← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2025:6019

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/011660-24 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige strafkamer van 24 juni 2025 in de strafzaak tegen de verdachte: [naam verdachte 1] geboren te [geboortegegevens verdachte 1] , thans gedetineerd [detentieadres verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.H.H. Meulemeesters, advocaat kantoorhoudende te Zeist. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 27 mei 2025. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. De slachtoffers [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 5] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partijen [benadeelde partij 5] (zelf ook verschenen) en [benadeelde partij 2] zijn op de zitting vertegenwoordigd door [naam medewerkster] van Slachtofferhulp Nederland. De overige benadeelde partijen zijn niet ter terechtzitting verschenen. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld. Deze zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen [naam medeverdachte 1] met het parketnummer 03/235043-24 . Het onderzoek ter terechtzitting is formeel gesloten op 24 juni 2025. 2De tenlastelegging De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: Feit 1: op 24 juli 2021 in Gronsveld een diefstal heeft gepleegd in de woning van [slachtoffer 1] ; Feit 2: op 28 juli 2021 in Mheer een diefstal heeft gepleegd in de woning van [benadeelde partij 4] ; Feit 3: op 4 augustus 2021 in Mheer heeft geprobeerd een diefstal te plegen te in de woning van [benadeelde partij 1] ; Feit 4: op 4 augustus 2021 in Sint Geertruid een diefstal heeft gepleegd in de woning van [slachtoffer 2] ; Feit 5: op 4 augustus 2021 in Eckelrade heeft geprobeerd een diefstal te plegen in de woning van [slachtoffer 3] ; Feit 6: op 5 augustus 2021 in Reijmerstok een diefstal heeft gepleegd in de woning van [slachtoffer 4] ; Feit 7: op 7 augustus 2021 in Maasbracht heeft geprobeerd een diefstal te plegen in de woning van [slachtoffer 5] ; Feit 8: op 9 augustus 2021 in Sevenum een diefstal heeft gepleegd in de woning van [slachtoffer 6] ; Feit 9: op 9 augustus 2021 in Belfeld een diefstal heeft gepleegd in de woning van [slachtoffer 7] ; Feit 10: op 9 augustus 2021 in Belfeld een diefstal heeft gepleegd in de woning van [slachtoffer 8] ; Feit 11: op 9 augustus 2021 in Sevenum heeft geprobeerd een diefstal te plegen in de woning van [slachtoffer 9] ; Feit 12: op 9 augustus 2021 in Sint Joost een diefstal heeft gepleegd in de woning van [slachtoffer 10] ; Feit 13: op 10 augustus 2021 in Spaubeek heeft geprobeerd een diefstal te plegen in de woning van [slachtoffer 11] ; Feit 14: op 10 augustus 2021 in Schinnen een diefstal heeft gepleegd in de woning van [benadeelde partij 2] ; Feit 15: op 10 augustus 2021 in Gulpen een diefstal heeft gepleegd in de woning van [slachtoffer 12] ; Feit 16: op 8 oktober 2022 in Simpelveld heeft geprobeerd een diefstal te plegen in de woning van [slachtoffer 13] ; Feit 17: op 28 juli 2023 in Schinnen een diefstal heeft gepleegd in de woning van [benadeelde partij 5] , dan wel heeft geprobeerd een diefstal te plegen; Feit 18: op 15 juni 2023 in Beek een diefstal heeft gepleegd in de woning van [slachtoffer 15] ; Feit 19: op 8 juli 2023 in Leveroy heeft geprobeerd een diefstal te plegen in de woning van [slachtoffer 14] ; Feit 20: op 21 maart 2023 in Leveroy een diefstal heeft gepleegd in de woning van [slachtoffer 14] ; Feit 21: op 23 maart 2023 in Stramproy een diefstal heeft gepleegd in de woning van [slachtoffer 16] ; Feit 22: op 9 januari 2024 in Susteren heeft geprobeerd te een diefstal te plegen in de woning van [benadeelde partij 3] ; Feit 23: op 9 januari 2024 in Roermond een vals reisdocument voorhanden heeft gehad. Bij de diefstallen was er vaak sprake van inbraak, insluiping en/of werd het slachtoffer met praatjes afgeleid. Met uitzondering van de diefstallen tenlastegelegd als de feiten 16, 18, 19 en 20 zouden de diefstallen samen met een of meer anderen zijn gepleegd. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten, met uitzondering van het onder feit 8 tenlastegelegde. Door de aangeefster van dat feit is bij aanvullend verhoor verklaard dat geen goederen zijn weggenomen uit de woning, zodat van een voltooid delict geen sprake is. De verdachte moet voor dit feit worden vrijgesproken. De bewezenverklaring van de overige feiten baseert de officier van justitie grotendeels op het op essentiële onderdelen overeenkomen van de modus operandi, waarbij voornamelijk de dadercombinatie van man, vrouw en kind naar voren komt. Ook is op meerdere plaatsen delict DNA van de verdachte aangetroffen, zijn er camerabeelden waarop de verdachte is herkend en worden er bij meerdere inbraken dezelfde voertuigen gesignaleerd. Bij een serie inbraken in 2023 was dit een voertuig dat door de verdachte werd gehuurd onder een alias. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 tot en met 7 tenlastegelegde feiten wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Aan de hand van de signalementen die door aangevers en getuigen zijn verstrekt, kan niet worden vastgesteld dat de verdachte een van de daders is. Van een modus operandi die op essentiële onderdelen gelijk is, is volgens de raadsman geen sprake zodat geen gebruik kan worden gemaakt van schakelbewijs. Ten aanzien van feit 8 moet de verdachte eveneens worden vrijgesproken, omdat geen sprake is van een voltooide diefstal. Ten aanzien van de feiten 9 tot en met 11 en 13 tot en met 18 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Van feit 12 moet de verdachte worden vrijgesproken wegens het ontbreken van voldoende wettig bewijs. Het dossier bevat namelijk onvoldoende bewijs dat er überhaupt een strafbaar feit is gepleegd. Ten aanzien van feit 19 stelt de raadsman dat vrijspraak dient te volgen, omdat terughoudend moet worden omgegaan met de herkenning. Van de feiten 20 en 21 moet de verdachte worden vrijgesproken wegens het ontbreken van voldoende wettig bewijs. De herkenningen in het dossier aan de hand van de camerabeelden zijn onvoldoende specifiek. Niet kan worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die de inbraken heeft gepleegd. Ten aanzien van de feiten 22 en 23 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Vrijspraakoverwegingen Feit 1 De rechtbank is van oordeel dat de verdachte van feit 1 moet worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 1 bevat het dossier geen ander wettig bewijsmiddel dan de aangifte om tot een bewezenverklaring te komen van het tenlastegelegde. Het bewijs kan ook niet uit de andere, in het dossier beschreven feiten afgeleid worden. Er is namelijk geen sprake van een modus operandi die met de overige feiten op essentiële onderdelen gelijk is. Dat door de aangeefster gesproken is over de combinatie van eerst een man (zigeunertype) en later een vrouw met een jongen die bij haar woning kwamen, geeft onvoldoende zekerheid over de vraag of de vrouw en de jongen daadwerkelijk hoorden bij de man. De wegnemingshandelingen zijn daarbij volgens de aangifte in een zodanig ruime tijd te passen, dat dit ook geen steun geeft aan de verdenking dat de door aangeefster beschreven personen de diefstal hebben gepleegd. Feit 2 Ook voor het onder feit 2 tenlastegelegde bevat het dossier onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring. Aangeefster is door een vrouw en een jongen aan de praat gehouden, terwijl vermoedelijk een derde persoon haar woning doorzocht. Of er daadwerkelijk sprake is geweest van een derde persoon is echter niet met zekerheid te zeggen, en de beschrijving van de vrouw en jongen en hun werkwijze is te algemeen om daarin bewijs te zien dat verdachtes medeverdachten de diefstal hebben gepleegd. Weliswaar kan aan de hand van de ANPR-gegevens van de Mercedes-Benz met Belgisch kenteken [kenteken 1] , mede bezien in het licht van de verplaatsingen bij de feiten 3 tot en met 6, wel degelijk worden vastgesteld dat die Mercedes-Benz via de A2-afrit aan de grens tussen Eijsden (NL) en Moelingen (B) een toegang tot het Limburgse Heuvelland heeft verkregen, maar er kan niet worden vastgesteld dat dit voertuig op 28 juli 2021 in Mheer is geweest. Zo bezien is deze ANPR-registratie dan ook te algemeen van aard om tot een bewezenverklaring te kunnen leiden. Feit 6 Ten aanzien van feit 6 zal de verdachte eveneens worden vrijgesproken. Hoewel door de aangeefster [naam aangeefster 1] gesproken wordt over een dadercombinatie van een man, vrouw en een kind die bij haar woning in Reijmerstok kwam, is de rechtbank van oordeel dat het signalement dat door de aangeefster is opgegeven te summier is. Daarnaast bestaat er geen daadwerkelijk steunbewijs voor wat in Reijmerstok zou zijn gebeurd. Aan de hand van de ANPR-gegevens van de Mercedes-Benz met Belgisch kenteken [kenteken 1] , zou, zoals hiervoor bij feit 2 al is overwogen, nog wel kunnen worden gezegd dat die Mercedes-Benz ook op 5 augustus 2021 via de A2-afrit aan de grens tussen Eijsden (NL) en Moelingen (B) een toegang tot het Limburgse Heuvelland heeft verkregen. Toch kan niet specifiek noch voldoende concreet worden vastgesteld dat dit voertuig op 5 augustus 2021 in Reijmerstok is geweest. Het dossier bevat al met al onvoldoende bewijs dat de verdachte met anderen op 5 augustus 2021 de woninginbraak heeft gepleegd. Feit 7 Voorts zal de rechtbank ten aanzien van feit 7 tot vrijspraak komen. De rechtbank ziet de in de aangifte genoemde combinatie van personen, te weten een man met een knotje, een vrouw en een jongen, als enige aanwijzing voor betrokkenheid van de verdachte bij deze poging tot diefstal in Maasbracht. Dat is onvoldoende, ook via eventueel schakelbewijs, om daaraan bewijskracht te ontlenen voor dit feit. Ook acht de rechtbank de geconstateerde afwijkingen van tijden uit de ANPR-registratie in de weg te staan aan het kunnen gebruiken van die gegevens als bewijs: de tijden van de beweerdelijke insluiping zijn niet steeds voldoende betrouwbaar weergegeven, en lijken in hun originele vorm niet aanstonds te passen bij het tijdstip van deze strafbare poging. Feit 8 Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte voor de tenlastegelegde diefstal moet worden vrijgesproken. Aangeefster heeft zelf nadien teruggevonden wat ze aanvankelijk als gestolen had opgegeven. Derhalve zou dit hooguit een poging tot diefstal in vereniging hebben kunnen zijn, wat niet in de tenlastelegging opgenomen is. Ondanks deze vrijspraak ziet de rechtbank voor zichzelf geen enkel voorbehoud om van de dossierstukken van dit feit in Sevenum gebruik te maken bij de beoordeling van andere feiten van diezelfde dag in Sevenum of elders, een en ander zoals hierna te overwegen. Bewijsmiddelen De rechtbank acht de overige tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Ter bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis, heeft de rechtbank de bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in bijlage II. Bewijsoverwegingen De verdachte wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan diefstallen in woningen of pogingen daartoe. Bij deze diefstallen was er vaak sprake van inbraak, insluiping en/of werd het slachtoffer met praatjes afgeleid. Met uitzondering van de diefstallen tenlastegelegd als de feiten 16, 18, 19 en 20 zouden de diefstallen samen met een of meer anderen zijn gepleegd. Om tot een bewezenverklaring van een aantal feiten te komen, zal de rechtbank gebruik maken van schakelbewijs. Bij het gebruik van deze vorm van bewijs betracht de rechtbank immer de nodige behoedzaamheid. Desalniettemin, en anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat de modus operandi in een aantal van de feiten dermate specifiek is om in onderling verband bij te kunnen dragen tot het bewijs. Het uitkiezen van woningen van mensen op (zeer) hoge leeftijd als ‘werkterrein’ maakt nadrukkelijk deel uit van de modus operandi van de verdachte. Ook de dadercombinatie van man, vrouw en kind (meer specifiek zelfs: een jonge jongen) is een in het oog springend onderdeel van de werkwijze. Er wordt, in de gevallen waar het tot een persoonlijke confrontatie met slachtoffers komt, onder andere gebruik