RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/324044 / HA ZA 23-484 Vonnis van 17 september 2025 in de zaak van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , te [woonplaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , advocaat: mr. R.A. Wijnands, tegen [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , te [woonplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , advocaat: mr. J.G.M. Nass. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 20 november 2024 - de akte aanvaarden bewijsopdracht en opgeven getuigen, tevens opgeven verhinderdata voor getuigenverhoor, alsmede een voorwaardelijke vermeerdering van eis van 17 december 2024 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] - het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 2 april 2025 - het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 3 april 2025- de akte opgave getuigen van 30 april 2025 van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]- het proces-verbaal van de contra-enquête van 18 juni 2025 - het B-16 formulier van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] van 17 juli 2025, waarin zij aangeeft geen conclusie na enquête te overleggen - de conclusie na getuigenverhoor en contra-enquête van 30 juli 2025 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling in conventie 2.
- In het tussenvonnis van 20 november 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de rechtbank [eiser in conventie, verweerder in reconventie] opgedragen bewijs te leveren van de stelling dat hij eigenaar is van [naam] . Als [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in die bewijslevering slaagt, dan zal de rechtbank de primaire vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] – volledig eigendom van [naam] – toewijzen. Als [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet in zijn bewijslevering slaagt, dan moet de rechtbank beoordelen of de subsidiaire vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] – mede-eigendom van [naam] – toegewezen kan worden. 2.
- Ter uitvoering van de bewijsopdracht heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in een getuigenverhoor mevrouw [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ), de heer [getuige 2] (hierna: [getuige 2] ), de heer [getuige 3] (hierna: [getuige 3] ), de heer [getuige 4] (hierna: [getuige 4] ), de heer [getuige 5] (hierna: [getuige 5] ) mevrouw [getuige 6] (hierna: [getuige 6] ), mevrouw [getuige 7] (hierna: [getuige 7] ), de heer [getuige 8] (hierna: [getuige 8] ) en zichzelf laten horen. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft in de contra-enquête de heer [getuige 9] (hierna: [getuige 9] ), mevrouw [getuige 10] (hierna: [getuige 10] ), mevrouw [getuige 11] (hierna: [getuige 11] ) en zichzelf laten horen. 2.
- Tussen partijen staat vast dat [naam] op 27 november 2021 door [getuige 1] verkocht is. Tussen partijen staat ook vast dat alleen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en [getuige 1] aanwezig waren bij de koop en levering van [naam] . Alleen zij kunnen aldus uit eigen waarneming verklaren of [naam] eigendom van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is geworden. De getuigenverklaringen 2.
- [getuige 1] heeft tijdens het getuigenverhoor – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Dhr. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft mij opgebeld omdat hij interesse had in een hond. Dat telefoongesprek was alleen met dhr. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . […] Dhr. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is dezelfde dag als het telefoongesprek [naam] komen ophalen. Ik kan me niet herinneren of mevr. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bij het ophalen van [naam] aanwezig was. Ik was op erg op dhr. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gericht. In mijn beleving was het gesprek alleen tussen mij en dhr. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . Ik was erg op hem gericht door zijn verhaal. Ik weet wel dat ze samen in de auto zaten omdat dhr. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zei “we komen de hond halen”. De onderhandelingen heb ik gedaan met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . Ik was iets coulanter over de prijs omdat hij van ver was komen rijden en omdat hij geen keuze meer had in de hond. In het telefoongesprek is er niet over de prijs gesproken. Er is € 550,- contant betaald. Op Marktplaats zal € 600,- of € 650,- hebben gestaan, ik kan het me niet precies herinneren. Het bedrag is door dhr. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] betaald. De aankoopfactuur is wat later gemaakt nadat dhr. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] hierom had gevraagd. Dhr. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vertelde mij dat dit was omdat er een vechtscheiding was ontstaan. Hij is hiervoor naar mij toe gekomen. Ik maak normaal geen aankoopfactuur voor de aankoop van een hondje. Dat is door dhr. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verzocht. […] Ik had het gevoel dat ik dhr. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wilde helpen en bij mevr. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] had ik dat minder. Ik heb de hond ook aan dhr. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verkocht.” 2.
