RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 24/2075 tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. M.J. Jacobs-Hellebrekers), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf, het college (gemachtigde: L.H.J.F. Schlenter). Inleiding
- Bij besluit van 31 juli 2023 (het primaire besluit) heeft het college een financiële tegemoetkoming van € 4.580,00 toegekend waarmee eiser kan verhuizen naar een rolstoeltoegankelijke en rolstoeldoorgankelijke woning. 1.
- Met het bestreden besluit van 30 januari 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij het primaire besluit gebleven. 1.
- Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
- De rechtbank heeft het beroep op 31 januari 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Totstandkoming van het besluit
- Eiser is bekend met een zenuwaantasting gecombineerd met vitaminetekort, slijtage in de nekwervels en heupen. Eiser ondervindt beperkingen bij het lopen en het traplopen door een verminderde spierkracht in de benen, door rug- en knieklachten en door kortademigheid bij inspanning. Eiser loopt in de woning met een rollator.
- Op 26 januari 2023 heeft eiser een melding bij het college gedaan en aangegeven dat hij in aanmerking wil komen voor een traplift. Vervolgens heeft het college onderzoek uitgevoerd en een medisch advies aangevraagd bij de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zuid-Limburg (GGD). Daarnaast heeft het college aan bouwkundige [ naam bouwkundige] (hierna: [ naam bouwkundige] ) gevraagd wat de werkzaamheden zijn om de gehele woning rolstoeltoegankelijk en rolstoeldoorgankelijk te maken en (indien mogelijk) wat de kosten daarvoor zijn. Daarop heeft [ naam bouwkundige] per e-mail aangegeven welke bouwkundige aanpassingen nodig zijn om de woning rolstoeltoegankelijk en rolstoeldoorgankelijk te maken.
- Op 17 april 2023 heeft de GGD advies uitgebracht. De keuringsarts van de GGD concludeert dat eisers woning nog steeds niet geschikt is indien een traplift wordt geïnstalleerd. Gezien de spierzwakte in eisers benen, is er volgens de arts (ook) een medische noodzaak voor drempelloos wonen en dient eiser de woning veilig met een rollator te kunnen verlaten. Daarnaast is er door de zenuwaantasting in combinatie met de heupproblematiek ook een medische noodzaak voor een douche op afschot, met een douchestoel. Als bijkomend voordeel kan eiser bij deze douche makkelijker in een stabiele zijligging worden gelegd bij een wegraking.
- Het college heeft de onderzoeksbevindingen vastgelegd in een Wmo-verslag. Hierin heeft het college aan eiser geadviseerd om te gaan verhuizen naar een rolstoeltoegankelijke en rolstoeldoorgankelijke woning (het zogenoemde verhuisprimaat), omdat uit het onderzoek is gebleken dat eisers woning niet volledig rolstoelgeschikt te maken is en daarom komt eiser niet in aanmerking voor een woningaanpassing (in de vorm van de gevraagde traplift). Op 12 juli 2023 heeft eiser het onderzoeksverslag ondertekend, een aanvraag voor een traplift gedaan en aangegeven niet akkoord te zijn. Het standpunt van het college
- Met het primaire besluit, gehandhaafd met het bestreden besluit, heeft het college aan eiser een financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizen en woninginrichting toegekend. Het college stelt zich onder verwijzing naar het GGD advies op het standpunt dat de woning niet geschikt is voor eiser, omdat de GGD arts heeft vastgesteld dat er een noodzaak is voor traploos en drempelloos wonen. Om de volledige woning geschikt te maken is een traplift noodzakelijk, moet de volledige woning drempelloos worden gemaakt en moet de badkamer worden aangepast. Verder heeft [ naam bouwkundige] vastgesteld dat de slaapkamer rolstoeltoegankelijk moet worden gemaakt en dat het toilet op de begane grond te klein is en niet rolstoeltoegankelijk gemaakt kan worden. De kosten van voornoemde woningaanpassingen komen ruim boven de door het college gestelde grens van € 10.000,00 uiten daarom komt eiser niet in aanmerking voor een woningaanpassing (in de vorm van de gevraagde traplift). Met de realisering van alleen een traplift is de woning niet geschikt voor eiser, omdat dit op geen enkele wijze garandeert dat eiser de komende jaren thuis kan blijven wonen, gelet op eisers progressieve aandoening. Er is niet gebleken van zwaarwegende redenen waardoor eiser niet zou kunnen verhuizen en daarom kan aan eisers wens om niet te verhuizen geen doorslaggevende betekenis worden toegekend. Wat eiser aanvoert