gemaakt van een zogenaamde babbeltruc om de slachtoffers af te leiden, terwijl op dat moment door een ander de woning wordt doorzocht. In dat gebabbel komen bepaalde specifieke uitlatingen opmerkelijk genoeg vaker voor, zoals het vragen naar een zekere Vos of mevrouw Vos, het vragen naar oma of naar een oma Wies, en het vragen van iets futiels zoals iets te mogen drinken, de handen te mogen wassen of naar het toilet te mogen. Nu de modus operandi bij het merendeel van de feiten op zulke essentiële punten overeenkomt, zal de rechtbank de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan het ene feit, ook gebruiken bij de bewijsvoering van een ander feit. Daarbij geldt dat het gebruik door de daders van een bepaald voertuig in 2021, de Mercedes-Benz met het al vaker aangehaalde Belgische kenteken [kenteken 1] , ook bij meerdere feiten kan worden vastgesteld, wat het hanteren van schakelbewijs in die gevallen vanzelfsprekend ondersteunt en nadere bewijskracht geeft. De rechtbank merkt, vooruitlopend op de bewijsoverwegingen hierna per feit of per cluster van feiten, in algemeenheid nog op dat de driepersoonscombinatie van man, vrouw en jongen als daders zich beperkt tot de in 2021 begane feiten. Het feit uit 2022 kent geen verdenking met mededaders. Voor zover feiten in 2023 nog begaan zijn door meer dan één dader, speelt daarbij de jongen geen rol meer, en gaat de rechtbank voorts niet meer uit van betrokkenheid van de vrouw die in 2021 mededader was ( [naam medeverdachte 2] ), maar van een andere vrouw, zoals bijvoorbeeld degene die ook op 9 januari 2024 met de verdachte aangehouden is ( [naam verdachte 2] ). Cluster van feiten op 4 augustus 2021 gepleegd: feit 3 (Mheer, [straatnaam] ), feit 4 (Sint Geertruid, [adres 1] ) en feit 5 (Eckelrade, [adres 2] ) Op 10 augustus 2021 wordt in Urmond een Mercedes-Benz aangetroffen zonder kentekenplaten. Uit nader onderzoek aan het voertuig, wordt aan dit voertuig het Belgische kenteken [kenteken 1] gelinkt. In dit voertuig is een drinkflesje aangetroffen waarop DNA is aangetroffen dat matcht met het DNA van de verdachte. De matchkans is daarbij berekend op kleiner dan één op één miljard. De rechtbank gaat er derhalve van uit dat het DNA op het drinkflesje, het DNA van de verdachte is. Dit strookt ook wel met de verklaring van de verdachte. Hij heeft namelijk ter terechtzitting verklaard dat hij de auto wel ter beschikking heeft gehad. Uit de ANPR-gegevens van voornoemd voertuig blijkt dat dit zich op 4 augustus 2021 in Zuid-Limburg bevond in het tijdsbestek dat de tenlastegelegde feiten 3, 4 en 5 zijn gepleegd. De verdachte heeft ter terechtzitting voorts verklaard dat hij op de [adres 2] (feit 5) is geweest. Op de camerabeelden die daar zijn opgenomen is een combinatie van daders te zien die bestaat uit een man, vrouw en een kind. Uit de aangifte van feit 3 ( [straatnaam] ) blijkt dat ook daar sprake was van een dadercombinatie van een man, vrouw en kind. De signalementen die zijn opgegeven door de aangeefster van feit 3 komen daarbij overeen met de signalementen van de daders van feit 5. De rechtbank is op basis van voornoemde signalementen, de camerabeelden en de gehanteerde modus operandi van oordeel dat de feiten 3 en 5 bewezen kunnen worden verklaard. Ook ten aanzien van feit 4 komt de rechtbank tot een bewezenverklaring. Hoewel bij feit 4 door aangever niet over een vrouwelijke dader gesproken is, voldoen de signalementen van de man en van de jongen aan de signalementen die bij feit 3 en 5 zijn opgegeven en liggen de plaatsen delict niet ver uit elkaar. Het is naar de overtuiging van de rechtbank de verdachte geweest die minst genomen samen met de jongen ook op de [adres 1] te Sint Geertruid heeft gestolen. Het verweer van de raadsman dat bij feit 5 geen sprake is van een strafbare poging, wegens het ontbreken van een begin van uitvoering, wordt verworpen. Met het betoog van de raadsman dat de daders dan vermomd hadden moeten zijn, handschoenen hadden moeten dragen en inbrekerswerktuig hadden moeten hebben, miskent de raadsman dat de kern van veel van de hier en hierna te bespreken feiten is dat bij een confrontatie de zogenaamde babbeltruc uit de doos wordt gehaald; een babbeltruc voer je niet vermomd of gemaskerd uit. Bovendien blijkt uit latere zaken (verfkrabber feit 15, snoeischaar feit 16) dat de verdachte en zijn medeverdachten zich kennelijk niet willen laten pakken met inbrekerswerktuig in hun auto, dat zou een afbreukrisico voor hen betekenen. Integendeel, voor zover gereedschap geboden is, wordt ter plekke wel iets gevonden en gebruikt. De verdachte en zijn medeverdachten hebben in de woning in Eckelrade naar binnen gekeken en aan een poort gevoeld. Uit de vastgelegde bewakingscamerabeelden blijkt dat de buitenpoort zowel op de ene afbeelding open als op een andere afbeelding gesloten in beeld staat. De dichte poort is dus door de verdachte of de medeverdachten geopend of de open deur is door hen gesloten. Deze constatering in combinatie met het feit dat de verdachte met zijn medeverdachten die dag op pad waren om inbraken te plegen, maakt dat de rechtbank van oordeel is dat er wel degelijk sprake is van een begin van uitvoering. Feit van algemene bekendheid is tenslotte dat Mheer, Sint Geertruid en Eckelrade in die volgorde opeenvolgende buurdorpen van elkaar zijn; een rit via deze dorpen, in welke volgorde dan ook, is volkomen verenigbaar met de aangehaalde ANPR-registraties van die datum waaruit volgt waar en wanneer het voertuig Nederland in en weer uit reed. Cluster van feiten op 9 augustus 2021 gepleegd: feit 8 (Sevenum, [adres 3] ), feit 9 (Belfeld, [adres 4] ), feit 10 (Belfeld, [adres 5] ), feit 11 (Sevenum, [adres 6] ) en feit 12 (Sint Joost, [adres 7] ) Zoals hierboven overwogen zal de rechtbank komen tot een vrijspraak voor feit 8; de tenlastelegging spreekt van een voltooide diefstal, terwijl er “slechts” sprake lijkt te zijn geweest van een poging. Niettegenstaande deze vrijspraak, zal de rechtbank de onderzoeksbevindingen met betrekking tot dit feit wel gebruiken bij de bewezenverklaring van een aantal feiten. En dat omdat zij in die onderzoeksbevindingen bewijs ziet dat op 9 augustus 2021 de verdachte en zijn medeverdachten zich tezamen en in vereniging hebben schuldig gemaakt aan een reeks feiten. Op 9 augustus 2021 wordt melding gedaan bij de politie van een verdachte situatie op de [adres 8] te Belfeld. Op de camerabeelden die daar zijn opgenomen worden twee volwassenen (meer in het bijzonder: een man en een vrouw) en een kind waargenomen die van de ene naar de andere oprit lopen. Op diezelfde dag worden uit woningen aan de Prins Frederikstraat in Belfeld sieraden en/of geld gestolen. De Prins Frederikstraat ligt niet ver van de [naam 38] . Op het met geweld geforceerde slaapkamerraam op de begane grond van de woning van [slachtoffer 7] aan de [adres 4] (feit 9), de plek waar de dader of daders zich de toegang tot de woning heeft of hebben verschaft, is DNA aangetroffen dat (met een matchkans van kleiner dan één op één miljard) overeenkomt met het DNA van de verdachte. De verdachte heeft geen verklaring gegeven over hoe het op een legale manier kan komen dat deze sporen daar zijn aangetroffen, zodat de conclusie voor de hand ligt dat zijn DNA daar gekomen is, omdat hij de inbraak heeft gepleegd. Buit van deze inbraak is aangetroffen in een berm in Sint Joost tezamen met goederen die zijn buitgemaakt bij een inbraak die diezelfde dag gepleegd werd in de woning van [slachtoffer 8] aan de [adres 5] (feit 10), zodat, gelet op dit alles, de conclusie voor de hand ligt dat degene(

  1. n)die zich aan feit 9 schuldig heeft gemaakt ook feit 10 heeft gepleegd. Voorts is door [slachtoffer 6] (feit 8) en door [slachtoffer 9] (feit 11) telkens aangifte gedaan van een poging tot diefstal bij een insluiping in woningen in Sevenum aan de Peperstraat resp. aan de Renkensstraat op diezelfde dag, 9 augustus 2021. Dit gebeurde door een man, vrouw en een kind, waarbij door middel van een babbeltruc is geprobeerd goederen weg te nemen. Hoewel de rechtbank de verdachte van feit 8 zal vrijspreken, betrekt de rechtbank de verklaringen van de aangeefster [slachtoffer 6] bij de bewijsmiddelen. Immers blijkt ook daar de eerdergenoemde modus operandi te zijn gehanteerd, net zoals bij [slachtoffer 9] . Na de verjaging van de daders door [slachtoffer 9] wordt in de buurt van de Renkensstraat door een gealarmeerd familielid van [slachtoffer 9] de Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 1] gefotografeerd. Dat familielid ziet dan een man, vrouw en kind van achter die auto komen die de Peperstraat inlopen. Deze Peperstraat is de straat van feit 8. Zoals hierboven opgemerkt werden de bij feit 9 en 10 buitgemaakte goederen aangetroffen in Sint Joost. Nu het niet voor de hand ligt dat men met buitgemaakte goederen dagen tot weken blijft rondlopen en deze, gelet op de waarde van de goederen, zo maar zou dumpen, geeft het reden aan te nemen dat de plegers van feit 9 en 10 ook op 9 augustus 2021 in Sint Joost zijn geweest en daar buit verloren hebben. De rechtbank heeft hierboven overwogen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 9, en in een daarmee direct verband staand feit 10. De verdachte is dus ook, zo kan gevoeglijk worden aangenomen, op 9 augustus in Sint Joost geweest. [slachtoffer 10] heeft aangifte gedaan van een diefstal uit haar woning aan de [adres 7] in Sint Joost die die dag gepleegd werd en waarbij zij een man, een vrouw en een jongen heeft gezien. Van een dergelijke drie-eenheid is ook sprake bij de hiervoor beschreven voorvallen op die dag in Belfeld en Sevenum. Wanneer dan alles in samenhang en onderling verband wordt beschouwd, leidt dat tot de conclusie dat de verdachte en zijn twee medeverdachten op 9 augustus 2021 op dievenpad zijn geweest, daarbij Belfeld, Sevenum en Sint Joost hebben bezocht en de daders zijn van de aldaar die dag gepleegde feiten. Cluster van feiten op 10 augustus 2021 gepleegd: feit 13 (Spaubeek, [adres 10] ), feit 14 (Schinnen, [adres 11] ) en feit 15 (Gulpen, [adres 12] ) Uit de aangifte van [slachtoffer 11] (feit 13) blijkt dat op 10 augustus 2021 een man, vrouw en een jongen in zijn woning zijn geweest. [slachtoffer 11] mist geen spullen. Door zijn oplettende buurvrouw, getuige [naam 42] , is een nadere duiding gegeven aan de signalementen van voornoemde daders die zij naar de woning van [slachtoffer 11] zag lopen. Zij heeft verklaard dat de daders gebruik maakten van een voertuig met een Belgisch kenteken waarin een fluorescerend veiligheidshesje zichtbaar op de hoedenplank lag. Op diezelfde dag wordt ook aangifte gedaan van een inbraak op de [adres 11] (feit 14), niet ver van Spaubeek af. Ook hier wordt door een getuige in die straat een voertuig met Belgisch kenteken gezien met op de hoedenplank een reflecterend vestje. Uit de aangifte blijkt ook hier weer sprake te zijn van een man, vrouw en een kind. Bovendien is er die dag nog een inbraak geweest in de woning van [slachtoffer 12] (feit 15). Aangeefster spreekt daarbij van een vrouw en een kind, máár er is ook DNA-materiaal aangetroffen dat matcht met een kans van kleiner dan één op één miljard met dat van de verdachte. Dat DNA-materiaal werd aangetroffen op een verfkrabber waarmee een sleutelkastje is opengebroken. Gelet op dit alles gaat de rechtbank ervan uit dat bij deze inbraak ook de verdachte betrokken is geweest en dat hij het is geweest die met de verfkrabber het sleutelkastje opengebroken heeft. Later op de dag van deze inbraken wordt de Mercedes-Benz, die ook al bij de bespreking van de feiten 3 tot en met 5 en 9 tot en met 12 ter sprake kwam, zonder kentekenplaten in Urmond aangetroffen. Daarin werd inderdaad een fluorescerend hesje gevonden en, zoals eerder overwogen en geconcludeerd, DNA van de verdachte. Hieruit trekt de rechtbank de conclusie dat de feiten 13 en 14 door dezelfde daders zijn gepleegd als de daders van de feiten 3 tot en met 5 en van de feiten 9 tot en met 12 en dus ook door de verdachte. Bij voornoemde feiten komt wederom de eerder besproken modus operandi naar voren. De rechtbank acht aldus de feiten 13 tot en met 15 wettig en overtuigend bewezen. Tenslotte