RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/340390 / KG ZA 25-119 Vonnis in kort geding van 5 juni 2025 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , wonende te [woonplaats 1] ,2. [eiser sub 2], wonende te [woonplaats 2] , eisers, advocaat: mr. R. van den Berg Jeths, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] , gevestigd te [vestigingsplaats 1] , gedaagde, advocaat: mr. B.A.L.H. Robijns. Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, met producties 1 tot en met 12, - de producties 1 tot en met 6 van [gedaagde] , - de spreekaantekeningen van mr. van den Berg Jeths, - de spreekaantekeningen van mr. Robijns. 1.2. Tenslotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eisers] hebben het perceel grond met opstal, plaatselijk bekend als [adres 1] , kadastraal bekend als [kadasternummer] (hierna: het perceel) aan [gedaagde] verkocht. 2.2. Partijen hebben op 23 en 24 februari 2025 de koopovereenkomst ondertekend. In de koopovereenkomst zijn partijen (onder meer) het volgende overeengekomen: “(…) artikel 4 Eigendomsoverdracht 2.1 (…) De notaris wordt aangewezen door koper. (…) 4.1 De akte van levering zal gepasseerd worden op 28 februari 2025 ten overstaan van een notaris verbonden aan notariskantoor [naam notaris] gevestigd te [adres 2] , [vestigingsplaats 2] , hierna verder te noemen notaris. (…) 16.4 As- is/where-is transactie Het object zal worden verkocht en geleverd 'as is, where is', dat wil zeggen in de staat ten tijde van de levering met alle aan het object verbonden rechten en plichten, alsmede eventuele zichtbare en onzichtbare gebreken en zonder garantie van enig soort, waaronder die met betrekking tot technische, bouwkundige, juridische, fiscale, milieukundige, huur- en commerciële aspecten van het verkochte. Koper aanvaardt uitdrukkelijk het risico voortvloeiende uit de 'as is, where is' koop en levering en doet afstand van alle rechten voortvloeiend uit de artikelen 7:15 lid l en 7:17 van het Burgerlijk Wetboek. Tevens zullen de artikelen 6:228, 6:229, 6:230 lid 2, 7:20, 7:21 lid l, 2 en 3 en 7:23 van het Burgerlijk Wetboek worden uitgesloten in de koopovereenkomst. Gezien het 'as- is, where is' karakter van deze transactie kan verkoper geen garanties verstrekken met betrekking tot de (juridische) staat van het object, met uitzondering van de beperkte garanties als omschreven in de eigendomsakte. In dit kader zijn partijen uitdrukkelijk overeengekomen om artikel 6.3 door te halen. Indien artikel 16.4 conflicteert met overige artikelen uit de onderhavige koopovereenkomst, dan prevaleert artikel 16.4. (…)” 2.3. Notariskantoor [naam notaris] (hierna: het notariskantoor) heeft op 26 februari 2025 telefonisch aan [eisers] en [gedaagde] medegedeeld dat het niet mogelijk is om de akte van levering op 28 februari 2025 bij haar te laten passeren. 2.4. Bij brief van 28 februari 2025 heeft de advocaat van [gedaagde] een ingebrekestelling verstuurd aan [eisers] 2.5. De (voormalige) jurist van [eisers] heeft bij e-mail van 1 maart 2025 op de ingebrekestelling gereageerd, waarbij hij ook een ingebrekestelling aan [gedaagde] heeft verstuurd. 2.6. De advocaat van [gedaagde] heeft bij e-mail van 5 maart 2025 toegelicht welke tekortkomingen aan [eisers] te wijten zouden zijn. Bij e-mail van 6 maart 2025 heeft de (voormalige) jurist van [eisers] daarop gereageerd. 2.7. Het notariskantoor heeft bij e-mail van 7 maart 2025 aan [eisers] het volgende medegedeeld: “(…) Hierbij bericht ik u dat wij op 24 februari jongstleden de getekende koopovereenkomst hebben ontvangen betreffende het registergoed [adres 1] te [plaats] . Naar aanleiding van deze koopovereenkomst is er op 26 februari jongstleden door ons telefonisch contact geweest met zowel de verkoper als met de koper. Hierbij hebben wij aangegeven dat het bij ons op kantoor niet mogelijk is de akte uiterlijk op 28 februari te laten passeren. Mede in verband de carnaval zou het bij ons op z'n vroegst mogelijk zijn in de week van 10 maart 2025. In verband met vorenstaande heeft verkoper ons telefonisch aangegeven navraag te zullen doen om de akte bij zijn vaste notaris te laten passeren, hierop hebben wij van verkoper geen terugkoppeling ontvangen. Daarnaast heeft koper ons aangegeven dat hij de levering niet bij een andere notaris wenst te laten passeren. Inmiddels hebben wij vernomen dat zowel koper als verkoper een advocaat hebben ingeschakeld. Koper heeft ons verzocht geen (concept)akte op te stellen. Zonder nader bericht van beide partijen zullen wij vooralsnog geen verdere werkzaamheden verrichten. (…)” 2.8. De advocaat van [gedaagde] heeft bij e-mail van 10 maart 2025 medegedeeld aan [eisers] dat [gedaagde] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbindt. 