- Eiser voert aan dat met het realiseren van een traplift een voldoende adequate voorziening wordt getroffen en dat verdere aanpassing van de woning niet noodzakelijk is. Er staat nog niet vast dat eiser in een rolstoel zal komen te zitten, zodat het college daar ook geen rekening mee heeft hoeven houden. Één van de behandelaren heeft tegen eiser gezegd dat hij mogelijk in een rolstoel zal komen te zitten als zijn gezondheidstoestand zal verslechteren, maar zijn gezondheid is juist verbeterd nadat hij is geopereerd. Volgens eiser hoeft de woning dan ook niet rolstoeltoegankelijk gemaakt te worden en al zou dat wel het geval zijn, dan is aanpassing van het toilet niet nodig omdat eiser zich vanuit de rolstoel naar het toilet kan verplaatsen met gebruik van de aldaar bevestigde beugels. Verder is de aanpassing van de douche ook niet nodig, omdat eiser daar geen gebruik van maakt vanwege de kans op wegrakingen (vanwege zuurstoftekort) tijdens het douchen. Eiser wil niet verhuizen naar een andere woning. Voor hem zijn geen passende woningen in de omgeving beschikbaar. Eiser staat al jaren op de wachtlijst bij de woningbouwvereniging. Voor een nieuw te betrekken woning zou eiser een aanzienlijk hogere huur moeten gaan betalen. Momenteel is het inkomen van eiser te hoog, waardoor hij alleen in aanmerking komt voor woningen met een huurprijs van € 1.200,00 per maand. Op 24 december 2025 bereikt eiser de pensioenleeftijd en is zijn inkomen € 1.000,00 per maand lager. Hierdoor raakt eiser op termijn in de financiële problemen. Daarnaast wil eiser niet verhuizen naar een andere woning vanwege zijn hobby radio maken, waar hij een volledige studio voor heeft ingericht in zijn huidige woning. Dit zijn omstandigheden waar het college rekening mee moet houden. Beoordeling door de rechtbank
- Deze zaak gaat over de vraag of het college terecht heeft gesteld dat eiser kan verhuizen naar een andere geschikte woning, omdat de kosten van de woningaanpassing hoger zijn dan € 10.000,
- De te beoordelen periode loopt van datum aanvraag (12 juli 2023) tot en met de datum van het bestreden besluit (30 januari 2024). Het verhuisprimaat in het beleid 8.
- Het college heeft in de Nadere regels Wmo zelfredzaamheid en participatie gemeente Landgraaf 2023 (hierna: de Nadere regels) het zogenoemde verhuisprimaat opgenomen. Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Nadere regels beoordeelt het college de noodzaak tot aanpassing van de woning. Indien die noodzaak is vastgesteld en de kosten van woningaanpassing € 10.000,00 of meer bedragen, dient de aanvrager te verhuizen naar een voor hem geschikte en beschikbare woning. Dat wordt het opleggen van het verhuisprimaat genoemd. De aanvrager komt dan in aanmerking voor een vergoeding voor de kosten van verhuizen en herinrichten van maximaal € 4.580,-. Het derde lid, onderdeel c, bepaalt dat het verhuisprimaat niet wordt opgelegd indien;a. er medische redenen zijn waarom een verhuizing niet mogelijk is; b. er andere redenen zijn waardoor het redelijkerwijs niet van de aanvrager kan worden gevergd om te verhuizen; c. een passende woning niet binnen 12 maanden nadat de noodzaak tot aanpassing van de woning is vastgesteld, voor de aanvrager beschikbaar is. 8.
- Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep volgt dat het verhuisprimaat als zodanig niet in strijd is met de Wmo
- Wel zal steeds de vraag moeten worden beantwoord of met de toepassing van dit primaat in een concreet geval een passende bijdrage als bedoeld in artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 wordt geleverd. Die vraag kan slechts worden beantwoord op grond van een onderzoek naar de beperkingen van de betrokkene en alle andere voor die beoordeling relevante feiten en omstandigheden, waaronder de kosten van de aanpassing van de eigen woning en de daadwerkelijke beschikbaarheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen andere woonruimte voor betrokkene. Hiervoor dient in ieder geval betrokken te worden het belang bij behoud van de huidige woonomgeving, een eventuele stijging in de woonlasten als gevolg van de verhuizing, alsmede de wijziging in het wooncomfort bij een verhuizing, afgezet tegen de kosten van een woningaanpassing. Heeft het college rekening mogen houden met rolstoelafhankelijkheid? 8.