zijn ook de verplaatsingen op 10 augustus 2021 in Spaubeek, Beek en Gulpen verenigbaar met de ANPR-registraties van die dag waaruit blijkt wanneer dat voertuig Nederland binnen is gereden. Het voertuig is Nederland die dag niet meer uitgereden, het werd immers in Urmond aangetroffen. Aan verklaringen van de verdachte, zoals voor het eerst ter terechtzitting afgelegd, dat de Mercedes-Benz door hem verkocht zou zijn en dat de koper verzuimd zou hebben hem de kentekenplaten terug te bezorgen hecht de rechtbank geen enkele waarde, nu de desbetreffende kentekenplaten namelijk later na 10 augustus 2021 nog door de Belgische politie op een ander voertuig zijn aangetroffen dat aan de verdachte of zijn directe entourage gerelateerd kon worden. Feit 16 (Simpelveld, [adres 13] ) De rechtbank acht feit 16 bewezen op basis van de aangifte van [slachtoffer 13] en de aangetroffen DNA-sporen. Uit de aangifte van [slachtoffer 13] blijkt dat de dader zich al binnen in een soort serre de verdere toegang tot de woning heeft trachten te verschaffen door met een snoeischaar de deur naar de wintertuin open te knippen of open te breken. Op deze ter plaatse achtergebleven snoeischaar is DNA aangetroffen dat matcht met dat van de verdachte en dat met een dergelijke kans dat geconcludeerd mag worden dat het DNA in het spoor het DNA van de verdachte is en dat hij het is geweest die met de snoeischaar geprobeerd heeft in te breken. Kennelijk heeft een luid alarm volgens de aangifte geleid tot het mislukken van deze inbraak. Feit 17 (Schinnen, [adres 14] ) Door de aangeefster van feit 17 is verklaard dat de mannelijke dader, bij betrapping door aangeefster, haar opzij heeft geduwd, waarbij hij haar met zijn handen bij de schouders vastnam. Het T-shirt dat aangeefster droeg is bemonsterd en daarop is DNA-materiaal aangetroffen dat matcht met het DNA van de verdachte, en zulks met een dergelijke matchkans dat de rechtbank ervan uitgaat dat het DNA op het shirt inderdaad het DNA van de verdachte is. Gelet hierop acht de rechtbank dit feit bewezen. Feit 18 (Beek, [adres 15] ) Bij het tenlastegelegde onder feit 18 heeft de dader volgens aangeefster [slachtoffer 15] een elektrische sigaret (vape) in de woning achtergelaten. Op die vape is DNA aangetroffen dat matcht met dat van de verdachte. Gelet op de matchkans (kleiner dan één op één miljard) trekt de rechtbank de conclusie dat het de verdachte is geweest die zijn vape heeft achtergelaten bij de diefstal uit de woning van de [slachtoffer 15] en dat hij dus de dief is geweest. Cluster van feiten op zelfde plaats delict: feiten 19 en 20 (Leveroy, [adres 16] ) De rechtbank acht beide tenlastegelegde feiten bewezen. Door getuige [naam getuige 1] (feit 20) zijn foto’s aangeleverd van de dader die op 21 maart 2023 in de woning van aangeefster [naam aangeefster 2] is geweest. Ter terechtzitting heeft de verdachte zichzelf herkend op deze foto’s, meer specifiek ook de met zijn tatoeage vergelijkbare tatoeage op de foto’s en zijn knotje onder zijn pet, zodat feit 20 wettig en overtuigend te bewijzen is op basis van de aangifte en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting. In de woning van [naam aangeefster 2] wordt vervolgens op 8 juli 2023 opnieuw ingebroken (feit 19). [naam aangeefster 2] verklaarde dat de persoon die toen de inbraak pleegde, soortgelijke woorden zei als de persoon die nu in de woning stond en dat zij hem herkende van een eerdere insluiping, zodat vermoedelijk sprake is van dezelfde dader. Gelet op het feit dat de verdachte herkend is door een verbalisant op basis van de foto’s die van de dader verstrekt zijn, komt de rechtbank tot het oordeel dat ook feit 19 bewezen kan worden verklaard. Feit 21 (Stramproy, Doctor [adres 17] ) De rechtbank acht dit feit bewezen op basis van de aangifte en de herkenning van de verdachte op de camerabeelden door verbalisanten. Door de raadsman is betoogd dat de aangifte en de herkenning van de verbalisanten onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te komen. Echter, uit de aangifte komt naar voren dat de man in de woning ook vroeg naar een persoon Vos of Vossen. De naam Vos is in dit dossier een opvallende naam, aangezien deze naam ook naar voren kwam bij feit 3. De rechtbank is tot een bewezenverklaring gekomen van dat feit 3 en op basis van het voorgaande komt zij ook tot bewezenverklaring van dit feit. Wel dient de verdachte partieel te worden vrijgesproken van het in vereniging plegen van de diefstal. Uit het dossier blijkt niet dat er andere daders betrokken waren bij dit feit. Feit 22 (Susteren, [adres 18] ) De rechtbank acht dit feit bewezen op basis van de aangifte, het aangetroffen DNA-spoor op de beautycase van aangeefster en de wijze waarop de verdachte is herkend in de supermarkt vlak voor zijn aanhouding door de getuigen die de camerabeelden van aangeefster hebben bekeken waarop de daders stonden. Ook verbalisanten hebben de verdachte herkend in de supermarkt naar aanleiding van de camerabeelden van de daders. Feit 23 De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen. Uit onderzoek is gebleken dat het een vals reisdocument betreft. Tevens is door de verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij het document in zijn bezit had, omdat hij geen geldig paspoort en rijbewijs meer had. De verdachte wist dus ook dat het om een vals exemplaar ging. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte: T.a.v. feit 3: op 4 augustus 2021 te Mheer tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, [straatnaam] , alwaar verdachte en zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, goederen van hun gading, die geheel aan [benadeelde partij 1] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels - zich naar bovengenoemde woning heeft begeven, - aldaar via een gesloten deur zich toegang tot de woning heeft verleend, - aan die [benadeelde partij 1] heeft verteld dat zij daar moeten zijn om te poetsen en dat ze al hadden aangebeld/geroepen en dat zij de buurman goed kenden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 4: op 4 augustus 2021 te Sint Geertruid tezamen en in vereniging met een ander in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 1] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een portefeuille, €700,00, een bankpas en een of meer (gouden) ringen, die geheel aan [slachtoffer 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; T.a.v. feit 5: op 4 augustus 2021 te Eckelrade tezamen en in vereniging met anderen in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om goederen van hun gading, die geheel aan [slachtoffer 3] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, door de ramen naar binnen hebben gekeken en aan de poorten hebben gerammeld, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 9: op 9 augustus 2021 te Belfeld tezamen en in vereniging met een of meer anderen in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 4] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, €60,00, een (gouden) ketting en een (zilveren) armband die geheel aan [slachtoffer 7] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(
  2. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak; T.a.v. feit 10: op 9 augustus 2021 te Belfeld tezamen en in vereniging met een of meer anderen in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 5] alwaar verdachte en zijn mededader(
  3. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, een (gouden) ring en horloge die geheel aan [slachtoffer 8] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; T.a.v. feit 11: op 9 augustus 2021 te Sevenum tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 6] , alwaar verdachte en zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, goederen van hun gading, die geheel aan [slachtoffer 9] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels - zich naar bovengenoemde woning heeft begeven en vervolgens de woning heeft betreden, en - vanuit bovengenoemde woning aan die [slachtoffer 9] gevraagd heeft of er gebruik mag worden gemaakt van het toilet en heeft opgemerkt dat de jongen stout is, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 12: op 9 augustus 2021 te Sint Joost tezamen en in vereniging met anderen in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 7] , alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich tegen de wil van de rechthebbende bevonden kleingeld, hanger en halsketting die geheel aan [slachtoffer 10] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; T.a.v. feit 13: op 10 augustus 2021 te Spaubeek tezamen en in vereniging met anderen in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 10] , ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om goederen van hun gading, die geheel aan [slachtoffer 11] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, met dat opzet de betreffende woning heeft betreden en voornoemde [slachtoffer 11] aan de praat heeft gehouden terwijl de woning werd doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 14: op 10 augustus 2021 te Schinnen tezamen en in vereniging met anderen in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 11] , alwaar hij, verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevondeen horloge, armband en voordeursleutel, die geheel aan [benadeelde partij 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachten zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van inklimming en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels door - zich naar bovengenoemde woning te begeven en de woning te betreden, - aan voornoemde [benadeelde partij 2] te vragen of haar zoontje naar de wc mag en vervolgens die [benadeelde partij 2] af te leiden, terwijl in de tussentijd de woning werd doorzocht; T.a.v. feit 15: op 10 augustus 2021 te Gulpen tezamen en in vereniging met anderen in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 12] , alwaar verdachte en zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, een (gouden) horloge, kettinkje en enkele zilveren muntstukken, die geheel aan [slachtoffer 12] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachten zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking en van een valse sleutel en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels door - zich naar bovengenoemde woning te begeven, - een sleutelkastje van de muur te forceren en open te breken - de in de sleutelkast aangetroffen sleutel te gebruiken om de deur te openen, - en zich op deze wijze toegang tot de woning te verlenen, en - aan die [slachtoffer 12] te zeggen dat ze naar het toilet moet; T.a.v. feit 16: op 8 oktober 2022 in de gemeente Simpelveld, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een woning aan de [adres 13] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen van zijn gading, die geheel aan [slachtoffer 13] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak - zich naar bovengenoemde woning heeft begeven, - met een snoeischaar de achterdeur heeft geforceerd en - meerdere kastdeuren en lades heeft opengetrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 17: op 28 juli 2023 te Schinnen tezamen en in vereniging met een ander in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 14] , alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, één of meer sieraden, munten, edelstenen en horloges, die geheel aan [benadeelde partij 5] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen sieraden, munten, edelstenen en horloges, onder hun bereik hebben gebracht door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels - door zich naar bovengenoemde woning te begeven en deze woning te betreden en - vervolgens tegen die [benadeelde partij 5] te zeggen "Je kent me toch? Van vroeger" en "ik moet hier iets maken"; T.a.v. feit 18: op 15 juni 2023 in de gemeente Beek in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 15] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, diverse sieraden, die geheel aan [slachtoffer 15] , toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels door - bij die woning aan te bellen, - vervolgens via achterom de woning te betreden, - en tegen die [slachtoffer 15] te zeggen dat hij de zoon van een zieke