RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/336231 / HA ZA 24-512 Vonnis van 26 november 2025 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , te [woonplaats] ,
- [eiseres sub 2], te [woonplaats] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] , advocaat: mr. H.J. Heynen, tegen [gedaagde] , te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de VvE , advocaat: mr. A.J.C. Goldhoorn. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 10- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 4 - de brief van 9 april 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald - de aanvullende productie 11 van [eisers] - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 juli
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [eisers] zijn eigenaar van het appartementsrecht dat het uitsluitend gebruik van de woning op de derde verdieping van het gebouw met berging in de kelder aan de [adres] te [woonplaats] omvat (kadastraal bekend [kadasternummer] ). Dit appartementsrecht (hierna: de woning) hebben [eisers] op 29 februari 2024 in eigendom verworven. 2.
- De woning maakt deel uit van het appartementencomplex ‘ [naam complex] ’ (hierna: het complex). Het appartementsrecht is ontstaan als gevolg van een onder-ondersplitsing. Bij de daartoe opgemaakte notariële akte is de VvE als vereniging van eigenaars opgericht. 2.
- Bij bedoelde akte van onder-ondersplitsing zijn de bepalingen van het modelreglement bij splitsing in appartementsrechten van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie van 6 juni 2018 (hierna: het modelreglement) van toepassing verklaard onder I (blad 13) van die akte. 2.
- In artikel 24.3 van het modelreglement is het volgende bepaald: “Het zichtbaar aanbrengen in of aan het Gebouw dan wel op de Grond van naamborden, reclameaanduidingen, uithangborden, zonweringen, wind- en terrasschermen, rolluiken, zonnepanelen, boilers, vlaggen, spandoeken, bloembakken, schijnwerpers, (schotel-)antennes, antennes van zendamateurs, alarminstallaties, luchtbehandelings- en koelinstallaties, en in het algemeen van uitstekende voorwerpen, alsmede het in het zicht hangen van wasgoed, mag slechts geschieden met toestemming van de Vergadering of volgens regels te bepalen in het Huishoudelijk Reglement. Het in de vorige zin bepaalde geldt mede voor de tot de Privé-gedeelten behorende buitenruimten.” 2.
- In de akte van onder-ondersplitsing wordt (het hiervoor geciteerde) artikel 24.3 van het modelreglement aangevuld. Onder J (blad 13 en 14) van de akte (‘uitwerking modelreglement’) is het volgende opgenomen: “(…) Artikel 24.3 wordt aangevuld met: In afwijking van het bovenstaande is het toegestaan aan het appartementsrecht nummer [nummer] (zijnde de woning van [eisers] , toevoeging de rechtbank) om zonneschermen en windschermen te plaatsen, alsmede bloembakken, mits die niet het draagvermogen van de (dak)terrassen en onderliggend dak overschrijden. (…).” 2.
- In artikel 25.1 van het modelreglement is verder het volgende bepaald: “De Eigenaars en Gebruikers mogen zonder toestemming van de Vergadering geen verandering aanbrengen waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie van het Gebouw gewijzigd wordt. De toestemming kan niet worden verleend indien de hechtheid van het Gebouw door de verandering in gevaar kan worden gebracht.” 2.
- Artikel 26 van het modelreglement bepaalt vervolgens: “ Toestemming, bedoeld in de Artikelen 23, 24 en 25 Toestemmingen en ontheffingen als bedoeld in de Artikelen 24 en 25, kunnen uitsluitend worden verleend na vooraf verkregen goedkeuring van de Hoofdvereniging. (…). De in de Artikelen 23, 24 en 25 bedoelde toestemmingen of ontheffingen mogen niet op onredelijke gronden worden geweigerd, gewijzigd of ingetrokken, noch kunnen aan het verlenen daarvan onredelijke voorwaarden worden verbonden.” 2.
- [eisers] hebben van de gemeente Maastricht een omgevingsvergunning, gedateerd op 7 mei 2024, gekregen voor ‘het plaatsen van zonweringen ter plaatse van het bestaande dakterras’ van hun woning, zulks naar ontwerp van een architect die al door de vorige eigenaar was ingeschakeld. 2.