- De rechtbank stelt vast dat het college bij het onderzoek naar welke woningaanpassingen noodzakelijk zijn, is uitgegaan van de situatie dat eiser volledig rolstoelafhankelijk wordt. De rechtbank is van oordeel dat het college daar niet van mocht uitgaan en legt hieronder uit waarom dat zo is. 8.
- De rechtbank is van oordeel dat het college geen rekening heeft mogen houden met de kosten voor het aanpassen van de woning zodat deze volledig rolstoeltoegankelijk- en rolstoeldoorgankelijk wordt (waaronder de aanpassing van het toilet en de toegankelijkheid van de slaapkamer). Het is namelijk niet objectief vastgesteld dat eiser (op termijn) rolstoelafhankelijk wordt. Uit het GGD advies blijkt dat eiser zelf heeft aangegeven dat een arts tegen hem gezegd heeft dat eiser over een jaar in een rolstoel zou zitten. Er blijkt nergens uit dat de rolstoelafhankelijkheid objectief is vastgesteld door de GGD arts. De GGD arts heeft zich hier niet over uitgelaten in het advies. Daarom heeft het college niet mogen uitgaan van rolstoelafhankelijkheid. Het GGD advies 8.
- Het college heeft zich onder verwijzing naar het GGD advies op het standpunt gesteld dat ook als eiser niet rolstoelafhankelijk wordt, eisers woning dan nog steeds niet geschikt is vanwege de beperkingen in het bewegingsapparaat. 8.
- De rechtbank stelt vast dat de arts in het GGD advies het volgende heeft geconcludeerd:- vanwege de zenuwaantasting bestaat er een medische noodzaak om traploos te wonen; - vanwege de spierzwakte in de benen bestaat er een medische noodzaak om drempelloos te wonen; - eiser dient de woning veilig met een rollator te kunnen verlaten (toegankelijkheid woning);- er bestaat een medische noodzaak voor een douche op afschot, met een douchestoel. Aan de hand van deze vier punten beoordeelt de rechtbank hierna met welke woningaanpassingen het college rekening heeft mogen houden. De aanpassing van de douche 8.
- In geschil is of het college rekening heeft mogen houden met de kosten voor de aanpassing van de douche. Eiser heeft aangegeven geen gebruik te maken van de douche omdat hij bang is voor wegrakingen (in verband met zuurstoftekort). Hij wordt door de thuiszorg op de postoel gewassen of aan de wasbak. Volgens eiser hoeft het college daarom geen rekening te houden met kosten voor aanpassing van de douche. 8.
- De rechtbank volgt eiser in zijn standpunt dat het college geen rekening hoeft te houden met de kosten voor de aanpassing van de douche. De reden hiervoor is dat eiser de douche niet gebruikt. Eiser gebruikt de douche niet omdat hij bang is voor wegrakingen (door zuurstoftekort). Uit het medisch advies blijkt dat de wegrakingen mogelijk een psychische oorzaak hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is de doucheaanpassing niet nodig omdat eiser de douche, ook na aanpassing ter compensatie van mobiliteitsbeperkingen, niet zal gebruiken. De toegankelijkheid van de woning 8.
- De arts heeft in het GGD advies aangegeven dat eiser de woning veilig met een rollator dient te kunnen verlaten. Ter zitting heeft eiser desgevraagd toegelicht dat de woning (met rollator) voor hem toegankelijk is via de voordeur. Dit blijkt ook uit het GGD advies en is niet bestreden door het college. Gelet hierop hoeft het college geen rekening te houden met aanpassingen voor de toegankelijkheid van de woning. Het traploos en het drempelloos wonen 8.
- Tussen partijen is niet in geschil dat eiser is aangewezen op een traplift, omdat hij niet kan traplopen. Verder is ook niet in geschil dat eiser is aangewezen op drempelloos wonen, omdat eiser moeilijk kan lopen en een rollator gebruikt. De rechtbank stelt vast dat de arts drempelloos en traploos wonen adviseert vanwege eisers beperkingen in het bewegingsapparaat (de spierzwakte en zenuwaantasting). Dit betekent dat het college moet onderzoeken wat de kosten zijn voor het drempelloos maken van de woning en het plaatsen van een traplift. De rechtbank stelt vast dat uit het Wmo-onderzoek niet blijkt dat een dergelijke kostenberekening is gemaakt door het college. 8.