Italiaanse vrouw was die op de [adres 29] in Beek woont en dat hij moest komen vertellen dat zijn moeder ziek was en aan voornoemde [slachtoffer 15] te vragen of hij naar het toilet mag, - en zich vervolgens naar de bovenverdieping te begeven; T.a.v. feit 19: op 8 juli 2023 te Leveroy, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een woning aan de [adres 16] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen van zijn gading, die geheel aan [slachtoffer 14] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van verbreking - zich naar bovengenoemde woning heeft begeven, - de hordeur heeft geopend en geforceerd en zich zodoende toegang heeft verleend tot de woning, - ( vervolgens) zich naar de slaapkamer heeft begeven en aldaar in een ladekast heeft gezocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 20: op 21 maart 2023 te Leveroy in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 16] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meer (gouden) ringen en een armband, die geheel aan [slachtoffer 14] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels door - zich naar bovengenoemde woning te begeven en daar aan te bellen, - zichzelf binnen te laten en daarbij tegen die [naam aangeefster 2] en haar partner te zeggen “dat hij met opa kwam praten en wij hebben samen nog gewerkt, altijd veel werk in de tuin"; T.a.v. feit 21: op 23 maart 2023 te Stramproy in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, te weten Doctor [adres 17] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een sieradenkistje, contant geld en diverse sieraden, die geheel aan [slachtoffer 16] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels door - zich naar bovengenoemde woning te begeven en te betreden, - in de woning tegen die [slachtoffer 16] te praten over een persoon Vos/Vossen en daarbij naar een woning te wijzen; T.a.v. feit 22: op 9 januari 2024 te Susteren tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 18] , alwaar verdachte en zijn mededader(
  4. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, goederen van hun gading, die geheel aan [benadeelde partij 3] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels - zich naar bovengenoemde woning heeft begeven, - aldaar via een niet afgesloten deur zich toegang tot de woning heeft verleend, - aan die [benadeelde partij 3] heeft gevraagd waar het meisje is, of hij naar het toilet mag en zij koffie mogen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 23: op 9 januari 2024 in de gemeente Roermond een reisdocument, te weten een nationale identiteitskaart van Italië met het nummer [gegevens valse identiteitskaart] , waarvan hij, verdachte, wist dat deze vals was, voorhanden heeft gehad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Kennelijke taal- en schrijffouten in de tenlasteleggingen zijn voor zover aanwezig in de bewezenverklaring verbeterd. Onder de feiten 3, 11, 13 en 22 heeft de rechtbank de persoonsvorm van de uitvoeringshandelingen verbeterd gelezen. Ook in feit 17 is de persoonsvorm verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor redelijkerwijs niet in zijn verdediging geschaad. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op: T.a.v. feit 3: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; T.a.v. feit 4 en feit 10 en feit 12: diefstal door twee of meer verenigde personen in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt; T.a.v. feit 5 en feit 13: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt; T.a.v. feit 9 diefstal door twee of meer verenigde personen in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak; T.a.v. feit 11: diefstal door twee of meer verenigde personen in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weggenomen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; T.a.v. feit 14: diefstal door twee of meer verenigde personen in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weggenomen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; T.a.v. feit 15: diefstal door twee of meer verenigde personen in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking en een valse sleutel en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; T.a.v. feit 16: poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; T.a.v. feit 17: diefstal door twee of meer verenigde personen in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; T.a.v. feit 18 diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; T.a.v. feit 19: poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking; T.a.v. feit 20; diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; T.a.v. feit 21: diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; T.a.v. feit 22: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; T.a.v. feit 23: een reisdocument afleveren of voorhanden hebben waarvan de schuldige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het vals is. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De straf 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft voor wat betreft de strafmodaliteit en strafmaat, zich op het standpunt gesteld dat in beginsel moet worden volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van maximaal 27 maanden met aftrek van het voorarrest. Echter, nu het grotendeels oude feiten betreffen en vanwege het gegeven dat de verdachte wegens zijn ongewenst verklaring niet in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling, en dus een opgelegde gevangenisstraf geheel zal moeten uitzitten, is door de raadsman betoogd dat er voldoende ruimte is om een lagere gevangenisstraf op te leggen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan elf voltooide diefstallen uit een woning, veelal bij wijze van insluiping gepleegd, waarbij echter ook enkele malen een vorm van braak of verbreking is toegepast, zodat ook sprake is van woninginbraak. Daarnaast heeft hij nog 6 strafbare pogingen daartoe ondernomen. Veel van deze feiten heeft verdachte samen met medeverdachten gepleegd, vooral de feiten die in 2021 zijn gepleegd. Daarnaast heeft hij bij zijn aanhouding een vals reisdocument voorhanden gehad. Wat opvalt, is dat vrijwel uitsluitend personen van hoge tot zeer hoge leeftijd, enkele malen zelfs van boven de 90 jaren oud, slachtoffer van de bewezen misdrijven zijn geworden. Klaarblijkelijk, nu immers geen enkel feit voorkomt van jongere (potentiële) slachtoffers, hebben de verdachte en zijn medeverdachten keer op keer bewust misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van deze bejaarde slachtoffers, van wie velen ook nog alleen woonden of aanwezig waren in hun woning. Zij zijn als slachtoffer uitgekozen, omdat de verdachte van oude slachtoffers geen tegenstand of gevaar hoeft te verwachten. Een laffe keuze aldus. Een woning, die bij uitstek de veilige thuishaven van iedereen behoort te zijn, is telkenmale met crimineel oogmerk benaderd en betreden, zelfs is met braak de toegang geforceerd. Veel van de slachtoffers zijn in een directe persoonlijke confrontatie met de verdachte en de medeverdachten in hun woning overrompeld, verrast en in hun gezicht voor de gek gehouden. Schaamteloos hebben mensen smoesjes of uitvluchten moeten horen en de rechtbank stelt vast dat verdachte en zijn medeverdachten zonder enige vorm van schaamte of gewetensnood tot het open en bloot plegen van deze vermogensdelicten zijn overgegaan. Dat oude mensen aldus in hun eigen woning de dupe zijn moeten worden van het criminele winstbejag van verdachte, neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk. Het is triest om te moeten lezen dat een bepaalde aangever nog met de jongen heeft zitten puzzelen, dat sommigen nog moeite getroost hebben iemand wat te drinken te geven, terwijl verderop in de woning kasten en laden overhoop gehaald worden om dingen van de gading te vinden. Dat zelfs in een woning waar iemand op het sterfbed ligt wordt binnengedrongen en dat daar de medebewoonster zelf nog vastgepakt en opzijgezet wordt bij de betrapping, is moeilijk te verteren. Voorts geldt dat bij de voltooide feiten vaak voor de eigenaars emotioneel waardevolle bezittingen zijn gestolen, zoals sieraden van een overleden partner. De waarde van een dergelijke buit voor de daders is vaak gering, maar het verlies aan emotionele waarde voor de slachtoffers is niet in geld uit te drukken. Treurig is het ook om te zien dat zo achteloos met buit wordt omgegaan dat die ook wordt verloren, of wellicht wel wordt gedumpt. Door puur toeval is van twee slachtoffers (een deel van) de buit nog teruggevonden, wat overigens geen verdienste van de verdachte is. En hoe de buit dan gewaardeerd wordt, is op schandalige wijze zichtbaar op een afbeelding in een aangetroffen telefoontoestel: 485 gram aan goud of zilver op een weegschaaltje, wellicht een momentopname, maar daar is het dus om te doen, om het gewicht van gestolen edelmetaal. Met de officier van justitie stelt de rechtbank vast dat de verdachte ter terechtzitting feitelijk niets gezegd heeft. Alles wat hij heeft gezegd, is met voorbehoud en onzekerheid omkleed. Hij heeft geen enkele verantwoordelijkheid willen nemen voor de misdragingen die bewezen zijn verklaard. De verdachte heeft in 2021 hele dagtochten gemaakt om waar het ook maar zou lukken te gaan stelen, aantoonbaar soms dag in, dag uit. Maar voor geen enkel feit excuseert hij zich uitdrukkelijk. Wat voorts een bijzonder aspect van het bewezenverklaarde is, is dat het kunnen uitvoeren van babbeltrucs bij de insluipingen gefaciliteerd werd door een doorsnee lijkende combinatie van een vrouw met een man en een jong kind. Wetende dat mensen vermoedelijk niet direct verontrust raken wanneer ze door “een gezin” worden aangesproken, hebben verdachte en zijn medeverdachten ook bij dit aspect bewust misleidend gehandeld. Dat [kleinzoon van medeverdachte] , de kleinzoon van [naam medeverdachte 2] , mede voor dit karretje gespannen is en als medeverdachte mee heeft gedaan aan het plegen van deze strafbare feiten, acht de rechtbank in wezen ontluisterend, overigens ook richting [naam medeverdachte 2] , en zal in ernstige strafverzwarende zin meegewogen worden. In plaats van zorg te dragen voor diens schoolgang, heeft verdachte voor de jongen leermeester gespeeld op het criminele vlak. De rechtbank is van oordeel dat enkel een vrijheidsbenemende straf recht doet aan een zaak van deze omvang, qua feiten, qua brutaliteit van plegen, en qua aanhoudende en herhalende aard. Specifiek is in deze zaak van belang dat de verdachte niet alleen in het verleden al tot jarenlange gevangenisstraffen is veroordeeld voor vermogensdelicten, maar ook dat hij in het tijdsbestek van onderhavige feiten, in 2021 in België is aangehouden, vast heeft gezeten en is veroordeeld en daarna eenvoudigweg zijn stijl van handelen voortgezet heeft, getuige de bewezen feiten uit 2022, 2023 en 2024, tot aan de betrapping op heterdaad in Susteren. De verdachte is dusdanig hardleers, dat de strafhoogte kennelijk serieuzer moet worden, wellicht niet zozeer om hem het laakbare van zijn handelen te doen inzien, als ook om hem feitelijk de voet dwars te zetten bij het blijven stelen. De precieze inhoud van het in het dossier genoemde en ook door verdachte benoemde Belgische veroordelende vonnis (kennelijk voor soortgelijke feiten in 2021 in België begaan) is de rechtbank niet bekend, artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is op deze zaak formeel gezien hoe dan ook niet van toepassing nu dat een buitenlandse vervolging betreft, die niet tegelijk met een Nederlandse procedure had kunnen verlopen. De rechtbank slaat in algemene zin wel acht op het feit van de veroordeling, met name nu strafbare feiten vervolgens opnieuw gepleegd worden, inmiddels dan met iemand anders als mededader. Voor zover de verdachte zich ter terechtzitting heeft verontschuldigd wegens excessief cocaïnegebruik in die jaren, gelooft de rechtbank daar niks van. Nimmer heeft hij eerder iets inhoudelijks losgelaten over de reeks aanklachten, ook nu neemt hij nauwelijks verantwoordelijkheid voor enig concreet feit op zich en verder is niets van wat hij claimt ook maar enigszins aantoonbaar of verifieerbaar. Kijkend naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (de LOVS-oriëntatiepunten), waarbij een insluiping in een woning of een woninginbraak bij veelvuldige recidive al 6 tot 7 maanden gevangenisstraf kan opleveren en bij reguliere recidive al 3 tot 5 maanden, acht de rechtbank de eis van de officier van justitie om 8 jaren gevangenisstraf op te leggen niet buitensporig. In het vorenstaande is uitdrukkelijk weergegeven dat vele en velerlei redenen tot strafverzwaring bestaan en dat daartegenover geen matigende factoren van toepassing zijn. Het medeplegen, de braak of verbreking, het opduiken in andermans woningen en de vormen van misleiding maken deel uit van de wettelijk gekwalificeerde vormen van diefstal of poging tot diefstal Gelet op de veelheid van feiten en op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de rechtbank de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van het voorarrest. De rechtbank constateert dat, kijkend naar de feiten uit 2021 en 2022, de vervolging en berechting pas na jaren is gevolgd, evenwel is verdachte pas na zijn aanhouding in januari 2024 geconfronteerd met het bestaan van onderhavige strafvervolging, zodat de rechtbank hierin geen aanleiding tot strafvermindering ziet. Dat reeds in 2021 doorzoekingen in België hebben plaatsgevonden bij de medeverdachten en dat de verdachte daarvan weet kan hebben gehad en dat hij daar is opgepakt en veroordeeld, heeft zijn oorsprong en zijn plek in het zelfstandig ingestelde Belgische opsporingsonderzoek; bovendien beschikte de verdachte niet over een officiële woon- of verblijfplaats en maakten dus ook die doorzoekingen geen inbreuk op zijn recht of positie. