Rechtbank Limburg – ECLI:NL:RBLIM:2025:2415
RECHTBANK LIMBURG Team Toezicht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11456792 BM VERZ 24-6100 BM-nummer: 24206 MB-nummer: 41820 Uitspraakdatum: 5 maart 2025 Beschikking omzetting bewind en mentorschap in curatele op het verzoek van: [betrokkene] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952 wonende te [woonplaats] , [adres] , hierna: betrokkene. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 februari 2025.
Verschenen zijn:
Dochter [naam dochter betrokkene 2] heeft zich bij brief van 8 februari 2025 afgemeld voor de zitting.
De uitspraak is bepaald op heden. verzoek Bij beschikking van 22 juni 2005 is bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene. Bij beschikking van 11 maart 2022 is er eveneens een mentorschap ingesteld ten behoeve van betrokkene.
Thans is bewindvoerder en mentor: [naam 1] , vennoot van [naam VOF] Postbus 4716 4803 ES Breda.
Het verzoek, ingediend door betrokkene zelf, strekt tot ondercuratelestelling. beoordeling In artikel 1:378 van het Burgerlijk Wetboek staat - aangehaald voor zover van toepassing op de situatie van déze betrokkene - dat een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele kan worden gesteld: wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid in gevaar brengt, als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel als gevolg van gewoonte van drankmisbruik, én een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
Als de kantonrechter zou toekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de vraag of ondercuratelestelling nodig is - maar dat komt hij nog niet, zie verder hieronder - lijkt aan voorwaarden a) en b) wel te zijn voldaan. Het probleem lijkt ‘m vooral te zitten in voorwaarde c). Is mentorschap (met bewind) niet genoeg? Dat vond betrokkene/de familie van betrokkene in 2022 kennelijk nog wel. Wat is er veranderd?
De kantonrechter heeft ter zitting begrepen dat er in 2024 een situatie is geweest waarin betrokkene in het ziekenhuis lag en kennelijk een ingrijpende medische handeling weigerde en de betreffende arts die weigering toen wilde respecteren, terwijl de behandeling wel echt in het belang van betrokkene was. Zou dat anders lopen indien betrokkene onder curatele zou staan?
Wettelijk is het zo dat ongeacht of iemand een mentor of een curator heeft, een hulpverlener of arts zelf bepaalt en mag bepalen of de betreffende client/patiënt in het concrete geval wilsbekwaam is, of niet. En als de arts iemand voor een concrete beslissing - aanvaarden of weigeren van een behandeling - wilsbekwaam vindt, dan zal hij de wil van die persoon respecteren.
Let op: het gaat dus altijd om de bepaling door een hulpverlener/arts van de wilsbekwaamheid in de concréte situatie, niet om een algeméne wilsbekwaamheid. Voor sommige beslissingen kan een betrokkene die een mentor of curator heeft, dus nog wilsbekwaam worden geacht, voor andere beslissingen niet meer.
Wil de familie nu met curatele bereiken dat de hulpverlener of arts voortaan altijd moet vragen aan de curátor wat er moet gebeuren?
Strikt genomen mag een hulpverlener/arts ook dán, bij curatele, zelf bepalen of de persoon in kwestie nog voldoende wilsbekwaam is om zelf te beslissen en als de arts denkt dat dat zo is, zal hij toch de mening van de client/patiënt volgen. Het is immers diens eigen lichaam.
Aan de beoordeling van vooral c) komt de kantonrechter echter nu nog niet toe, omdat eerst moet worden nagegaan: was/is betrokkene wilsbekwaam om zelf te vragen om ondercuratelestelling? Ook bij de indiening van het verzoekschrift speelt de vraag van de wilsbekwaamheid.
De kantonrechter heeft ter zitting niet de overtuiging gekregen dat betrokkene wist/weet wat hij verzoekt, laat staan dat betrokkene het ook zou willen. Betrokkene was/is dus niet wilsbekwaam om het verzoek tot ondercuratelestelling nog zelf te doen.
En dat betekent dat betrokkene dus niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Aan een inhoudelijke beoordeling van a), b) en c) komt de kantonrechter nog niet eens toe.
Ten overvloede voegt de kantonrechter daaraan toe dat familie, bewindvoerder of mentor ook een verzoek tot ondercuratelestelling kunnen doen.
Zo’n verzoek zou dan wél ontvankelijk zijn en dus inhoudelijk moeten worden beoordeeld op de punten a), b) en c), maar in dat geval moet wel – in het kader van voorwaarde c) - beter dan nu worden onderbouwd waarom mentorschap - in 2022 nog voldoende geacht - nu niet meer voldoende zou zijn. beslissing De kantonrechter: verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Hoekstra, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, N.W.M. Clement.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak (dit dient te geschieden door een advocaat).