- Bij brief van 24 september 2024 schrijft de VvE aan [eisers] dat zij voor het plaatsen van de betreffende zonweringen toestemming van de VvE nodig hebben. Bij brief van 8 oktober 2024 worden de bewoners van het complex hierover geïnformeerd door de VvE. 3Het geschil 3.
- [eisers] kunnen zich kort gezegd niet verenigen met het standpunt van de VvE en vinden dat het hun op basis van de akte is toegestaan de door hen gewenste en door de gemeente vergunde zonwering aan te brengen. De enige beperking bestaat hierin dat het draagvermogen van het dakterras dan wel het onderliggend dak niet mag worden aangetast. Aan die voorwaarde wordt, aldus [eiser sub 1] , voldaan. Daartoe verwijzen [eisers] naar de rapportage van ‘ [naam] ’. 3.
- Op grond van het vorenstaande vorderen [eisers] dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht verklaart dat zij gerechtigd zijn om bij hun woning zonder (verdere) toestemming van de VvE, althans van de algemene (leden)vergadering van de VvE, een zonwering aan te brengen overeenkomstig het ontwerp dat als productie 5 bij dagvaarding is overgelegd, de VvE verbiedt handelingen te verrichten die het aanbrengen c.q. plaatsen van de zonwering als bedoeld onder 1 van het petitum op enigerlei wijze (ver)hinderen, een en ander op straffe van een dwangsom van € 50.000,00, de VvE veroordeelt in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en, indien voldoening binnen die termijn uitblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis. 3.
- De VvE voert verweer (zie hierna onder de beoordeling). 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- [eisers] stellen in de dagvaarding in de eerste plaats dat het hun is toegestaan de zonwering te plaatsen, nu in de akte een uitzondering voor hun woning is geformuleerd op de regel (artikel 24.3 modelreglement) dat, kort gezegd, het zichtbaar aanbrengen in of aan het gebouw van (onder andere) zonweringen slechts mag geschieden met toestemming van de VvE. Toestemming van de (vergadering van de) VvE is dus niet nodig, aldus [eisers] 4.
- Dit standpunt kan niet worden onderschreven. Daartoe het volgende. 4.2.
- De akte spreekt expliciet van “zonneschermen en windschermen” alsmede van “bloembakken.” Uitgaande van de formulering die de gemeente heeft gebezigd voor de constructie ten behoeve van de vergunning gaat het in het plan van [eisers] om “zonweringen” (meervoud). Artikel 24.3 van het modelreglement spreekt eveneens van “zonweringen.” Het begrip ‘zonwering’ is naar het oordeel een ruimer begrip dan het in de akte gebezigde ‘zonnescherm.’ Zonwering valt onder een relatief breed spectrum van fysieke middelen om de zon te weren. Een zonnescherm is (slechts) een vorm van zonwering, één van de vele, zoals (ook) jaloezieën, rolluiken, screens, rolgordijnen, uitvalschermen, markiezen et cetera. De regelsystematiek van akte en modelreglement impliceert derhalve dat voor zonwering toestemming vereist is, behalve als het gaat om
(1)zonneschermen, zijnde een specifieke vorm van zonwering, die
(2)functioneren ten behoeve van de woning van [eisers] (de eisen met betrekking tot het draagvermogen van de (dak)terrassen en onderliggend dak kunnen verder onbesproken blijven). 4.2.
- Aan de tweede voorwaarde dat de uitzondering alleen geldt voor de woning van [eisers] is voldaan. 4.2.