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. 7De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen De slachtoffers [benadeelde partij 4] , [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , en [benadeelde partij 5] hebben zich als benadeelde partijen gevoegd in het strafproces. 7.1 De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] (feit 2) De benadeelde partij vordert een bedrag aan materiële en immateriële schadevergoeding. De rechtbank is van oordeel dat nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd onder feit 2, de benadeelde partij niet in de vordering kan worden ontvangen. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. 7.2 De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] (feit 3) De benadeelde partij heeft een blanco voegingsformulier ingediend dat niet is ondertekend. De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. 7.3 De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (feit 14) De benadeelde partij vordert een bedrag van € 200,- aan materiële schadevergoeding. Dit bedrag bestaat uit de kosten van het eigen risico (€ 100,-) dat de benadeelde heeft moeten betalen voor de vergoeding van de verzekering van de weggenomen sieraden en de kosten voor het vervangen van de sloten van de woning (€ 100,-). Tevens vordert de benadeelde een bedrag van € 1.000,- aan immateriële schadevergoeding. De benadeelde partij heeft verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen en het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel kan worden toegewezen met vermeerdering van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het gevorderde aan materiële en immateriële schade is voldoende onderbouwd en door of namens de verdediging is hier geen verweer op gevoerd, zodat de vordering wordt toegewezen met vermeerdering van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 7.4 De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] (feit 17) De benadeelde vordert een bedrag van € 1.272,40 aan materiële schadevergoeding. Dit bedrag bestaat uit het restant van de schade van de gestolen sieraden dat niet door de verzekering is vergoed. Tevens vordert de benadeelde een bedrag van € 1.300,- aan immateriële schadevergoeding. De benadeelde partij heeft verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen en het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel kan worden toegewezen met vermeerdering van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het gevorderde aan materiële en immateriële schade is voldoende onderbouwd en door of namens de verdediging is hier geen verweer op gevoerd, zodat de vordering wordt toegewezen met vermeerdering van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 7.5 De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] (feit 22) De benadeelde vordert een bedrag van € 7.000,- aan immateriële schadevergoeding en heeft verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen en het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde in aanmerking komt voor vergoeding van immateriële schade, maar dat het toe te wijzen bedrag moet worden gematigd. De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens het ontbreken van voldoende onderbouwing. Subsidiair heeft de raadsman, indien de rechtbank van oordeel is dat de benadeelde in aanmerking komt voor immateriële schade, zich op het standpunt gesteld dat het toe te wijzen bedrag substantieel moet worden gematigd. De benadeelde partij heeft voor het gevorderde aan immateriële schade in het schade-onderbouwingsformulier aangegeven dat zij sinds het incident psychische klachten heeft. Zij voelt zich niet meer veilig in haar woning en heeft moeite met slapen. Tevens vertrouwt zij vreemde mensen niet meer. Het incident heeft ervoor gezorgd dat de benadeelde angstig en onrustig is en heeft gezorgd voor sociale terugtrekking. Voor wat betreft de vergoeding van immateriële schade (smartengeld) als gevolg van het handelen van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het arrest van de Hoge Raad van 15 oktober 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1465), waarin de Hoge Raad heeft overwogen dat niet is uitgesloten dat een inbraak in een woning en daarmee een inbreuk op het recht op eerbiediging van de privésfeer, voor de bewoner van die woning dermate ingrijpende gevolgen heeft dat zij grond kan bieden voor het aannemen van een aantasting in de persoon, ook als die gevolgen niet als geestelijk letsel zijn aan te merken. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijk geval zich hier voordoet. De benadeelde is op gevorderde leeftijd en was aanwezig in de woning ten tijde van de poging tot inbraak. De benadeelde heeft oog in oog gestaan met de daders in haar woning. Een plek waar zij zich bij uitstek veilig hoort te voelen. Uit de (korte) toelichting op de vordering blijkt dat de benadeelde nog steeds last heeft van gevoelens van onveiligheid in haar eigen woning en dat zij sociaal geïsoleerd is geraakt. Deze feiten en omstandigheden maken dat de benadeelde in aanmerking komt voor immateriële schadevergoeding. Op grond van hetgeen de benadeelde heeft aangevoerd en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat het gevorderde bedrag van € 7.000,- te hoog is. De rechtbank schat de immateriële schade naar billijkheid op € 1.000, -. Dit is overigens ook in lijn met de hoogte van andere vorderingen zoals die in deze zaak zijn gevorderd en in dit vonnis worden toegewezen. Voor het overige zal de rechtbank de vordering afwijzen. 8Het beslag In het dossier bevindt zich een beslaglijst met daarop rookwaar (een elektronische sigaret) en een identiteitsbewijs. De elektronische sigaret met goednummer G1614927 moet, nu het beslag formeel nog bestaat, worden geretourneerd aan de verdachte, aangezien er geen strafvorderlijk belang (meer) is dat zich verzet tegen teruggave daarvan. De identiteitskaart met goednummer G1614927 moet worden onttrokken aan het verkeer, omdat deze vals is en het bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. 9De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 36f, 45, 57, 231 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. 10De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt de verdachte vrij van het onder feit 1, feit 2, feit 6, feit 7 en feit 8 tenlastegelegde; Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] (feit 2) verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 4] in de kosten van de verdachte, ter verdediging tegen de vordering gemaakt, tot heden begroot op nihil; Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] (feit 3) verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in de kosten van de verdachte, ter verdediging tegen de vordering gemaakt, tot heden begroot op nihil; Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] en de schadevergoedingsmaatregel (feit 14) wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] volledig toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 1.200,- te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 10 augustus 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening. Voornoemd bedrag bestaat uit € 200,- aan materiële schadevergoeding en € 1.000,- aan immateriële schadevergoeding; veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken; legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2] van een bedrag van € 1.200,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening. Voornoemd bedrag bestaat uit € 200,- aan materiële schadevergoeding en € 1.000,- aan immateriële schadevergoeding; bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 22 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op; bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen; Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] en de schadevergoedingsmaatregel (feit 17) wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] volledig toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 2.572,40 te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 28 juli 2023 tot aan de dag van de volledige voldoening. Voornoemd bedrag bestaat uit € 1.272,40 aan materiële schadevergoeding en € 1.300,- aan immateriële schadevergoeding; veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken; legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 5] van een bedrag van € 1.272,40 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2023 tot aan de dag van de volledige voldoening. Voornoemd bedrag bestaat uit € 1.272,40 aan materiële schadevergoeding en € 1.300,- aan immateriële schadevergoeding; bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 35 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op; bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen; Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] en de schadevergoedingsmaatregel (feit 22) wijst de vordering van de benadeelde [benadeelde partij 3] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 1.000,- aan immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 9 januari 2024 tot aan de dag van de volledige voldoening; wijst af het meergevorderde aan immateriële schadevergoeding; veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken; legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 3] van een bedrag van € 1.000,- aan immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2024 tot aan de dag van de volledige voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op; bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen; Beslag - onttrekt aan het verkeer het volgende in beslag genomen voorwerp: 1 STK Identiteitsbewijs (met goednummer G1669599); - gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de veroordeelde: 1 STK Rookwaar (met goednummer G1614927). Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. Bax, voorzitter, mr. D.J.E. Hamers-Aerts en mr. L.H.M. Geuns, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.P. Huntjens, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 juni 2025. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat T.a.v. feit 1: hij op of omstreeks 24 juli 2021 te Gronsveld, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 19] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, €1000 en/of diverse sieraden, in elk geval enig geldbedrag en/of goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  5. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels door - zich voor te doen als kopers en in die hoedanigheid voornoemde [slachtoffer 1] aan de praat te houden in de bijbehorende boerderijwinkel, terwijl hij, verdachte, de woning van voornoemde [slachtoffer 1] doorzocht T.a.v. feit 2: hij op of omstreeks 28 juli 2021 te Mheer, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 20] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, €13.000 en/of diverse sieraden, in elk geval enig geldbedrag en/of goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  6. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte(