- [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft tijdens het getuigenverhoor – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Ik heb het hondje opgezocht op Marktplaats. Ik heb daarvoor met mevr. [getuige 1] gebeld. Ik was toen samen met mevr. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . Wij waren toen samen bij haar in de woonkamer. Toen ik heb gebeld met mevr. [getuige 1] was mevr. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] daarbij aanwezig. Wij hebben een tijd met mevr. [getuige 1] afgesproken. Ik had toen € 550,- bij me van mijn eigen geld. Ik ben toen naar mevr. [getuige 1] toegereden. Ik heb toen een gesprek met mevr. [getuige 1] gehad zonder dat iemand daar inmenging in had. Ik heb toen € 50,- korting gekregen omdat ik zover ben gereden met mijn eigen auto. Ik heb toen mijn hond mee naar huis genomen. Ik ben ergens in de middag naar mevr. [getuige 1] gereden. Daar was mevr. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bij. Ik weet niet waar mevr. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] was tijdens het gesprek met mevr. [getuige 1] . Volgens mij was er maar één hondje. Ik heb geen keuze hoeven maken. […] Mevr. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft niets gepind waar ik bij was. Ik heb haar uitgelegd dat ik nooit meer samen een hond met iemand zou nemen. Ik ken de situatie van mevr. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . Ik vond het niet juist om geld van haar te vragen. […] Ik vind dat de hond van mij is omdat ik de hond gekocht heb.” 2.
- [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft tijdens de contra-enquête – voor zover van belang – het volgende verklaard: “ Ik heb samen met de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gesproken met mevrouw [getuige 1] . Het nummer van [getuige 1] staat nog altijd in mijn telefoon. Het contact heeft plaatsgevonden in mijn huis met mijn telefoon. Er waren nog twee hondjes over, daar konden wij dan uit kiezen. Dat werd tijdens het telefoongesprek al verteld. Ik ben de helft van het bedrag gaan pinnen. Er was afgesproken dat we allebei de helft zouden betalen. [naam] stond voor € 550,- op Marktplaats. Er is telefonisch al besproken of er iets van de prijs af kon. Ik ben € 250,- gaan pinnen. We zijn in de auto gesprongen en zijn richting [plaats] gereden. In [plaats] kwamen we aan op een grote boerderij. Mevrouw kwam al naar buiten en liet ons twee paardenboxen zien. In één van de paardenboxen lagen de hondjes. Die konden daar rond lopen. We zijn samen naar de hondjes gaan kijken. Ik was voornamelijk bezig met de hondjes. Meneer [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft vooral met mevrouw [getuige 1] gesproken Hij was bezig met kletspraat. Er waren nog twee hondjes. Er mocht een keuze gemaakt worden. [naam] was het allerkleinste van de twee. Mijn keuze viel meteen op haar, omdat ze zo klein was. Ik heb de € 250,- aan de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gegeven in de auto. De heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft het geld aan mevrouw [getuige 1] overhandigd. […] De bedoeling was om samen voor het hondje te gaan zorgen. Mijn stelling is niet dat wij samen eigenaar zijn van [naam] . De heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft zelf besloten om weer naar het buitenland te gaan. Ik was de enige die voor [naam] zorgde.” [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft het aan hem opgedragen bewijs geleverd 2.
- Voor de bewezenverklaring van de bewijsopdracht dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] eigenaar is van [naam] is niet vereist dat daarover absolute zekerheid bestaat. Het gaat er om dat de gestelde feiten waarvan bewijs is opgedragen in voldoende mate aannemelijk zijn geworden op grond van de voorhanden bewijsmiddelen (zie ook HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182). De waardering van het bewijs is aan het oordeel van de rechter overgelaten, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 152 lid 2 Rv). Dat betekent dat aan een getuigenverklaring in beginsel vrije bewijskracht toekomst. Van vrije bewijskracht is geen sprake bij een partijgetuigenverklaring, zoals de verklaringen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zelf moet worden gekwalificeerd. Zijn verklaring kan op grond van artikel 164 lid 2 Rv, omtrent de door hem te bewijzen feiten, geen bewijs in zijn voordeel opleveren, tenzij de verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs. De rechtbank merkt hierbij op dat op 1 januari 2025 de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht in werking is getreden en dat daarbij artikel 164 lid 2 (oud) Rv is geschrapt. In deze zaak is deze bepaling echter nog wel van toepassing, omdat deze procedure is gestart voor 1 januari
- Van onvolledig bewijs is sprake als er aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partijgetuigenverklaring voldoende geloofwaardig maken (HR 31 maart 1995, NJ 1997/592 (Taams/Boudeling)). Of er toch bewijskracht toekomt aan de getuigenverklaringen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zelf is dus afhankelijk van de mate van waardering door de rechtbank van de overige getuigenverklaringen. 2.
