RECHTBANK LIMBURG Familie- en Jeugdrecht Locatie Roermond Zaaknummer: C/03/325198 / BZ RK 23-2359 Datum uitspraak: 11 juni 2025 Beschikking zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1950 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , verblijvend bij de [zorginstelling] , advocaat mr. A.J.T.M. Oudenhoven te Venlo. 1Het verloop van de procedure 1.
- De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 december 2023; de beschikking van de rechtbank van 29 december 2023; het proces-verbaal van de zitting van 29 december 2023; de beschikking van de rechtbank van 21 juni 2024; het proces-verbaal van de zitting van 21 juni 2024; de beschikking van de Hoge Raad van 9 mei 2025; de mail van de mentor, binnengekomen bij de rechtbank op 2 juni
- 1.
- De officier van justitie heeft op 11 december 2023 de rechtbank verzocht een zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen. 1.
- Bij beschikking van 29 december 2023 heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden en de beslissing over de resterende zes maanden aangehouden. 1.
- Bij beschikking van 21 juni 2024 heeft de rechtbank de zorgmachtiging verleend voor de resterende termijn van zes maanden, dat wil zeggen tot en met 29 december
- 1.
- De Hoge raad heeft bij beschikking van 9 mei 2025 de beschikking van de rechtbank Limburg van 21 juni 2024 vernietigd en het geding terugverwezen naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing. 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 juni
- Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de psychiater [naam psychiater] ; de jurist van [zorginstelling] [naam jurist] . 2De beoordeling 2.
- De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de resterende termijn van zes maanden, dat wil zeggen tot en met 29 december
- Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 2.
- In de beschikking van de Hoge Raad van 9 mei 2025 heeft de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank van 21 juni 2024 vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank. De Hoge Raad overweegt in zijn beschikking het volgende. ‘Uit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, volgt dat een rechter slechts een zorgmachtiging mag verlenen indien uit een medische verklaring van een psychiater over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene blijkt dat uit diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit. Voor de psychiater die de medische verklaring opstelt, gelden de in art. 5:7 Wvggz genoemde voorwaarden. Die voorwaarden dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg. Een en ander strookt met de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM.3 Het hiervoor in 3.2 overwogene geldt eveneens indien de rechter, nadat hij eerst een zorgmachtiging heeft verleend voor een kortere duur dan verzocht met aanhouding voor het overige, beslist over de resterende duur van de verzochte machtiging. In die situatie dient de rechter na te gaan of de oorspronkelijke medische verklaring nog actueel is (art. 5:8 Wvggz). Is deze verklaring niet meer actueel, dan moet een nieuwe medische verklaring van een onafhankelijk psychiater worden overgelegd of moet de oorspronkelijke medische verklaring worden geactualiseerd. Actualisering kan ook tijdens de mondelinge behandeling. Die actualisering moet zodanig concreet zijn dat de rechter daaruit kan afleiden dat de psychiater zich een oordeel heeft gevormd over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene. 3.4 Gelet op hetgeen hiervoor in 3.3 is overwogen, slaagt de hiervoor in 3.1 weergegeven klacht.’ 2.
- Tijdens de zitting op 5 juni 2025 heeft de advocaat (wederom) gesteld dat er in juni 2024 actuele informatie had moeten zijn van een onafhankelijke psychiater. Dit is belangrijk voor de onafhankelijke en onpartijdige besluitvorming door de rechter. Er was en is echter geen actuele informatie van een onafhankelijk psychiater. De besluitvorming is daarmee onjuist geweest. Dit gebrek kan niet hersteld worden door de psychiater, [naam psychiater] , die bij de hernieuwde behandeling van het aangehouden verzoek op 5 juni 2025 aanwezig is. Deze psychiater was in juni 2024 bij de behandeling betrokken en is dus niet onafhankelijk. Als gevolg van de gebrekkige besluitvorming heeft betrokkene gedurende langere periode zorg ontvangen zonder geldige titel. 2.
- De rechtbank verstaat de beschikking van de Hoge Raad van 9 mei 2025 in die zin dat nadat een zorgmachtiging is verleend voor kortere periode dan verzocht, en voor het overige het verzoek wordt aangehouden, voor het verlenen van de zorgmachtiging voor de resterende termijn, nagegaan dient te worden of de oorspronkelijke medische verklaring nog actueel is. De behandelend psychiater, [naam psychiater] , heeft tijdens de zitting op 5 juni 2025 naar voren gebracht dat er in juni 2024 onverminderd sprake was van wanen, dat betrokkene nog steeds tegen het gebruik van medicatie was en tegen het verblijf op de afdeling. Betrokkene heeft dit niet weersproken. Het toestandsbeeld is sinds december 2023 niet veranderd, zo blijkt uit de verklaring van [naam psychiater] . Dat er bezwaar tegen de medicatie was en dat betrokkene terug wilde naar haar (inmiddels gedeeltelijk vernielde) onderkomen blijkt ook uit het proces verbaal van de zitting van 21 juni
- De rechtbank komt tot de conclusie dat, mede door hetgeen de behandelend psychiater, [naam psychiater] , tijdens de zitting op 5 juni 2025 naar voren heeft gebracht en het proces verbaal van de zitting van 21 juni 2024, op 21 juni 2024 de medische verklaring van 6 december 2023 nog actueel en toereikend was. 2.
- De rechtbank is daarmee van oordeel dat betrokkene in juni 2024 leed aan een psychische stoornis, namelijk schizofrenie. 2.
- De rechtbank is van oordeel dat er in juni 2024 sprake was van gedrag van betrokkene dat voortvloeide uit deze stoornis, welk ernstig nadeel veroorzaakt. Dit nadeel bestond uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. 2.
- Betrokkene woonde voorafgaand aan de opname in een soort hut in een erbarmelijke en onhygiënische leef- en woonomgeving zonder verwarming, gas, water en elektriciteit. Bovendien was er sprake van een moeizame relatie met het FACT, waarbij ze bij momenten agressief kon zijn en medicatie weigerde. 2.
- De symptomen van de stoornis van betrokkene waren in juni 2024 weliswaar verbleekt, maar er was desondanks nog sprake van wanen. De medicatie was en is essentieel voor betrokkene om haar toestandsbeeld te verbeteren en stabiel te houden en het ernstig nadeel af te wenden. Het risico dat betrokkene zou stoppen met de medicatie indien het gedwongen kader weg zou vallen was groot. Betrokkene was het immers niet eens met de toediening van de verplichte medicatie. 2.
- Er waren geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom was verplichte zorg nodig. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur, het proces verbaal van de zitting van 21 juni 2024 en het besprokene tijdens de zitting van 5 juni 2025 van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig waren op 21 juni 2024: - het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 2.
- Er waren op 21 juni 2024 geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect zouden hebben. 2.
- De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 3De beslissing De rechtbank: 3.
- verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1950 in [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen; - het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie; 3.
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 december 2024; 3.
- wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025 door mr. J.J.M. Wassenberg, rechter, in aanwezigheid van N.L.M. Lommen, griffier. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.