  7. n)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels door - met een onrechtmatig verkregen huissleutel de deur van bovengenoemde woning te openen, - in de woning voornoemde [benadeelde partij 4] te vragen of zij hun handen mochten wassen en/of iets te drinken mochten, en/of - terwijl in de tussentijd de woning werd doorzocht; T.a.v. feit 3: hij op of omstreeks 4 augustus 2021 te Mheer, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  8. s)voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [straatnaam] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(
  9. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), goederen van zijn/haar/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  10. s)toebehoorde(
  11. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels - zich naar bovengenoemde woning hebben begeven, - aldaar via een gesloten deur zich toegang tot de woning hebben verleend, - aan die [benadeelde partij 1] te vertellen dat zij daar moeten zijn om te poetsen en/of dat ze al hadden aangebeld/geroepen en/of dat zij de buurman goed kenden terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 4: hij op of omstreeks 4 augustus 2021 te Sint Geertruid, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 1] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een portefeuille, €700,00, een bankpas en/of een of meer (gouden) ringen, in elk geval enig geldbedrag en/of goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  12. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; T.a.v. feit 5: hij op of omstreeks 4 augustus 2021 te Eckelrade, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  13. s)voorgenomen misdrijf om goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(
  14. s)toebehoorde(
  15. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, met een personenauto het bijbehorende perceel van voornoemde woning zijn opgereden, door de ramen naar binnen heeft/hebben gekeken en/of aan de poorten hebben gerammeld, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 6: hij op of omstreeks 5 augustus 2021 te Reijmerstok, in de gemeente Gulpen-Wittem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 28] alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een portefeuille, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  16. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; T.a.v. feit 7: hij op of omstreeks 7 augustus 2021 te Maasbracht, in de gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 21] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  17. s)voorgenomen misdrijf om goederen van zijn/haar/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(
  18. s)toebehoorde(
  19. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, met dat opzet de betreffende woning heeft/hebben betreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 8: hij op of omstreeks 9 augustus 2021 te Sevenum, in de gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 3] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(
  20. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een armband, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  21. s)toebehoorde(
  22. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels - zich naar bovengenoemde woning hebben begeven, - aldaar voor de deur van de woning aan die [slachtoffer 6] hebben gevraagd voor een glaasje water en/of daarbij verteld hebben dat Oma Wies niet thuis was, - de woning heeft/hebben betreden, en/of - aan voornoemde [slachtoffer 6] gevraagd hebben of ze de toilet mochten gebruiken; T.a.v. feit 9: hij op of omstreeks 9 augustus 2021 te Belfeld, in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 4] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(
  23. en)€60,00, (gouden) ketting en/of (zilveren) armband, in elk geval enig geldbedrag en/of goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(
  24. s)toebehoorde(
  25. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  26. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn /hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; T.a.v. feit 10: hij op of omstreeks 9 augustus 2021 te Belfeld in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 5] alwaar verdachte en/of zijn/haar mededader(
  27. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een (gouden) ring en/of horloge, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(
  28. s)toebehoorde(
  29. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; T.a.v. feit 11: hij op of omstreeks 9 augustus 2021 te Sevenum, in de gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  30. s)voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 6] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(
  31. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), goederen van zijn/haar/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  32. s)toebehoorde(
  33. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels - zich naar bovengenoemde woning hebben begeven en/of vervolgens de woning hebben betreden, en/of - vanuit bovengenoemde woning aan die [slachtoffer 9] gevraagd heeft/hebben of er gebruik mag worden gemaakt van het toilet en/of op hebben opgemerkt dat de jongen stout is terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 12: hij op of omstreeks 9 augustus 2021 te Sint Joost in de gemeente Echt-Susteren, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 7] alwaar verdachte en/of zijn/haar mededader(
  34. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), kleingeld, hanger en/of halsketting, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(
  35. s)toebehoorde(
  36. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; T.a.v. feit 13: hij op of omstreeks 10 augustus 2021 te Spaubeek, in de gemeente Beek, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 10] , ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  37. s)voorgenomen misdrijf om goederen van zijn/haar/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(
  38. s)toebehoorde(
  39. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, met dat opzet de betreffende woning is/hebben betreden en/of voornoemde [slachtoffer 11] aan de praat hebben gehouden terwijl de woning werd doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 14: hij op of omstreeks 10 augustus 2021 te Schinnen, in de gemeente Beekdaelen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 11] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een horloge, armband en/of voordeursleutel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  40. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte(
  41. n)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels door - zich naar bovengenoemde woning te begeven en/of de woning te betreden, - aan voornoemde [benadeelde partij 2] te vragen of haar zoontje naar de wc mag en/of vervolgens die [benadeelde partij 2] af te leiden, terwijl in de tussentijd de woning werd doorzocht; T.a.v. feit 15: hij op of omstreeks 10 augustus 2021 te Gulpen, in de gemeente Gulpen-Wittem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 12] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(
  42. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een (gouden) horloge, kettinkje en/of enkele zilveren muntstukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 12] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  43. s)toebehoorde(
  44. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte(
  45. n)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels door - zich naar bovengenoemde woning te begeven, - een sleutelkastje van de muur te forceren en/of open te breken - de in de sleutelkast aangetroffen sleutel te gebruiken om de deur te openen, - en/of zich op deze wijze toegang tot de woning te verlenen, en/of - aan die [slachtoffer 12] te zeggen dat ze naar het toilet moet; T.a.v. feit 16: hij op of omstreeks 8 oktober 2022 in de gemeente Simpelveld, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een woning aan de [adres 13] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 13] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  46. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, - zich naar bovengenoemde woning heeft begeven, - met een snoeischaar de achterdeur heeft geforceerd en zich zodoende toegang heeft verleend tot de wintertuin, en/of - aldaar meerdere kastdeuren en lades heeft opengetrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 17: hij op of omstreeks 28 juli 2023 te Schinnen, in de gemeente Beekdaelen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 14] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(
  47. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), één of meer sieraden, munten, edelstenen en/of horloges, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(
  48. s)toebehoorde(
  49. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  50. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen sieraden, munten, edelstenen en/of horloges, dan wel goederen, onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming, een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels - door zich naar bovengenoemde woning heeft/hebben begeven en/of deze woning betreden, - vervolgens tegen die [benadeelde partij 5] te zeggen "Je kent me toch? Van vroeger" en/of "ik moet hier iets maken"; T.a.v. feit 18: hij op of omstreeks 15 juni 2023 in de gemeente Beek, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 15] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, diverse sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 15] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  51. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming, en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels door - bij die woning aan te bellen, - vervolgens via achterom de woning te betreden, - en/of tegen die [slachtoffer 15] te zeggen dat hij de zoon van een zieke Italiaanse vrouw was die op de [adres 29] in Beek woont en/of dat hij moest komen vertellen dat zijn moeder ziek was en/of aan voornoemde [slachtoffer 15] te vragen of hij naar het toilet mag, - en/of zich vervolgens naar de bovenverdieping te begeven; T.a.v. feit 19: hij op of omstreeks 8 juli 2023 te Leveroy, in de gemeente Nederweert ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een woning aan de [adres 16] ,alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 14] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  52. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming - zich naar bovengenoemde woning heeft begeven, - de hordeur heeft geopend en/of geforceerd en/of zich zodoende toegang heeft verleend tot de woning, - ( vervolgens) zich naar de slaapkamer heeft begeven en/of aldaar in een ladekast heeft gezocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 20: hij op of omstreeks 21 maart 2023 te Leveroy in de gemeente Nederweert, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 16] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meer (gouden) ringen en/of armband, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 14] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(
  53. s)toebehoorde(
  54. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte(
  55. n)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels door - zich naar bovengenoemde woning te begeven en/of daar aan te bellen, - zichzelf binnen te laten en/of daarbij tegen die [naam aangeefster 2] en/of haar partner te zeggen “dat hij met opa kwam praten en/of wij hebben samen nog gewerkt, altijd veel werk in de tuin"; T.a.v. feit 21: hij op of omstreeks 23 maart 2023 te Stramproy, in de gemeente Weert, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten Doctor [adres 17] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(
