← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2025:3148

Rechtbank Limburg Familie en jeugd Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/336562 / FA RK 24-3334 Beschikking van 18 februari 2025 op het verzoek van: [verzoeker] , wonende te [plaatsnaam] , hierna te noemen verzoeker, advocaat: mr. E.P.J. Appelman. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. Dit blijkt uit het volgende: het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 15 november 2024; het schrijven van mr. Appelman van 16 december 2024 met al bijlage een brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag. 2De feiten 2.
  2. Uit een overgelegd uittreksel uit het register van [de Duitse gemeente] , blijkt dat in die gemeente op [geboortedatum] 1978 geboren is [verzoeker] . 2.
  3. Verzoeker heeft zijn achternaam van [oude achternaam] laten wijzigen in die van zijn moeder, te weten [achternaam moeder] . 2.
  4. Verzoeker heeft (in ieder geval) de Nederlandse nationaliteit. 3Het verzoek 3.
  5. Het verzoek houdt in de voornaam van verzoeker te wijzigen in [nieuwe voornaam] . 3.
  6. Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft verzoeker naar voren gebracht dat hij bij de geboorte vernoemd is naar zijn vader [naam vader] , maar dat zijn moeder hem al van jongs af aan [nieuwe voornaam] noemt. Vrij snel na de geboorte van verzoeker zijn zijn ouders uit elkaar gegaan, omdat er bij de vader sprake was van alcoholmisbruik en huiselijk geweld. Tot zijn twaalfde wist verzoeker niet beter dan dat hij [nieuwe voornaam] heette. Sindsdien heeft verzoeker zich steevast voor het gebruik van zijn eigenlijke voornaam geschaamd, mede gezien de omstandigheid dat deze refereert aan zijn vader. Verzoeker heeft geen enkele band met zijn vader en zodoende brengt het gebruik daarvan zeer negatieve associaties met zich mee. Verzoeker vindt het niet prettig dat zijn voornaam hem nog herinnert aan zijn biologische vader. Ook speelt een rol dat de naam [oude voornaam] een typisch Duitse voornaam is waarmee verzoeker in het verleden regelmatig gepest is. Met de jaren heeft verzoeker gemerkt dat hij – mede gezien de hinder rond het gebruik van de huidige officiële voornaam – het steeds bezwaarlijker acht dat de informele [nieuwe voornaam] nergens terugkomt. Hij gebruikt deze roepnaam op dagelijkse basis en vindt het dan ook bezwaarlijk dat hij bijvoorbeeld voor het regelen van officiële zaken noodzakelijkerwijs moet volstaan met het gebruik van de naam [oude voornaam] . Zo moet hij bijvoorbeeld verplicht deze naam gebruiken bij het boeken van vliegtickets, het ophalen van postzendingen etc. Door de jaren heen is dit voor verzoeker steeds bezwaarlijker geworden, aangezien hij telkens ermee wordt geconfronteerd dat de informele [nieuwe voornaam] – die onlosmakelijk is verbonden met zijn identiteit – nergens terugkomt. Enerzijds leidt het ertoe dat verzoeker het gevoel heeft dat hij wordt beperkt in het gebruik van de roepnaam, omdat het regelmatig voorkomt dat hij aan anderen dient uit te leggen dat hij eigenlijk [nieuwe voornaam] heet en niet [oude voornaam] . Anderzijds meent verzoeker dat de huidige naamregistratie vaak leidt tot verwarring en ongemak gelet op het feit dat hij waar mogelijk de [nieuwe voornaam] wel probeert te gebruiken. In zulke situaties moet verzoeker dan uitleggen dat hij een informele roepnaam heeft en dit heeft steeds meer een drukkend effect op dagelijks geluksgevoel van verzoeker, omdat hij van mening is dat het niet nodig zou hoeven zijn om hier telkens uitleg over te moeten geven. Verzoeker meent dat het zijn dagelijkse geluksgevoel sterk ten goede zou komen indien hij de sinds jaar en dag gebruikte [nieuwe voornaam] kan formaliseren. Hij meent om de hiervoor benoemde redenen dat ook anderen daarbij belang hebben, omdat verzoeker de naam dan immers makkelijker kan gebruiken voor officiële aangelegenheden en hij daarmee kan voorkomen dat bij anderen verwarring ontstaat waarom zijn roepnaam niet overeenkomt met de naam in zijn paspoort. Het informele gebruik van de [nieuwe voornaam] is voor verzoeker onvoldoende gebleken om de hinder rond het gebruik van de officiële voornaam weg te nemen. 4De beoordeling De voornaamswijziging 4.
  7. Artikel 1:4, vierde lid, BW geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon de wijziging te gelasten van de voornaam van de betrokken persoon. De verzoeker dient bij zo’n verzoek een zwaarwichtig belang te hebben. Bepalend bij de vraag of sprake is van een zwaarwichtig belang, is de mate van ongemak en/of overlast die de betrokkene in het dagelijks leven van zijn voornaam ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen. Daarnaast dient het verzoek te worden getoetst aan artikel 1:4 lid 2 BW. 4.
  8. De rechtbank is van oordeel dat uit het verzoekschrift voldoende blijkt dat verzoeker een zwaarwegend belang heeft bij het wijzigen van zijn voornaam. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij van jongs af aan de roepnaam [nieuwe voornaam] gebruikt en zich hiermee volledig kan identificeren. Zijn officiële naam [oude voornaam] doet hem aan zijn biologische vader denken waar hij negatieve associaties mee heeft. In het dagelijkse leven voelt verzoeker zich steeds ongemakkelijker wanneer hij noodgedwongen zijn officiële naam moet gebruiken of wanneer hij uitleg moet geven over deze naam. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen, nu het ook niet strijdig is met de wet. 2.
  9. Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW geschiedt de wijziging van de voornamen doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. In verband daarmee dient de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. De rechtbank is overigens gebleken dat de geboorteakte van verzoeker niet is ingeschreven in de registers van de burgerlijk stand van de gemeente ‘s- Gravenhage. Verzoeker dient zelf voor inschrijving daarvan zorg te dragen, zodat de wijziging van de voornaam aan deze akte kan worden toegevoegd. 5De beslissing De rechtbank: 5.
  10. gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage de voornaam van [verzoeker] , geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedatum] 1978 te wijzigen in [nieuwe voornaam] ; 5.
  11. bepaalt dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage, in verband met de toevoeging aan de geboorteakte van het kind van de latere vermelding betreffende de wijziging van de voornamen. Deze beschikking is gegeven door mr. W.Th.M. Raab, rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.A.J. Aquina, griffier op 18 februari
  12. Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.