RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/340910 / HA ZA 25-156 Vonnis van 12 november 2025 in de zaak van PARC BEHEER [plaats] B.V., te Eijsden- [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: PARC Beheer, advocaat: mr. G.E.E.M. van der Heijden, tegen [gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. B.A.L.H. Robijns. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald - het exploot van schorsing en hervatting van 10 november 2025 waarbij PARC Beheer als rechtsopvolger van [naam bv] de procedure voortzet - de mondelinge behandeling van 11 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.
- Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechter mondeling meegedeeld dat hij aan eisende partij een bewijsopdracht zal verstrekken, waarvan de precieze inhoud in dit vonnis is geformuleerd. 2De verdere beoordeling 2.
- In deze zaak staat centraal de vraag of op 14 december 2023 een koopovereenkomst is gesloten tussen [naam bv] ( [naam bv] ) en [gedaagde] met betrekking tot de horecagelegenheid die door [naam bv] werd geëxploiteerd in een gehuurd pand aan de [straatnaam] in [plaats] . 2.
- Partijen zijn het eens dat op 14 december 2023 een bijeenkomst heeft plaatsgevonden waarbij aanwezig waren [gedaagde] , [naam 1] (namens [naam bv] ) en de heer [naam adviseur] als extern adviseur van [naam bv] en Parc Beheer. Parc Beheer (als rechtsopvolger van [naam bv] ) stelt dat [gedaagde] tijdens die bijeenkomst heeft ingestemd met het aanbod: [gedaagde] neemt de inventaris van de brasserie over van [naam bv] en mag de brasserie voortzetten; [gedaagde] betaalt hiervoor een vergoeding aan [naam bv] van in totaal € 52.587,50 exclusief btw, eventueel met uitgestelde financiering, waarbij de keukeninventaris is gewaardeerd op € 22.587,50; [gedaagde] ziet af van uitbetaling van door hem in dienst van [naam bv] gemaakte overuren (ongeveer 500 uur) 2.
- [gedaagde] ontkent dat een dergelijke overeenkomst tot stand is gekomen. Zoals de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling al heeft medegedeeld, zal aan Parc Beheer de gelegenheid geboden worden om het bestaan van deze overeenkomst te bewijzen. Met de advocaten van partijen is afgesproken dat de zaak wordt verwezen naar de rol van 26 november voor het doen van opgave van getuigen en verhinderdata. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat het wenselijk is om met name [gedaagde] , [naam 1] , de heer [naam adviseur] en [naam 2] als getuigen te horen. Als partijen nadere stukken of verduidelijking aan deze bewijsopdracht kunnen toevoegen, dienen zij dat uiterlijk twee weken voor de nog te plannen getuigenverhoren bij akte in te brengen. 2.
- Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De rechtbank 3.
- draagt Parc Beheer op te bewijzen dat tussen [naam bv] en [gedaagde] een overeenkomst is ontstaan zoals hiervoor onder 2.2 is weergegeven, 3.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 26 november 2025 voor uitlating door Parc Beheer en [gedaagde] over de te horen getuigen, en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden januari 2026 tot en met maart 2026, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald, 3.
- bepaalt dat, als PARC Beheer geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen, 3.
- bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. H.H. Dethmers, in het gerechtsgebouw te Roermond aan de Willem II singel 67, 3.
- bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. H.H. Dethmers en in het openbaar uitgesproken door mr. B.R.M. de Bruijn op 12 november
- CB