RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/328702 / HA ZA 24-135 Vonnis van 22 oktober 2025 in de zaak van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , te [woonplaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , advocaat: mr. A.L. Stegeman, tegen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , te [woonplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , advocaat: mr. W.J.F. Geertsen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 18 juni 2025 - de akte van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 14 juli 2025- de akte van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van 15 juli 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling Vooraf 2.1. De voorheen behandelend rechter, mr. V. Steijvers, is sedert 1 oktober 2025 niet meer in het team Burgerlijk recht werkzaam, maar zij heeft haar opleiding elders voortgezet. De behandeling van deze zaak is overgenomen door mr. V.E.J. Noelmans, die overigens bij de mondelinge behandeling en descente aanwezig was. De rechtbank acht om die reden een nieuwe mondelinge behandeling niet noodzakelijk. Mochten partijen (of één van hen) ondanks het voorgaande toch een nieuwe mondelinge behandeling wensen, dan verzoekt de rechtbank dit aan haar kenbaar te maken en wel op de navolgende wijze. 2.2. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 18 juni 2025 onder andere geoordeeld dat eerst de ligging van de erfgrens vastgesteld moet worden om te kunnen beoordelen of partijen worden belemmerd in hun gebruik bij het plaatsen van een erfafscheiding op de erfgrens. In dat kader dient een deskundige, zijnde een persoon werkzaam bij het Kadaster, benoemd te worden om een deskundigenonderzoek uit te voeren. Het komt de rechtbank het meest efficiënt voor eerst dit deskundigenbericht tot stand te laten komen. Partijen krijgen daarna de mogelijkheid om op het deskundigenbericht te reageren bij conclusie na deskundigenbericht. Indien zij een nieuwe mondelinge behandeling wensen, dan verzoekt de rechtbank dit in die conclusie aan haar kenbaar te maken onder gelijktijdige overlegging van de verhinderdata van partijen en hun advocaten over een periode tot vijf maanden na de datum van indiening van die conclusie. Vragen 2.3. Partijen hebben zich bij akte uitgelaten over de aan de te benoemen deskundige te stellen vragen. De rechtbank overweegt daarover het volgende. 2.4. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is niet concreet ingegaan op de reeds door de rechtbank bij tussenvonnis van 18 juni 2025 formuleerde vraag, maar heeft bij akte van 14 juli 2025 zelf twee vragen aan de te benoemen deskundige geformuleerd. Gelet hierop neemt de rechtbank aan dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich kan vinden in de door de rechtbank geformuleerde vraag. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wenst dat daaraan de volgende vragen worden toegevoegd: - Wilt u bij het opmaken van de kadastrale tekening eveneens kenbaar maken op welke afstand de kadastrale grens zich bevindt ten opzichte van het opgaande trapje, de aanwezige bebouwing en het thans aanwezige pad zoals dat is gesitueerd in de richting van de achtertuin(
- en)van beide percelen? - Wilt u daarbij de van toepassing zijnde erfdienstbaarheden eveneens betrekken in uw uiteenzetting? Waarbij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] volledigheidshalve verzoekt om daarbij te betrekken de tekeningen die als productie 9 en productie 10 bij dagvaarding werden overgelegd. 2.5. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] acht de vraagstelling geformuleerd door de rechtbank relevant. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] wenst dat daaraan de volgende vragen/opmerkingen worden toegevoegd: Bij de bepaling van de erfgrens dient de (ligging van
- de)trap te worden meegenomen; Er dient een uitspraak te worden gedaan over wie de erfafscheiding plaatst (aangezien goed onderling overleg uitgesloten lijkt) en hoe deze er uit moet zien (in verband met de privacy) en hoe de kosten daarvan over partijen worden verdeeld. 2.6. De rechtbank overweegt dat – nu beide partijen dit wensen en de rechtbank deze vraag relevant acht – de eerste vraag van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal worden voorgelegd aan de te benoemen deskundige. De rechtbank is van oordeel dat zowel de tweede geformuleerde vraag door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als de tweede geformuleerde vraag/opmerking door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in dit stadium van de procedure onvoldoende relevant zijn en/of niet door de deskundige beantwoord kunnen worden, omdat het een juridisch oordeel behelst. 2.7. De rechtbank bepaalt, met inachtneming van het voorgaande, dat de vraagstelling komt te luiden als weergegeven onder de beslissing. Deskundigenbericht 2.8. De rechtbank zal de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. De hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige zal de rechtbank, overeenkomstig de begroting gemaakt door de te benoemen deskundige en de reactie van partijen daarop, vaststellen op een bedrag van € 540,00 inclusief omzetbelasting. In het tussenvonnis van 16 juni 2025 is aangekondigd dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] het voorschot op de kosten van de deskundige moet deponeren. Echter, [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] procedeert met toevoeging, waardoor aan haar geen voorschot zal worden opgelegd. 2.9. De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij. 2.10. Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijk opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken. 2.11. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De rechtbank 3.1. benoemt tot deskundige: de heer R. van Bun werkzaam bij het Kadaster Postbus 9046 7300 GH Apeldoorn Tel: 088 - 1832000 E-mail: roy.vanbun@kadaster.nl de vragen aan de deskundige 3.2. de door de deskundige te beantwoorden vragen zijn: Kunt u de kadastrale erfgrens vaststellen tussen de percelen [kadasternummer 1] en [kadasternummer 2] ? Kunt u bij het opmaken van de kadastrale tekening eveneens kenbaar maken op welke afstand de kadastrale grens zich bevindt ten opzichte van de trap, de aanwezige bebouwing en het thans aanwezige pad zoals dat is gesitueerd in de richting van de achtertuin(
- en)van beide percelen? het voorschot 3.3. stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 540,00 (inclusief btw), 3.4. legt aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen voorschot op, 3.5. bepaalt dat het voorschot hangende de procedure op de voet van artikel 195 jo. artikel 199 lid 3 Rv ten laste van ’s Rijks kas in debet zal worden gesteld, het onderzoek 3.6. bepaalt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] het procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen, 3.7. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats, 3.8. wijst de deskundige er op dat: - de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie), - de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen, - de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn, - de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan, - indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd, 3.9. bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek, het schriftelijk rapport 3.10. draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie, 3.11. wijst de deskundige er op dat: - uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd, - de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden, 3.12. bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren, overige bepalingen 3.13. draagt de griffier op om de zaak op de rol te plaatsen: - na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van zowel [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] als [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op een termijn van vier weken, 3.14. houdt iedere verdere beslissing aan, Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.