- Aan de eerste voorwaarde – het dient te gaan om zonneschermen – wordt naar het oordeel van de rechtbank echter niet voldaan. De constructie van [eisers] , door hen zelf omschreven als “een voorziening met een zestal palen die verankerd zouden moeten worden in de vloer van het terras”, volgens de VvE echter een “pergola van 7 bij 5 meter”, valt immers niet onder de categorie van zonneschermen, windschermen en bloembakken. Dit blijkt evident uit het technisch advies van ‘ [naam] ’ (productie 10 bij dagvaarding). Hieruit volgt namelijk dat sprake is van een voorziening die behoorlijk veel verder strekt dan de in de akte uitgezonderde zonneschermen, windschermen en bloembakken. Het betreft een constructieve voorziening, een staalconstructie die in het bestaande terras moet worden verankerd middels bouwkundige materialen die niet eenvoudig te verwijderen zijn (beton, chemische ankers, et cetera). Immers, nog daargelaten de ingrijpende voorbereidingen voor de bouw van de betreffende constructie, zoals het verwijderen van dakbedekking en dakisolatie, dienen er gaten te worden geboord van 150 mm diep waarin vervolgens haarspelden middels chemische ankers worden bevestigd en de betreffende wapeningsstaven aan de haarspelden gevlochten worden. Daarna dient beton te worden gestort, dienen lijmankers te worden ingeboord (150 mm) in het nieuwe (uitgeharde) beton en dient de buitenzijde van de nieuwe betonnen opstortingen te worden behandeld met een vloeibare dakbedekking op bitumenbasis (20 cm). Na herstel van zowel de dampremmende laag als de dakisolatie en de montage van de staalconstructie moet nog een extra isolatielaag bij de opstortingen worden aangebracht middels het verlijmen van de aanvullende isolatie op de bestaande isolatielaag. Tot slot dient er over de nieuwe isolatielaag een nieuwe 2-laagse bitumineuze dakbedekking te worden aangebracht. 4.2.
- Dat deze constructie “theoretisch altijd kan worden verwijderd” is naar het oordeel van de rechtbank, voor zover al relevant, geen steekhoudend argument, nu dat in beginsel voor alle onderdelen van een gebouw opgaat. Dat geldt evenzeer voor het argument van [eisers] dat de akte vóór artikel 25 van het modelreglement gaat, omdat gezien het voorgaande ook niet aan de eisen van de akte wordt voldaan, nu deze slechts een uitzondering op artikel 24.3 van het modelreglement maakt voor zonneschermen, windschermen en bloembakken, binnen welke categorie de constructie van [eisers] niet valt. Dat er iets over draagvermogen in de akte staat opgenomen, zodat volgens [eisers] ook de akte ervan uitgaat dat de zonwering in het gebouw wordt aangebracht en niet aan het gebouw/de gevel, is evenmin redengevend, omdat hiermee slechts wordt voorgeschreven dat zonneschermen, windschermen en bloembakken het draagvermogen van de (dak)terrassen en onderliggend dak niet mogen aantasten. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat met name zonneschermen en windschermen vaak verzwaard worden met een betonnen of met zand gevulde voet. 4.
- In het licht van al het voorgaande luidt de conclusie dat, nu de geplande constructie van [eisers] in de akte van onder-ondersplitsing niet is uitgezonderd van het bepaalde in artikel 24.3 van het modelreglement, de gevorderde verklaring voor recht dat [eisers] deze zonder (verdere) toestemming van de VvE mogen aanbrengen, niet voor toewijzing vatbaar is. Het gevorderde verbod om de VvE te verbieden om handelingen te verrichten die dit verhinderen volgt in het verlengde hiervan hetzelfde lot. Met andere woorden, zowel in geval de onderhavige constructie valt onder het bepaalde in artikel 24.3 van het modelreglement (‘Verbodsbepalingen Gebouw en Gemeenschappelijke Gedeelten’) als onder artikel 25 van het modelreglement (‘Veranderingen in constructie Gebouw’), in beide gevallen is toestemming van de VvE vereist (in het laatste geval eerst na toestemming van de Hoofdvereniging ingevolge het bepaalde in artikel 26 van het modelreglement). 4.
- Het voorgaande brengt verder met zich dat de rechtbank niet (meer) behoeft toe te komen aan alle andere weren van de VvE. 4.
- [eisers] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VvE worden begroot op: - griffierecht € 688,00 - salaris advocaat € 1.228,00 (2 punten × € 614,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.094,00 5De beslissing De rechtbank 5.
- wijst de vorderingen van [eisers] af, 5.
- veroordeelt [eisers] in de proceskosten van € 2.094,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend; 5.
- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken op 26 november
- Formulering is overgenomen van de als productie 6 bij dagvaarding overgelegde omgevingsvergunning van de gemeente Maastricht. Het ontwerp is van AMA Group en als productie 5 bij dagvaarding in het geding gebracht. Zie productie 10 bij dagvaarding. Zie dagvaarding, randnummer
- Zie conclusie van antwoord, randnummer
- Zie dagvaarding, randnummer
- Het gaat immers alleen om de vraag of de litigieuze constructie valt onder de categorie zonneschermen, windschermen en bloembakken.