  56. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, sieradenkistje, contant geld en/of diverse sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 16] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  57. s)toebehoorde(
  58. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte(
  59. n)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels door - zich naar bovengenoemde woning te begeven en/of te betreden, - in de woning tegen die [slachtoffer 16] te praten over een persoon Vos/Vossen en/of daarbij naar een woning te wijzen; T.a.v. feit 22: hij op of omstreeks 9 januari 2024 te Susteren, in de gemeente Echt-Susteren tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  60. s)voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 18] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(
  61. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  62. s)toebehoorde(
  63. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels - zich naar bovengenoemde woning hebben begeven, - aldaar via een niet afgesloten deur zich toegang tot de woning hebben verleend, - aan die [benadeelde partij 3] te vragen waar het meisje is, of hij naar het toilet mag en/of hij/zij/hen koffie mogen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; T.a.v. feit 23: hij op of omstreeks 9 januari 2024 in de gemeente Roermond, althans in Nederland, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een nationale identiteitskaart van Italië met het nummer [gegevens valse identiteitskaart] , waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad. Bijlage II: de bewijsmiddelen Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Districtsrecherche Zuid-West-Limburg met onderzoeksnummer LB3R021109 Praia, gesloten d.d. 21 april 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 832. [benadeelde partij 1] ( [geboortedatum 1] ) verklaarde in haar aangifte, voor zover van belang, het volgende: Ik doe aangifte van een poging diefstal uit mijn woning op de [straatnaam] te Mheer. Op woensdag 4 augustus 2024 omstreeks 14:00 uur was ik in de tuin. De woning was geheel afgesloten, behalve de achterdeur die toegang gaf tot de keuken. De achterdeur stond open, echter de vliegenhor was dicht. Op een moment zag ik dat de vliegenhor en het kniehogenhekje geopend waren. Ik wist zeker dat ik dit niet zo had achtergelaten. Eenmaal in de keuken had ik vrij zicht en zag ik een vrouw in de keuken staan die ik niet kon. Ik sprak de vrouw aan en zag een man en een kind in de hal staan. Op mijn vraag "wat doet u hier?" kreeg ik onverwijld antwoord van de, voor mij onbekende, vrouw. De vrouw zei tegen mij in het Nederlands: "Wij moeten hier zijn." We gingen kort een gesprek aan omdat ik het er niet mee eens was. Tijdens het verlaten van de woning maakte de man, vrouw en het kind mij duidelijk dat de vrouw moest komen poetsen. Zij dachten dat ze op mijn adres moesten zijn en deden alsof het een vergissing was. Ik vroeg of men dan bij de buren moest zijn en ik noemde de naam van de buren. "Ja" zei de man. "En we hebben hem goed gekend" was zijn antwoord. Ik was van mening dat ze bij de buren moesten zijn. De jongen maakte de zinnen van mij af en noemde een achternaam "Vos". Hij hielp mij eigenlijk meedenken. Zijn antwoorden waren ook plausibel. De man stelde zich zeer kwetsbaar op. Hij bleef zich maar verontschuldigen en liet weten dat hij het zeer vervelend vond dat hij in 'de verkeerde' woning was geweest. De achternaam Vos zegt mij echter niets. Ik kan hen omschrijven als: Man: - Ik schatte hem tussen de 35 en 40 jaar oud. - Ongeveer 1.65 meter lang. - Pikzwart / gitzwart halflang haar tot ongeveer onder de oren. - Bol gezicht. - Normaal postuur. - Verzorgd uiterlijk in oog en geur. - Licht getint. Vrouw: - Iets kleiner dan de man. Ik schat 1.55. Ik schat dat zodanig omdat ik ook zo groot ben. - Haar pikzwarte haren had ze achteruit gekamd. Ze had het volgens mij in een staart. Ook haar haren waren pikzwart. Zwarter dan dat kon haast niet. Gelijkend op de haarkleur van man. - Haar gezicht was verzorgd net als haar uiterlijk. - Haar gezicht had een netjes vrouwengezicht. Het was in elk geval geen lelijke vrouw. - Haar postuur was mollig tot stevig te noemen. Zeker niet dik maar er zat een kilootje meer op. - Licht getint. Kind: - Zeker 12 jaar oud. - Hij was ongeveer even lang als de vrouw (1.55 meter hoog). Hij was in elk geval niet veel kleiner. - Droeg donkere kleren met een zwarte pet op zijn hoofd. - Het postuur was normaal voor een kind van die leeftijd. Niet te smal en zeker niet te dik. - Ook hij sprak het Nederlands met een buitenlandse tongval/accent. Bij controle achteraf van de woning zagen wij dat de waardevolle spullen nog aanwezig waren. [slachtoffer 2] ( [geboortedatum 2] ) verklaarde in zijn aangifte, voor zover van belang, het volgende: Op 4 augustus 2021 rond 17:30 uur, zat ik buiten op mijn terras van mijn woning aan de [adres 1] . Op enig moment kwam er vanaf de doorgaande weg ineens een oudere man met een kleinere jongen bij mij het terras opgelopen. De man kwam naast mij zitten en begin te praten tegen mij. De zag de kleine jongen over mijn terras lopen. Op enig moment zag ik dat de jongen de klink van de achterdeur van mijn woning vasthad. Ik heb niet gekeken of de jongen naar binnen is gegaan, maar op enig moment was de jongen weg en zag ik hem niet meer. Nadat de man circa 10 minuten bij mij had gezeten, is hij opgestaan en richting de doorgaande weg gelopen. Toen de man wegliep zag ik de jongen ineens weer op het terras en ik zag dat de jongen naast mij kwam zitten. De jongen is vervolgens tot circa 18.00 uur bij mij blijven zitten. Toen ik later die avond naar boven ging en in mijn slaapkamer aankwam, zag ik dat de deuren van de linnenkast openstonden en dat de kast overhoop lag. Toen ik op 5 augustus, ergens in de ochtend naar de winkel ging om wat kleine boodschappen te halen, pakte ik mijn beurs beneden uit een kastje en ging ik naar de winkel. Toen ik vervolgens de boodschappen bij de kassa wilde afrekenen, zag ik dat er een geldbedrag van circa 100,- euro uit mijn beurs weg was. Ik vond dat vreemd, want het geld zat er een dag eerder nog in. Vervolgens wilde ik de boodschappen betalen met de bankpas en toen kwam ik tot de ontdekking dat deze ook weg was. Die zat een dag eerder ook nog in mijn beurs. Ik heb nog een andere beurs met geld, beneden in de lade liggen en ben toen meteen gaan kijken, omdat ik toen in de gaten had dat een en ander niet klopte. In die andere beurs zat een spaargeldbedrag van circa 600,- euro. Na opening van de lade zag ik dat die andere beurs er wel nog in lag, doch nadat ik erin keek, zag ik dat de 600,- euro eruit weggenomen was. Verder zag ik ook dat er nog een gouden zegelring uit diezelfde lade was weggenomen. Vervolgens ben ik terug naar boven gegaan om te kijken of er uit het nachtkastje mogelijk nog andere zaken waren weggenomen. Eenmaal boven, constateerde ik dat er uit mijn nachtkastje een gouden ring was weggenomen. Het betrof de gouden trouwring van mijn vrouw. Hierin stond de inscriptie: " [inscriptie trouwring 1] " en de naam " [inscriptie trouwring 2] ". Over het signalement van de beide personen kan ik het navolgende zeggen: MAN: - circa 50 jaar oud; - getint uiterlijk; - circa 1,60 a 1,70 m groot; - normaal postuur; - droeg een zwart petje; - was in het zwart gekleed; Dat is alles wat ik mij nog weet te herinneren over die man. JONGEN: - circa 10 à 15 jaar oud; - circa 1,50 meter groot; - droeg eveneens een zwart petje; - was eveneens in het zwart gekleed; Ik doe bij deze aangifte terzake diefstal van: - mijn Rabobankpas uit mijn beurs; - een geldbedrag van circa 100,- euro uit diezelfde beurs; - een geldbedrag van circa 600,- euro uit een andere beurs; - een gouden zegelring met inscriptie "JC"; - een gouden trouwring met inscriptie van de datum " [inscriptie trouwring 1] " en de naam " [inscriptie trouwring 2] ". [aangeefster] verklaarde in haar aangifte namens [slachtoffer 3] ( [geboortedatum 3] ), voor zover van belang, het volgende: Op woensdag 4 augustus 2021 waren wij niet thuis op de [adres 2] in Eckelrade. Op die dag kwam de pachter van onze landerijen, [naam 2] , in de avond naar ons toe. Hij vertelde ons toen dat hij 3 personen had gezien op de camerabeelden die bij ons ophangen bij de schuur. Op de beelden heb ik een vrouw, man en jongen gezien. Ik zag op de beelden die [naam 2] mij liet zien, dat 1 persoon door het raam naast de poort van de schuur naar binnen keek en een andere aan de poort van de schuur rammelde. Wij missen geen spullen uit de woning. Getuige [naam getuige 2] verklaarde, voor zover van belang, – zakelijk weergegeven – het volgende: Ik heb op 4 augustus 2021 een auto in de wei zien staan bij het langsrijden. Ik dacht toen nog van wat moet die auto daar. Vermoedelijk was dit een witte auto. De auto stond tussen de eerste boerderij van de [adres 2] en die van de [naam 3] . Ik zag er 2 of 3 personen in zitten. [slachtoffer 7] ( [geboortedatum 4] ) verklaarde in haar aangifte, voor zover van belang, het volgende: Ik woon aan de [adres 4] te Belfeld. Op 9 augustus 2021 verliet ik omstreeks 17:15 uur de woning. Om 18:50 uur kwam ik terug en viel het mij op dat lades in de woonkamer open stonden. Ik zag een bloempot die op de grond lag, deze stond op de vensterbank bij het raam. Het raam van mijn slaapkamer stond naar binnen toe open. Het betreft een raam/kiepraam. Het houten kozijn is vernield. Buiten liggen houtsplinters afkomstig van het kozijn. Het raam kan niet meer naar behoren afgesloten worden. Er zijn sieraden en geld weggehaald, welke mijn eigendom waren. Het gaat om een gouden ketting, met gouden kruisje. Tevens is er een zilveren armband weggehaald, deze lagen allemaal in een kistje. Uit de ladekast van de woonkamer kast lag mijn portemonnee. Hieruit is cashgeld weggenomen van in totaal 60 euro. Op 22 januari 2024 is van de verdachte DNA afgenomen en opgenomen in de DNA-databank. Het DNA-profiel van de verdachte [naam verdachte 1] ( [gegevens mbt DNA profiel] ) matcht met het DNA-profiel, opgenomen in de Belgische DNA-databank onder de naam [naam mbt DNA profiel] . Op de buitenzijde van het slaapkamerraam van de woning van [slachtoffer 7] op de [adres 4] te Belfeld is een DNA-spoor aangetroffen (met [nummer mbt DNA spoor] ). Het TMFI heeft een uitspraak gedaan over de bewijswaarde van dit DNA-spoor en concludeert dat het extreem veel waarschijnlijker is wanneer het DNA-spoor DNA bevat van de verdachte en twee onbekende, niet verwante personen, dan dat de bemonstering van het spoor van drie onbekende, niet verwante personen is. [slachtoffer 8] ( [geboortedatum 5] ) verklaarde in haar aangifte, voor zover van belang, het volgende: Op 9 augustus 2021 omstreeks 17:15 uur was ik in mijn woning aan de [adres 5] te Belfeld. Ik had het slaapkamerraam op een kier open staan. Ik zat op genoemd tijdstip in de woonkamer en hoorde enkele leef geluiden welke afkomstig waren uit mijn slaapkamer. Omdat het raam op een kier stond dacht ik dat de geluiden van buiten kwamen. De geluiden klonken als gerommel. Omstreeks 17:45 uur zag ik tor mijn verbazing dat het slaapkamerraam helemaal open stond en dat alle lades van het nachtkastje open stonden. Ik zag dat mijn slaapkamer was doorzocht. Uit de bijlage behorende bij de aangifte van [slachtoffer 8] blijkt dat een gouden ring en een gouden horloge zijn weggenomen. [slachtoffer 6] ( [geboortedatum 6] ) verklaarde in haar aangifte, voor zover van belang, het volgende: Op 9 augustus omstreeks 16:00 uur liep ik terug naar mijn woning in Sevenum aan de [adres 3] . Ik zag dat een auto met witte kentekenplaten mij passeerde. Ik had het idee dat ik deze auto al eerder had gezien en kreeg het gevoel dat deze auto mij in de gaten hield omdat deze in laag tempo in mijn buurt bleef rijden. Omstreeks 16:30 uur stond ik in de keuken. Ik stond ter hoogte van de achterdeur en zag ineens een kleinere vrouw ik schat haar tussen de 1,50 en 1,60 meter met een normaal postuur en een sjaaltje in haar haren, staan met een jong jongetje, ik schat hem rond de 9 jaar oud met kort donker haar. Ik hoorde dat de vrouw aan mij vroeg of ik een glaasje water had. De vrouw herhaalde meerdere keren