderen met wettelijke rente, 3. [gedaagde] veroordeelt tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 2.865,82, te vermeerderen met wettelijke rente, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, waaronder 3.231,86 aan beslagkosten, inclusief nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling Standpunten partijen 4.1. Ter onderbouwing van haar (primaire) vordering stelt [eiseres] het volgende. De door [gedaagde] aan [eiseres] verkochte woning was, vanwege de daaraan klevende gebreken zoals vermeld in het rapport van Dekra, op het moment van leveren niet geschikt voor bewoning. Kort gezegd betreffen de problemen: - optrekkend en doorslaand door verschillende oorzaken, - een gebrekkige riolering, met een verstopping en optrekkend vocht als gevolg, - een slechte toestand van het dak, met lekkages tot gevolg. Omdat [gedaagde] , door middel van artikel 6.3. van de koopovereenkomst, gegarandeerd heeft dat dit gebruik wel mogelijk zou zijn, is zij toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst. [eiseres] maakt aanspraak op vervangende schadevergoeding ter hoogte van de kosten van herstel zoals begroot door Dekra. 4.2. Ten verwere voert [gedaagde] het volgende aan. Betwist wordt dat de woning bij levering behept was met de gebreken die [eiseres] noemt. Waar Dekra suggereert dat dit wel kan worden aangenomen, is dat niet voorzien van een deugdelijke onderbouwing. Daarbij is relevant dat er na de levering, maar voorafgaand aan het onderzoek van Dekra, sprake is geweest van extreme regenbuien met uitzonderlijke wateroverlast in de hele regio als gevolg. Ook zat er geruime tijd tussen de levering en het onderzoek van Dekra. Voor zover er wel sprake was gebreken, kan [eiseres] [gedaagde] niet aanspreken omdat het dan kenbare gebreken betrof waarvoor aansprakelijkheid in artikel 6.3. van de koopovereenkomst is uitgesloten. [eiseres] heeft immers haar onderzoeksplicht verzaakt. Daarbij is relevant dat het voor haar, vanwege gezondheidsklachten, van belang was dat er geen vocht- of schimmelproblemen in de woning waren. Ook wist zij dat het een woning betrof van begin jaren zeventig en oorspronkelijk is gebouwd en heeft gefungeerd als vakantiewoning. Ook was zij door de verkoopmakelaar geïnformeerd over een eerdere lekkage. Zij had daarom voorafgaand aan de aankoop van de woning een bouwkundig onderzoek moeten laten uitvoeren. In ieder geval komt [gedaagde] een beroep toe op de ouderdomsclausule zoals opgenomen in artikel 22 van de koopovereenkomst. De begroting van Dekra van de herstelkosten kan, indien daaraan wordt toegekomen, niet worden overgenomen. [gedaagde] kan alleen aansprakelijk zijn voor gebreken die het normaal gebruik verhinderden. Bovendien is in de overeenkomst bepaald dat er rekening moet worden gehouden met een aftrek nieuw-voor-oud. Het door Dekra aangehaalde rioolprobleem, vindt de oorzaak in het gemeenschappelijk riool en komt ook daarom niet voor risico van [gedaagde] . In het kader van een eventuele schadeberekening zal het schenden van de onderzoeksplicht door [eiseres] er op grond van artikel 6:101 BW toe moeten leiden dat de schade aan haar wordt toegerekend. Bovendien heeft [eiseres] mogelijk onvoldoende schadebeperkend gehandeld. Een eventuele schadevergoedingsplicht zal moeten worden gematigd omdat [gedaagde] zelf nooit enige problemen heeft ondervonden. Kader 4.3. Partijen zijn het erover eens dat de tussen hen gesloten overeenkomst inhoudt dat [gedaagde] er voor heeft ingestaan dat de woning bij levering geschikt was voor het in de overeenkomst omschreven normaal gebruik, te weten het gebruik als woonhuis. In navolging van de niet betwiste stelling van [eiseres] hanteert de rechtbank daarbij als norm dat in de woning moet kunnen worden gewoond op een voldoende veilige manier, met een redelijke mate van duurzaamheid en zonder dat het woongenot wezenlijk wordt aangetast. Voor zover de woning daaraan niet voldeed, is [gedaagde] dus tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Niet betwist is dat een eventueel op die basis vast te stellen tekortkoming aan [gedaagde] zou kunnen worden toegerekend, wat, in dat geval, betekent dat [eiseres] aanspraak kan maken op schadevergoeding. Dat die schadevergoeding, in beginsel, kan worden vastgesteld aan de hand van de kosten van het herstel van de gebreken, is niet in geschil (en volgt ook uit artikel 6.3. van de koopovereenkomst). 4.4. De stellingen van [gedaagde] over de onderzoeksplicht doen niet aan af aan wat hiervoor is overwogen. Er zijn namelijk geen concrete feiten en omstandigheden gesteld of gebleken, op grond waarvan [eiseres] aanleiding zou moeten hebben gezien om te twijfelen aan hetgeen was toegezegd en op grond waarvan nader onderzoek naar de toestand van de woning aangewezen was voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst. Dat [eiseres] , vanwege haar gezondheid, een bijzonder belang had bij een woning zonder vochtproblematiek, betekent vanzelfsprekend niet dat zij er om die reden aan moest twijfelen dat het gegarandeerde gebruik geleverd zou worden. Daarbij is van belang dat niet gesteld of gebleken is dat de [eiseres] aanspraak maakt op een bijzonder gebruik dat afwijkt van hetgeen in het algemeen kan worden verstaan onder het gebruik als woonhuis voor een willekeurige bewoner. Dat [eiseres] is gewezen op een eerder vochtprobleem, hoefde haar geen aanleiding te geven voor het doen van nader onderzoek. Daarover is namelijk namens [gedaagde] gezegd dat het onderliggende probleem was verholpen. Niet is aangegeven waarom [eiseres] daarop niet hoefde te vertrouwen (nog afgezien van de vraag of het bedoelde vochtprobleem onderdeel is van de gebreken die [eiseres] aanvoert). 4.5. Door partijen is gediscussieerd over de vraag of [gedaagde] voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst, op de hoogte was van de door [eiseres] genoemde gebreken, als er vanuit wordt gegaan dat die er toen waren. De rechtbank laat die discussie (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.