3Het geschil 3.1. [eisers] vorderen bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot nakoming van de koopovereenkomst ex artikel 3:296 BW, door haar onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de levering van het perceel grond met 33 garageboxen, ondergrond, erf en verdere aanhorigheden: plaatselijk bekend als [adres 1] , [plaats] en kadastraal bekend als [kadasternummer] (het Object) en in dat kader te bepalen dat gedaagde onherroepelijk opdracht geeft aan notaris [naam notaris] of zijn waarnemend notaris, tot het zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zeven dagen na betekening van het vonnis effectueren van de levering door [eisers] van het Object aan [gedaagde] middels het passeren van een leveringsakte op basis van de getekende koopovereenkomst, of een andere in goede justitie te bepalen maatregel; [gedaagde] te veroordelen om aan [eisers] (ieder voor de helft) te voldoen de courtage van € 10.000 incl. BTW; [gedaagde] te veroordelen om aan [eisers] (ieder voor de helft) te voldoen € 30.000 excl. BTW voor renovatiewerkzaamheden; [gedaagde] te veroordelen om aan [eisers] (ieder voor de helft) te voldoen de contractuele boete zoals opgenomen in artikel 11.3 van de koopovereenkomst ter hoogte van drie promille van de koopsom (€ 2.400,-) per dag na het verstrijken van de termijn van acht dagen (9 maart 2025) tot aan de datum van nakoming, met een maximum van 10% (€ 80.000,-), of een andere in goede justitie te bepalen maatregel; [gedaagde] te veroordelen om aan [eisers] (ieder voor de helft) te voldoen een dwangsom van € 5.000 voor iedere dag dat [gedaagde] – na betekening van het vonnis – in gebreke is om aan de uitgesproken veroordelingen te voldoen, tot een maximum van € 250.000 is bereikt, of een ander in goede justitie te bepalen bedrag; [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, waaronder het salaris van de advocaat van [eisers] , te voldoen aan [eisers] (ieder voor de helft) binnen zeven dagen na de datum van het vonnis, voor het geval voldoening niet binnen die termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze proceskosten vanaf de achtste dag na de datum van het vonnis tot aan de dag van volledige betaling; te bepalen dat in het geval [gedaagde] de opgedragen medewerking op een of meerdere punten niet verleent, dit vonnis op grond van artikel 3:300 BW in de plaats komt van de noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van [gedaagde] die nodig is/zijn voor respectievelijk de levering en/of het notariële transport van het Object. 3.2. [eisers] leggen aan hun vorderingen – samengevat – ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. Voor het door [gedaagde] aangewezen notariskantoor kon de akte van levering niet op de overeengekomen datum, 28 februari 2025, worden gepasseerd, zodat levering niet plaatsgevonden heeft. [gedaagde] verkeert volgens [eisers] in verzuim. [eisers] vorderen nakoming van de koopovereenkomst en betaling van diverse bedragen. [eisers] voeren aan dat [gedaagde] de koopovereenkomst niet buitengerechtelijk kon ontbinden, omdat [gedaagde] op dat moment zelf al in verzuim verkeerde. 3.3. [gedaagde] betwist dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. [gedaagde] stelt dat [eisers] zijn tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat zich omstandigheden hebben voorgedaan waardoor de akte van levering niet tijdig kon worden gepasseerd en er daarnaast gebreken kleven aan het gekochte. Volgens [gedaagde] heeft zij de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en kan zij daarom niet tot nakoming gehouden worden. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Spoedeisend belang 4.1.1. [eisers] stellen zich op het standpunt dat zij een spoedeisend belang hebben bij het door hen gevorderde, omdat zij een overbruggingskrediet hebben afgesloten voor (een) andere project(en). Het is voor [eisers] derhalve van belang dat de koopovereenkomst op korte termijn wordt nagekomen, zodat zij de gelden, die zij daarmee verkrijgen, kunnen aanwenden voor de aflossing van het overbruggingskrediet. Indien dat krediet niet op korte termijn wordt afgelost, lijdt zulks tot (extra) schade aan de zijde van [eisers] 4.1.2. [gedaagde] betwist dat [eisers] een spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen. Het eerder door [eisers] genoemde lucratieve project in Duitsland, waarvoor de gelden van de verkoop nodig zouden zijn, is namelijk al aan hen in eigendom overgedragen. Daarin kan dus niet het spoedeisend belang gelegen zijn. Daarnaast hebben [eisers] geen bewijs geleverd, waaruit blijkt dat zij een overbruggingskrediet hebben afgesloten, aldus [gedaagde] . 4.1.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eisers] voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij een spoedeisend belang hebben bij hun vordering tot nakoming van de koopovereenkomst onder a), omdat zij een overbruggingskrediet hebben afgesloten voor (een) andere project(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.