- [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt eigenaar te zijn van [naam] . Dieren zijn op grond van artikel 3:2a BW geen zaken, maar de wettelijke bepalingen over zaken zijn in beginsel wel op dieren van toepassing. Voor het verkrijgen van eigendom is in dit kader doorslaggevend of [naam] rechtsgeldig aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is overgedragen. Volgens artikel 3:84 lid 1 BW is voor overdracht van eigendom een geldige titel, een leveringshandeling en beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder vereist. Deze drie vereisten zijn cumulatief. Wanneer één van de vereisten ontbreekt, komt geen geldige overdracht tot stand. 2.
- De rechtbank overweegt dat [naam] rechtsgeldig aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is overgedragen, omdat aan alle drie de vereisten van artikel 3:84 lid 1 BW is voldaan. De rechtbank kent bij haar oordeel veel waarde toe aan de verklaring van [getuige 1] . Zij heeft, anders dan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , geen belang bij de uitkomst van deze zaak. Bovendien sluit die verklaring op belangrijke onderdelen aan bij de verklaring van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , zoals dat [naam] de laatste bij [getuige 1] aanwezige hond was, dat zij de onderhandelingen over de koop van [naam] met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft gevoerd en dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de aankoopprijs heeft voldaan. De rechtbank acht haar verklaring om die reden geloofwaardig en consistent. [getuige 1] heeft aldus verklaard dat zij [naam] aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft verkocht. Dit betekent dat er een koopovereenkomst tot stand is gekomen tussen [getuige 1] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . Dit is een geldige titel voor de overdracht. [naam] is op 27 november 2021 door [getuige 1] aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geleverd door afgifte. Bovendien was [getuige 1] beschikkingsbevoegd om [naam] over te dragen. Het eigendom van [naam] is derhalve door [getuige 1] aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] overgedragen. 2.
- De overige getuigen waren niet aanwezig bij de overdracht van [naam] op 27 november 2021 en kunnen daarom niet uit eigen waarneming verklaren over de eigendomsverkrijging ten aanzien van [naam] . Voor zover deze getuigen hebben verklaard op basis van “horen zeggen”, dan wel omtrent de vorige hond van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , de periode ná de overdracht of het moment waarop [naam] aan hen is voorgesteld, acht de rechtbank dit onvoldoende relevant voor de beantwoording van de eigendomsvraag. Deze verklaringen leiden daarom niet tot een ander oordeel. Conclusie 2.
- De rechtbank is van oordeel dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in zijn bewijsopdracht is geslaagd. De rechtbank zal de primaire vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] – volledige eigendom over [naam] – toewijzen. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] moet [naam] aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] afstaan. 2.
- Aangezien [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zich gedurende deze procedure niet bereid heeft getoond om [naam] af te staan, ook niet nadat in het tussenvonnis reeds was vastgesteld dat zij in ieder geval niet het volledig eigendom over [naam] heeft, en zij [naam] bovendien in het verleden al een keer tegen de afspraken in bij [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft weggehaald, acht de rechtbank een prikkel tot nakoming op zijn plaats. De rechtbank zal de gevorderde dwangsom matigen tot € 50,00 per dag of gedeelte daarvan, met een maximum van € 5.000,
- 2.
- Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. in reconventie 2.
- Omdat de rechtbank in het tussenvonnis al heeft overwogen dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet aan haar stelplicht heeft voldaan, zal de vordering in reconventie worden afgewezen. 2.
- Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3De beslissing De rechtbank in conventie 3.
- verklaart voor recht dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] eigenaar is van hond [naam] , 3.
- veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om [naam] binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] af te staan door middel van feitelijke bezitsverschaffing, 3.
- veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot het verbeuren van een dwangsom van € 50,00 per dag, dan wel een deel van de dag, voor elke dag dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet voldoet aan haar verplichting zoals genoemd onder rechtsoverweging 3.2, met een maximum van € 5.000,00, 3.
- compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 3.
- wijst de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] af, 3.
- compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. V. Steijvers en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.