dat "oma Wies" niet thuis was en dat zij daar waren. Ik bukte mij om glazen te pakken en hoorde ineens de stoelen van de keukentafel schuiven. Ik zag dat de vrouw en het jongetje achter mij aan waren gelopen de woning in. Ineens zag ik een schaduw vanuit de woonkamer en hoorde ik een mannenstem. Ik schrok hiervan want ik had helemaal geen man bij de vrouw en het kindje gezien. Ineens kwam de man vanuit de woonkamer richting de keuken gelopen, het betrof een lange smalle man met donkere haren tot op zijn schouders. Ik zag dat in de woonkamer, waar de man was geweest, een kastdeur open stond. [slachtoffer 9] ( [geboortedatum 7] ) verklaarde in haar aangifte, voor zover van belang, het volgende: Op 9 augustus zat ik omstreeks 15:30 uur onder de veranda van mijn woning op de [adres 6] te Sevenum. Rond genoemd tijdstip ging plots de deur van de woning, onder de veranda van binnenuit open. Ik zag dat een jongen vanuit mijn woning naar buiten kwam. De jongen had een licht getinte huidskleur, droeg kort donker haar en had een licht getinte huidskleur. Verder droeg hij donkere kleding. Ik schat hem tussen de 10 en twaalf jaar oud. Ik hoorde dat de jongen in gebrekkig Nederlands vroeg of hij naar de wc mocht. Ik vond dat goed en ben vervolgens met hem via de oprit naar de garage gelopen alwaar ook een wc is. Ik wilde hem niet in de woning naar de wc laten gaan. Ik ben in de garage blijven wachten tot hij klaar was. Hij was zo klaar. Op mijn vraag waar hij vandaan kwam zei hij dat hij bij een vriendje was. Toen ik vroeg bij welk vriendje zei hij: "Daarachter", waarbij hij wees in de richting van [naam 4] . Hij bleef echter staan treuzelen en vroeg of hij nog een keer naar de wc mocht gaan. Ik zei dat hij dat niet mocht en dat hij maar naar zijn vriendje moest gaan. Daarna zei ik dat hij naar buiten moest gaan. Op dat moment zag ik een man en een vrouw uit mijn garage komen. Zij liepen ook naar de weg en ik zag dat ze de jongen bij de kraag pakten en bij de weg naar rechts liepen. Ik hoorde de man zeggen: "Hij is stout geweest". Later hoorde ik van mijn buurvrouw, [naam 5] , dat zij een auto met Belgisch kenteken had zien staan. Ik ben weer onder de veranda gaan zitten en heb naar mijn dochter [naam 6] gebeld om haar te vertellen wat er net gebeurd was. Even later kwam [naam 7] , de dochter van [naam 6] , en haar vriend [naam 9] de aanhangwagen terug brengen. Nadat ik het gebeuren aan [naam 7] en [naam 9] had verteld ben ik samen met [naam 7] mijn woning binnengegaan om te kijken of er iets was gebeurd. Ik zag toen dat laden en deuren van kasten in de gang, keuken, woonkamer en slaapkamer open stonden. Ik zag dat spullen die in de kasten lagen, waren verschoven. Ook zag ik dat men in mijn handtas, die in een slaapkamerkast lag, had gekeken want ik zag dat zowel de kleine als ook de grote ritssluiting open stond. [naam 7] heeft toen naar de politie gebeld. Ik heb nog met [naam 7] gekeken of er goederen weg waren maar dat was niet het geval. Signalement man: licht getinte huidskleur, hij sprak gebrekkig Nederlands, donker gekleed. Enige tijd later kwam ook mijn dochter [naam 6] . Die vertelde mij dat haar een auto met Belgisch kenteken, met daarbij ook een man, vrouw en kind, was opgevallen. Zij had die auto zien staan toen ze onderweg was naar mij. Getuige [naam 8] verklaarde, voor zover van belang, het volgende: Op 9 augustus om 15:36 uur belde mijn moeder. Zij vertelde dat er een jongetje naar de wc was geweest in haar woning en dat hij niet naar de weg wilde lopen en dat er toen een man en een vrouw uit de garage kwamen lopen. Ook vertelde ze dat mijn dochter [naam 7] en haar vriend [naam 9] eraan waren gekomen en dat zij samen met [naam 7] in de woning had gekeken en dat ze hadden gezien dat laden en deuren van kasten open stonden. Ik zei haar dat ik ook zou komen. Ik reed vervolgens vanaf mijn woning in de richting van de woning van mijn moeder. Op de Beatrixstraat , net voor de kruising met de Peperstraat , zag ik aan de rechterzijde van de weg een grijze personenauto staan. Ik zag aan de achterzijde van die personenauto een man, een vrouw en een jongetje in de richting van de kruising met de Peperstraat lopen. Omdat mijn moeder had gezegd dat er een man, vrouw en jongetje bij haar in de woning waren geweest, was ik extra alert. Ik zag dat de drie personen donkerkleurige kleding droegen en rechtsaf, de Peperstraat inliepen. Ik bracht mijn auto tot stilstand en belde met mijn dochter [naam 7] . Ik vroeg aan haar of de personen die bij oma waren geweest ook donker gekleed waren. [naam 7] bevestigde dat. Ik heb vervolgens een foto gemaakt van de grijze auto en zag dat het een grijze Mercedes betrof met het Belgische kenteken [kenteken 1] . In een aanvullend verhoor verklaarde getuige [naam 8], voor zover van belang, het volgende: O = Opmerking verbalisant V = Vraag verbalisant A = Antwoord getuige O: U heeft of 19 augustus 2021 al een verklaring afgelegd over een Mercedes met het Belgische kenteken [kenteken 1] . U had het toen over een jongen, een man en een vrouw. (…) V: Kunt u nog wat vertellen over de kleding van de man? A: Hij had een broek en jas aan, in het zwart. De jas was open, wat hij daaronder had weet ik niet. V: Wat voor een jas was het? A: Een gladde jas met een boord onder langs, tot op de heupen. Een soort bomberjack of motorjack. V: II heeft verklaard, ‘licht getint'. Wat kunt u hierover zeggen? A: Hij zag er uit alsof hij lang in de zon had gezeten, zo’n kleur. V: Kunt u iets over het gezicht zeggen? A: Een breed gezicht, zoiets als de acteur Frank Lammers. (…) A: De man was het donkerst. [slachtoffer 10] ( [geboortedatum 8] ) verklaarde in haar aangifte, voor zover van belang, het volgende: Op maandag 9 augustus 2021 zat ik in de woonkamer televisie te kijken. Ik keek vanaf 18:30 uur naar SBS6. Ik hoorde toen een geluid als van ritselen en van een piepende deur in mijn woning. Ik vertrouwde het niet en ging kijken in de berging. Ik zag daar niemand maar wel dat de achterdeur dicht was. Ik had die niet afgesloten. Toen ik weer goed en wel zat, hoorde ik weer een geluid dat ik niet vertrouwde. Ik ben meteen weer opgestaan en gaan kijken. Ik zag toen dat er een mij onbekende jongen in de berging stond. Meteen daarna zag ik dat die jongen door de deur van berging open deed en door die deur de woning verliet. Ik ging meteen naar het raam aan de zijkant van mijn woning en zag daar dat die jongen van achter het huis over de oprit naar de straat liep. Ik zag dat daar nog een mij onbekende man en vrouw op de stoep stonden vóór de oprit van de buren op nummer 7. Ik zag dat de jongen samen met de man en de vrouw wegliep in de richting van de Bosweg . Ik zag dat die jongen daarbij tussen die man en vrouw liep. Die jongen schat ik qua leeftijd rond 8 jaar oud. Ik zag dat hij zwart haar had en licht getint was. Over zijn kleding kan ik U niets vertellen. Hij droeg geen bril. Over de man en vrouw kan ik U helemaal niets vertellen. Ik kon zien dat het een man en een vrouw waren, meer weet ik niet meer te vertellen. Ik merk nu dat er in ieder geval wat kleingeld is weggenomen. Verder zag ik dat er op de slaapkamer een lade van een nachtkastje was geopend. Daaruit heeft de jongen een doosje gepakt. Dat doosje vond ik terug op de aangrenzende badkamer. Dar heeft hij kennelijk de inhoud bekeken en het doosje neer gezet op het waterreservoir van de wc. Daar mis ik een opdrukhanger van een halssieraad. [slachtoffer 10] verklaarde in een aanvullende verklaring, voor zover van belang, het volgende: "Ik heb bij U aangifte gedaan van diefstal uit mijn woning. Nadat u weer weg was, heb ik nog ontdekt dat ik ook een zilveren halsketting mis. [slachtoffer 11] ( [geboortedatum 9] ) verklaarde in zijn aangifte, voor zover van belang, het volgende: Op 10 augustus 2021 omstreeks 16:45 uur was ik thuis aan de [adres 10] te Spaubeek. Ik zat in de keuken en zag dat een gezin binnenkwam. Ik heb met het kindje gepuzzeld en gesproken met de mensen. Omstreeks 17.00 uur hebben ze de woning verlaten. Ik zag hen in een witte bus, die aan de overkant van de straat stond geparkeerd, stappen en vervolgens richting Schimmert rijden. Toen heb ik mijn dochter gebeld omdat ik dit raar vond. Vervolgens is zij naar mij toe gekomen en heeft zij de politie gebeld omdat zij het niet vertrouwde. Ik kan alleen zeggen dat ik hoorde dat het een man en een vrouw was. Dat het kind een jongen was. Ik hoorde dat zij gebrekkig Nederlands spraken. Het kind had blonde haren en was ongeveer 9/10 jaar oud. Het kind kon lezen en schrijven en puzzelde met mij mee. Vervolgens is mijn dochter boven gaan kijken. Zij zag dat verschillende kastjes open stond en lakens, die in de kasten lagen, anders lagen dan normaal. Ik vermoed dat zij niets hebben weggenomen gezien ik niets met waarde in huis heb liggen. Getuige [naam 10] verklaarde, voor zover van belang, het volgende: [adres 25] O: Opmerking verbalisant V: Vraag gesteld aan de getuige A: Antwoord gegeven door de getuige V: wat kunt u ons vertellen? A: Op dinsdag 10 augustus 2021, omstreeks 17:00 uur, was ik in mijn woning, ik was in de tuin bezig. Op een gegeven moment hoorde ik een deur van een auto dichtslaan. Ik liep naar de voordeur. Ik keek hier doorheen. Ik zag een auto geparkeerd staat aan de overzijde van onze woning, ter hoogte van huisnummer 93. Ik zag dat uit deze auto een man en een kind stapten, gevolgd door een vrouw. De man en het kind liepen van de auto weg. Ze liepen over het trottoir in de richting van mijn buurman op nummer 122. O: U heeft dus een man, een vrouw en een kind uit de aan de overzijde geparkeerde auto zien stappen. V: Kunt u deze personen omschrijven? Laten we beginnen bij de man. A: De man had een slank postuur, niet fors. Ik meen dat hij een overjas droeg, een iets langere jas, tot boven de knieën, ik meen een lichte kleur. Over de rest van de kleding kan ik niets verklaren, dat weet ik niet meer. Hij had donkere haren. Qua leeftijd schat ik hem tussen de 40 en 45 jaar. V: Wat kunt u over de auto verklaren? A: Op de hoedenplank lag iets in de kleur groen en fluorescerend. Ik dacht meteen aan die veiligheidsjassen. Deze lagen over de hele hoedenplank. De auto had een Belgische kenteken, dat weet ik zeker, want mijn dochter heeft ook Belgische platen, wit met rode letters. Ik meen dat de auto een lichte kleur had, ik dacht lichtgrijs. [benadeelde partij 2] [geboortedatum 10] ) verklaarde in haar aangifte, voor zover van belang, het volgende: Op 10 augustus 2021 te 17:15 uur was ik thuis in mijn woning op de [adres 11] te Schinnen. Ik stond in de keuken en zag dat er drie personen mijn perceel op kwamen. De personen betroffen een man, vrouw en een kind. De vrouw kwam eerst met het kind aanlopen. Zij zijn samen via de achterdeur naar binnen gekomen. De vrouw zei dat ze op bezoek waren bij oma. Ze vroeg aan mij of haar zoontje naar de wc mocht. Ik zag dat op dit moment een man onder het keukenraam kroop. Ik kreeg hier direct een naar gevoel bij. Ik vermoed dat zij mij toen hebben afgeleid. De man is toen vermoedelijk naar de boven etage geslopen. Ik heb namelijk niet gezien hoe hij langs mij door is gekomen. Ik was namelijk bezig om de vrouw en het kind de woning uit te sturen. De mevrouw leidde mij af door tegen mij te praten hoe mooi ik hier woonde en dat ik mijn woning mooi had ingericht. Ze was niet agressief maar wel behoorlijk brutaal. Ze had namelijk constant een grote mond. Ze heeft zoveel gezegd en geroepen dat ik niet meer precies weet hoe het gegaan is. Ik heb de mensen alle drie zien vertrekken van de oprit af. De man kan ik als volgt omschrijven: - ongeveer 40/45 jaar - licht getinte huidskleur. -lang zwart sluikhaar. Tot schouder hoogte. - camouflage kleding aan, zowel de benedenkleding als bovenkleding. -onverzorgd uiterlijk. De vrouw kan ik als volgt omschrijven: - ongeveer 40/45 jaar. - klein - licht getinte huidskleur. - grijzend haar, in een knotje. - sprak gebrekkig Nederlands - onverzorgd uiterlijk. Het kind kan ik als volgt omschrijven: - ongeveer 6/7 jaar. - zwart haar. - licht getinte huidskleur. - sprak gebrekkig Nederlands. Op dinsdag 10 augustus 202

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.