← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2025:13216

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/313889 / HA ZA 23-50 Vonnis van 1 oktober 2025 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , te [woonplaats 1] ,

  1. [eiser sub 2], te [woonplaats 2] ,
  2. [eiseres sub 3], te [woonplaats 3] ,
  3. [eiseres sub 4], te [woonplaats 4] ,
  4. [eiseres sub 5], te [woonplaats 4] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] , advocaat: mr. F.H.I. Hundscheid te Sittard, tegen [gedaagde] , te [woonplaats 5] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. W.G.M.M. van Montfort te Heerlen. 1De verdere procedure 1.
  5. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 20 november 2024, het deskundigenbericht, ter griffie ingekomen op 8 juli 2025, de conclusie na deskundigenbericht van [eisers] , het B16-formulier van [gedaagde] waarin hij bericht dat hij afziet van het nemen van een conclusie na deskundigenbericht. 1.
  6. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
  7. De door de rechtbank benoemde deskundige ing. M.J. Kakkenberg heeft blijkens voormeld deskundigenbericht/taxatierapport geconcludeerd dat de marktwaarde van het gehele getaxeerde object [adres] te [woonplaats 4] moet worden gesteld op totaal en afgerond € 915.000,
  8. 2.
  9. Deze conclusie maakt de rechtbank tot de hare, nu de premissen die de deskundige tot deze conclusie hebben gebracht helder, consistent en coherent zijn en de conclusie hier logisch op volgt, hierbij in acht genomen dat partijen bij de totstandkoming van het taxatierapport betrokken zijn geweest en hun argumenten zijn meegewogen. 2.
  10. Gelet op het voorgaande en op al hetgeen de rechtbank bij tussenvonnis van 20 november 2024 heeft overwogen dient er een nieuwe conceptakte van verdeling te worden opgemaakt, waarbij de door [eisers] overgelegde conceptakte weliswaar als uitgangspunt dient, maar hierbij het volgende in acht dient te worden genomen (en derhalve in de verdeling van de nalatenschappen dient te worden betrokken):

(1)de marktwaarde van de woning, schuur en gronden aan de [adres] te [woonplaats 4] wordt bepaald op € 915.000,00;
(2)[gedaagde] is uit hoofde van telkens een overeenkomst van geldlening verschuldigd aan:(
  1. a)[eiser sub 1] , een bedrag van € 193.500,00, te vermeerderen met de rente die minimaal gelijk is aan de rente die [eiser sub 1] aan de betreffende banken is verschuldigd wegens de door [eiser sub 1] , ter doorbetaling aan [gedaagde] opgenomen bedragen, alsmede alle overige kosten die door de betreffende banken dienaangaande aan [eiser sub 1] in rekening worden gebracht,
  2. b)[eiser sub 2] , een bedrag van € 5.000,00,
  3. c)[eiseres sub 3] , een bedrag van € 4.500,00,
  4. d)[eiseres sub 4] , een bedrag van € 2.000,00,
  5. e)[eiseres sub 5] , een bedrag van € 1.000,00. 2.4. De rechtbank zal overeenkomstig het (primair) sub I gevorderde bepalen dat [gedaagde] gehouden is tot ondertekening van een, met inachtneming van het voorgaande, nieuw op te maken conceptakte alsmede tot het verlenen van zijn medewerking aan de hieruit voortvloeiende leveringshandelingen, op de hierna in het dictum geformuleerde wijze. 2.5. Wat betreft het (primair) sub II gevorderde, betrekking hebbende op de koop van het bakhuis, verwijst de rechtbank naar hetgeen zij dienaangaande heeft overwogen in het tussenvonnis van 20 november 2024 (rov. 4.4 t/m 4.4.2). De rechtbank zal, in het licht hiervan, niettemin in het dictum opnemen dat zij verstaat dat, nu [eisers] en [gedaagde] samen het voorkeursrecht tot koop van het bakhuis hebben, zij zich gezamenlijk dienen te verstaan om tot koop hiervan over te gaan, waaronder de koopprijs. Partijen zullen hierover met elkaar in onderhandeling moeten treden waarbij, indien [gedaagde] geen gebruik wenst te maken van de koopoptie, [eisers] zouden kunnen overwegen [gedaagde] uit te kopen als zij willen vasthouden aan de betreffende aankoop. 2.6. Uit het tussenvonnis van 20 november 2024 alsmede hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het (primair) sub III gevorderde voor toewijzing vatbaar is, met dien verstande dat de gevorderde indeplaatstreding niet zal gelden voor het bakhuis zoals volgt uit hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 2.5 is overwogen. 2.7. Uit rechtsoverweging 4.5 van het tussenvonnis van 20 november 2024 volgt dat de kosten van executele worden bepaald op een bedrag van € 7.500,00 inclusief btw en als schuld van de nalatenschap dienen te worden aangemerkt. 2.8. Nu partijen bloedverwanten van elkaar zijn, zullen de proceskosten, waaronder de kosten van het deskundigenbericht/taxatierapport, worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3De beslissing De rechtbank: 3.1. stelt de verdeling van de nalatenschappen van moeder en vader [familienaam] aldus vast dat [gedaagde] gehouden is tot de onvoorwaardelijke ondertekening van een nieuw op te maken akte van verdeling, met inachtneming van hetgeen de rechtbank hiervoor onder rechtsoverweging 2.3 heeft overwogen (onderdelen 1 en 2 [a tot en met e]), waarbij [gedaagde] zijn volle en onvoorwaardelijke medewerking dient te verlenen aan de uit die akte van verdeling voortvloeiende leveringshandelingen; 3.2. bepaalt dat, indien [gedaagde] niet meewerkt aan ondertekening van de nieuw op te maken akte van verdeling en de daaruit voortvloeiende leveringshandelingen, dit vonnis dezelfde kracht heeft als bedoelde, in wettige vorm opgemaakte akte en dat het vonnis in de plaats treedt van de hiervoor bedoelde ondertekening en medewerking aan de leveringshandelingen door [gedaagde] ; 3.3. bepaalt de kosten van executele, zijnde een schuld van de nalatenschap, op een bedrag van € 7.500,00 inclusief btw; 3.4. verstaat dat partijen zich dienen te verstaan over gebruikmaking van de gezamenlijke koopoptie betreffende de koop van het bakhuis, waaronder de koopprijs; 3.5. verklaart de veroordeling onder 3.1 uitvoerbaar bij voorraad; 3.6. wijst af het meer of anders gevorderde; 3.7. compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025. Zulks in afwijking van de conceptakte van verdeling die als productie 12 bij ‘akte houdende overlegging producties, tevens houdende wijziging van eis’ is overgelegd. Voor de onderscheiden percelen en hun marktwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar het betreffende deskundigenbericht/taxatierapport (pag.’s 42 t/m 46).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.