← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2025:13225

RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/337382 / HA ZA 24-579 Vonnis van 17 september 2025 in de zaak van: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , te [woonplaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: de vrouw, advocaat: mr. J.M.E. van den Heuvel, tegen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , te [woonplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: de man, advocaat: mr. S.X.J. Zuidema. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met twee producties- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met negen producties - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald - de conclusie van antwoord in reconventie tevens vermeerdering van eis in conventie met twee producties- de mondelinge behandeling van 16 september
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. Partijen zijn in het verleden gehuwd geweest in gemeenschap van goederen. Op 4 juni 2008 heeft deze rechtbank de echtscheiding uitgesproken. Het huwelijk is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand op 13 oktober
  5. 2.
  6. Tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoort nog de voormalige echtelijke woning, gelegen aan [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning). Sinds 1 augustus 2007 woont alleen de man nog in de woning. 3Het geschil in conventie 3.
  7. De vrouw vordert – samengevat – verdeling van de woning en medewerking van de man aan de overeenkomst van opdracht met de makelaar, de verkoopovereenkomst en de levering. 3.
  8. De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling de vermeerdering van eis in conventie ingetrokken. 3.
  9. De man voert grotendeels geen verweer meer tegen de vorderingen. 3.
  10. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. in reconventie 3.
  11. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling zijn vorderingen in reconventie ingetrokken. 4De beoordeling in conventie 4.
  12. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt over de wijze van verdeling van de woning langs de contouren van de vorderingen die de vrouw in conventie heeft ingesteld. Het dictum weerspiegelt de afspraken van partijen. De man heeft ingestemd met de aangepaste hoogte van de dwangsommen. 4.
  13. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. in reconventie 4.
  14. Nu de vorderingen van de man in reconventie zijn ingetrokken, kunnen deze inhoudelijk niet meer beoordeeld worden. De rechtbank zal de man daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn vorderingen. 4.
  15. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing De rechtbank: in conventie 5.
  16. stelt de (nadere) verdeling vast ten behoeve van het pand gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning), in die zin dat dit pand wordt verkocht aan een derde; 5.
  17. verstaat dat partijen tijdens de mondelinge behandeling zijn overeengekomen dat de man mee mag bieden als de woning in de verkoop staat. Partijen zullen het hoogste bod accepteren. Als er geen hoger bod is dan de door de makelaar bepaalde laatprijs en de man in staat is voor die laatprijs, die in dat geval niet lager mag zijn dan de openstaande hypotheek, het aandeel van de vrouw in de woning over te nemen, mag hij het voor die laatprijs overnemen onder ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid; 5.
  18. veroordeelt de man om uiterlijk op 15 december 2025 de overeenkomst van opdracht aan makelaar [naam makelaar 1] (of als [naam makelaar 1] niet bereid is de opdracht te accepteren, makelaar [naam makelaar 2] ) te ondertekenen die strekt tot verkoop van de woning per 2 februari 2026, waarbij de man bij niet meewerking een dwangsom verbeurt van € 50,- per dag met een maximum van € 25.000,-; 5.
  19. gebiedt de man volledige medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning; 5.
  20. bepaalt dat indien de man niet uiterlijk op 15 december 2025 de overeenkomst van opdracht heeft getekend, en hij daarna alsnog niet binnen 7 dagen na betekening van het vonnis opdracht tot verkoop van de woning heeft verstrekt, het vonnis van de rechtbank in de plaats treedt van zijn medewerking aan de verkoopopdracht van de woning aan de makelaar; 5.
  21. bepaalt dat de man uiterlijk op 15 januari 2026 ervoor zorgdraagt dat de woning, tuin, ondergrond en overige toebehoren in behoorlijke staat en opgeruimd zijn op het moment dat de makelaar foto’s en een omschrijving komt maken, een en ander ter beoordeling van de makelaar, waarbij de man bij niet meewerking binnen 10 dagen na betekening van het vonnis een dwangsom verbeurt van € 50,- per dag met een maximum van € 25.000,-; 5.
  22. veroordeelt de man mee te werken aan alle bezichtigingen van de makelaar en op eerste verzoek van de vrouw en/of de makelaar de sleutels van de woning uiterlijk een half uur voor bezichtiging aan hem/haar ter hand te stellen en zowel de makelaar en kandidaten tijdig en volledig tot de woning toe te laten, waarbij de man bij niet meewerking een dwangsom verbeurt van € 50,- per dag met een maximum van € 25.000,-; 5.
  23. veroordeelt de man om medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning tegen een door de makelaar te bepalen vraag- en laatprijs; 5.
  24. bepaalt dat aan de vrouw vervangende toestemming wordt verleend voor verkoop en levering van de woning indien de man niet op eerste verzoek van de vrouw medewerking verleent en bepaalt dat dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 BW mede in de plaats zal treden van de door de notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot de woning, voor zover het betreft het verlenen van toestemming van de man tot die levering, indien de man deze toestemming op eerste verzoek van de vrouw en/of de notaris weigert; 5.
  25. bepaalt dat de hypothecaire geldleningen bij de eigendomsoverdracht zullen worden afgelost uit de verkoopopbrengst van de woning; 5.
  26. bepaalt dat de netto-verkoopopbrengst gelijkelijk tussen partijen dient te worden verdeeld en bepaalt dat indien sprake is van een onderwaarde ieder der partijen de helft van de onderwaarde dient te dragen, met uitzondering van de situatie dat de man de woning overneemt zoals bedoeld in 5.2; 5.
  27. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; 5.
  28. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  29. wijst het meer of anders gevorderde af; in reconventie 5.
  30. verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn vorderingen; 5.
  31. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 17 september
  32. JPW

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.