← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2025:13226

RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/344080 / HA ZA 25-335 Vonnis in incident van 22 oktober 2025 in de zaak van [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] , h.o.d.n. [handelsnaam], te [woonplaats] , eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, hierna te noemen: [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] , advocaat: mr. L.M. Dressel, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] , te [vestigingsplaats] , gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, hierna te noemen: [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] , advocaat: mr. A.P.C. Houben. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 t/m 9, de incidentele conclusie houdend verzoek tot verwijzing, de incidentele conclusie van antwoord met productie
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2Het geschilin de hoofdzaak 2.
  4. [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] stelt dat hij op grond van een overeenkomst van opdracht voor [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] diensten heeft verricht. Volgens [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] is [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ondanks herhaalde sommaties nalatig gebleven om het door haar verschuldigde bedrag te voldoen. [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] vordert daarom - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] zal veroordelen om aan hem te voldoen: a. € 22.905,00 in hoofdsom; b. de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over het onder sub a gevorderde bedrag vanaf de respectievelijke data van verzuim van de openstaande facturen, althans subsidiair vanaf enige door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, althans meer subsidiair vanaf de dag van dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening; c. € 1.004,05 wegens buitengerechtelijke kosten van incasso; d. € 997,09, ter zake de door eiser gemaakte kosten van beslag; het voorgaande onder veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure, waaronder het salaris van de raadsman. in het incident 2.
  5. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] vordert dat de rechtbank de zaak op grond van artikel 93 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) verwijst naar de kamer voor kantonzaken omdat de hoofdsom die gevorderd wordt € 22.905,00 bedraagt. De kamer voor andere zaken dan kantonzaken is daarom onbevoegd om van het geschil kennis te nemen. 2.
  6. [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] voert verweer. Hij stelt dat bij de bepaling van de hoogte van de vordering, die relevant is voor de vraag welke kamer bevoegd is van het geschil kennis te nemen, rekening moet worden gehouden met de verschenen rente tot aan de dag van de dagvaarding en ook met de buitengerechtelijke kosten en de beslagkosten. Het totaal van alle vorderingen bedraagt € 26.373,
  7. Voor zover de beslagkosten tot de te liquideren proceskosten zouden behoren, beloopt de vordering € 25.376,
  8. Hoe dan ook is het totale beloop van de vordering hoger dan € 25.000,
  9. Dat betekent dat de kamer voor andere zaken dan kantonzaken bevoegd van de zaak kennis te nemen, aldus [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] . 3De beoordeling in het incident 3.
  10. In artikel 93 aanhef en onder a Rv is bepaald dat zaken betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,00, worden behandeld en beslist door de kantonrechter. Voor de vraag of de vordering al dan niet hoger is dan € 25.000,00 moeten de verschenen rente tot aan de dag der dagvaarding alsmede de buitengerechtelijke kosten worden meegerekend. Het vorenstaande betekent dat de totale vordering van [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] op [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] meer dan € 25.000,00 bedraagt en de kamer voor andere zaken dan kantonzaken bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. 3.
  11. De rechtbank zal de incidentele vordering dus afwijzen. 3.
  12. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn. 4De beslissing De rechtbank in het incident 4.
  13. wijst het gevorderde af, 4.
  14. veroordeelt [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] tot op heden begroot op € 614,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 4.
  15. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, in de hoofdzaak 4.
  16. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 3 december 2025 voor conclusie van antwoord. Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken. AH Artikel 93 aanhef en onder a Rv. Artikel 94 lid 1 Rv.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.