- Ter zitting heeft het college desgevraagd toegelicht geen berekening te hebben gemaakt van de kosten voor de woningaanpassingen. Het college is uitgegaan van de kosten voor een traplift (met twee bochten), het drempelloos maken van de woning en de badkameraanpassing. Die kosten zullen naar alle waarschijnlijkheid uitkomen boven € 10.000,00 en daarom heeft het college het verhuisprimaat tegengeworpen. 8.
- De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek van het college onvolledig is, omdat niet is onderzocht wat de exacte kosten van de noodzakelijke woningaanpassingen zijn. Uit het voorgaande volgt dat het college alleen rekening heeft mogen houden met de kosten voor de traplift en het drempelloos maken van de woning. Vanwege het ontbreken van een kostenberekening is het onderzoek onvolledig en is niet vast te stellen of die kosten meer bedragen dan € 10.000,
- Het ontbreken van een kenbare belangenafweging 8.
- Verder is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, omdat een kenbare belangenafweging ontbreekt naar of het college het verhuisprimaat heeft mogen tegenwerpen. Als uit het onderzoek blijkt dat de kosten voor de traplift en het drempelloos maken van de woning hoger zijn dan € 10.000,00, dient het college te onderzoeken of eiser gelet op zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden, kan verhuizen naar een geschikte woning of een woning die eenvoudig geschikt te maken is. Hierbij dient het college een kenbare belangenafweging te maken waarbij een beoordeling plaatsvindt op grond van artikel 5, derde lid, van de Nadere regels (zie onder 8.1.). Bij deze belangenafweging moet het college in ieder geval de financiële situatie van eiser betrekken, waaronder zijn huidige inkomen en de te verwachte inkomensterugval vanwege eisers naderende pensioenleeftijd, een eventuele stijging van woonlasten (huurprijs) en of voor eiser binnen 12 maanden een passende woning beschikbaar is. Verder dient het college rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden die eiser in bezwaar heeft aangevoerd, waaronder de sociale contacten (buren), zijn huisdieren en het feit dat eiser woonruimte nodig heeft in verband met zijn hobby radio maken. Conclusie en gevolgen 8.
- Uit wat hierboven is overwogen volgt dat het onderzoek van het college onvolledig is en dat een kenbare belangenafweging ontbreekt voor het standpunt van het college dat het verhuisprimaat van toepassing is. Het bestreden besluit is daarmee in strijd met artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 en de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. 8.
- De rechtbank ziet aanleiding om het college in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Hiertoe dient het college nader te onderzoeken wat de kosten zijn voor het volledige drempelloos maken van de woning en wat de kosten zijn voor het plaatsen van een traplift. Als de kosten van de woningaanpassing hoger zijn dan € 10.000,00, dient het college een kenbare belangenafweging te maken naar of het verhuisprimaat kan worden tegengeworpen. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het college het gebrek kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak. 8.
- Het college moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het college gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het college. In beginsel, ook in de situatie dat het college de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep. 8.
- Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn vermeld in de tussenuitspraak. Het inbrengen van nieuwe geschilpunten wordt namelijk in strijd met de goede procesorde geacht. 8.
- De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt. Beslissing De rechtbank: - draagt het college op binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen; - stelt het college in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak; - houdt iedere verdere beslissing aan. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Goofers, rechter, in aanwezigheid van mr.N.H.C. Schroeten, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2025 griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 11 maart 2025 Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak. Op grond van artikel 5, tweede lid, van de Nadere regels Wmo zelfredzaamheid en participatie gemeente Landgraaf 2023 (de Nadere regels). Dit heet het verhuisprimaat en is geregeld in artikel 5, tweede lid, van de Nadere regels. Indien de noodzaak tot aanpassing van de woning is vastgesteld en de kosten van de woningaanpassing € 10.000,- of meer bedragen, dient de aanvrager te verhuizen naar een voor hem geschikte en beschikbare woning die voldoet aan het programma van eisen. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 21 februari 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:702), van 22 augustus 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:2602) en van 31 oktober 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:3506). Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 11 november 2009, ECLI:NL:CRVB:BK
- Het programma van eisen bij het primaire besluit gaat uit van een volledige rolstoeltoegankelijke en rolstoeldoorgankelijke woning.